De democratie is dood, leve de soevereiniteit

Pleidooi voor ontburgering

Ik heb het nu echt wel gehad: opnieuw gaat een Georgische gangster vrijuit wegens een “procedurefout”. De arme man had in België geen vast adres, kon niet op domicilie gedagvaard worden, en ontsnapt dus ook aan vervolging. Een paar dagen geleden haalden de advocaten van ene prins Henri de Croÿ-Solre, in eerste aanleg veroordeeld wegens miljoenenfraude, een gelijkaardige truc uit de kast: procedurefoutje, sorry mijnheer, gaat u maar. De gewilligheid waarmee het gerecht en de advocatuur solidair dit blind formalisme blijven toepassen, tegen elk gezond verstand in, bewijst dat we in een systeem leven dat zichzelf ondergraaft. De democratie is op sterven na dood, de vraag is wat dit maximaal kan opleveren voor u en ik.

Geen zoveelste politieke theorie, wel een oefening in utopisch denken.

Uitschrijven aub

Uit recent onderzoek bleek dat meer dan 20% van de kiesgerechtigden niet geldig deelnam aan de Bstembuselgische gemeenteraadsverkiezingen van 2012: blanco of ongeldig gestemd, biljet beschadigd, …maar het merendeel bleef gewoon thuis. Dat is eigenlijk een enorm percentage voor een land waar niet gaan stemmen strafbaar is. In landen waar die stemplicht niet bestaat, komt hooguit nog de helft opdagen. Ook al is het fenomeen het meest frappant in de grootsteden met sterke migrantenconcentraties (41% niet-stemmers in Brussel!), toch lijkt er meer aan de hand: de onderdaan is zich gewoon aan het uitschrijven.

Groot alarm in het politiek establishment, vooral gedreven door overlevingsdrang: hoe die dijkbreuk dichten? Eerder dan hier nog eens een “democratisch alternatief” tegen aan te gooien, genre de G-1000 van wereldverbeteraar David Van Reybrouck, of nog maar eens een politieke partij op te richten, is het zinvoller om de realiteit onder ogen te zien en het misschien zelfs als een positieve evolutie te appreciëren: de kieskudde dunt uit en wandelt weg in alle richtingen behalve die van het stemhokje.  Zelfs de zgn. foert- of protestpartijen hebben afgedaan, de polis wordt als sociale container gewoon niet meer aanvaard. Europa heeft dat proces nog versneld: in een panische reactie om de ontburgering tegen te gaan, greep men naar een nog grotere schaal die nog meer aversie opwekt. Rien ne va plus. Het mystieke begrip “burger” (letterlijk: diegene die geborgen is door de ommuurde stad) wordt vandaag hoe langer hoe meer een lege huls. Wie voelt zich nu nog burger, behalve de plakken gehakt tussen een broodje?

Macht en massa

Altijd een leuke verpozing om nog eens antropologisch te recapituleren. Waar komt dparlementie staat, zijnde een georganiseerde natie met een territorium, een wettenstelsel, een infrastructuur, een systeem van machtsuitoefening en een fiscaal systeem, vandaan?

De hypothese van de Amerikaanse antropoloog Robert Carneiro is nog altijd interessant en geloofwaardig: ooit werd de aarde bevolkt door oergemeenschappen, “clans” van maximaal 200 leden. Dat getal zit ingebakken in onze hersenen: het is de bovengrens van wat wij sociaal en communicatief aankunnen. Tot op vandaag zoeken we onbewust nog steeds soelaas in zo’n kleine groep van mensen die we min of meer kennen: de familie, de vereniging, de stamtafel, het facebookprofiel…

In ruil voor veiligheid en bescherming diende het individu zich uit te leveren aan een systeem waarvan hij de omvang niet meer overzag of de logica nauwelijks nog kon vatten…

Maar door toename van de bevolkingsdichtheid en de daarmee gepaard gaande clanoorlogen drong zich een schaalvergroting op: men sloot allianties en kwam tot gemeenschappen van 1000 à 10000 stuks. Het ontstaan van de landbouw, na de laatste ijstijd, heeft zeker ook een rol gespeeld. Vanuit de eerste grootsteden in Mesopotamië ontwikkelde zich een centraal en hiërarchisch bestuurd rijk, gebaseerd op onderdrukking en een geweldmonopolie van het gezag zelf. In ruil voor veiligheid en bescherming diende het individu zich uit te leveren aan een systeem waarvan hij de omvang niet meer overzag of de logica nauwelijks nog kon vatten. Religie (liefst monotheïstisch) en cultuur (liefst zo participatief mogelijk) moesten deze vervreemding enigszins verzachten.

Edoch, vanaf dat moment zitten we in een dynamiek van massa, macht, manipulatie, controle: de staat was geboren, met alle ziekteverschijnselen van dien, zoals massificatie, aliënatie, vereenzaming van het individu, en anderzijds corruptie en machtsmisbruik vanwege de oligarchen. Want die waren er van meet af aan, en ze zijn er gebleven tot op vandaag: een elite van bestuurders en hun mandarijnen die de polis beheren vanuit een persoonlijke agenda.

Het is vanuit dat inzicht dat we het actuele politieke spel en de zogenaamde democratie (“macht van het volk”) van vandaag moeten begrijpen: als theatrale constructies, waarbij het individu eigenlijk niets in de pap te brokken heeft, maar toch die illusie moet blijven koesteren dankzij verkiezingen, inspraaksessies, lezersbrieven naar kranten, blogs en andere vormen van bezigheidstherapie.

Soevereiniteit

In de 20ste eeuw was “participatie” het toverwoord: iedereen moest aan alles deelnemen, zich inschrijven in de wereldcultuur en de wereldmarkt. In de 21ste eeuw zal het aloudeBoeddha begrip soevereiniteit heruitgevonden worden: zoals ooit staten hun soevereiniteit opeisten, is het nu aan het individu om zichzelf te definiëren als een onafhankelijk wezen, een staatloze niet-burger die vervolgens zelf op zoek gaat naar vrijwillig aangegane nieuwe samenlevingsverbanden. Of niet. Het is een totale deconstructie, een fragmentarisering die, zelfs voorbij de 200-regel van Carneiro, het bestaansrecht van het individu as such boven alles stelt. Bepaalde meditatieve verdiepingstechnieken gaan in die richting. Vrijwillige de-nationalisering is het logisch gevolg. Ze bestaat al praktisch, bijvoorbeeld door het absenteïsme tijdens verkiezingen, maar ze zou ook kunnen bezegeld worden in een individuele soevereiniteitsverklaring. Een Acte van Verlating dus, een beetje zoals men zich laat ont-dopen uit de kerk.

Wie dit als enige doet, zal snel in de gevangenis of het gekkenhuis terecht komen. Tien stuks zullen als een staatsvijandige bende, honderd of duizend zullen als een sekte beschouwd worden,- ook daar weet het systeem raad mee. Maar een miljoen? En het ergste: die uitgeschrevenen verenigen zich niet in een nieuwe tegennatie of “gemeenschap” –vooral niet-, maar blijven zich een autonoom statuut toeëigenen van zelfredzaamheid. Uiteraard kunnen praktische aangelegenheden onder hen gezamenlijk geregeld worden: openbaar vervoer, energie, onderwijs, sociale zorg, infrastructuur,- maar deze post-civiele res publica  blijft voorwaardelijk en bindt niemand, zeker niet binnen een “collectieve identiteit”.

Zoals ooit staten hun soevereiniteit opeisten, is het nu aan het individu om zichzelf te definiëren als een onafhankelijk wezen, een staatloze niet-burger…

Niet alleen juridisch, maar ook cultureel en moreel wordt dit een absoluut breekpunt met de gevestigde codes. Vandaag wordt de statenloosheid voorgesteld als een fundamenteel gebrek, zelfs een mensonwaardige situatie.  Artikel A5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt dat “eenieder recht heeft op een nationaliteit”. Maar ook achter dit filantroop decreet gaat een stuk opportunisme en monopolistisch zelfbeschermingsgedrag schuil: de statenloze behoort tot geen natie, dus ook niet tot de Verenigde Naties, waardoor hij als een politieke anomalie op deze planeet zou vertoeven, niet-onderhevig aan enig wettenstelsel of machtsuitoefening. U bent dus VN-burger, of u dat wilt of niet. Uitschrijven, het blijft een hachelijke onderneming.

Het kan vreemd lijken dat, in een tijd waar sukkelaars op gammele bootjes Europa trachten binnen te geraken en een moord zouden plegen voor een Westers paspoort, de bezitters van zo’n paspoort het als een vodje papier zouden weggooien. Toch moeten we de zaak durven omkeren en futuristisch op zijn poten zetten: als er geen groepen of gemeenschappen meer zijn, zullen er ook geen massabewegingen meer plaats grijpen. Migratie is een haast epidemisch-viraal verschijnsel dat opduikt waar het individueel richtingsgevoel het heeft opgegeven, zoals het gedrum in een tunnel waarbij men elkaar verplettert.

Bunkerfase

De kieshokjes staan er zinloos bij, de macht vereenzaamt. Vandaag zitten we in de bunkerfase: door het leeglopcameraen van de burgerstaat ontpopt de macht zich in toenemende mate als een wereldwijd, totalitair, technologisch omspannen controlenetwerk van de 21ste eeuw, waarvan de camera’s allemaal met een centrale dispatch verbonden zijn, die het GSM- en internetverkeer “om veiligheidsredenen” afluistert, die via satelliettechnologie op elk moment weet waar iedereen zich bevindt, die via Facebook al uw interesses haarfijn catalogeert, die met drones het instantrecht laat geschieden, en die en passant via het bankenconsortium heel uw privé-boekhouding beheert. Vergeet de staatsmacht: het planetair, digitaal gestuurd directorium is in aantocht.

Maar hoe ver reikt de macht van deze Big Brother echt, als individuen geen populatie meer vormen, als er nauwelijks nog iets statistisch kan geëxtrapoleerd worden?  Hoe ver reikt een schrikbewind, als iedereen anders is, als niemand schrik heeft, en als er geen bewind kan worden gevoerd? Allicht wordt de bunker dan de ultieme speelkamer van Big Brother, die verbijsterd aankijkt tegen onderdanen die niets meer gemeen hebben, en zelfs de humane wetenschap perplex achterlaten.

Uiteindelijk zou de niet-burger een niet-mens kunnen worden, een vreemdsoortige alien waar de macht geen greep meer op heeft…

Dat brengt ons onvermijdelijk weer op het motief van de transhumaniteit: wezens die aan het mensdom ontsnappen hebben het (klein)burgerdom en de polis niet nodig. De toekomst is aan de hybriden. Denk aan de blade runner die ik in een vorige column ten tonele voerde: half mens, half sprinkhaan, is dit on-specimen het biologisch vehikel van de ontburgering. Dit leidt tot een fysieke en breinmatige mutatie waarbij we allen aliens worden, uitzonderingstoestanden. De anomalie wordt de regel. Tegen dit soort procedurefouten is geen enkel regime bestand.

Het is vandaag pure futurologie, maar ik denk echt dat het post-civiele, post-politieke universum finaal ook een niet-mens zal opleveren, Nietzscheanen mogen spreken van de Uebermensch. Een niet-medeburger en niet-soortgenoot die louter zichzelf is en zich niet wil vergelijken met de anderen, noch biologisch, noch sociaal. Dat elimineert alvast een hoop geduw en gekrakeel: naarmate het verschil groter wordt, neemt de competitie af. Als iedereen iets anders wil, is er geen schaarste en geen concurrentie. Dus hoeft ook het verkeer niet geregeld te worden.

Zo wordt, wat begon als een kiesstaking, toch weer metapolitieke science-fiction. Het kan ook niet anders, of dacht u dat het miljoen thuisblijvende luiaards, in slaap vallend voor hun TV-toestel, op zich een bedreiging zouden vormen voor om het even welk systeem.

Eros

Toch gaat dit niet over politiek erosof (tegen-)cultuur, of een of andere vorm van revolutie, of, godbetert, een postmoderne religie. Het finale, fascinerende perspectief van de totale ontburgering en individuatie is, dat het weerom plaats maakt voor een Platonisch universum waarin er maar één echte energie van tel is: de kracht die twee van elkaar gescheiden helften naar hereniging doet zoeken. Het is de uitzondering op de uitzondering: twee aliens waarvan de codes miraculeus in elkaar passen. Plato laat het kluchtschrijver Aristophanes vertellen in zijn Symposium, haast als een mop, maar het is de clou van heel het verhaal. Pas als iedereen totaal anders is, wordt overeenstemming (harmonie) een catastrofe, in de zin van een onvoorspelbaar, heerlijk accident, zoals het ontstaan van die kosmos zelf.

De politieke stelsels hebben de mens vervormd, en daarmee ook zijn seksuele potentie misleid en afgeleid. De geslachtloosheid van het socialisme en de polymorfe hyperseksualiteit van het kapitalisme zijn beide karikaturen.  De ene ontkent de drift, de andere exploiteert haar tot in het absurde. De ene breekt het individu onder de noemer “solidariteit”, de andere doet datzelfde individu exploderen tot een slaaf van zijn begeerte.

De Eros komt na de Polis. Zo achterlijk en reactionair Plato’s visie op de staat was, zo visionair was zijn filosofie van de eros. Het opbreken van heel de politieke zoölogie tot kosmos van soevereine bio-planeten, die onverwachts en catastrofaal elkaars baan kunnen kruisen, onttrekt de liefde aan het saaie verhaal van voortplanting, soortbehoud en kindergeld. Met deze Big Bang is meteen ook de uittocht naar het buitenaardse begonnen, zoals ooit het leven hier begon vanuit een ingeslagen meteoriet. Aliens zijn we geweest, aliens zullen we worden. Alles wat daartussen lag, was maar een middelmatig intermezzo.

Advertenties

5 Reacties op “De democratie is dood, leve de soevereiniteit

  1. Pingback: De democratie is dood, leve de soevereiniteit. | Golfbrekers

  2. Karina Uyttersprot

    heerlijk protest, alweer om van te snoepen …..

  3. interessante denkpiste en een stap doe ik in alle traagheid en voorzichtig overweeg ….
    Maar dan kwam ik dit tegen:

    http://simpol.org/index.php?id=9

    en dacht ik; zou het dan tóch mogelijk zijn?

  4. Plato eindelijk juist geïnterpreteerd en ( een beetje toch ) in ere hersteld.

  5. daniel deblaere

    Boeiend epistel, vindt deze tegendraads ongewone burger (uw defintie; Het mystieke begrip “burger” (letterlijk: diegene die geborgen is door de ommuurde stad) wordt vandaag hoe langer hoe meer een lege huls. Wie voelt zich nu nog burger, behalve de plakken gehakt tussen een broodje?)