Optimisme als mannelijke hysterie

wallstreet

Wall Street, 1922

Koop aandelen! Haal dat spaarvarken boven, verdomme! Consumeer, laat het geld rollen! Niemand heeft er zin in, want het ergste moet nog komen, zo voelen we aan onze dikke teen. Het straffe is dat de economen dat zelf ook weten: ze denken namelijk zonder uitzondering allemaal in curves, op en neerwaartse bewegingen. En het gaat dus nog altijd fameus bergaf in de wereldeconomie, hou u vast aan uw bretellen.

Als vader van dat cyclisch denken geldt de Russische econoom Nikolai Kondratieff (1892-1938), adviseur van Lenin maar uiteindelijk in opdracht van Stalin gefusiljeerd. Niet geheel ten onrechte overigens: Kondratieff stond als pragmatische communist een voorzichtige invoering van het kapitalisme voor, net omdat het cyclisch in elkaar zit onder het motto “na regen komt zonneschijn”. Veel makkelijker dan alsmaar die vijfjarenplannen te fabriceren die toch nooit wat worden. En het geeft de armoezaaier een perspectief. Wie vandaag met 900 Euro per maand moet rondkomen, gelieve geduld te hebben en het leven van de zonnige kant te bekijken: beterschap is op komst, op voorwaarde dat je er écht in gelooft. Snel uitgeven dus, die 900 Euro, en dan maar pinnen op de poef.

De winter tegemoet

curve   Grosso modo duurt één cyclus bij Kondratieff 50 jaar, waarbij telkens een technologisch innovatieve sector heel de zaak trekt. Zo zitten wij midden in de 5de cyclus, het informatietijdperk, in gang geschoten rond 1980, in 2008 (net voor de bankencrisis) op zijn toppunt, en nu dalwaarts gaande, ergens 2030 tegemoet. Dan is zowat iedereen platzak behalve dat ene percent superrijken. Milieu-doemdenkers gaan ervan uit dat we tegen dan ook allemaal stikken in het fijn stof en dat er sowieso geen vervolg meer aan dit verhaal komt, maar zij kennen niets van economie.

Kondratieff verdeelde zijn cyclussen nog eens in vier perioden die hij aanduidde met de seizoensnamen. De lente zag hij als opbouwfase, de zomer als consolidatiefase, de herfst als plateau- of stabilisatiefase en tot slot de winter als liquidatie of afbraakfase. Wij zitten, anno 2014, dus in volle herfst.

Deze verwijzing naar de landbouw en de natuur is psychologisch knap bekeken: het neutraliseert de doemdenkers (zie hoger), en het maakt de economie tot een zelfregulerend mechanisme, zoals de natuur, waar een slimmerik zijn voordeel mee kan doen, terwijl de sukkels mogen wachten op de lente die toch komt. Zij het binnen twintig jaar.

De kapitalistische economie is een manisch-depressieve fantasmagorie die alles en iedereen opzuigt. Ze heeft alle kenmerken van een epidemische verslaving…

Er is bovendien iets gek aan die curve: hij bestaat omdat economen, financiële experts en uiteindelijk heel het systeem er zich ook naar gedragen. Een geval van self-fullfilling prophecy dus, of noemen we het gewoon moderne religie. Het is als een scheve toren die onvermijdelijk na een tijd omvalt als je hem maar hoog genoeg maakt. De meesten komen onder het puin terecht, alleen de ingewijden en de zieners maken zich op tijd uit de voeten. Waarna het spel herbegint.

Zo blijkt Kondratieff niet alleen de geestelijke vader van de economische curve, maar ook een zielenknijper die ons met crisissen moet verzoenen en de pechvogels onder ons aanspoort tot… optimisme. “Crisissen zijn uitdagingen”, en meer van dat soort peptalk: het stamt uit het constructivistische Rusland van de jaren ’20.

De zwarte tulp

beursWie de binnenkant van een beursgebouw al eens heeft gezien, krijgt een idee van de hysterie die het systeem draaiend houdt: nu eens euforisch, dan weer disforisch, creëert ze waarde of verlies, zonder ook maar één ogenblik uit de mallemolen te stappen. Het heeft alle kenmerken van een epidemische verslaving. De kapitalistische economie is een manisch-depressieve fantasmagorie die alles en iedereen opzuigt. Er ontstaat tussen New-York, Frankfurt en Tokio een parallelle wereld van de waan waaraan niemand nog ontsnapt.

De beurs is tegelijk tempel, theater, markt en casino. Ze is deterministisch, voluntaristisch en aleatorisch tegelijk. Er zijn wetmatigheden (de curves!), duizenden analisten zwermen rond (die zich overigens steeds weer misrekenen), terwijl tegelijk het anarchisme van de vrije markt heerst en, vooral, de begeerte om rijkdom zichzelf te laten vermeerderen. Ingebeelde rijkdom grotendeels, want de transacties laten nauwelijks nog toe dat er ook echt geconsumeerd wordt.

Binnen dat universum is werkelijk alles mogelijk. Het ingebeelde wordt waar, het waardeloze wordt rijkdom, en het gekke is: de kunst is om mee te gaan met de waan. De reële, “natuurlijke” waarde van de dingen wordt vervangen door hun speculatieve waarde, gebaseerd op het gerucht en imitatiegedrag (opeens wil iedereen hetzelfde), leidend tot een hausse, onvermijdelijk gevolgd door een baisse.

Hét klassieke voorbeeld is de tulpengekte uit het Holland van de 17de eeuw. Kort na 1600 begonnen de prijzen van tulpenbollen in de lage landen te stijgen, omdat een paar Franse dames zo’n tulp in hun decolleté droegen (Cherchez la femme!). In 1637 werd in Amsterdam één zwarte tulp geveild voor 6000 gulden, toen de prijs van een sjiek herenhuis in het stadscentrum. Een paar maanden later was ze niets meer waard en stortte de markt in, met een paar winnaars en vooral veel verliezers. Die zich een paar maanden later op een nieuwe rage stortten.

De zwarte tulp, is er een sterker symbool denkbaar van de ontaarding? Het maakt de waan tot drijvende motor van een proces waarin mensen, ook complete leken, denken dat ze via de beurs slapend rijk gaan worden, bubbels zich steeds weer vullen, tot ze uiteenspatten, iedereen kniezend afdruipt, om tenslotte weer recht te krabbelen en te herbeginnen. Gadgets, kunst, antiek, goud, onroerend goed, luxewaren, maar ook grondstoffen en levensnoodzakelijke producten zoals rijst, olie, suiker volgen deze speculatieve cyclus.

Kraft durch Freude

Het optimisme functioneert in heel dat verhaal als een emotionele zweep, een drug die de EwigeVerhofstadt Wiederkehr des Gleichen veroorzaakt, zoals een gokverslaafde ook steeds weer herbegint. De euforie, nodig om een hausse te creëren, is gebaseerd op een bewustzijnsvernauwing die men als typisch mannelijk moet zien, het adrenalinemoment van de jager tegenover zijn prooi. Anderzijds is elke tegenslag een aansporing om te herbeginnen. Finaal maakt dit optimisme zich los van elke realiteit. Het gebral dat de toekomst aan ons is, en dat het steeds beter wordt, is noodzakelijk om de eigen angst te onderdrukken. Alle negatieve signalen worden genegeerd, positieve worden uitvergroot: het optimisme is de sociaal meest aanvaardbare vorm van domheid. Het maakt de kern uit van vele politieke demagogie, maar ook van allerlei feel good– en gelukstherapieën, die mensen wijs maken dat alles beter wordt, “als je er maar in gelooft”.

Het ordewoord om het optimisme blindelings te promoten behoort tot de kern van het Westerse kapitalisme en het vooruitgangsdenken.

De burgermanifesten van Guy Verhofstadt, geschreven tussen 1989 en 2006, vertolken weergaloos deze vorm van zelfhypnose. Niet toevallig doken ze op in de “lente” van de economische curve. Verhofstadt’s lofzang aan de techniek, het industrieel apparaat en de vooruitgang liegt er niet om: het verstand op nul en de blik op oneindig, is de boodschap. In wezen is dit een restant van de vroeg-20ste eeuwse macho-lyriek, beoefend door die andere manifestenschrijver, Filippo Tommaso Marinetti, peetvader van het artistieke futurisme en huisvriend van Benito Mussolini.

“Kraft durch Freude”, heette dat in de nazipropaganda. Vandaag vinden we die verplichte hoera-stemming terug in allerlei TV-formats (lachsalvo’s om de halve minuut), de strijd tegen de verzuring en ‘de morele plicht om positief te denken’, nog zo’n Verhofstadt-mantra, geïnspireerd op het bekende devies van de filosoof Karl Popper (1902-1994) “Optimism as a moral duty”. U moét meegaan in de euforie, anders stokt de waarde van het aandeel. Want daarop wordt de conjunctuur beoordeeld: niet op het goede leven of het geluk dat wordt geproduceerd, maar de waarde van de aandelen, uitgedrukt in de beursindex.

Optimisme werkt altijd. In goede tijden leeft men naar de hausse toe, in slechte tijden van de baisse weg. Enig negationisme omtrent crisis en armoede is gewenst (Geert Roelens, topman van de Beaulieu-groep: “Ik wil het woord ‘crisis’ niet meer horen!”) Zo blijkt die goede Karl Popper, de peetvader van het moderne liberalisme, een vermomde Kondratieff-adept, met alle manische trekjes vandien. Door het optimisme als een “plicht” op te vatten, wordt de beurs, als psychotisch mechanisme, als het ware moreel gefundeerd. Tijd om uit die carroussel van de mannelijke waan (want dat is het) te stappen.

4. Oikos, of de moeder van de porseleinenwinkel

Lagrange

Hestia gegijzeld? (Christine Lagarde, topvrouw van het IMF)

Het ordewoord om het optimisme te promoten behoort tot de kern van het Westerse kapitalisme en het vooruitgangsdenken. Heel de cultuur van de waan volgt in haar zog, zowel de beurs, de media-industrie, de consumptiemarkt als de bloeiende sector van de mental coaching, allerlei goeroes en therapeuten die ons via tegelwijsheden de eeuwige glimlach verkopen onder het motto “Always look on the bright side of life”. Graag citeren ze ook filosofen, vooral Nietzsche met zijn Uebermenschfantasie en zijn Zarathustra-gedaas.

Het pessimisme wordt anderzijds beschouwd als iets toxisch, overeenkomstig de klassieke visie op de melancholie als zwart-galligheid. Maar misschien is heel die karikaturale kijk op de melancholie en de depressie wel zelf een neurotische poging om onze fysieke, mentale en sociale realiteit te verdoezelen.

Dat is alvast de stelling van de feministische biologe Barbara Ehrenreich. Ze kreeg zelf met die peptherapieën te maken, toen ze borstkanker kreeg en iedereen haar wilde laten geloven dat ze vooral steeds opgewekt moest zijn, blijven lachen, want dat was het begin van de genezing. Het werd haar zo gortig dat ze er een essay over schreef,Smile or Die: How Positive Thinking Fooled America And The World” (2010), waarin ze heel dat mannelijk-militaristisch vocabularium van het obligate optimisme in een bredere context stelt. Politiek, economisch, cultureel.

De enorme toevloed van feel-good-therapieën zijn volgens Ehrenreich het gevolg van het hyperindividualisme, het materialisme en het daarmee gepaard gaande inkrimpende collectieve verantwoordelijkheidsgevoel, het zorgend principe, dat men als pessimistisch moet beschouwen, voorzien op de worst case (“Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinenwinkel”).

De zuinige zorgzaamheid van moeder-de-vrouw Hestia is niet interessant voor de consumptiemaatschappij en dus ook niet voor de beurs.

Daarmee raakt ze iets aan dat fundamenteel tegenover de hysterie van de beurs staat: de no-nonsense-realiteit van de haard, door de Grieken de oikos genoemd, het huishouden, de zorg (voor het vuur) en de voorzienigheid, beheerd door de godin Hestia. De vrouw-aan-de-haard, jawel. Zij weigert de schuim van het optimisme en gaat voor een holistisch realisme, onze plaats in het grote geheel. Het idee dat men zijn borstkanker kan weglachen is vals, en staat tegenover het besef dat die borstkanker kadert in een breder verhaal van o.m. een falende milieuzorg, de economisch pletwals en het gebrek aan langetermijndenken.

Gezond conservatisme

Vrouwen blijken dus veel miHestiander last te hebben van die tulpenbollenstress, ook al ondergaan ze natuurlijk net zo goed de consumptiemaatschappij. Men voelt hier de tegenstelling tussen het mannelijke en het vrouwelijke universum: het woord “economie” komt van dat Griekse woord “oikos”, maar het is gekaapt, het is een nomos geworden, een wetenschap. Dus moet Hestia misschien wel op haar rechtmatige plek gerestaureerd worden. En uiteraard niet kosmetisch, op de manier zoals Christine Lagarde de IMF-club mag voorzitten, als een soort masquotte.

Barbara Ehrenreich pleit eigenlijk, als progressief-linkse publiciste, voor een gezond conservatisme, dat de curven van de waan opnieuw vervangt door de natuurlijke cycli, de echte seizoenen dus, niet de spookseizoenen van Kondratieff, en door de wetten van het gezond verstand.

Deze wetten vertellen ons bijvoorbeeld dat men in tijden van voorspoed moet sparen en in crisistijden elke cent drie keer moet omdraaien. Zuinigheid dus. De knip op de beurs. Precies het tegendeel van wat de economen ons aanbevelen. De zorgzaamheid van moeder-de-vrouw Hestia is niet interessant voor de consumptiemaatschappij en dus ook niet voor de beurs. Aan haar verdienen de beleggersfondsen niets. Ze kan de schaarste beheren, ze maakt geen schulden en laat het geld niet rollen, ook niet als ze het heeft. Ze kweekt zelf groenten in haar tuin, heeft geen VISA-kaart en stelt een weekmenu op waardoor de impulsaankopen tot een minimum wordt beperkt.

In 1668, dertig jaar na de tulpenbubbel, levert de Franse toneelschrijver Jean-Baptiste Poquelin, beter bekend als Molière, zijn karikatuur af van dat vrouwelijk voorzorgsprincipe en de zuinigheid, in de figuur van L’avare (“De vrek”). Mensen die het geld op hun spaarboekje laten staan zijn gierigaards die het spel niet willen meespelen. Ze kijken de kat uit de boom, blijven in hun eigen oikos en verzaken dé economie waaraan ze hun (toekomstige) rijkdom te danken hebben. Aan de schandpaal ermee.

Daarmee was de wereld klaar voor een nieuwe bubbel en voor de eerste industriële revolutie. Weg met de vrekken, laat het geld rollen. Faites vos jeux, lach, speel, verlies, en herbegin. We weten tot op vandaag, en in het vooruitzicht van een nieuwe bankencrisis, waar deze euforie ons heen leidt. De recente Wall-Street-demonstraties tonen hoe diep de afkeer zit. Allemaal niet goed voor de economie, dat gejank.

Advertenties

9 Reacties op “Optimisme als mannelijke hysterie

  1. Eric Janssens

    Of vrouwen zich door de dictatuur van het optimisme minder de les laten spellen dan mannen valt nog te bezien. Of ze zuiniger zijn lijkt me twijfelachtig, vooral na de zoveelste soldenperiode waarvan miljoenen vrouwen telkens ‘profiteren’ om weer eens een unieke kans aan te grijpen en voor veel te grote sommen geld zeldzaam prachtige kleedjes of bloesjes te kopen. Nee, beste Johan, vrouwen zijn al net zo ziek als mannen, erger nog: als je al eens een realist tegen komt die geen ‘Hallelujah’ op straat loopt te zingen of te pas en te onpas termen als ‘positief’ en ‘optimistisch’ rondstrooit, dan is dat in acht op de tien gevallen een man.
    Wie ‘het paradijs der vrouwen’ van Zola gelezen heeft weet dat het moderne kapitalisme, uitgevonden door mannen, op maat van vrouwen is gesneden. Wie in de boekhandel zit weet dat de feelgoodliteratuur, van stationsromannetjes tot gelukspsychologische esoterie, gretig en bijna uitsluitend door vrouwen wordt geconsumeerd. Het zit ‘m blijkbaar in de hormonen. Vandaar ook dat het hysterisch positivisme van Verhofstadt heden ten dage geperfectioneerd wordt door zijn partijgenote en opvolgster Rutten, die het in geen enkel interview nalaat te melden dat ze een positief project heeft waarmee ze vol optimisme en blind van vertrouwen de kiezer tegemoet treedt. Gelukkig is die kiezer realistischer dan deze delirerende dame en ziet hij genadeloos door haar rouge heen.

  2. Karina Uyttersprot

    Eindelijk Johan, we konden het niet beter zeggen 🙂 onze diepste wensen verwoord.
    Enneu meneer Eric, Johan had het niet over de vrouwen, maar over een vrouwelijke aanpak, die ook in mannen kan leven zoals zijn betoog bewijst, net zoals er mannelijks in vrouwen kan leven, zoals de voorbeelden die u aanhaalt. Het denken en leven zoals door Johan altijd wordt geanalyseerd en gecontesteerd, wordt ons van kleins af aan door de strot geduwd en er moet een groot aandeel rebellie in ons huizen en wijsheid in onze ouders en leraren om ons te leren kijken, om te zien dat “niets is wat het lijkt of hoe het voorgesteld wordt” Helaas ontbreekt het ons vaak aan levende rolmodellen, tenzij we met onze neus in de boeken leren duiken, en in de geschiedenis, en in andere culturen (kinderen hebben vaak maar 1 tip / lees klik nodig om een levenslange weg van zoeken naar zijsporen in te slaan). Niet het programmeren moet vanaf de eerste klassen ingevoerd worden zoals nu opgang maakt, maar zoveel mogelijk alternatieven op hun echte waarde en gevolgen leren schatten, ook de eigen misschien onzinnige gedachten, niet enkel strategisch maar zorgend, zorgzaam leren denken en handelen, en we zijn weer terug bij waar het in deze tekst om begonnen was, humanisme, humaan zijn.

  3. André Posman

    Beste Johan, dat is een goed artikel. In mijn lessen aan de syndikalisten van de Centrale van de Metaalbewerkers, en die van het Hoger Insituut Sint nLucas heb ik die visie tamelijk ver ontwikkeld, en geplaatst in het zeer bruikbare paradigma van de Indische Yoga. Daar heb je Ha en Tha, Ying en Yang. Kapitalisme is een extreme Yang-evolutie van de menselijke daadkracht: alles wordt beheerd door het mannelijke, in een steeds vuriger tempo, niets ontziend, uitmondend in massale oorlog, steeds opnieuw. Een Ying-evolutie is evenmin goed: dat levert een samenleving in de moordende greep van de geschiedenis, zoals bv de Indische, waar de moderne neoliberale extreem-Yange introducties perfect passen op de eeuwenoude en gruwelijke kastentradities. De kwestie is dus onze extreem yange maatschappij uit haar onevenwicht wéér naar het midden te krijgen. Dat kan alléén het ‘huismoederlijk’ principe realiseren. Een nieuw, modern paradigma, dat door de intelligente huismoeders zal moeten worden ontwikkeld, en ik,geloof dat de dame die je vermeld er al zo een is. Maar om dat waar te maken is er wel méér nodig dan alléén maar inzicht. Om de mannelijke maatschappelijke brand te blussen is er water nodig, specifiek moederlijk water. Ook dat is ter beschikking, in onbeperkte mate, maar afhankelijk van het verlangen om die brand te blussen…
    Enfin, ik weet er heel veel van, maar wil het hier bij houden.
    Maar weet, beste Johan, uw bijdrage van deze keer klonk mij al muziek in de oren, heel goede en degelijke muziek!
    André Posman

  4. Pingback: Johan Sanctorum: pleidooi voor een gezond conservatisme | Golfbrekers

  5. Marc Schoeters

    Het kapitalisme kan niet deugen. Waarom niet? Amerika gelooft erin.

  6. Ja, inderdaad. Sluit aan bij zekere gedachten van Noam Chomsky zoals deze: ‘ Ik heb vaak gedacht dat als er een rationele fascistische dictatuur zou bestaan, het zou kiezen voor het Amerikaanse systeem’.

  7. Kon ik me maar een glas HALFVOL drinken. Of kan er mij iemand een glas, al was het maar HALFLEEG, schenken ?
    Het hoeft niet altijd VOL te zijn.
    In elk geval : “Santé !”

    http://www.visionair.nl/ideeen/filosofie/video-wat-zou-je-doen-als-geld-niet-terzake-zou-doen/

  8. Kern van de zaak: economie is geen wetenschap
    .
    Op een boogscheut van waar je haard staat en je Stella schittert, in het Château du Lac te Genval, zat ik ooit aan een rijke dis aan in het gezelschap van twee hoogleraren economie, een aan de UGent en de andere aan de Univ van Antwerpen. Ik wierp hen op dat economie geen wetenschap is: er is geen wet van vraag en aanbod. Geen enkel parlement heeft ooit zo’n wet aangenomen. Wetenschappelijk gezien gaat het om niet meer dan een mechanisme. Ze bekeken me half bezorgd. “Dat klopt wel, maar als wij dat als student zouden hebben geopperd, zaten we hier niet, en al helemaal niet als hoogleraar,” antwoordde een van hen. Hoe dat kwam? Ze hadden gestudeerd aan de UFSIA, bij de jezuïeten dus. Vandaar.

    Huisvrouwen, spreek me erover! Ik ben sinds tien jaar aan mijn derde huwelijk toe. Mijn eerste twee vrouwen voldeden niet aan het criterium huisvrouw wegens geen zorg voor de haard, laat staan voor het huishouden. Er was geen huis mee te houden. Mijn derde is mijn beste. Zij beheert de centen los van elke loze kreet die uit de richting van de economisten zou kunnen komen. Mijn pensioen is met andere woorden verzekerd, zo heeft ze me verzekerd.

  9. Prachtige analyse bij mijn geliefde spreuk: Liefde is de rede van de vrouw(het vrouwelijke) en de Rede is de liefde van de man (het manlijke) – in wisselwerking schenkt het ons de mens…. die zorgt voor een gezond en duurzaam leven voor ieder mens en dier op onze (enige!) aardbol. Omdenken, yin-yang in evenwicht brengen en houden, etc. – de kwaliteit van leven centraal stellen en NIET de ECONOMIE.

    Dankjewel, Johan!

    Geertje Kuipers | De Kraanvogel
    Culemborg (NL)