De weerman waarschuwt

Waarom intelligentie en kwaadaardigheid zo goed samengaan

Deboosere  Zopas vergastte Tv-weerman Frank Deboosere ons op een reeks tips waarmee de modale man/vrouw de klimaatopwarming kon te lijf gaan. Daaronder het devies: vleesconsumptie drastisch matigen! Dat wil ik zeer zeker, het is gewoon veel gezonder. Maar of die onthouding de wereld zal redden, is een andere vraag. Het gaat namelijk niet om de vleeseterij, maar om de slimme én gewelddadige manier hoe de prehistorische mens zich dat vlees toeëigende: via de jacht. Die lijkt definitief ten einde, want onze biefstuk komt uit de Colruyt en kost twee keer niks, dankzij de wereldwijde sojaproductie die alle landbouwgrond in beslag neemt, dit ten koste uiteraard van de kreperende keuterboer in de derde wereld, maar dat is weer een ander verhaal. Of toch niet.

Een zoektocht naar surrogaten en transformaties. En naar een antwoord op de vraag hoe geweld en intelligentie met elkaar vervlochten zijn.

 

Agri-cultura: het einde van de jacht

LascauxVergeet de Grieks-Romeinse oudheid, de renaissance en de industriële revolutie: het grote knikpunt in de menselijke geschiedenis situeert zich aan het einde van de ijstijd, tussen 10000 en 6000 voor Christus, wanneer de overgang van het nomadische bestaan van de jager/verzamelaar naar het sedentaire boerenleven zich voltrekt. Die overgang hebben we nooit verteerd. Alle beschavingsziekten komen daaruit voort, inclusief de politieke beheersingslogica, het machtsdenken en het economische uitbuitingsgedrag.

Inderdaad, het Latijnse woord “cultura” betekent letterlijk “verbouwing” (van gewassen), en slaat dus op de post-nomadische samenleving. Daarin veranderen de sociale verbanden én het menselijk organisme ingrijpend. Het slachten van dieren en het kweken van gewassen vereiste niet langer de behendigheid en het tactisch inzicht van de jacht. Een gevangen en halftam dier doodslaan kan iedereen.

In de plaats daarvan kwam een min of meer centralistisch beheer, een maatschappij met rechten en vooral plichten, en leerde de mens, als ontwapend individu, belastingen betalen. Vanuit die verknechting ontstond de oerstad en uiteindelijk de staat die het geweld monopoliseerde. Nieuwe klassen ontwikkelden zich, van meesters, knechten, ambachten, maar ook kunstenaars en intellectuelen, priesters, die allen in dienst stonden van het machtsstatus-quo. Zeer herkenbaar. Niet toevallig loopt het ontstaan van het monotheïsme min of meer gelijk met het ontstaan van de eerste stadstaten: de wereldlijke heerser was de rechtstreekse plaatsvervanger van de enige en absolute God.

Niet toevallig subsidieert de overheid tegenwoordig barbecues: zij symboliseren de totale onderhorigheid van het gecastreerde roofdier.

Onlangs werd een onderzoek gepubliceerd van Alison Macintosh (Universiteit Cambridge), die restanten van botten analyseerde uit de vruchtbare vallei van de Donauvallei, voor en na 5300 v.C., het ogenblik dat de eerste landbouwers zich er installeerden. Hij constateert een duidelijke fysische degradatie, een toenemende achteruitgang in de stevigheid van het skelet. De oorzaak is evident: als een lichaam, voor de jacht gemaakt, achter een ploeg gaat lopen of gewoon op een stoel gaat zitten, verkommert het. Zo verliep de bevolkingsaangroei, eigen aan het proto-stedelijk bestaan, parallel met een implosie van het menselijk organisme tot “zittend” lichaam. In evolutionair opzicht een fatale combinatie.

 

De metafoor van de barbecue

Waar Alison Macintosh het echter niet over heeft, is de nog veel zwaardere psychische aftakeling, zeg maar: de zwakzinnigheid die in de sedentaire gemeenschap ontstond.

Immers, het was de jacht die ons slim en alert had gemaakt, en dat vernunft vroeg om bestendig onderhoud en perfectionering. Daarom jagen katten en vossen op prooi, ook als ze geen honger hebben: om hun conditie en intelligentie op peil te houden.

Niet het vlees was dus de echte finaliteit van de jacht, wel de toenemende intelligentie, nodig om eraan te geraken: dagenlang rondzwerven, sporen zoeken, wapens maken, plannen beramen, verhalen vertellen. Hongerig, op scherp. De grotschilderingen van Altamira en Lascaux zijn er de neerslag van.

?????????????????????De sedentaire (“zittende”) mens echter, slaat het gevecht met de mammoet, als kunstbarende oefening, over en begeeft zich naar de Colruyt. De karikatuur van de jager-verzamelaar is de consument, graaiend tussen de supermarktrekken, of aanschuivend bij McDonalds. Hopen vlees worden binnengezwolgen, goedkoop vlees waar men zelfs geen dood dier meer in herkent. De metafoor van de barbecue toont het helemaal: een jager met een schortje, prikkend in een sissende worst. Dom en volgzaam bakt hij de geprepareerde satés gaar op een moment dat iedereen het doet. Niet toevallig subsidieert de overheid tegenwoordig barbecues: zij symboliseren de totale onderhorigheid van het gecastreerde roofdier.

Cultuur dus, als een symptoom van aftakeling en regressie, hoewel ze zichzelf als vooruitgang propageert. Een drievoudige degeneratie nog wel: fysiek, mentaal en sociaal.

We hebben onze gezondheid opgegeven, samen met het jagersbestaan. Vandaag zien we het resultaat: obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten, naast een algemene malaise, eigen aan het dier in gevangenschap dat we allemaal zijn. We zijn bang of euforisch, lui of hectisch, kunnen geen gevaar meer inschatten, hebben bescherming nodig, kunnen niets nog zelf. Stress, de grote boosdoener, is de onvermijdelijke neerslag: rien ne va plus, we produceren testosteron voor niets en worden slijkevet. Neemt u nog een worstje.

 

Het systeem als nieuwe mammoet

verbodZo komen we naadloos terug bij de klimaatopwarming uit en de afkoeltips van de Weerman: de fundamenten van de global warming zijn daar, aan het einde van de laatste ijstijd, al gelegd, met het oprichten van de eerste mesthoop en het organiseren van de eerste barbecue. Tot op vandaag zou men het vleeseten kunnen zien als een decadent, zinledig ritueel, eigen aan de jager-zonder-prooi, helemaal ingebed in de sociale complexiteit van de grote nederzetting. De armoede in de derde wereld en het globale voedseltekort waren geen redenen om onze voedingsgewoonten te veranderen, integendeel, de overvoeding in de VS en Europa en het daarmee verbonden overgewicht neemt nog toe. Barsten zullen we van het vet. Dom zijn we geworden door de gebraden kippen die ons in de mond vliegen.

Allerlei pogingen zijn in het industriële tijdperk ondernomen om het jachtritueel te herstellen. Hoe lichaam én geest terug fit en alert maken? Eerst en vooral door te werken natuurlijk. Daarin verbruiken we wel calorieën (tenminste als het lichamelijke arbeid betreft), maar qua vernunft levert ze ons nauwelijks wat op, verzonken als de arbeid is in routine en planmatigheidd. In het post-industriële dienstentijdperk neemt de zittende arbeid overigens gestaag toe, met als gevolg nog meer overgewicht en bijbehorende ziektes.

Vervolgens ontwikkelden zich sport en fitness als restauratieve bezigheden: wel goed voor het lichaam, maar ook hier is de psychologie van de jacht en het daarmee verbonden tactisch denken van de doder afwezig. Want zeg nu zelf, wat voor een tactisch vernunft heeft iemand nodig die op een hometrainer rondjes draait? Nul.

Ten langen laatste rest ons nog één spoor om het jagersvernunft in ons brein te heractiveren en tenminste de hersendood proberen te vertragen: het sociale leven zelf als een jungle zien. Daarom hebben de slimsten en stoutsten onder ons het plan opgevat om dé mammoet uit te dagen die ons allen beschermt én kwelt: de macht zelf, het systeemgeweld dat zich met de eerste landbouwnederzettingen installeerde. In het laatste stadium van de sedentaire controlestaat verrijst een nieuwe nomade in spookvorm, wiens jachtterrein zo groot is als de samenleving zelf. Hij zwerft, jaagt, wordt opgejaagd, doodt, kan gedood worden. Hij is de verbreker, de overtreder, altijd op zijn hoede, steeds in een kat-en-muis-spel verwikkeld met de Grote Hereboer van weleer.

 

Eindspel

drivefastZo ontstaat een nieuwe en ultieme jachtruimte binnen de megapolis. Was het niet dé spelfilosoof Johan Huizinga, die in zijn “Homo ludens. Proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur” wijst op de ernst van het spel? Welnu, hij krijgt zijn zin. Gedaan met rondjeslopen en allerlei sportieve flauwekul: het echte, serieuze spel, het eindspel, is dissident en crimineel van aard.

Wat door moraalpessimisten wordt beschouwd als de “intrinsieke slechtheid van de mens” is gewoon een restant van zijn jachtinstinct, klaar om terug uit te breken. In talloze vormen verschijnt nu die jager en uitdager als de roekeloze automobilist, de spookrijder, de pedofiel, de sluikstorter, de straatcrimineel, de belastingontduiker,… : allen zijn het min of meer als immoreel beschouwde naverschijningen van het menselijk roofdier, op zoek naar een nieuw jachtterrein en naar confrontaties met een monsterlijke vijand, in dit geval het systeem zelf.

Ondanks alle veiligheidsvoorschriften en de roep naar méér veiligheid wordt het gevaar gezocht en gekoesterd, en wel als illegale sensatie, lichaamstraining én hersengymnastiek. Inderdaad, welke wekenlange voorbereidingen en beraadslagingen vergt een bankoverval niet? Een kidnapping? Of zelfs een banale winkeldiefstal?

Wat door moraalpessimisten wordt beschouwd als de “intrinsieke slechtheid van de mens” is gewoon een restant van zijn jachtinstinct, klaar om terug uit te breken.

De overtreding vereist intelligentie en creëert er nieuwe. De regels volgen daarentegen, houdt ons dom. Er speelt daarbij altijd een evolutionair voordeel voor de dief ten opzichte van het systeem en de rechtsorde: domme dieven worden geklist, dus blijven alleen de slimme over, die hun kennis en genen doorgeven. Idem voor belasting ontduiken: de slimme fraudeurs glijden door de mazen van het net, nemen de meest vruchtbare vrouwtjes en kweken verder. De criminaliteit is de triomf van de menselijke intelligentie, ons vernunft is kwaadaardig, althans gezien door een moraalfilosofische bril. Wordt iemand zo slim dat hij de wereld kan vernietigen, dan zal hij dat in alle waarschijnlijkheid ook doen. De apocalyps is als het ware ingeschreven en geprogrammeerd in de menselijke evolutie zelf.

Ja dus, we gaan eraan, omdat een roofdier met een superbrein niet braver, vredelievender, altruïstischer, meer “ecologisch-bewust” wordt. Net integendeel.

Het is en blijft de onherleidbare antropologische essentie: weldenkendheid en pacifisme zijn symptomen van een traag, defect brein, en ze veroorzaken ook nieuwe domheid. Vandaar de lulligheid van het rood- en groen-links castratenkoor. Vandaar ook de onvoorstelbare klunzigheid van de VN-vredesmissies (die, ironisch genoeg, minstens twee keer, in ex-Joegoslavië en daarna in Ruanda, tot een genocide hebben geleid). Het is ook de reden waarom Europa en de VS vanuit hun morele superioriteitswaan geen antwoord hebben op het boosaardig vernunft van wolfmens Vladimir Poetin.

Tenslotte denk ik ook aan mezelf, als crimosoof: de dag dat ik met iedereen vrede sluit, mogen ze me hersendood verklaren. Alleen in het conflict, de provocatie en de vlucht blijft het brein scherp. Vandaar ook dit aanstootgevend stukje, weerom. Vooralsnog.

Advertenties

23 Reacties op “De weerman waarschuwt

  1. Stefaan E.R. Oplinus

    Ik deel deze analyse ergens wel. Maar ik zou toch niet overdrijven. Ik denk dat aan criminaliteit ook nog andere drijfveren ten grondslag liggen: hebzucht, macht, drang naar rijkdom. Kijk maar hoe stuitend luxueus sommige maffiosi en fraudeurs leven. De crimineel als maatschappijkritiek: klinkt goed, is het misschien ten dele ook, maar is naar mijn bescheiden mening geen absoluut gegeven.

  2. Als je niet uitgenodigd wordt op de buurtbarbecue, kan je als cultuur filosoof niet anders dan je frustratie wegschrijven in een spitant stuk…
    Dit terzijde, het moet gezegd dat de mens volledig gedomesticeerd is als een Siamese kat, die het vangen van muizen enkel kan ervaren als een diep geworteld instinkt.
    De huidige oer-mensen zijn opgesloten in de gevangenis, wegens een gevaar voor onze ‘beschaving’.

  3. Eric Janssens

    Ach, ja, je hoeft niet in de criminaliteit te belanden om je jachtinstinct up to date te houden: nogal wat mannen houden dat instinct scherp terwijl ze achter de vrouwtjes aanzitten in de hoop er één of enkele te vangen. Bovendien was er ook reeds bij de prehistorische mens de visvangst, dit voor rustiger naturen. En ook bij onze oudste voorvaderen zullen er wel kreupelen geweest zijn die wat passiever dan de jagende mannetjesputters uit hun groep hun dagen met allerlei nuttige bezigheden mochten doorbrengen. Vanwaar zouden anders die beesten op de grotwanden van Lascaux en Altamira komen? De jager jaagt, de schilder schildert, de zanger zingt en de vrouw wiedt en zoekt haar kruiden. Elk heeft zijn eigen constitutie, zijn eigen talenten, en dus zijn eigen functie binnen de gemeeschap.
    De link die Sanctorum legt tussen een gefrustreerd jachtinstinct dat niet meer op een natuurlijke wijze aan zijn trekken komt en het hedendaagse kwaad in de maatschappij is misschien terecht. Er kan gewezen worden op het feit dat de meest criminele bevolkingsgroep die van de jonge mannen is, vaak nog niet zolang geleden overgekomen uit de bergen van Kabylië en wiens jachtinstinct nog vrij intact is. Hun intelligentie werd niet vergeestelijkt door het lezen van boeken, maar ze bleef instinctief. Doordat er in moderne steden geen wilde dieren rondlopen dienen ze dat instinct te richten tegen andere slachtoffers, die meestal wel makkelijker te verschalken zijn dan beren of mammoeten (bijvoorbeeld oude vrouwtjes met handtas, ongesluierde dames, ambulanciers etc.) en waarbij vooral het kat-en-muisspel met de politie voor de nodige dierlijke spanning zorgt.
    Wat sport en fitness betreft, waarover S. schrijft dat ze goed zouden zijn voor het lichaam: daarover heeft Midas Dekkers een prachtig boek, ‘Lichamelijke oefening’ geschreven, waarin hij tal van spitsvondige argumenten aanhaalt om te kunnen çoncluderen dat er niks zo ongezond is voor het lichaam dan sport. Vraag het maar aan Lieten of De Wever: Dekkers heeft groot gelijk! Ga dus maar op zoek naar dat boek, dat is beter dan op wolven te jagen in de Brusselse Marollen, want die vind je daar toch niet. Zelfs de pandaberen zijn er al miljoenen jaren geleden uitgestorven…

  4. Zoals zo vaak een goed stuk over een essentieel onderwerp, met een paar opmerkelijke blinde vlekken. De twee cruciale transformaties die de overgang van een jager-verzamelaar naar een landbouwmaatschappij kenmerken worden niet of slechts zijdelings behandeld. Economisch betekent deze overgang niet enkel de invoering van arbeidsdeling (en dus van hiërarchie, in de stricte zin van dat woord), maar vooral ook de transitie van een overvloeds- naar een schaarstemaatschappij, in tegenstelling tot de mythe van de “arme, hongerende wilde”, het beeld dat wij ingestampt krijgen om toch maar doordrongen te geraken van de noodzaak en de superioriteit van onze cultuur (http://artsci.wustl.edu/~anthro/courses/361/Sahlins%20on%20Foragers.pdf). Nodeloze slachtingen en gruwelijke wreedheid (ten opzichte van van dieren, of van mensen onder elkaar) kwamen niet voor: de jacht/krijg was een extase en een (gevaarlijk) avontuur, maar geen eindeloze zoektocht naar het vervullen van gefrustreerde begeerten. Men wist zich met elkaar verbonden, ook al stond men elkaar naar het leven. Ten tweede religieus: het is niet het monotheïsme maar het patriarchaat dat met de landbouw ingang vindt: het polytheïstische pantheon blijft nog lang bestaan, maar de leidende rol gaat over van de Moedergodin, de Aarde, vaak geassocieerd met een slang, naar een hemelse Alvader (Odin, Zeus,…), die zelf weliswaar nog steeds aan de Aarde gebonden is (hij woont op een berg). De rol van de godin blijft, ook in serk hiërarchische sedentaire culturen (Rome, Indië), nog lang gehandhaafd. In deze context moeten we het onstaatn van de Paradijsmythe situeren. Een held gaat op queeste om de twee uitersten (aarde en hemel) te verbinden, de Levensboom (Axis Mundi) te beklimmen, en zo tot vol-ledig inzicht te komen, en wordt daarbij bijgestaan door een gids, vaak een slang. De verregaande mate van degradatie die het culturele stadium van het monotheïsme vertegenwoordigt blijkt hieruit dat deze zoektocht zelf als iets kwaads wordt afgeschilderd en de Slang als slecht. In hrt oorspronkelijke Paradisj stond er natuurlijk ook maar één Boom! Kennis van de waarheid/deelhebben aan de werkelijkheid is godslasterlijk in de ogen van de oppermachtige goddelijke Tiran (valse God: Demiurg), en sterfelijkheid/schaarste/lijden is uw straf. Maar zoals gezegd, de neergang begint al eerder. Apollo, het toonbeeld van cultuur, de uitvinder van de muziek en de beeldende kunsten, de belichaming van “hamonie”, vermoordt de Python, de goddelijke slang aan wie het Orakel van Delphi toebehoort. Hij pikt haar priesteressen en haar bron van kennis in, maar, om genoegdoening te geven voor zijn misdaad, organiseert hij om de vier jaar Pythische Spelen als zoenoffer… De “vader van de cultuur” is gewoon eern ordinaire moordenaar. Dyonysus en zijn menaeden worden verdreven naar de bomen, naar het woud, waar ze eens per jaar uit tevoorschijn moegen komen om de zaak in evenwicht te houden (Saturnaliën, carnaval). Ook dat evenwochtsmechanisme verdwijnt langzaam maar zeker bij de machtsgreep van het monotheïsme — een letterlijk uit balans zijnde, psychopathische vorm van godsdienst en van geestestoestand. Ook onze seculiere maatschappij is volledig op die intrinsiek ongezonde leest geschoeid: vandaar de hysterische pogingen om bewustzijnsstaten volledig aan de conttrole van de overhied te onderwerpen, het uitbannen van elke vorm van roes, van vervoering (zelfs kermissen mogen niet meer… ). Het hoeft tenslotte wel niet meer gezegd dat deze overgnag ook de scheiding der seksen en de ermee samenhangende onderdrukking van de vrouw inluidt. In nomadische en semi-nomadische samenlevingen waren vrouwen evengoed als mannen zowel jagers als verzamelaars. Ze namen op alle niveaus deel aan het religieuse en sociale leven van de stam, dikwijls als leidersfiguren. Niet zo verwonderlijk als men bedenkt dat dit ook in de dierenwereld frequent voorkomt (leeuwinnen, wolvinnen,…). Het is in dat verband opmerkelijk dat in alle polytheïstische systemen krijgsgodinnen voorkomen die meestal geassocieerd worden met wijsheid (Antena, Victoria, Freya, Maa Durga, de Morrigan,…). Ook in (semi-)sedentaire volkeren waar de jacht en de krijg een belangrijke plaats blijven innemen, bekleed de vrouw een wezenlijk betere positie van in veel “hogere” culturen (cfr. Kelten, Germanen, Vikings,…, om het bij onze eigen geschiedenis en geographische regio te houden). Er is hier met andere woorden nog veel meer aan de hand dan uit Johan’s artikeltje blijkt. Het is ook helemaal niet zo — hoewel dit, door de compleet foute opvattingen die daarover in onze cultuur heersen, door veel lezers waarschijnlijk wordt gedacht — dat het hier om een intrinsiek “mannelijke” visie op de werkelijkheid gaat. Ik zou bijna durven zeggen: integendeel.

  5. Het wezen van ‘de mens’ proberen te definiëren, door met historische en culturele elementen te schermen, is een zinloze oefening.
    Cultuur is per definitie aangeleerd gedrag.
    Wat opgaat in de ene cultuur, is dikwijls niet geldig in een andere cultuur.

    Een van de enige fysieke eigenschappen die de mens verraad -voor wat hij echt is- zijn de snijtanden en die zijn bij de ene mens al wat groter dan bij de andere…
    Het romantiseren van het menselijke dier is een protserige manier van zelfverheerlijking, ter meerder glorie van zichzelf en het mensdom.

  6. Kristine Verelst

    Interessante invalshoek. Ik ga al lang niet meer naar barbecues. Je krijgt kanker van dat halfgebakken of zwartgeblakerd vlees. De moderne mens, als niet-jagende, vleeseter verdient niet beter dan te stikken in zijn eigen cholesterol.
    De idee dat de crimineel of outlaw een soort terugkeer (of overleving) van de jager betekent, zou ik nog breder zien, namelijk in de zin van de stedelijke nomade, op zoek naar voedsel, snuffelend in containers, enzoverder. Er is wel degelijk armoede, ook bij ons, en het is daar dat eventuele oerinstincten zich terug kunnen manifesteren. Uiteraard dan tegen het systeem en de geldende wetten (zoeken naar voedsel in afvalcontainers van warenhuizen wordt nog altijd als diefstal aanzien!).
    Wel vind ik dat Johan het weer wat teveel van de mannelijke kant bekijkt. Het begin van de sedentaire samenleving betekent volgens bepaalde antropologen namelijk ook het begin van de patriarchale samenleving. Dus zou de prehistorische nomade in een matriarchaal stelsel geleefd hebben. Dat levert toch een ander gezichtspunt op dan de lichtjes fallokratische pijl-penis-associatie die over de tekst hangt.
    Maar al bij al toch weer een essaytje om van te smullen. Echt iets voor Pasen, zeker dan het heidense dansritme waarmee Sanctorum hier staat te trappelen.

  7. wim van rooy

    Een mooi verhaal dat klopt als een bus wanneer het over de biologische conditie gaat, maar erg romantisch wanneer het de antropologie betreft (het bijna koketteren met de misdaad). Is deze zeer rationele analyse ook niet het toppunt van het trage denken?
    Wanneer Johan op een gezegende dag eens mee zou sjezen met mij en de coureurs met wie ik haast elke dag hard kar en raus, dan zou hij alles meemaken tegelijk: de jacht, het instinct, de sluwheid, het volle lichaam. Het zou zijn lijf en geest ten volle bevredigen! Kom daar eens om bij de intellectueeltjes!

  8. Johan Sanctorum

    Even ter attentie van de dames, geliefde lezeressen K. Verelst en Karin.
    Het klopt dat ik hier niet ben ingegaan op het oermatriarchaat. Dat doe ik wel in een andere tekst, inhoudelijk met deze verbonden, en waarnaar ik ook expliciet verwijs:
    https://visionairbelgie.wordpress.com/2012/04/26/over-instincten-losse-handjes-slechte-smaak-en-het-einde-van-de-wereld/
    Hier ga ik in op de seksuele problematiek en het verschijnsel van de oude wolven die het voor het zeggen krijgen in de Animal Farm. De gerontocratie dus, en het daarmee verbonden seksuele beslag.
    Er zijn dus in mijn teksten altijd “blinde vlekken”: daarin passen dan andere, verwante teksten, ook over die fameuze oersamenleving en wat er is misgelopen. In totaal zo’n dozijn, denk ik. Het is wat puzzelwerk voor de lezer, maar ik ben nu eenmaal niet het soort filosoof dat boeken schrijft, met een begin, een midden en een einde. Alles draait en alles keert terug.
    Over een eventuele vrouwelijke machtsgreep en de totale overbodigheid van de man die in het vooruitzicht wordt gesteld, gaat het dan weer in:
    https://visionairbelgie.wordpress.com/2013/06/20/femen/
    Het is zo’n boeiend verhaal, met zoveel facetten, dat het beter is om telkens een paar facetten uit te lichten. Maakt het ook verteerbaarder…

  9. Martinus Benders

    Het is een beetje als schrijven dat alle problemen op aarde met de uitvinding van het wiel zijn begonnen. Het zou interessanter zijn eens een stuk te schrijven over hoe men op ingenieuze wijze het jagerschap weer zou kunnen herintroduceren. Mijn plan voor het invoeren van intercity jungles waar men zelf op gevaar voor eigen leven op vlees moet jagen is daar een voorbeeld van.

  10. Erik Tjallinks

    Prachtige analyse, sluit ook goed aan op de evolutieleer! Zij die het beste wederom jager worden, zullen overleven. Of dat een plezierige samenleving zal veroorzaken, is een andere vraag. Zodra er immers een samenleving ontstaat waarin iedereen elkaar af moet troeven in sluwheid en roverij om te overleven…. Of halen we dat niet en is dit de eindfase van de mens?

  11. Vandenberghe Pieter

    Eigenlijk gek ook dat een wezen dat helemaal niet “gemaakt” is voor geluk, en het welke paradoxaal ook niet organisch optimaal functioneert in door en voor hemzelf geoptimaliseerde condities, er in nagenoeg eender welke religie of filosofie of ideologie of economie toch een geluksstreven op na houdt. Geheel tegen zijn wezenlijke biologische en evolutionaire eigenbelang in als het ware.

  12. Jan De Wilde

    Over de evolutie van moraal vind ik het werk ‘Gypsy law’ van Walter O Weyrauch zeer onthullend.Daarin verzamelde hij een aantal essays rond de verschillen en zeker ook de gelijkenissen tussen het Amerikaans (westers) geschreven recht en het (nog steeds) toegepaste orale rechtssysteem van de zigeunergemeenschap.Dat ongeschreven rechtssysteem biedt ons een inkijk in onze oorspronkelijke kleine nomadische samenlevingsvorm.

  13. Flore Chedmail

    Goed gezegd…..wanneer neem je me eens mee op mammoetjacht?????

  14. Eddy Michiels

    Ik erger me aan de manier waarop de wetenschap op de tippen loopt als het gaat om de wezenlijke aard van de mens in zijn ontstaansgeschiedenis. Het is niet omdat bepaalde stadia in onze evolutie essentieeel waren, dat die een richtlijn voor de toekomst inhouden. Eén ervan is dat de mens de enige diersoort was die haar Darwiniaanse ontwikkeling in sneltreinvaart doorliep door het doden van de eigen soort, en dat succes daarbij afhing van intelligentie en de kunst om zich te organiseren. Ook een Vrolijk Pasen, ook aan alle deelnemers!

  15. Bluesfesser Fred

    De leeuw is nog altijd een groot jager en doder,in intelligentie is hij niet te vergelijken met de mens,bovendien slaapt hij 20 uur per dag wat ik luiheid zou noemen.We hebben onze intelligentie gebruikt om ons leven te vergemakkelijken wat ons tijd geeft om de wereld diepgaand te onderzoeken.De ware helden voor mij zijn niet de pseudo-jagers ,doders of zwetsers,maar wel de onverdroten onderzoekers die 20 uur per dag zwoegen op hun werk waaruit soms wonderbaarlijke ontdekkingen voortkomen meestal ongemerkt voor de massa,maar die de ware vooruitgang bewerkstelligen.

  16. Alexander Stapert

    Ik zou toch een nuance willen leggen bij de opmerking dat de mens de enige diersoort is die z’n eigen soort vermoordt. Ik ga dit niet tegenspreken, maar de nadruk mag er wel op gelegd worden dat vooral overheden, koningen, enz. de grootste moordenaars waren van de menselijke soort. Het aantal moorden door individuen gepleegd vervallen daarbij in het niets.

  17. Ivan Van Lint

    De jacht op de crimineel kan maar hoeft zeker niet banaal en/of moraliserend te zijn, ze is wat je ervan maakt. de flik en niet de crimineel is trouwens een erfgenaam van de mammoet-jager, die binnen een gemeenschap, binnen een strikt geheel van regels en in samenwerking met anderen (al eens alleen met een primitieve speer een mammoet gejaagd, of zelfs een minder groot dier ?), tegen een vergoeding deelneemt aan een opzet dat de gemeenschap ten goede komt.

  18. Jakobien Huisman

    Ik vind je beeld van de domme, gecastreerde barbecuer, ‘de jager met een schortje aan, prikkend in een sissende worst’ wel treffend 😉 Groetjes van een vegetariër

  19. Sterk stuk van Sanctorum.
    Ik geloof ook niet dat romantiseren ons veel vooruit helpt. Ik geloof bijv., i.t.t. mevr. Karin en mét de feministe Evelyn Reed, dat het patriarchaat langzaam ontstond bij de overgang van de verzamel- naar de jachtcultuur. (Deze kritiek impliceert een verfijning van Sanctorums analyse en die van mevr. Verelst.) Zoals het patriarchaat de vrouw onderwerpt, sloot het vruchtenverzamelende matriarchaat de man uit. Niks harmonie. De man mocht hooguit eens binnen-WIPPEN en vloog onmiddellijk weer buiten de clancirkel (waarbij hij en passant wel eens een van zijn nakomelingen meegriste en opat), waar hij dan noodgedwongen rauw vlees moest jagen. Gelukkig was hij even slim als de vrouw en vond hij toevallig het vuur uit… en keerde de rollen om!
    Dhr. Van Rooy heeft gelijk dat Sanctorum zelf een (zwart) romanticus is en het is wellicht niet toevallig dat een filosoof van de maakbaarheid, nml. Sloterdijk, toch ook serieus sport aanprijst in zijn poging om ons ons leven te doen veranderen.

  20. Een “matriarchaat” — in den zin van het “patriarchaat” zoals dat archeologisch en historisch geattesteerd is — heeft nooit bestaan. Ik heb verder ook niks gezegd over de snelheid van de transformatie in questie. Een beetje zorgvuldigheid in argumentatie kan nooit kwaad…

  21. Pingback: Johan Sanctorum: de weerman waarschuwt | Golfbrekers

  22. Greta Troubleyn

    Zou de denkpiste durven openstellen om net het tegenovergestelde te beweren “het jagersinstinct” in onze moderne maatschappij net teveel geactiveerd is en dit niet dient bekeken te worden vanuit de letterlijke zin, maar in zijn ontelbare vormen, het vechten om behoud van job, het gezin enz. Hoorde of las onlangs ergens dat we als we enkel op onze overlevingskansen het nodige voedsel diende te hebben, we de rest van de tijd zouden slapen, wat je ook ziet in de dierenwereld. Het voorbeeld van Bluesfesser Fred de leeuw die grotendeels slaapt en eveneens zijn eigen soort dood. Recentelijk ook in het nieuws het meisje die dagenlang slaapt en enkel wakker wordt om te eten. Je je kan afvragen of dit het wakkerschudden is van een oeroud overlevingsinstinct, rebellie tegen de te snelle evolutie ons brein niet kan volgen?

    Los van het gegeven dat toch reeds heel wat mensen en volgende generaties hun eetpatronen gewijzigd hebben en er stelselmatig wel een evolutie op gang zal komen om insecten als maaltijd te verorberen die talrijk aanwezig zijn, PROTESTEER ik tegen het in één zin, gelijkstellen? vernoemen van
    PEDOFIEL, sluikstorter,straatcrimineel enz…

    De nieuwe heksenjacht, en verlegging van eigen schuldvragen naar… waar kindermisbruik in het Oosten een normale gang van zaken was en nog is, en hoever we in onze eigen geschiedenis moeten teruggaan weet ik niet en alhoewel homofielen steigeren er wel degelijk een genetische gemeenschappelijke component is. Je kan volgens mij dus niet enkel de pedofiel alleen vernoemen zonder de homofiel of zelfs de hetero, de rest lijkt me ook een andere oorsprong te hebben?, Fijne paasmaandag

    .

  23. Karina Uyttersprot

    ben net een tijdje met bedoeïenen op stap geweest, op enkelingen na nog nomaden, te voet door mijn geliefde Sahara, en gekeken hoe zij met hun kamelen omgaan, rituelen respecteren die het oppakken en verdergaan begeleiden, de tijd (bijv die het kost om eten klaar te maken) valueren als grote rijkdom, eerst hout sprokkelen voor vuur …. want c’est le feu qui cuisine, dus daar is geen uurwerk mee gemoeid. Er is geen ik, er is slechts de wij, en samen kunnen wij een hoop lol maken en gasten ontvangen en elk moment heeft zo zijn thee. En als de opkomende maan van achter de bergkammen haar licht over de woestijn werpt, dan zingen wij gebeden, al dan niet in koor of canon, en wij praten naast elkaar en rollen omver van het lachen. En als wij kijken, dan kijken wij niet getroubleerd noch gepreoccupeerd noch berekend uit onze ogen, maar gewoon verwonderd of vol pretlichtjes of rustig in harmonie met de omgeving. Sporen van springmuizen of slangen, van kevers of konijnen, van woestijnvosjes, in die mooie golvende zandheuvels, waar her en der tamarisken of acacia’s staan die op hun beurt insecten bergen, dus bonte vogels lokken. In dit paradijs is er grote droogte en stof en honger en dorst, maar de vrouwen borduren hun sjaals kleurig en kleine meisjes pletten argannoten tot olie, geurig als de kruiden waarmee zij het voedsel bereiden en kleine jongens hoeden er schamele kuddes geiten. Soms is er wat werk, soms is er wat geld, maar meestal is er enkel de tijd in al haar variaties. Kinderen die de ernst van het leven beleven, maar altijd lachen. Raar maar waar, nooit ofte nooit zou daar een welles nietes uit voortkomen, een betoog voor of tegen. Daar bestaat alles naast elkaar in dat grote wij waar elke handeling gevolgen heeft voor de andere, dus nauwgezet wordt afgewogen. Ik zag er sporen van de beschaafde mens, lege flessen, achtergelaten blik van sardines of andere snel klaar voeding, overal naartoe waaiend wc papier, plastieken zakken bij de vleet, scherven van bierflessen. Daar moet je noch ouderen noch jongeren tot beweging motiveren, daar hou je geen dieren in een zoo, daar bestaan geen statistieken om iets kracht bij te zetten, daar is geen weerman nodig, het is er een verademing voor wie eens out of onze box wil ademen, en daardoor weer in eigen ‘hert’ te kijken ….