De cybernetica, een vrolijke wetenschap

WienerDit jaar is het een halve eeuw geleden dat Norbert Wiener (1894-1964) stierf, de vader van de moderne cybernetica. Het ziet er niet naar uit dat dit tot grote festiviteiten aanleiding zal leiden, hoewel deze raamwetenschap, die eigenlijk alle disciplines voedt,  als de apotheose van de natuurkunde moet beschouwd worden.

Norbert Wiener was zijn academische loopbaan gestart als zoöloog, schakelde over op filosofie en eindigde als wiskundige. Interessante wendingen, in het licht van ons verhaal. De titel van zijn sleutelwerk uit 1948, “Cybernetics or Control and Communication in the Animal and the Machine” zegt het al helemaal: er is geen wezenlijk verschil tussen een menselijk lichaam (met temperatuurregeling) en een WC-spoelsysteem (met bewegende vlotter die op een zeker niveau de watertoevoer afsluit). Beiden doen aan processturing en staan in interactie met de omgeving. Er is een input, een verwerking van dat signaal, en een output of terugkoppeling. Met Norbert Wiener wordt eindelijk de (metafysische) scheiding opgeheven tussen levende en dode materie.

De subjectiviteit als kanker

Via dit radicale denkbeeld kan men ook de mens zien als een van sensoren voorziene automaat die signdebatalen verwerkt en feedback geeft aan zijn omgeving. De dood (entropie) treedt op als die kringloop stokt. Communicatie moet zo min mogelijk metaforisch verlopen: de kortste weg is altijd de beste, hoe concreter hoe beter. De cybernetica is dan ook door-en-door prozaisch en weigert elk flou artistique tussen zender en ontvanger.

Vandaag zou men Wiener een autist of een Asperger-patiënt genoemd hebben. Gelukkig bestonden die ziektes toen nog niet en ging hij gewoon door het leven als een eigenzinnige theoreticus die zijn denkbeelden briljant én verbeten uitdroeg. De cybernetica is desondanks nooit populair geworden, en is zelfs vandaag nog altijd een vies begrip, mede dankzij apocalyptische robotfilms.

Toch is de boodschap van de cybernetica ecologisch en zelfs holistisch: heel de kosmos wordt opgevat als een systeem van systemen die in interactie zijn en een evenwicht uitmaken. Het geautomatiseerd karakter van dit proces druist in tegen elke religieuze levensbeschouwing, maar ook tegen de humanistische ethiek, allerhande levensfilosofieën en de zelfaanbidding van de zgn. “creatieve mens”. Er valt namelijk niets te creëren, alles draait op dynamische schablonen, routines en algoritmen die pragmatisch hun nu of onnut bewijzen. Er is geen god, geen almacht, geen leider, geen onbewogen beweger. In die zin is het woord “cybernetica” (stuurmanskunst) zelf een misleidende metafoor, want er is helemaal geen stuurman, de systemen sturen zichzelf.

Uiteraard zijn hier raakpunten met de evolutietheorie, die eveneens uitgaat van “automatische” veranderingsprocessen en aanpassingstrategieën. We zijn rechtop gaan lopen om beter te kunnen zien en we hebben snijtanden omdat we vleeseters zijn. Daar hoeft geen externe bestuurder aan te pas te komen: wat zich niet aanpast sterft af. Het individu speelt de kaart van de soort, en de soort creëert het individu.

De taal corrumpeert de communicatie, creëert het misverstand en blokkeert de feedback.  Het is volstrekt zinloos om onze intelligentie op die manier verder te ontwikkelen…

Maar op een zeker moment geraakt die logica verstoord, net daar waar de mens verschijnt en de herseninhoud gestaag toeneemt. U wil namelijk helemaal geen voertuig van de menselijke soort zijn, geen schakel van een ecosysteem, geen stukje van de evolutie, en zelfs niet van de geschiedenis. U wil gewoon… zichzelf zijn,- en dat is niet persé goed voor u zelf, laat staan voor het menselijk ras. Heel onze moderne samenleving is in dat bedje van het ontaarde subject ziek.  Alles is gericht op persoonlijke ontwikkeling, profilering en zelfverwezenlijking. Het schisma tussen individu en gemeenschap is onoplosbaar en neemt toe, naarmate onze herseninhoud groter wordt. Een fatale dynamiek.

In een bepaald stadium manifesteert die subjectiviteit zich echt als een kanker, een zich uitzaaiende bron van vervuiling en zelfdestructie. U drinkt, u rookt, u twittert, u schrijft gedichten, u valt schietend binnen in een kinderdagverblijf, u pleegt zelfmoord. U luistert naar symfonieën maar u maakt ook kernbommen.  Het Darwinisme geraakt niet uit deze paradox van het intelligente, egoistische dier dat zijn eigen voortbestaan doorlopend hypothekeert. Individueel én collectief.

Daarmee is de evolutieleer zelf passé. En het is de taal, de vergevorderde, symbolische en metaforische mensentaal, die het morbide karakter van ons intellect aantoont. De taal corrumpeert de communicatie, creëert het misverstand en blokkeert de feedback.  Het is volstrekt zinloos om onze intelligentie op die manier verder te ontwikkelen en het subject “literair” te omzwachtelen via allerlei hermetische codes.  Vaagheid en ruis hullen zich in een steeds grotere, dichtere wolk,- een pathologische nevel van privé-signalen die nergens meer uitkomen. Iedereen lult maar wat voor zich uit, in naam van de vrijemeningsuiting, de democratie en de artistieke vrijheid. De entropie is onontkoombaar.

De objectiviteit van het insect

Het bizarre nu is, dat zogezegd “lagere” diersoorten dat probleem helemaal hebben opgelost. Vooratermietenheuvell de insecten, meerbepaald mieren, bijen en wespen, hebben de subjectiviteit geannuleerd en de groepsidentiteit geperfectioneerd tot dé identiteit. Als u een mier ziet lopen, denkt u het met een levend wezen te maken te hebben, terwijl het eigenlijk een fragment is van het echte organisme, zijnde de kolonie. Hun cybernetisch systeem vertoont totaal geen kloof tussen het geheel en de delen. Als een mierenzwerm een rivier oversteekt, vormt ze een levende brug waarbij er wel een paar honderduizend exemplaren verdrinken, zonder dat de kolonie ook maar één moment wordt bedreigd.

Het lijkt een fascistisch denkbeeld om dat op de mens toe te passen: de groep als zwerm, waarin het individu totaal verdwijnt. Toch is de mierenkolonie geen hiërarchische structuur met een leider en een repressiemechanisme, maar een cybernetisch systeem met een immanente orde. Ze is zowat 145 miljoen jaar geleden ontstaan (voordien waren de beestjes wél solitair) en mag eigenlijk als de échte kroon van de evolutie beschouwd worden. Het insect is als het ware een fascinerend model van objectiviteit,- het is ondenkbaar dat een specimen hier zou uitwoekeren tot subject met een eigen agenda.

De bioloog Mark Moffet bestudeerde het intern communicatiesysteem van de mierenkolonie, gebaseerd op de uitwisseling van feromonen ofte geursignalen. Geen enkel flou is hier mogelijk: deze “taal” is volstrekt ruisvrij en te vergelijken met de intercellulaire communicatie binnen een gezond lichaam. Verwar dit fenomeen vooral niet met antropomorfe begrippen zoals “solidariteit” of sociale cohesie in de menselijke samenleving: hier is geen communicatiewetenschap nodig, er moet hier geen individualiteit getemperd worden, geen egoïsme beteugeld, geen democratie gereguleerd, omdat het individu gewoon niets betekent. Daardoor is ook de dood onbestaande, de kolonie sterft nooit.

Het moderne verkeer is een tragikomische illustratie van onze onmogelijkheid om insect te worden: een chaotisch gewriemel van subjecten zonder doelmatigheid.

En raar maar waar: het houdt niet op bij de perfecte architectuur van de termietenheuvel en de volmaakte groepsobjectiviteit. Recente studies hebben uitgewezen dat deze heuvels volgens een welbepaald patroon worden opgetrokken, die een maximale output oplevert voor het ecosysteem van de Afrikaanse savanne: verluchting en bemesting van de bodem, aantrekken van micro-organismen, stimulering en versterking van de voedselketen. Ze zijn niet alleen gericht op de instandhouding van de eigen populatie, ze zijn ook nog eens landschapsarchitecten en integrale tuiniers van het savanne-biotoop. Anders gezegd: de termieten creëren zowel op micro- als op macrovlak de beste van alle mogelijke werelden.

Nu pas blijkt in wat voor eFRANCE-TRAFFIC-HOLIDAYSen inferno wij zijn terecht gekomen: een wriemelende massa die constant overhoop ligt met zichzelf, met een toenemende repressie als enig alternatief. L’enfer, c’est les autres. Het moderne verkeer is een tragikomische illustratie van onze onmogelijkheid om insect te worden: er is wel de massa, de chaos van individuen (kevers), maar er is geen objectieve doelmatigheid die hen uit dat individu-zijn ontheft. Er zijn regels (nu weer over het ritsen), maar ze worden nog het liefst genegeerd. Er zijn wegwijzers, markeringen, flitspalen, agenten, terwijl de oorlog van allen tegen allen toch blijft voortduren. Niet omdat we zo oorlogszuchtig zijn, maar gewoon… omdat de ego-pathologie, het primaat van de individuele existentie, ons parten speelt.

Biobot x drone: de kosmische libelle

Zo bekeken zit onze tijd erop, we kunnen de evolutie niet meer terugdraaien. Om het echter niet simpelweg aan de mieren, wespen, bijen, sprinkhanen en kakkerlakken over te lbiobot2aten,  zouden we met een ultieme, allerlaatste krachtinspanning van de ratio nog onze opvolger kunnen vormgeven, met de natuur als model. Een kunstinsect dus? Zoiets, ja.

Na jarenlang hun tijd verknoeid te hebben met een mistige zoektocht naar het Higgs-boson, zijn ze op de Harvard-universiteit (waar ook ene Norbert Wiener gedoctoreerd had, de cirkel is rond) eindelijk tot het inzicht gekomen dat het menselijk kennisproject zijn afscheidsfeestje mag vieren via de ontwikkeling van een robotpopulatie die compleet als een termietenkolonie werkt. Deze biobots zijn in staat om een kathedraal te bouwen zonder plan of architect. Ze gebruiken wat ze kunnen vinden, lopen elkaar nooit in de weg, en communiceren volgens een simpele binaire code. Het toevoegen of verwijderen van een aantal van deze biobots verandert niets aan de programmatuur, het zal alleen wat sneller of trager gaan.

Als mega-kolonie van vliegende kunst-insecten zullen ze een superidentiteit vormen die wellicht zelfs interplanetaire bruggen kan leggen…

Onderschat deze artificiële insecten niet. Dankzij de ‘intelligentie van de zwerm’ kunnen de biobots hun constructie flexibel aanpassen aan de situatie ter plaatse, ook al is die niet op voorhand gekend. Ze merken ook wanneer het fout begint te gaan, en breken het foute deel dan weer af, en dit zonder centrale planning. Deze verzoening van biologie en cybernetica maakt de plaats vrij voor de eindelijke geboorte van het menselijk insect, niet vanuit de biologische evolutie maar als ultiem, onbaatzuchtig product van het menselijk brein.

Van zodra ook hun voortplantingssysteem op punt staat (aseksueel, door cloning, zoals bij de “modernste” mierensoorten), kan het menselijk ras echt ophouden te bestaan. Ze werkdroneen op zonne-energie en bestaan uit bio-afbreekbare massa. Ik zie ook nog wel vleugels komen aan dat finale kunstinsect. Niet toevallig loopt de biobot-research in Harvard parallel met de ontwikkeling van de drones, kleine onbemande vliegtuigjes of helikopters. Momenteel is het nog ijzertuig, vooral ingezet voor militaire doeleinden, maar het lijdt geen twijfel dat ze snel zullen verburgerlijken en een huwelijk met de biobottechnologie zullen aangaan. Vergeet het gestuntel van Panamarenko en zijn veredeld schroot: hier komen de echte Batopillo’s. Als mega-kolonie van vliegende kunstinsecten, ietwat gelijkend op de reuzenlibellen uit het carboon, zullen ze een superidentiteit vormen die wellicht zelfs interplanetaire bruggen kan leggen, iets waar wij zelfs niet van kunnen dromen.

Daarmee opent de cybernetica –eindelijk- terug een oneindigheidsperspectief: de onsterfelijkheid van de kolonie en de uitgestrektheid van het heelal doen denken aan de filosofisch-dichterlijke luchtkastelen van weleer, maar dan zonder het filosofische, het dichterlijke en de luchtkastelen.

Norbert Wiener formuleert de melancholie van de menselijke intelligentie, maar heft ze meteen ook op in een vrolijke wetenschap, een ode aan het perfecte dier dat na ons komt. De menselijke geest die een kosmische libelle baart,- ruik ik daar zowaar toch een gnostisch verlossingsmotief? De Joodse afkomst van de atheïst Norbert Wiener is er misschien niet vreemd aan…

Advertenties

2 Reacties op “De cybernetica, een vrolijke wetenschap

  1. wim van rooy

    Wéér een visioen bij….. The wisdom of the crowd: andermaal een visioen…. Eénmaal, andermaal: het lijkt wel de kermis!

  2. Karina Uyttersprot

    de scheiding tussen levende en dode materie kan nooit gemaakt worden, omdat dode materie ook leeft en levende materie doodgaat, maar kan wel ogenschijnlijk in momentaan waar te nemen systemen worden vastgelegd door waarnemers. Edoch, het mieren systeem dat bestudeerd werd, elk systeem in de natuur, is niet door de mens gemaakt. Wat hij ziet en begrijpt is maar een deel van een geheel dat toch weer onderhevig is aan wat hij voor de verstaanbaarheid poëzie heeft genoemd, of iets anders. Alle engelwitte systemen die door de mens gemaakt worden, zijn gedoemd tot mislukken (leze met zijn zwarte tegendeel geconfronteerd te worden) want hebben tekortkomingen, hoe veel prijzen en innovatief denken men er ook aan toekent, uiteraard door mensen met tekortkomingen. Is daar iets mis mee, nee hoor, maar ken onszelf. Enige nederigheid is op zijn plaats, maar wij gaan door met denken denken om het licht te zien en dat nadien over het heelal te gooien, liefst met onze naam eraan verbonden en misschien ook om er heel rijk mee te worden, enig aanzien door te krijgen,, wij armoezaaiers, die niet gelukkig zijn met de zon. Er zullen misschien ooit robots zijn die een interstellaire brug bouwen, maar om wat te doen …. een alternatieve Krim-oorloog te ontketenen te velde? Want hoe programmeren wij robots tenzij met ons eigen robotverstand? Geen enkele dichter die het in zijn hoofd zou halen een robot te programmeren, hij zou weten dat het woordkramerij wordt. Dat verschil blijven zien, het zorgt misschien voor minder evolutie, minder vooruitgang, maar what’s in these words. De mens neemt al waar sinds heugenis, en is er nooit uitgeraakt, in wat voor systeem denken/werken/leven wij mensen nu, en daarom bedenken wij allemaal ons eigen systeem, omdat we niet in dat van die andere passen, tegelijkertijd smeden we banden met anderen, want helemaal alleen kunnen we niet. Onze zwakheid is dat we nog steeds geloven dat we aan ons mensensysteem kunnen ontsnappen, en zolang we het niet ten volle hebben doorgrond, zullen we ook in die waan blijven leven, we moeten toch wat …. En al een geluk. Stel dat we enkel met poëzie verder zouden moeten, man man man 🙂