Menselijk, al te menselijk (Deel 2)

Wat de blade runner ons kan leren

De valse toonaard van de morele verontwaardiging, daarover hadden we het vorige week. De idee dat er zoiets als een rechtvaardige oorlog omwille van principes bestaat, militair, politiek, sociaal. De idee ook dat we naar een wereldcultuur zouden kunnen evolueren die, op zogenaamde humanitaire gronden, een wereldorde zou vormgeven, met bijvoorbeeld de VN als wereldregering, en de mensenrechten als planetaire codex.

Jammer: het pad van het humanistisch optimisme loopt dood. Deze wereld wordt er niet beter op, net omdat we hem voortdurend beter willen maken, met een al dan niet religieus gekleurde moraal als maatstaf.  Het geweten is niets waard, het is de synthese van een hoop verborgen agenda’s. Dat Siegmund Freud het geweten al detecteerde als His Masters Voice belet echter niet dat allerlei fijne ethici nog steeds het kwaad zien als iets dat te bestrijden valt vanuit een deugdzaamheidsmodel, met woorden, wetten, regels, indoctrinatie. Het humanisme, het christendom, de islam,- allen bedrijven ze het hetzelfde soort exorcisme.  Zo worden morele principes verabsoluteerd en het kwaad haast getranscendeerd, als iets dat wezenlijk niet tot onze wereld behoort maar er per toeval in sluipt, als een te bezweren gif.

De mars der deugdzamen en de Dutroux-paradox

wittemarsNergens kwam zulks frappanter tot uiting dan in de Witte Mars in 1996 te Brussel, in het zog van de Dutroux-affaire, waar de morele verontwaardiging haast de afmeting van een exorcistisch massaritueel had aangenomen. De Witte Mars, begonnen als een protest tegen een slecht functionerend gerechtelijk apparaat, eindigde in een nooit geziene engelenparade. Duizenden witte ballonnen zweefden boven Brussel, als even zovele onschuldbekentenissen en maagdelijkheidsattesten. Wit, als kleur van de onschuld, de menselijke deugd, de illusie van complete geweldloosheid in een cultuur die net door de deugd de ondeugd oproept.

De demonisering van Marc Dutroux was eveneens ongezien: van wat hij echt was, een seksverslaafde nitwit die jonge meisjes naar zijn kelder ontvoerde om ze te misbruiken, waarvan er  vier door verwaarlozing stierven, groeide hij uit tot een satanisch icoon voor alles wat er op deze wereld kon mislopen. Een absolute zondebok dus. Een mens waar niemand nog een eigenschap mee wil gemeen hebben,- wat hem als on-mens classifieert, letterlijk een monster.

Toen Dutroux, dankzij een stommiteit van een flik, het gerechtsgebouw gewoon uitwandelde en een paar uur in de natuur verdween, stond het land op zijn kop, stoof het parlement leeg en leek het alsof de apokalyps voor de deur stond. De boswachter die hem bij de lurven vatte, werd een volksheld en werd door de koning gedecoreerd. Eind goed, al goed. Nu lijkt dit allemaal onwezenlijk, maar toen was de witte schapenhysterie algemeen. Terwijl, ach, die wolf ook maar zijn instinct volgt.

Wat zou u gedaan hebben, moest u Marc Dutroux geweest zijn? Antwoord: net hetzelfde natuurlijk, anders was u Marc Dutroux niet!

Het probleem is namelijk, en dat signaleerde ik vroeger al in verband met een andere gediaboliseerde crimineel, Ronald Janssen, dat men net vanuit een humaan-humanistisch perspectief niets anders kan doen dan het zogenaamde kwaad in ons herkennen. Wij, brave lui, zijn intrinsiek geen haar beter, we hebben gewoon wat meer geluk in plaats en tijd. Maar de wet van oorzaak en gevolg is onverbiddelijk: onder dezelfde omstandigheden gebeuren dezelfde feiten. Dutroux in de gevangenis, uit de gevangenis, het verandert niets aan de essentie: we zijn hem allemaal, als de wind juist (of verkeerd) zit.

Kort gezegd: Wat zou u gedaan hebben, moest u Marc Dutroux geweest zijn? Antwoord: net hetzelfde natuurlijk, anders was u Marc Dutroux niet! Einde van alle humanitaire ijdelheid. En tot zover ook de moraal.

Inhumaan, transhumaan: de metafoor van de blade runner

PistoriusWe naderen de clou van het verhaal. Nadat de grote filosoof Plato dé mens gedefinieerd had als “een wezen met twee benen zonder vleugels”, gooide zijn tijdgenoot Diogenes tot ontsteltenis van de academici een gepluimd kieken op tafel en riep: “Ziedaar de mens van Plato”.

Daar staan we dan met de Beethovenhymne “Alle menschen werden Brüder”. Welke menschen? De biomassa rondom ons bevat een hoeveelheid materiaal dat biologisch als “menselijk” geklasseerd wordt, maar dat is veeleer een gemiddelde, een statistische werkelijkheid. Dokters die patiënten ontvangen, blijven werken vanuit hun encyclopedische routine en snappen steeds minder van wat ze te zien krijgen, waarna enkel de Diogenische vraag rest: “Waar is de mens?”  Vele doktersmoppen draaien eigenlijk rond die perplexiteit. De mens die ze bestudeerden tijdens hun studietijd, blijkt nauwelijks nog te bestaan, hij muteert, transformeert.

De Zuidafrikaanse atleet Oscar Pistorius, bijgenaamd “the blade runner” is vanaf zijn geboorte misvormd, en loopt op twee veerkrachtige koolstofbladen. Hij raakte ermee tot in de finale van de Olympische Spelen 2012 (de echte dus, niet de Paralympics). Probleem: het onderstel van Pistorius is niet menselijk. Is hij nog wel een mens?  Hij mocht meelopen, maar de andere atleten wantrouwen deze hybride. Hoeveel onderdelen zou iemand zo nog kunnen uitwisselen, alvorens de grens van het humane bereikt wordt? Niet alleen fysiek, zintuiglijk, maar vooral ook mentaal, breinmatig, intellectueel.

Zelf aanvaard ik mijn mens-zijn maar zeer voorwaardelijk, in het besef dat het verschil met de anderen qua constitutie veel groter is dan de overeenkomsten. En elke dag nog toeneemt.

Dat knutselen aan het eigen organisme druist natuurlijk behoorlijk in tegen de scheppingsgedachte, én tegen de Olympische geest, maar is al evenmin moreel te verantwoorden: als iedereen zichzelf maakt, is de afwijking de norm en vervallen alle regels of standaarden. Gelden de verkeersregels voor een vijfbenige voetganger met een schroef in zijn kont? De hopeloze strijd van de sportfederaties, tegen atleten die hun lichaam verbouwen via hormoonpreparaten e.d. , heeft met hetzelfde homologatieprobleem te maken: de standaardmens verdwijnt, de norm lost op, de macht verliest haar greep op de concrete existenties. We verwijderen ons dan steeds meer van het klassieke, biologische én morele menselijke model, om een planeet te creëren van individuele constructies die zich niet zomaar laten inlijven in een algemeen programma, van welke aard dan ook.

Zo worden het onmenselijke en het bovenmenselijke de bron van het individuele en het unieke. Het zogenaamde “transhumanisme”, dat gelooft in een doorgroei van de menselijke soort tot iets anders, iets hogers, is immers maar een mager borduursel op de evolutietheorie als het begrip “soort” zelf niet wordt geëlimineerd. Het revolutionaire idee om elkaar niet meer als soortgenoten te zien, maar als individuele knutselwerken of atypische mutaties, schaft elk cultureel paradigma, elke sociale druk af. Exit de politiek, de religie, de moraal, de humanitaire clichés. Dan pas, heel misschien, komt er ruimte vrij voor andere omgangsvormen en vermoedens van existenties die fundamenteel anders, vreemd, exogeen zijn.

Als ras zijn we mislukt, laten we dat accepteren. Het futiel hoopje vlees en botten dat “mens” heet, is niet levensvatbaar, niet individueel, en al zeker niet collectief, zie Wall Street, Fukushima, Irak, zie wat de politiek ervan bakt wereldwijd. Als soort zijn we ten dode opgeschreven, binnen vrij korte termijn zelfs. Te slim om direct te creperen, te dom om overeind te blijven. Kakkerlakken hebben meer overlevingsinstinct. Misschien moeten we nu eindelijk maar komaf maken met de antropocentrische eigenwaan. De eindigheid van wat belachelijkheidshalve nog altijd “de menselijke beschaving” wordt genoemd, kan alleen maar overstegen worden in de hypothese dat er hier en daar eentje uit de humaniteit zal ontsnappen. Een individu-zonder-soort, letterlijk een alien. Waarheen die ontsnapping leidt, geen idee. Maar dat Oscar Pistorius op een mysterieuze manier zijn (al te menselijke) vriendin heeft vermoord, wijst op het existentieel-diepgaande en zelfs catastrofale karakter van deze “sprong”.

Zelf aanvaard ik mijn mens-zijn maar zeer voorwaardelijk, in het besef dat de verschillen met de anderen qua constitutie veel groter zijn dan de overeenkomsten. En elke dag nog toenemen. Dit is een verhaal van divergentie. Onvermijdelijk impliceert dit een min of meer permanente, algemene situatie van wrijvingen en conflicten, met de liefde als uitzondering. En ja, het is een doe-het-zelf-verhaal. Elk voor zich een mentaal bladverensysteem uitdenken om een onwaarschijnlijke sprong te maken,- zonder enige kans op slagen, ziedaar het doel van onze misvorming.

Advertenties

19 Reacties op “Menselijk, al te menselijk (Deel 2)

  1. Ralph Bisschops

    J. Sactorum schrijft: “Het geweten is niets waard, het is de synthese van een hoop verborgen agenda’s. Dat Siegmund Freud het geweten al detecteerde als His Masters Voice belet echter niet dat allerlei fijne ethici nog steeds het kwaad zien als iets dat te bestrijden valt vanuit een deugdzaamheidsmodel, met woorden, wetten, regels, indoctrinatie.”
    Mijn antwoord/bevestiging: Sanctorum beschrijft hier in weinige, treffende woorden het “Über-Ich” van Freud. Dit is de psychologische (of misschien zelfs physiologische) zetel van normen en waarden ZOVERRE ZE ONS HANDELEN ONWILLEKEURIG STUREN. De Freudo-Marxist Fritz Eric Hoevels (Duitsland) definiëerde het ooit als een conglomeraat van zinnen: “Je zult niet etc.”; “doe niet dit of dat.” De inhouden van het “Über-Ich” worden ons tijdens onze opvoeding door ouders en opvoeders ingelepeld. Dat is natuurgegeven en onvermijdelijk (als de ouders het niet doen, doet het de buurman). Later sluipt in dit Über-Ich alles wat een autoriteit belichaamt. De klassieke psychoanalyse tracht de sterkte van het “ik” tegenover het “Über Ich” te ontwikkelen. Authentieke ethiek kan pas daar ontstaan, waar met het “Über-Ich” gebroken wordt. Een door het “Über-Ich” bepaalde moraal is immers dwangmatig. Vrije geesten dienen zich te hoeden voor “Über Ich”-Jacking (wat ook “indoctrinatie” genoemd wordt, maar deze laatste term beschrijft het mechanisme niet). Het ligt overal op de loer. Het werkt zoals spam of computervirusssen. Men merkt het aan de toon van verontwaardiging, die “Über-Ich”-Jackers aanslaan. Het is de onderwijzers & onderwijzeressen – toon.

  2. Toegegeven, de psychoanalisten, psychiaters en andere bevorderaars van het ich hebben bergen werk verzet en misschien zullen ze straks nostalgisch kunnen terugblikken op het definitief versplinterd über-ich nu er een ander wezen dan de mens – het gadget waardig – op komst is, een geheel en al door zichzelf ontworpen en gevormde mens. Maar die nostalgie zal bij hen vermoedelijk niet opkomen, want het is maar zeer de vraag of de blik – bij een systematische bevordering tot ego- artificiële wezens, levendig kan blijven.

    • Ralph Bisschops

      Lieve Watteeuw schrijft: “Het is maar zeer de vraag of de blik – bij een systematische bevordering tot ego- artificiële wezens, levendig kan blijven.”
      Mijn antwoord: De “blik”, waarvan u spreekt, kan mijns inziens alleen ontstaan na de meest absolute annihilatie van het Über-Ich. Onder deze term is de oorsprong van ongereflecteerd en impulsief moreel gedrag & oordeel te verstaan. Dat betekent niet dat traditie fout is. “Fout,” in de filosofische zin, is alleen de dwangmatige overname ervan. Sanctorum vertaalt in zijn artikel het Griekse ideaal van de autonomie en de zelfwerkzaamheid.

      • Naar mijn gevoel spreekt het artikel over een vreemdsoortige poging tot reformisme: een ‘revolutionisme’ van de restanten van het menselijke , waarvan het resultaat absoluut niet in te schatten valt (zoals dat bij tal van revoluties het geval is geweest ).
        Ik vrees dat onze meningen over de ‘blik’ onverzoenlijk zijn.

  3. Allemaal dejà vu en bla blabla. Lees Ayn Rand: The virtue of selfischness. Maar dat zal wel te veel gevraagd zijn zeker?

    • Het recht van de sterkste- liberalisme van een Russische emigrante. Een dodelijke medusa: dat was voorspelbaar. Vijftig jaar extreem populair in de USA om in 2008 in de filosofische goot te arriveren. Maar de verkoopcijfers blijven nog redelijk.

      • Zoals ik reeds schreef voor sommigen te veel gevraagd om te lezen. Te moeilijk allicht. Daarom is het zelfs in de V.S. nooit extreem populair geweest en werden haar filosofische werken niet eens vertaald.

        Haar filosofie zal het zeker nooit in de goot of vergeten geraken, wat alleen de naïeve wensdroom is van de linkse kerk en haar clerus.
        Heeft niets met recht (van de sterkste) te maken maar alles met de waarheid, waarmee J.S. het blijkbaar moeilijk heeft gelet op zijn cultuurpessimistisch stuk.

        De filosofie van Rand respecteert en hanteert vooral de logica en is dus in tegenstelling met het meeste filosofisch gekweel wél wetenschappelijk verantwoord. Bovendien ontmaskert de filosofie Rand het socialisme (resp. communisme en elke andere vorm van collectivisme) als een gigantisch ideologisch en misdadig bedrog.

    • De kracht van Atlantis schijnt meest gelezen boek in Amerika?

      • Juist en ook Mark Rutte vindt het begeesterend, wat moet er dan nog meer komen, tenzij…

  4. In grote lijnen kan ik meegaan in dit weeral uitermate provocante en radicale discours van Sanctorum. Het is zelfs sterker dan deel 1 van vorige week, vind ik. Al is de draad tussen Dutroux en Pistorius flinterdun. Eigenlijk zie ik een antisymmetrie. Dutroux wordt door JS van “onmens” tot mens gerecupereerd (waardoor we allemaal Dutroux’s worden), terwijl de Zuidafrikaanse atleet met de bladveren door JS net uit zijn menszijn wordt verlost.
    Probleem is ook de industrialisering van die technieken, waardoor ze toch weer als element van massaproductie opduiken. Dus toch weer homogenisering?
    Sterk vind ik wel dat Sanctorum het soortbegrip frontaal gaat aanvallen. Waardoor hij zichzelf natuurlijk uit de soort zet, en nog eenzamer wordt dan hij al is. Maar effectief: “de mens” is niets meer dan een statistisch begrip, dat door het humanisme ahw explodeerde in hektoliters gebakken lucht, al sinds begin de 16de eeuw.
    Dit is beslist een debat en een discours dat verdere uitwerking verdient.

  5. Eelker van Hagen

    Ik vind het een geweldig stuk. De mens, als dier. Als mens niet meer in staat de evolutionaire logica van zelfbehoud als motief volledig te accepteren. Het is immers de spiegel van egoisme die via alle controle machinaties in om het even welk georganiseerd verband probeert overwegingen uit puur zelfbehoud uit onze interactie te drukken. De natuurwetten die via evolutionaire logica diegene “voortrekt’ die “beter” aangepast is, hebben we geheel terecht zelf proberen uit te schakelen door binnen elke groep te definieren wat we elkaar niet aan mogen doen. Wat we elkaar wel aandeden ooit een van de “regelende” principes in het evolutionaire proces. We hebben onszelf als ware baron van Munchausen aan onze haren uit het evolutionaire proces getrokken. Iets waar we inderdaad een externe validatie voor nodig hebben, een god of ach een algemeen gevoel van rechtvaardigheid blijkt meestal al voldoende. Ik vraag me overigns af of er daadwerkelijk een filosofisch verschil bestaat tussen het aantrekken van schoenen of het aantrekken van de protheses zoals Oscar dat doet. En hebben we de Rubicon al lang gepasseerd op het moment dat we kleren zijn gaan dragen en is de filosofisch scherp getrokken maar in mijn ogen arbitraire grens bij de protheses van Oscar al lang over gestoken met ons gebruik van brillen, contactlenzen, gehoorapparaten, medicijnen, whatever. We zijn al lang geen dier meer en daar zijn we absoluut niet minder mens van geworden, we gaan deze arbitraire grens met het zelfde gemak oversteken als we bij alle anderen hebben gedaan. Ze zien er vooraf alleen altijd enger uit dan ze achteraf blijken te zijn geweest.

  6. Marnix Van Marcke

    Op zich is dit een evolutie die al aan de gang is sinds de mens zijn eerste gereedschap gebruikte. Ik illustreer deze uitspraak graag met de beginscène van “2001, A Space Oddysey”. Een bijbels aandoende Kaïn en Abel-scène, waarin een aap plots de verstrekkende consequentie inziet van het gebruik van gereedschap als moordwapen. Wat er sindsdien nog allemaal gebeurde is techniek (!): het wiel, bouwkunst, vervoersmiddelen, internet. Technische vooruitgang, remote control… Techniek dus, geen moraal.

  7. Vandenberghe Pieter

    Zijn we daar niet al een paar eeuwen mee bezig, eigenlijk? Of zijn een telefoon, een auto en een fiets geen prothese? En is antibiotica geen lichaamsvreemd verdedigingsmiddel?

  8. Voor provocaties zijn we wel in, want ontregelend. Maar net daarom wil ik houden van de kathedralen, ook van A’pen Centraal. Toch is architectuur niet alles: een publieke moraal vertelt niet het hele verhaal.

  9. U ziet de afgang van de menselijke soort op vrij korte – maar onbepaalde – termijn verlopen. Goed. Laten we het over iets concreets hebben. Laten we het hebben over een bedreigde sub-cultuur: de zigeuner. Zowat overal wordt de zigeuner tegenwoordig verwezen naar eigen land. Dat is zeer komisch, ja, want de zigeuner heeft geen land. Buiten eventueel de V.N. maar daar is hij niet langer welkom. Pissen tegen een paaltje bijvoorbeeld, kan volstaan om een hele jurisprudentie in werking te stellen om op die wijze hallucinante boetes te rechtvaardigen.

    Ik permiteer het me dan ook om via deze weg een oproep te doen aan alle kunstenaars met kloten aan hun lijf ( uiteraard ook vrouwen met kloten aan hun lijf ) om op te komen voor de verdrukten en het voorbeeld te volgen van de traditie, van de voorgangers, de modernisten ( met Picasso en Cocteau in de vuurlinie ). Het zou ons namelijk wel eens diep kunnen spijten niet meer in staat te zijn – door de V.N. moraal – nog te luisteren naar muziek waaruit de wonderlijkste levensvreugde klinkt. Kom op voor de zigeuner – voordat men erin slaagt een zwarte mars te organiseren – en kom zeer snel op !

  10. N.B. deze oproep is uiteraard niet louter aan de kunstenaar gericht maar aan eenieder !

  11. Zijn we niet in het Cocteau- jaar!

    …Le sang léger que le Chevalier Lancelot du Lac tenait de sa mère Mélusine n’est ni rouge ni bleu. Il irise les âmes et donne aux corps le rythme inimitable du style flamenco. Ce style ( qui suppose un univers dont la vulgarité serait exclue ) on le possède ou on ne le possède pas. Qui le possède, le possède de naissance. C’est ce qui fait des gitans des poètes et de certains poètes de vrais gitans… Jean Cocteau, novembre 1957

    Europa, Europa!

  12. GEEN ZWARTE MARS !