Het racisme is een humanisme

sartre_kopMet deze schandalig ogende titel parafraseer ik, zoals de lettervreters onder u al begrepen hebben, het essay van Jean-Paul Sartre uit 1946   “L’existentialisme est un humanisme”. Het is deze tekst van een lezing, gegeven op 29 oktober 1945 in de Club Maintenant te Parijs, die Sartre tot numero uno in het pantheon van de moderne Franse intellectuelen heeft gehesen. Een opgang die in dat land in die periode slechts met deze van Charles de Gaulle kan vergeleken worden.

Toch kreeg de filosoof met de kikkerogen toen al het verwijt dat hij met die lezingtitel de term “humanisme” tot een stoplap en passe-partout degradeert. Daar is iets van. Men zou dan verder kunnen gaan en boekjes publiceren onder de titel “Het vegetarisme is een humanisme” of “Petanque spelen is een humanisme”.

Iedereen en alles humanist? Het lijkt me een onvermijdelijke preconclusie. Onder het motto “Niets menselijks is me vreemd” van de Latijnse komedieschrijver Terentius, kan het woord “humanisme” inderdaad niets anders dan een containerbegrip zijn, dat wij allemaal met veel vreugde zelf invullen. Er zijn, tot spijt van het Humanistisch Verbond, zoveel humanisten en zoveel definities ervan, als er menselijke specimen op deze aardkluit rondlopen.

Het woord dan maar schrappen? Misschien. Tenzij men het net tot grondslag maakt van een nieuwe antropologie die “de mensheid” deconstrueert tot een kluwen van existenties die hun weg zoeken in een wereld die ze niet gemaakt hebben en die hen ook nauwelijks zal missen als ze verdwijnen.

Dat brengt ons meteen tot de kern van Sartres vertoog, rondom de vraag: wie ben ik en wat doe ik hier? En vooral gij, wat doet gij hier?

Existentie en identiteit: de filosoof kleedt zich uit

Sartre_zeeHoofdmotto van het Sartriaanse existentialisme is het overbekende adagium “De existentie gaat vooraf aan de essentie” (L’existence précède l’essence). Inderdaad,  ideologie, religie, filosofie, cultuur en moraal kunnen als “zingevers” wel mooie praatjes verkondigen en de schijn ophouden, maar uiteindelijk worden we naakt geboren en zijn we op weg van nergens naar nergens.  We zijn allen vreemdelingen, aliens, geworpenen. De zoektocht van het individu naar zichzelf en zijn plaats in de wereld is geen beschouwelijke, academische bezigheid maar een permanent soort individueel activisme dat soms meer weg heeft van gespartel: in het begin is er de daad. Pas in het handelen, en de keuzes die daarmee gepaard gaan, creëren we een “aura”, een individualiteit, een tweede huid, een als zinnig herkenbare levenswandel. Het existentialisme is met andere woorden een identiteitsfilosofie avant-la-lettre.

Dat Sartre de mosterd haalde bij (de onder de nazi’s vlijtig doorwerkende) Martin Heidegger, is algemeen bekend. Deze Duitse filosoof stond aan de verkeerde kant en moest zich in barre tijden uit de slag trekken, wat een verpletterende verantwoordelijkheid oplevert: leven is kiezen, en (meestal) verliezen. Heidegger was dus goed geplaatst om een bom te leggen onder drie millenia Westers denken, door elke metafysica af te zweren en het Dasein, het hier-en-nu van de enkeling, als handelend wezen, wereldverbeteraar, schone mens, smeerlap, collaborateur, of gewoon overlever, als enig geldig uitgangspunt te nemen.

De daad dus, en het er-zijn, be-staan (dit is de filosofie van de streepjescodes). Elke vrijheid heeft haar consequenties en wordt cash betaald, geen enkele daad is vrijblijvend, zomaar. Het weze overigens gezegd dat Heidegger veel radicaler was dan Sartre, en in 1949 zelfs opperde dat diens “humanisme” toch terug het abstracte, Cartesiaanse denken invoert en zich in de aloude ideeëngeschiedenis wil inschrijven. L’ être et le néant is inderdaad voor 99,999% van de mensheid compleet onleesbaar, geschreven in een duizelingwekkend filosofisch jargon, iets wat Heidegger zelf zorgvuldig vermeed. Een filosoof moet zich echt uitkleden, en niet stoppen bij het ondergoed.

De Andere en zijn lijfgeuren

Sartre_beauvoir2De vraag is hoe-dan-ook –en daar trekt Sartre de humanistische schuif open-, wat de betekenis is van de Andere in dit traject van het enkelvoudige Ik. Wel, primair is de andere onmisbaar om het eigen Ik te definiëren. We zijn niet alleen met zes miljard existenties die allemaal willen overleven en daartoe strategieën bedenken, er is ook een spiegelspel aan de gang waarin we toenadering zoeken en afstand nemen. We komen er maar achter wie we zijn, door te vergelijken en het verschil te ontdekken.

Dit gaat dus over sympathie en antipathie. Over emoties, affiniteit, afkeer, allergie. Mensen kiezen voor of tegen mensen, op een instinctmatige basis. De rationaliteit, het alibi, komt maar achteraf.

De erotiek is hier het absolute paradigma. Een man die een vrouw kiest en erop verliefd wordt, kiest tegen alle andere vrouwen. Zij maakt op dat moment het absolute verschil. De liefde is de oervorm van discriminatie, positieve én negatieve. Kiezen is winnen en verliezen, insluiten en uitsluiten. Dat geldt voor individuen en voor groepen. Het hoort bij de menselijke existentie,- naar het schijnt heeft het met feromonen, geurstoffen te maken. “Ik kan hem niet ruiken”, het is in onze taal een gezegde voor iemand niet lusten. Het zit echt in de neus. Zo heb ik het enorm voor bakkersvrouwen, Aziaten en herdershonden. Ik mag homo’s en moslims niet, en dat is heel persoonlijk, en het is ook wederzijds. Ik zou hen nooit als poetshulp aannemen. Met negerinnen zou ik dan weer nooit het bed delen. Soms gaat het helemaal niet om categorieën maar om personen die ik niet kan luchten. Of net wel. Moet ik me daarvoor schamen? Of zijn het facetten van mijn eigen geaardheid? Mijn allerindividueelste perversiteit?

Een man die een vrouw kiest en erop verliefd wordt, kiest tegen alle andere vrouwen. Zij maakt op dat moment het absolute verschil. De liefde is de oervorm van discriminatie.

Liefde en haat houden elkaar in evenwicht, en bepalen de menselijke uitwisselingsprocessen. Deze chemie is het onderwerp van Goethe’s roman Die Wahlverwandtschaften (1809), waarin ratio en instinct tot in het uiterste tegenover elkaar komen te staan. Humanisme dus, maar altijd gespleten, gericht, gepolariseerd. Het criterium is volkomen individueel en willekeurig. De liefde en de seksualiteit zijn proto-vormen van racisme. Misschien heeft het existentialisme wel meer te maken met een Filosofie van de Eros, zoals de Vlaamse Sartriaan (en ooit mijn filosofische mentor) Leopold Flam (1912-1995) ze probeerde te formuleren, dan met algemene mensenrechtenkwesties.

“Anti-racisme”: de (niet meer zo) nieuwe pensée unique

meld We zijn goed een halve eeuw verder. Waar Heidegger voor waarschuwde, is uitgekomen: het humanisme is, alleszins in West-Europa, ontaard tot een ideologie van de totale nivellering. Sartre is na 1968 door politiek-links helemaal opgesabbeld tot een brij van politiek-correcte gemeenpraat die verschillen herleidt tot “diversiteit” en heel de maatschappij ziet als een gedepolariseerde smeltkroes van meningen, ideologieën, culturen, religiën.

“Discriminatie” is het woord waarmee elk gevoel van fundamenteel onderscheid wordt ontzenuwd, “racisme” wordt het nieuwe vloekwoord. In België is het “Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding” als overheidsinstantie permanent in de weer om burgers erop te betrappen die andere burgers, nu ja, als “anders” beschouwen. Inclusief meldpunten en kliklijnen. Inclusief afgewezen sollicitanten die de antiracismewet inroepen.

Het is bang afwachten tot een vrouw met een schorre viswijvenstem klacht indient bij het Centrum omdat ze de rol van Salome in de opera niet kreeg.

Uiteindelijk is zelfs zondigen-in-woorden-of-gedachten, het uiten van sympathie of antipathie, het subjectieve moment van de meningsuiting, verdacht en aan politiek-correct censuurschap onderworpen. De gesel van de tolerantie onderdrukt elk voor-oordeel over de Andere. Het existentialisme is daarmee dood, als antidoctrine van de vrije, zelfbewuste, zoekende enkeling. En het zijn vooral de zogenaamde progressieven die deze vrijheid ten grave dragen, om haar te vervangen door een anti-discriminatoire pensée unique die zowel de liefde als de haat, voor- of afkeur voor mensen, groepen, categorieën criminaliseert.

Het nieuwe, postmoderne kosmopolitisme wordt de vlag van dit ontaarde humanisme. Alle grenzen worden gesloopd, alle tegenstellingen weggevlakt. Het vreemde fenomeen doet zich dan voor dat links, in naam van de gelijkheid en de emancipatie, vrolijk meehuppelt met het neoliberale globalisme van de wereldmarkt, waarin multinationals de wet dicteren. De Europese Unie, met haar “vrij verkeer van personen, goederen en diensten”, wordt al evenzeer op handen gedragen door de linkerzijde. Terwijl het hier toch gaat om een homogenisering van de markt, in dienst van het grootkapitaal. Zo ontmoeten het wereldkapitalisme, het linkse internationalisme, en het door de overheid opgelegde gelijkheidsdenken, elkaar in een griezelig project van de ont-individualisering. Sartre, of wat er van rest, draait zich om in zijn graf.

Finkielkraut, of de banaan op het voetbalveld

banaanAls belangrijkste klokkenluider omtrent die kaalslag op identiteit geldt vandaag de Franse filosoof-columnist Alain Finkielkraut (°1949). Hij beschouwt het anti-racisme als dé ideologie van de 21ste eeuw, die de Andere en hét Andere reduceert tot een object in de veelkleurige etalage van de diversiteit. Net daardoor worden alle onverenigbaarheden bij voorbaat geannuleerd als immoreel, en krijgt “identiteit” iets satanisch. Men moet zichzelf leren haten en het eigene ontwaarderen als iets onrechtmatig toegeëigend, gestolen (“oikofobie”). Vanaf dan is de vervreemding totaal, het Ik een puur statistisch gegeven, en het Wij een apolair massagegeven, eventueel in nuttige doelgroepen opgesplitst.

Eigenlijk is Finkielkraut een Sartriaan van het zuiverste pompwater, en herbront hij het existentialisme vanuit de oertegenstelling tussen het Ik en de Andere. Het algehele discriminatieverbod dat de overheden vandaag in West-Europa willen opleggen, is doorgeschoten tot een verbod op antipathie, dat eigenlijk ook een verbod inhoudt op het tegengestelde, de sympathie, de liefde dus.  De overheid, de staat, het systeem, werkt vandaag als een identiteitsberovend mechanisme, hetgeen de kritische massa aanzienlijk doet zakken, wat voor een systeem altijd goed uitkomt. De macht fragmenteert én homogeniseert. De keuzevrijheid wordt daarom van dag tot dag onbenulliger: we kunnen kiezen uit 100 zenders op de kabel, die echter allemaal hetzelfde doen, uit 30 yoghourtmerken die allemaal hetzelfde smaken en overigens allemaal door één concern worden gefabriceerd, en uit een dozijn politieke partijen die allemaal ongeveer hetzelfde zeggen. Straks zult u de kleur van uw belastingsformulier kunnen kiezen, maar niet waarvoor u belastingen betaalt.

In zo’n feitelijke eenheidsmaatschappij is het benadrukken van verschillen een Satriaans gebaar, en is het zogenaamde racisme een verzetsdaad. Vandaar de titel van mijn stukje: het racisme is een humanisme. Een noodzakelijke antithese tegen een systeem dat de antithese heeft afgeschaft en dat als inhumaan moet bestempeld worden.

Het algehele discriminatieverbod is doorgeschoten tot een verbod op antipathie, dat eigenlijk ook een verbod inhoudt op het tegengestelde, de sympathie, de liefde dus.

Ik denk aan de supporter die een banaan gooit naar een gekleurde speler van de tegenpartij. Mag niet van de voetbalbond. Terwijl het niet eens om “racisme” in de letterlijke zin gaat (gebaseerd op raskenmerken dus), want hij gooit die banaan niet naar een neger van de eigen ploeg. Het gaat dus om een rudimentaire vorm van collectieve identiteitsbeleving, waar o.m. voetbal en sport vandaag hoofdzakelijk om draait.

Hier en daar wordt er dus nog gevloekt, met een banaan gegooid, en wordt de Andere nog echt benoemd, als anders, als vreemd en onbekend gekwalificeerd. De vreemdeling dus, die we sowieso voor elkaar zijn. Weinigen durven het woord nog gebruiken. Er is de “racistische” komiek Dieudonné M’bala M’bala. Er zijn Le Pen, Wilders, bij ons het Vlaams Belang,- blaffende honden die polariseren, het multiculfeestje bederven en het identitaire denken stuitend, soms ranzig, propageren. Allen zijn ze antiglobalistisch, nationalistisch dus, en tegen de EU. Allen staan ze in de marge van het politiek-maatschappelijk fatsoen en zijn ze ei-zo-na illegaal. Wat zou de politiek saai zijn zonder hen.

Web-democratie, subculturen en nieuwe identiteitsconstructies

FBToch is het twijfelachtig of die bananengooiers het nog lang zullen uitzingen. De sociale sancties zijn te sterk, de druk te groot. De angst voor de eenzaamheid en het isolement weegt. Voor een existentialistisch réveil zie ik veeleer mogelijkheden in de nieuwe “sociale” media, de mogelijkheid van autonome (zij het virtuele) gemeenschappen te creëren die zich wél afzetten tegen de Andere. Groepen die door positieve en negatieve discriminatie, insluiting en uitsluiting, op een of andere manier het verschil cultiveren en een identiteit construeren. We zijn allemaal elkaars racist, zowel in vriendschap als in vijandschap. Laat de vreemdeling vreemdeling zijn, de Andere die niét tot mijn levenssfeer behoort. En er ligt zelfs een geluk in het uitgesloten worden, omdat dit de meest extreme confrontatie is met de eigen identiteit, wat dan weer aanleiding kan geven tot nieuwe subculturen van refusés.

Zowel de Neurenberger rassenwetten onder de nazi’s als de hedendaagse anti-racismewetten zijn erop gericht om de mens zijn eigen reukorgaan te ontnemen. 

Dus ja aan de homo’s en de hetero’s, de lesbiennes en de travestieten, de SM-clubs, hun geheime protocollen, hun inwijdingsrituelen, hun exclusieven. Via het web kunnen deze verboden gemeenschappen overleven en territoria creëren. De vreemdeling als uitzondering, exoot en nomade gedijt in dezelfde cybersfeer. Een racist voor iedereen, het lid van de éénmansvereniging met onnoemelijk strenge toelatingsvoorwaarden. Zo maximaal moet democratie kunnen gaan: naar singletons en republieken die maar één of een paar bewoners tellen.

Hoe minder het politiek systeem zich met die nieuwe identiteitsconstructies bezig houdt, hoe beter. Zowel de Neurenberger rassenwetten onder de nazi’s als de hedendaagse antiracismewetten zijn erop gericht om de mens zijn eigen reukorgaan te ontnemen.  Het subjectief en pluriform “racisme”, begrepen als existentieel discriminatiedenken, het onderscheiden en durven benoemen van de Andere, is duizenden malen minder erg dan het veralgemeende en uniforme anti-racisme, begrepen als weg naar de identiteitloze massacultuur. Het is een gedachte die door filosoof-jurist Matthias Storme al in 2005 werd geopperd, en wel in zijn Molinarilezing bij de ontvangst van de “Prijs voor de vrijheid”: discrimineren is een recht, een mensenrecht dat men niet aan de overheid moet uitbesteden.

grafEn dan is er, ten laatsten male, nog weerom de liefde. Het koppel sluit de wereld uit en heeft genoeg aan zichzelf. Bekijk de humanistische tortelduiven Jean-Paul en Simone, voor eeuwig verenigd. Daar, in deze copulatie, en nergens anders is het sexistentialisme ontstaan. Alleen oog voor elkaar hebben ze, enfin, zij toch voor hem.  Niets gunnen ze de rest, geen liefkozing, geen troetelwoord, nog geen banaan. Echte racisten zijn het.

 

 

Advertenties

17 Reacties op “Het racisme is een humanisme

  1. Eric Janssens

    “Ik mag homo’s en moslims niet, en dat is heel persoonlijk, en het is ook wederzijds. Ik zou hen nooit als poetshulp aannemen. Met negerinnen zou ik dan weer nooit het bed delen.”
    Hopelijk komt Sanctorum morgen een homo of een moslim tegen die hij wel mag, of loopt er een negerin voorbij die hem buikkriebels bezorgt. Je weet maar nooit. De in het citaat beschreven ingesteldheid had Hitler weliswaar ook, bij hem waren het de joden voor wie hij een instinctieve afkeer cultiveerde.
    Ikzelf loop niet hoog op met de ideologie van moslims, maar met sommige moslims ga ik spontaner en intuïtiever om dan met nogal wat bekakte en geremde Vlamingen. Instinctieve afkeren tegen bepaalde mensen omwille van hun huidskleur, afkomst, ideologie, seksuele voorkeur, haarkleur, … het blijven me even zovele raadsels… En ze hebben niks met instincten, maar alles met ‘opvoeding’ te maken, met de pap(a) die je van in de wieg binnengelepeld krijgt.

  2. Ivo Van Gelder

    De inhoud is uiteraard onzin. Maar ik hou wel van zijn provocatieve stijl. Die Johan toch.

  3. Pingback: Johan Sanctorum: de banaan op het voetbalveld | Golfbrekers

  4. wim van rooy

    Ook Simone de Beauvoir, Sartres co-denker, had – i.t.t. wat Johan schrijft – oog voor anderen, en nog wel – pas op, Johan! – voor de Amerikaan (een vijand!) Nelson Algren, die figureert in haar Mandarijnen (helaas niet die op Zwavelzuur!)! .
    Ofschoon ik anti-racist ben, begrijp ik Johans punt wel. Wat is erger? Het obligate en op den duur ijdele, narcistische en anti-identitaire anti-racisme (de pensée unique dus), of het racisme zoals Johan het hier voorstelt. Ik haat Dieudonné. Mag het? Ik haat hem, niet zozeer (maar natuurlijk ook) wegens zijn racisme, maar veel meer wegens zijn totale manco aan historische kennis. Want als het over Israël gaat, kent de on-kennis werkelijk geen grenzen, zeker niet bij de firma links en progressief (sit venia verbo).

  5. Zowel Jean-Paul als Simone gingen wreed vreemd. Zo exclusief waren ze niet voor elkaar. Niet elke uitsluiting is een discriminatie, laat staan een daad van racisme. Gisteren werd ik op een wedstrijd uitgesloten; niemand in het publiek vond me een punt waard. Aan de toog stond echter een van de plaatselijke uitgestotenen – ik was in een buitenland. Die ik dan weer ken van hier in eigen land. Met hem heb ik dan weer de rest van de namiddag doorgebracht ‘onder de mensen’. Van uitsluiting naar insluiting. Discriminatie is als je uitgesloten wordt op grond van je huidskleur, je politieke of levensbeschouwelijke overtuiging. Je gooit het op een hoop met andere vormen van exclusieven en dat klopt niet.

  6. Hans Becu

    Ik vind hier veel waarheid in. Discrimineren is kiezen, en onze keuzevrijheid wordt stelselmatig beperkt. We mogen niet meer echt kiezen wie we in ons bedrijf aanwerven, wie onze samenleving of vereniging binnenkomt of niet. Jongeren moeten hun studieKEUZE uitstellen, want kiezen ruikt naar discriminatie. Het wordt hoe langer hoe minder getolereerd dat ouders de scholen kiezen voor hun kinderen, en dat scholen leerlingen mogen kiezen door criteria en spelregels op te leggen, en het recht opeisen die af te dwingen. We mogen er ook niet meer voor kiezen een kinderrijmpje op te zeggen waar “nigger” in voorkomt, zoals Jeremy Clarkson onlangs overkwam. Of zijn BBC radio-collega die ontslagen werd omdat hij een 67 jaar oud liedje afspeelde waar datzelfde n-woord in voorkwam. Zwarte piet mag ook al niet. Zelfs in de vaderlandse politiek woekert dezelfde ziekte : zelfs het heilige KIESrecht wordt aan politiek correcte banden gelegd. Wie voor het VB stemt weet allang dat met zijn keuze geen rekening wordt gehouden. De NV-A kiezer wacht hetzelfde lot.

  7. Belleman

    De titel alleen al is een provocatie. Maar wat daarop volgt is toch een vrij aardige, zij het niet overal stabiele brug (misschien wel een ezelsbrug) die geslagen wordt tussen de existentialistische filosofie van Sartre en C°, en het als “rechts” beschouwde identitaire denken dat vandaag door links zo verketterd wordt.
    Sanctorum sleurt er de conservatieve Franse filosoof Alain Finkielkraut bij als legitimatie, maar dat hoeft voor mij niet echt. Het vertoog is op zich best consistent, inderdaad, vanuit de liefde en Goethes Wahlverwandschaften. Finkielkraut is een ander verhaal dat echt wel Franse chauvinistische snaren bespeelt en toch ietwat naar xenofoob populisme ruikt.
    Het enige punt waar ik het moeilijk mee heb, is het gebruik van het woord “racisme” zelf, dat we in deze context beter zouden schrappen. Het gaat toch primair om individueel kiezen, insluiten en uitsluiten, liefhebben en afwijzen, als chemie van de identificatie. Het woord “racisme” is al te zeer beladen om dat erbij te voegen, want betreft echt wel haat tegen bepaalde groepen, op basis van ras, geaardheid, overtuiging, religie, en daar gaat dit essay volgens mij niet over.
    Leuke afsluiter, dat graf van Sartre en de Beauvoir. Pikant detail: Sartre werd plechtig begraven met Franse nationale eer, en dan een paar dagen later weer opgegraven om, naar zijn wens, gecremeerd te worden. Zo hadden ze elk hun zin, het establishment én de rebel…

  8. Alain van Zeveren

    Dit is nu waar ik mij de laatste maanden zoveel zorgen over maak, ook Finkielkraut neemt hier vreemde, soms tegenstrijdige bochten. Hij veroordeelt enerzijds het identiteitsdenken, en anderzijds promote hij het. Je zal heeeel veel reacties uitlokken met deze post, ongetwijfeld. Of ik nu voorstander ben van een multiculturele samenleving of niet doet er niet toe, het is de samenleving waarin we leven. Ik heb in een reactie op het artikel van Finkielkraut eerder geschreven: “Als je melancholisch incontinent wordt over het verleden van een land of cultuur dan ben je selectief, selectief in het nadeel van de waarheid. We “moeten” niet vooruit, we “gaan” vooruit, een beweging die zichzelf afdwingt even vanzelfsprekend als de zwaartekracht. Hier tegenin willen gaan getuigt van kortzichtigheid.” Als ik je redenering lees dan denk ik, hoe ga je dan om met het geadopteerde kind van je broer of tante, maak je daar dan ook dat onderscheid? Ik werk met mensen van verschillende origine, en ja, je merkt mentaliteitsverschillen, tot mijn grote vreugde, want ik vind de verschillen interessanter dan de gelijkenissen. Religie en al zijn bijwerkingen is wat mij meestal dwarszit, maar daar kom je niet 123 onderuit. Dat is in Vlaanderen ook niet overnight verandert. Dit soort stellingen vind ik echt angstaanjagend, wat hebben we als vlaming nog te verdedigen dan, de tekst van het Belgisch volkslied van buiten kennen, friet, voetbal, 3 staande wippen en 50 duivenkoten? Onze cultuur is al grotendeels vervangen, niet door die van anderen, maar door onze kapitalistische “welvaart”. Een andere vorm van dictatuur. En ik heb mijn vrouw niet gekozen, ik zie dat niet zo, zij heeft mij gekozen, dat was geen bewuste handeling

    • “je merkt mentaliteitsverschillen, tot mijn grote vreugde, want ik vind de verschillen interessanter dan de gelijkenissen”

      “interessant” is een interessant woord, want je komt dan altijd met alles weg. Vind je een stuk moderne kunst maar niets, maar wil je niet zo uitgesproken negatief je oordeel laten horen, noem het dan “interessant”.

      Ik vraag me af of u die “mentaliteitsverschillen” nog zo “interessant” zal vinden als de onvermijdelijke magere jaren vol en hard zullen toeslaan, en die “verschillen” breuklijnen zullen blijken te zijn waar de aarde heel hevig en destructief zal beven. Wat zijn die verschillen toch leuk zolang alles goed gaat!

      Ik ben ze eigenlijk een beetje beu, al die professionele en amateur-antropoloogjes, die al die “multiculturele” zooi “interessant” vinden. Ze denken allemaal er onthecht buiten te staan.

  9. Erik Tjallinks

    Oei wat schrijf je nu voor incorrecte dingen! Maar ze zijn wel waar. Ook de bakker die geen Marokkaanse bakkersknecht wil in zijn zaak, denkt en voelt zo, maar voelt zichzelf geen racist. Zo ook de inwoners van de Haagse buurt Duindorp, die hun buurt zien volstromen met anders-culturigen, zij vinden zichzelf geen racist. De islam vind ik een zotte vertoning, maar ik mag dat niet hardop zeggen, en ik ga voor bescherming van de rechten van moslims, zo lang zij zich aan onze wetten houden en niet teveel met hun offerslachtingen, besnijdenissen en halal te koop lopen. Friezen vind ik erg saaie, rechtlijnige mensen zonder veel gevoel voor humor, en ik heb hen liever niet als huisgenoot of familie, ook al ga ik dagelijks met ze om en zijn er tussen hen wel mensen die ik waardeer. Ik moet hier diep over nadenken: wanneer wordt het racisme of discriminatie, en wanneer gewoon “persoonlijke keuze”?

  10. Fred Bluesfesser

    Ik heb mijn vrouw,mijn kinderen en een fantastisch kleinkind Johan,mijn dag is altijd gevuld (met liefde),en dan houd ik me nog wat bezig met mijn wiskunde (zo heb ik meer dan genoeg om over te denken).Nochtans is het waar wat ik zeg…dieptebommen zijn geen speelgoed.Wil je absoluut een VB achterban geruststellen….iedereen is racist. Ideëen die zoveel lijden onder de mensen brengen,steunend op pure domheid en egocentrische angst,kan je niet vergoelijken zonder jezelf in het vlees te snijden. Wacht tot ze het filosofen-bashen uitvinden!

  11. Christa Van Acker

    Keuze’s en voorkeuren en een weg kiezen, is toch altijd het afwegen van voorkeuren en wat niet aanspreekt. Kiezen voor één partner, is andere mogelijkheden uitsluiten, maar dan wel uitkiezen voor een bepaalde richting die je wil gaan zonder af te dwalen in duizend en één zijwegels. Kiezen voor een partner is als kiezen voor een bepaalde studie of een bepaalde beroepskeuze. De eeuwige twijfelaar geraakt nergens. Keuze’s kunnen verkeerd zijn achteraf gezien, maar niet kunnen kiezen is blijven staan. Bepaalde voorkeuren hebben ook te maken met een opgebouwd gedacht naar wat er in opvoeding of in opgedane indrukken of fantasieën in gedachten is blijven steken.

  12. Gemma Elisabeth Huisman

    Geweldig hoe je de kijk verfrist op liefde. Let maar eens op hoe vaak de kenmerken van een gezicht een manier van lachen gespiegeld wordt door de partner. Hoe moeders (zuster!) gelaat zich laat zien in de geliefde. Idem geldt voor vader (broer!). Wanneer twee mensen een tijdje of tijden bij elkaar verkeren reageren ze met stofjes die anderen vinden in sport , uitingen van creativiteit of ander plezier en dus lustopwekkende gedragingen. Echter bij hen is de aanvoer redelijk constant. Gevolg een contact op termijn zoals het huisdier de baasjes en-of de moeder het zogende kind. In de tijdlijn de wisselingen op lichamelijke sterkte aangestuurd door hormoon spiegels. Kortom liefde is fijn wanneer de neuzen dezelfde kant op staan.

  13. Alexander Stapert

    Omgaan met wie jij wilt is een individueel recht waar niemand zaken mee heeft. Discriminatie is iets wat niet bestaat bij individuen of groepen, discriminatie kan alleen bestaan door een overheid die afdwingt wie met wie moet omgaan onder dreiging van geweld. Als een individu beslist niet om te gaan met een bepaalde etnische groep of persoon met een bepaald kenmerk is dat zijn volste recht. De gemeden persoon kan zich niet beroepen op discriminatie aangezien het verplichten van iemand om zich met hem in te laten net een inbreuk is op zijn individuele recht om te gaan met wie hij wilt.

  14. Christiaan van Andel

    Dat leden van een groep of een gemeenschap elkaar het leven zuur maken ,is pijnlijk en vervelend, maar hier bestaat nog een kans op toenadering via een dialoog. Maar wanneer de staat zijn overduidelijke voorkeuren listig verpakt in neutraal ogende wetsteksten, staan voor degenen die niet tot de door de staat beminden behoren, weinig tot geen middelen van verweer open. De staat beschouwt zichzelf immers als een neutrale en verantwoorde instantie. Wie dit aanvecht of betwijfelt, loopt grote kans op sancties of andere vormen van boetedoening. Ik heb het hier niet over belediging van ambtenaren, maar over de onmogelijkheid om als inviduele burger met de staat in dialoog te komen.

  15. Marc Schoeters

    Heb vaak moeten glimlachen bij dit artikel. In een klimaat van “pensée unique” – waarin een soort gedachtepolitie met wetten op maat en centra zonder maat de burgers tot reinheid van denken wil dwingen – moéten er wel zo’n teksten geschreven worden. Wie de duivel langs de voordeur buitendrijft, krijgt hem langs de achterdeur binnen. Dat geldt voor seksuele driften, maar ook voor racisme. Ik had het artikel wel een andere provocerende titel gegeven – “Het anti-humanisme is een humanisme”. Wat het volgen van de eigen neus betreft – ik moet altijd denken aan het gevleugelde woord van Alexandre Dumas (père of fils – dat ben ik even kwijt): “Alle mensen ruiken lekker, behalve de filosofen.”

  16. Eric Janssens

    Waarom denk ik dat, indien Sanctorum een instinctieve afkeer voor joden in plaats van voor homo’s en moslims had gehad, sommigen hier anders zouden gereageerd hebben? Blijkbaar werkt de ideologie die iemand aanhangt door in zijn lijfgeur, en heb je goede en slechte ideologische lijfgeuren. Dit artikel van Sanctorum is ondoordacht, vermits hij geconditioneerde reflexen en gedachten verwart met instincten. Dat deden de Duitsers vanaf het ontstaan van de Romantische beweging ook, de gevolgen zijn gekend.
    Overigens heb ik niet veel op met joden, het zijn zij die met de monotheïstische zwijnerij zijn gestart. Maar ik blijf erbij dat mijn afkeer voor het monotheïsme geen afkeer voor joodse mensen impliceert, evenmin als bij Fortuyn en Wilders de afkeer voor de Islam tot een afkeer voor moslims leid(de)t?