Via insecura: waarom mannen sterven onderweg

Over de grenzen van het veiligheidsdenken

Een opmerkelijke actie van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV): een filmpje waarin hardrijders pardoes op hun eigen begrafenis terecht komen. Inclusief afscheidsredes, tranen met tuiten, gesnik: uiteraard bedoeld om lieden met een zware voet tot inkeer te brengen.

Motto van de campagne, een leuke woordspeling op zich: “Te snel gegaan”. Het BIVV (voorheen Via Secura) heeft al een serieuze staat van dienst met tal van knappe acties en gedenkwaardige slogans. Maar hier wordt natuurlijk een lijn overschreden, letterlijk dan: de lijn tussen leven en dood, deze en gene zijde. De paradox van een levende die zijn eigen begrafenis meemaakt roept onmiddellijk de vraag op naar de status van een echte dode die op zijn begrafenis zou komen “spoken”. Het is dan helemaal niet zeker dat die ons zou aanmanen tot meer voorzichtigheid. Stel dat het andersom was? Metafysisch glad ijs. De filosofie als via insecura?

De vrolijke dood

WalküreHet bijwonen van de eigen begrafenis is strikt genomen alleen mogelijk wanneer er leven is na de dood. Men is dan aanwezig in een ritueel waar men eigenlijk niets meer mee te maken heeft. Men “is” er, niet meer als rouwende, doch in een andere, verlichte staat, misschien wel vrolijk of extatisch.

Beethoven en Chopin speelden met het idee van hun eigen begrafenis, resp. in de derde symfonie en in de klaviersonate nr. 2 (de overbekende treurmars). Altijd is er een middendeel in grote terts: de doden lijken niet ongelukkig, al zit hun vrolijkheid verstopt in de obligate rouwceremonie van de nabestaanden,- volgens Freud omdat er latente schuldgevoelens bij die nabestaanden spelen. Dit dan weer vermengd met het gehakketak rond de erfenis. Maar goed, de dode als vrolijke eregast op zijn eigen begrafenis. Het idee is nog voor uitbreiding vatbaar. Wat als die doden zich voortdurend tussen ons ophouden?

Daarmee is de doos (of de lijkkist) van Pandora geopend: tussen de biomassa zit iets van een lichtere stof waarover wij, stervelingen alleen kunnen speculeren. Dat het om “onbekommerde anti-materie” gaat van schimmen, is dan misschien nog te zwak uitgedrukt. Mogelijk gaat het zelfs om mentale energie die ons probeert te verleiden om ook de overstap naar gene zijde te maken. Zoals de bruid haar boeket achter de rug gooit voor de volgende uitverkorene, zo duidt de overledene op een begrafenis ook aan wie na haar of hem komt.

De dood als uitdaging, met een subversieve schim als begeleider (psychopomp): we zitten nu natuurlijk ver van de boodschap rond verkeersveiligheid, eerder integendeel. Onvermijdelijk en onmerkbaar overschrijdt het denken over het leven de grens van dat leven, en dan wordt het sowieso speculatie, cum mortuis in lingua mortua (“met de doden in de dodentaal”). Een puur vermoeden dus: iets trekt ons van de overzijde aan. De doden of de dood zelf. Heel de tijd door. Bij de Grieken als Sirenenzang, en in de Germaanse mythologie vervrouwelijkt tot Walküre en hemelhoer voor de krijger, kunnen we dit erotisch fantasme rustig terug uitkleden tot op het niveau van een paranormale realiteit: levenswil en doodsdrift vormen één geheel. En het is deze laatste die ons wenkt en over de streep trekt. We willen haar ook, zonder het te willen. We weten dat ze er is, zonder het te weten. We zoeken haar, maar dat is niet nodig,- zij zoekt ons op.

Via insecura: het verkeer als kansspel

crashWaar Wagner in zijn Walkürenrit op een haast pornografische manier naar verwijst, is de notie van roes, snelheid en lawaai in het sterven, en de attractiviteit van het gevaar. Te snel gegaan! Of niet snel genoeg? Helden blazen hun laatste adem niet uit op het bed, maar sterven onderweg, in het heetste van de strijd en in galop. De zware voet dus. De auto is een harnas dat ten oorlog leidt.

Nu valt het verkeersveiligheidsfilmpje helemaal door de mand. Niet alleen worden wij op de begrafenis uitgenodigd door de gevallen snelheidsduivel om hem op te volgen, het verkeer lijkt ook zelf één groot slagveld dat ons de kans geeft om te gaan. De kans, jawel. Het is nooit zeker, maar daarom juist trekt het gemotoriseerde avontuur ons aan, als een Russische roulette. Het verkeer als kansspel en doodsbrenger: er is weinig nodig om dit denkbeeld te censureren als crypto-fascistisch. Toch lijkt er onder de huidige veiligheidsobsessie, door de overheid preventief en repressief gehandhaafd, een andere, tegengestelde lijn te lopen die het verkeer als (dodelijk) spel promoot.

Zo vloeien preventie en verlokking in elkaar. De dood wenkt, en het verkeer helpt ons graag een handje.

Er worden in België alleen al zo’n half miljoen auto’s per jaar verkocht, en de Ring rond Brussel wordt verbreed: Wagner glimlacht gelukzalig. Duitse wagens zoals BMW en Mercedes leiden de dans. Mogelijk speelt in het beheer van dat verkeer een onbewust gedoogbeleid tegenover de letale roeservaring, de roekeloosheid, het negeren van risico’s. Dat vooral mannen in het verkeer sterven (vrouwen lopen hooguit een deuk of een kras op tijdens het parkeren), voedt de idee dat het aloude gevecht met de prooi of met de vijand gesublimeerd is tot het razende traject van de joy-rider, spookrijder, op zoek naar de crash. Het verwrongen wrak als naspoor van het orgasme. Regelmatig zelfs rijden jonge mannen zich te pletter tegen een boom of een muur, zonder remsporen en zonder alcohol. Zelfs als men dit banaal klasseert als een “mogelijk geval van verdekte zelfdoding” miskent men nog de uitdagende, letale werking van het wegennet zelf, én de in onze hypothese werkzame krachten vanuit een “dodenrijk”.

Zo vloeien preventie en verlokking in elkaar. De dood wenkt, en het verkeer helpt ons graag een handje. Zoveel drempels, waarschuwingsborden en flitscamera’s er worden geïnstalleerd, zoveel worden ze genegeerd. Men wil slachtoffers vermijden, vooral kinderen die sterven, dat is iets verschrikkelijk. Maar wat met de zeven jongeren, aan veel te hoge snelheid met hun BMW gecrasht op de E314? Wat daagde hen uit om die rijdende tankwagen vanachter te rammen? Daarop kwam geen antwoord. Verboden vraag dan: is er iets dat nog uitsteeg boven hun levensdrift, namelijk de aantrekkingskracht van het gevaar en de dood?

Weg de angst

gevaarBij nader toezien is het gevaar overal: volgens de verzekeringsstatistieken gebeuren de meeste dodelijke ongevallen thuis. Het verkeer is niet de enige doodsoorzaak, maar het lijkt wel een krachtige verleider die door geen enkele veiligheidscampagne te temmen valt.

De conclusie is dat de eros/thanatos-ervaring aan de grondslag ligt van alle risico’s. Hoewel veiligheid dé postmoderne obsessie is, wordt de wereld er helemaal niet veiliger op. Hoewel Ban Ki Moon zich het vuur uit de sloffen loopt om vrede te stichten, met woorden vooral, houdt de oorlog niet op, integendeel. Alle doodsremmende instanties lokken tevens de dood uit, omdat het gevaar ons fascineert. De doodskop en zijn afgeleide, de gevarendriehoek, waarschuwt met beelden, maar zingt tegelijk het Nietzscheaanse refrein: „Man muss gefährlich leben”. Vandaar seks zonder condoom, rijden zonder gordel, het negeren van snelheidsbeperkingen. De verleiding blijft.

Deze donkere psychoanalyse, vermengd met een metafysisch vermoeden omtrent krachten die ons “van gene zijde” tegemoet komen en uitnodigen om het gevaar te benutten, kan een deel van de vrees wegnemen. Want angst, daar wordt een mens pas ziek van. Het vreet aan ons als een trage kanker. Dat de Vlaamse publieke zender uit een enquête (“De foto van Vlaanderen”) afleidt dat de Vlaming fundamenteel bang is voor van alles en nog wat, is dan ook een verkapte poging om een self-fulfilling prophecy te lanceren en de Vlaming ook echt bang te maken. Waarvoor? Voor zijn eigen schaduw? De schrik voor het gevaar en de doodsangst zijn attitudes die ons afsnijden van de complexe realiteit die het leven is.

De fobische mens leeft noch sterft, hij sluimert. Net om die lethargie te omzeilen wordt het gevaar gezocht en wordt er snel gestorven, eensklaps, fataal. Net op de climax is het gedaan. Ook ik zal sterven onderweg, en dat is goed. Noch de angst om te vertrekken, noch de begeerte om aan te komen zijn aan mij besteed. Fuck de eeuwige roem.

Zo krijgt de oproep tot voorzichtigheid vanuit de porseleinenkast iets panisch en ongezond. Natuurlijk loert de dood achter elke hoek van de straat, doch de schrik ervoor bederft alle levenslust. Het euthanasiedebat heeft de “gewilde dood” bespreekbaar gemaakt, als een laatste uitweg voor wie lijdt. Maar wat als hij ook een hoogte- en eindpunt betekent voor wie geniet?

Advertenties

14 Reacties op “Via insecura: waarom mannen sterven onderweg

  1. Interessante tekst. Dit geldt overigens niet alleen voor het letterlijke doodsgevaar op de baan, maar voor alle vormen van roes. De krampachtige en hysterische poging om zich meester te maken van het menselijk bewustzijn door een ware heksenjacht op alles wat het bewustzijn in vervoering — en dus ‘buiten zichzelf’ — brengt, is aanwijzing van dezelfde ziekelijke staat van ontdubbeling: men kan geen dag hebben zonder nacht, de cirkel sluit zich, de slang bijt zichzelf in de staart. Dit is overigens geenzins louter een mannenzaak: de Dionysische roes wordt bij uitstek met het vrouwelijke geassocieerd. In dat verband veelzeggend genoeg (en los van het nonsensicale gebruik van het woordgeslacht in het Nederlands dezer dagen) een opmerkelijke fout in uw laatste zin, Johan: ‘de dood’ is geen ‘hij’ maar een ‘zij’…

  2. Kristine Verelst

    Deze tekst kan je natuurlijk niet laten lezen aan ouders van verongelukte kinderen. In die zin is hij zelfs zonder meer immoreel. Maar ook immorele teksten kunnen een waarheidswaarde hebben, en dat geldt voor deze zeer zeker. De overal aanwezige veiligheidslogica roept het gevaar op, en de aandrang om risico’s te nemen. Zo zit een mens nu eenmaal in mekaar. Wel vind ik de tekst wat te seksistisch, en geënt op het cliché “mannen ten oorlog, vrouwen aan de haard”. Wellicht bedoelt Sanctorum dat als een stijlfiguur, maar ik kan er moeilijk mee om. Er zijn ook sterke vrouwen die het gevaar zoeken, en er zijn ook watjes van mannen.
    Tenslotte, wat de doden betreft die onder ons leven en het “ongeluk” mee zouden veroorzaken. Dat is in tal van films en romans aan bod gekomen. Het Wagneriaanse perspectief verwijst dan weer naar Nietzsche, en zo is de cirkel rond. Mooie tekst, maar zoals gezegd: onhoudbaar en onleesbaar voor wie ooit iemand heeft verloren in het verkeer.

  3. Wat betreft die zeven jongeren die omkwamen in dat verkeersongeval op de E-314. Na de rouw blijft natuurlijk de vraag in welke opgehitste toestand zij verkeerden, welke rol die BMW (van papa?) speelde, en hoe luid de muziek op stond. Ja, dat speelt allemaal een rol in wat JS als roeservaring omschrijft. Onze cultuur moedigt dit soort belevenissen aan. En dan maar borden plakken met “rij veilig”. Pure hypocrisie.

  4. Sven Vanderwegen

    In het discours rondt verkeersveiligheid blijft men altijd maar verwijzen naar snelheid e.d. Een zeer grote groep gevaarlijke mensen op de baan zijn vooral deze die bepaald reactief gedrag uitlokken en het is meestal deze groep die de boetecarrousel voorbijgaat, ik zie het dagelijks tientallen keren: te traag rijden, onzeker rijden, geen aandacht schenken voor wat er rondom hen in het verkeer gebeurd, niet anticiperen, met veel te lage snelheid van baanvak veranderen of de snelweg oprijden, lang achter voorliggers blijven hangen en op het laatste moment een manoeuver uitvoeren, 120 op het linkervak rijden, …

  5. Rita Van Woensel

    Ik ben volledig tegen dit soort choquerende campagnes die halen niets uit enkel gewenning ….wie is er hier door het meest aangesproken, diegene die meededen aan de campagne, diegene die al een persoon op die manier verloren zijn, maar verder ???? Verder denk ik niet dat de meeste te snel rijden voor een kick ,die kan men misschien nog aanspreken, maar de meeste rijden te snel omdat….men het gewoon niet ziet, men moet snel ergens zijn, men ‘vergeet’ dat op een bepaald stuk weg er een snelheidsbeperking is….neen de meeste rijden niet te snel voor de kick.

  6. Bluesfesser Fred

    Onbegrijpelijk! Wat het leven ook is ,als chauffeur heb je ook het leven van anderen in handen.Daag je eigen lot (vreemd dat jij daar in gelooft johan) uit door bungee te springen aan een zo dun mogelijk elastiekje,maar in het verkeer respecteer je de regels en de veiligheid van anderen! gevaarlijk denken is niet hetzelfde als slecht denken,sorry.

  7. Gemma Elisabeth Huisman

    Dat Schrijft Johan niet, Fred. Hij duidt of tracht te beschrijven wat de mogelijke bron zowel van de enorme hype in veiligheidsmaatregelen innig verbonden met de angstcultuur en dus bevoogding en de …uh…mens. Evolutie leert dat risicovol gedrag leerprocessen versterkt. Dan hebben we het nog niet over initiatie riten (helaas bijna verdwenen in de gezonde zin van het woord) die meestal in de belangrijke hormoonwisselfase naar de volwassenheid plaats vinden. Snelheid , vaart , de enorme hoogtewisseling in de hormoonspiegels bij deze zaken , het gevoel te triomferen verslaan met gemak de muur van regels en de moraliserende rompslomp . Eerder al medegedeeld: verandering vindt plaats als de pijnplekken in getal toenemen.

  8. Marc Ogiers Maho

    Dat schrijft hij WEL. Hij eist een vrijheid op en dat vanuit een Nietzschiaans vitalisme en dat natuurlijk in de veronderstelling dat HIJ de Overmens is die weet wanneer hij snel kan rijden. ANGSTCULTUUR? Luister eens wat spoedartsen te vertellen hebben over de realiteit (!) van de weekendongevallen.

  9. Bluesfesser Fred

    Gemma ik he het ganse stuk gelezen en ben zelf in staat om te begrijpen wat er gezegd wordt.Het gewone alledaagse feit,niet Wagner of Walkure gebonden,is dat het aantal slachtoffers drastisch minder wordt bij lagere snelheid.De regelgeving heeft niets met angst te maken maar met respect voor het leven van andere weggebruikers,die niet in een filosofisch zwaarmoedige bui zichzelf te pletter wil rijden maar gewoon onderweg is naar zijn gezin dat thuis op hem of haar zit te wachten;Evolutie leert niet dat risicovol gedrag leerprocessen versterkt,bij vroegtijdig overlijden komt er gewoon geen evolutie van die tak.

  10. Christa Van Acker

    Vroeger mocht je zestig rijden in de bebouwde kom, er buiten negentig. Maar het verschil met nu zit in het aantal auto’s die in ’t verkeer zijn (van 2 auto’s in een straat tot minstens 2 auto’s per gezin). En ook was er vroeger meer discipline. Vroeger werd je het van jongs af aan duidelijk gemaakt dat het niet kon en gevaarlijk was, en ’t werd gevoeld ook. Tegen de volwassenheid was men behoorlijk gedresseerd in het zich houden aan regels. Nu hoeft die discipline van jongs af aan niet meer. Kijk maar als de school uitgaat. Ze fietsen zonder te kijken de weg op, rijden met drie of vier naast elkaar en steken dan nog een middelvinger op tegen de automobilisten die noodgedwongen achter hen blijven rijden aan slakkentempo. Jong geleerd is oud gedaan. Zich niet houden aan regels (die vaak een beschermend doel hebben) hebben ze steeds aan hun laars gelapt en uitdagen en risicovolle dingen doen is oogluikend toegestaan. Wee de volwassenen die de uitdagende risico nemende jeugd durft op gevaar en het rekening met ander houden durft te wijzen. Resultaat, benji rijden op straat, zonder koord en vangnet, met fatale gevolgen voor henzelf of voor anderen. Als men risico’s wil nemen en het lot tarten dan zou men ook zo fair moeten zijn van het alleen op eigen risico te nemen en dan nog, dan heb je nog familie die ook met de gebroken potten zit en met immens verdriet. Langs de andere kant heb je een wat infantiele strekking die iedere kuch als risico wil nemen. Daartussen zitten wij, met ons balancerende en reële risico’s inschattend verstand. Gevangen tussen de twee uitingen van onverstand. Alleen zijn die lot tartenden dan wel iets dat wij als risico moeten kunnen voorzien en inschatten om ons eigen hachje en dat van wie ons dierbaar is te redden.

  11. Eddy Michiels

    Wat mij in dit soort discussies steeds weer opvalt is het volslagen onbegrip van – laat ons er een naam opplakken – de linkse gelovigen. Lees of herlees toch eens “1984” van George Orwell, en hoe dicht we nu al zijn genaderd tot de compleet door de overheid geleide mens. Lieve mensen, het is niet de chauffeur die zich ongewild laat flitsen in een normale verkeerssituatie die dodelijke ongevallen veroorzaakt, het gaat wel degelijk om iets totaal van een andere orde, waar Johan het over heeft. Het is het zoeken naar de ultieme kick, gepaard aan een zekere onkunde, die meestal aan de basis ligt van dodelijke aflopen. Nog even een doordenkertje : hoe dodelijke ongevallen in de werkelijkheid worden teruggedrongen : http://www.standaard.be/cnt/dmf20140407_01058329

  12. Johan Bruyninckx

    De semiotiek van de reality show is doorgedrongen tot op het vlak van de staatsvoorlichting.

  13. Pingback: Johan Sanctorum: via secura | Golfbrekers

  14. Pingback: De weerman waarschuwt | Visionair België