Laat vallen wat valt

De mensheid, een tamelijk hilarische voetnoot in de geschiedenis van de planeet aarde

LaurelEen paar jaar geleden kwam prof. Etienne Vermeersch ons met zijn gekende bulderstem vertellen dat deze planeet demografisch op springen staat. Straks zijn we met 9 miljard, en het absoluut armste land ter wereld –Niger- heeft het hoogste vruchtbaarheidscijfer. Op geen enkele manier staat de bevolkingstoename nog in verhouding tot de beschikbare woonruimte, landbouwoppervlakte, grondstoffen, energie. De roofbouw is dusdanig, dat de uitputting van de planeet nabij is, en dan is het gewoon gedaan. Niet alleen met de menselijke soort, maar mogelijk met alle leven op aarde, bijvoorbeeld door een wereldwijde kernramp.

Zo’n uitdoving is geen uniek feit, zo leert enig opzoekwerk: ze behoort tot een natuurlijk geologisch ritme. Sinds het Cambriumtijdperk (circa 500 miljoen jaar geleden, waar vermoedelijk de eerste levende organismen ontstonden) zijn er al vijf totale “extincties” geweest. Momenten dus waar alle leven op aarde verdween en er terug van vooraf aan te beginnen viel.

Gezien het cyclisch karakter van die uitdoving, is de vraag waar wij staan in dit verhaal. Kunnen wij het einde tegenhouden? En hoeft het eigenlijk wel? Wordt collectieve overlevingsdrang op een bepaald moment niet lachwekkend en zelfs psychotisch?

Vertigo

Vinci3Sinds de industriële revolutie in de 18de eeuw, maar eigenlijk al sinds 1500 en de homo universalis van Leonardo Da Vinci, is het geloof in de mens als heerser van de aarde onwrikbaar. Techniek en wetenschap zouden ons verder van de natuur vervreemden, maar dan in de positieve zin, namelijk van de totale maakbaarheid van mens, wereld en samenleving. De vliegende constructen die Da Vinci verzon geven, meer dan welke ontwerpen ook, die droom weer: door in de lucht te blijven en niét te vallen, zou de mens uiteindelijk de zuigkracht van de aarde kunnen negeren en de dood overwinnen.

Na twee wereldoorlogen, Hiroshima en Tsjernobyl is de droom een nachtmerrie geworden, en is het pre-apocalyptische denken haast standaard. Dat gaat gepaard met een soort duizeling, een vertigo die opkomt als men een afgrond in kijkt. Het wetenschappelijk discours is, naar het einde van de 20ste eeuw toe, vrij snel omgeslagen van optimisme naar regelrechte alarmkretologie. Van het rapport van de Club van Rome (1972) over Kyoto tot Al Gore,- overal wordt de alarmklok geslagen en wordt het idee gepropageerd dat alleen een drastische ommekeer de mensheid nog voor de ondergang kan behoeden.

De angst voor de dood heeft zich meester gemaakt van onze planetaire cultuur waardoor, paradoxaal genoeg, de globale levenskwaliteit zienderogen verslechtert. Want dit ecohumanisme zal eindigen in een nieuwe totalitaire wereldorde die de individuele vrijheid geheel ondergeschikt maakt aan een collectief overlevingsprogramma. We moeten minder kindjes kopen, minder vlees eten, minder reizen, minder ademen, minder uitscheiden. Dat zijn uiteraard groepsegoïstische strategieën die voortkomen uit een onvermogen om met de eindigheid te leven, en de mens als een tijdelijk verschijnsel op deze aardkluit te accepteren.

Icarus

IcarusEr zijn nochtans andere manieren om met de ondergang om te gaan. Niets is namelijk blijvend, en maar goed ook. Een mens leeft met wat geluk 80 jaar, het geslacht homo 2 miljoen jaar. Binnen 900 miljoen jaar ontploft de zon (het leven op aarde zal al veel eerder onmogelijk zijn), binnen 100 miljard jaar klapt het heelal ineen. Al deze eindigheden maken ook de menselijke beschaving tot iets betrekkelijk, om niet te zeggen futiel. Van daaruit ontstaat iets dat de mens pas echt groot maakt: het vermogen om met alles te kunnen lachen, ook met zichzelf. Ook en vooral dus met zijn eigen gespartel op de roetsjbaan. Dag in, dag uit.

Niemand heeft het komisch-esthetisch karakter van de val treffender gestalte gegeven dan Pieter Brueghel in zijn “Val van Icarus” (1558): een mythologisch drama dat herleid wordt tot de afmeting van een been dat uit de zee steekt (rode cirkel). Sisyphus, Prometheus en Icarus, alle drie in één beweging belachelijk geworden. Voor de rest ploegt de boer verder en is er quasi-niets gebeurd. Grandioos.

Sindsdien is Icarus ontelbare malen geparodieerd, terwijl hij zelf al een clowneske figuur was. Zo zijn er filmpjes bewaard gebleven van “luchtvaartpioniers” die met een zelfgemaakt vliegtuig een bergwand afspringen en genadeloos crashen. Ze zweefden niet even, het ging gewoon vertikaal naar beneden. Een valversnelling die onzacht eindigt. Boem-knots, applaus, gelach.

Het bestaan, als één lange val in slow motion: pas als men dààr het komische van inziet, is men klaar voor het echte leven.

De lucht- en ruimtevaart moet men dan ook veeleer zien als parafrases op het vallen dan op het stijgen. De ontploffing van de LZ129 Hindenburg in 1937 (een reusachtige sigaar, gevuld met super-explosief waterstof!), de explosie van de Challenger in 1986,- het zijn maar een paar momenten in een techno-komedie waarvan men niet weet wat het eigenlijk het echte doeleinde was: in de lucht blijven of neerstorten. De pioniersperiode van de luchtvaart en de bloeitijd van de slapstick overlappen elkaar overigens perfect, ik spreek van de periode tussen 1900 en 1930. Het ziet ernaar uit dat de ene zich in de andere spiegelde, en dat het gooi- en smijtwerk van Buster Keaton en Laurel & Hardy de Icarus-mythe parodieerde, als voorsmaakje van de grote crash.

Pisa

PisaHet vallen, wat we doen sinds we kunnen lopen, is niet alleen een accident-de-parcours maar ook een oefening in het mislukken, het sterven en het uitsterven. Dat klinkt natuurlijk heel raar voor moeders die hun kinderen leren lopen, terwijl ze nochtans heel goed weten dat ook voor kinderen de foute, fatale trajecten veel aantrekkelijker zijn dan de veilige.

Eens de druk wegvalt om zoveel mogelijk menselijke biomassa te conserveren en deze beschaving, die er toch geen meer is, zo lang mogelijk te rekken, zou men eindelijk de schoonheid kunnen inzien van een natuurlijke orde die ook de homo sapiens op zijn plaats zet, en tot een tamelijk onbenullig-komisch intermezzo herleidt. Niet eens een voetnoot in de geschiedenis van de planeet aarde, die overigens veel beter af is zonder de menselijke soort. Er zijn dus redenen genoeg om de lichte paniek van milieubeweging niét te delen: als het mensdom verdwijnt, eventueel met heel de schepping erop en eraan, dan kan het verhaal herbeginnen, hopelijk niet met dezelfde plot. Comoedia finita est, zoals Desiderius Erasmus op zijn sterfbed zei.

Existentieel opent dit de weg naar de esthetische levensbeaming: het is vooral kwestie om traag te vallen, een quasi-zweefvlucht dus. Niet de zwaartekracht negeren, maar ermee te flirten in een dansende para-chute. Icarus, maar dan duizend keer trager. Misschien is dat wel de ultieme zin van kunst: het ver-val verder verfijnen.

Met scherts en gelach moet zo’n trage val gepaard gaan: rond de toren van Pisa, die toch tot neerstorten gedoemd is, heerst niets dan leut. 

In de limiet is elke constructie, elk gebouw een ruïne, vanaf dag één. Weinig architecten kunnen met die ironische gedachte om. Tegen alle principes van stabiliteit in, regeert en schittert de overbekende toren van Pisa als een monument van de vergankelijkheid: een bouwsel dat steeds schever zakt, door de drassigheid van de ondergrond,- een misrekening van de architect dus. De kromheid waarmee men de inclinatie wou corrigeren, en waardoor de toren een soort banaanvorm krijgt, vergroot nog het komisch effect. Alle vertigo is hier verdwenen. Ondanks stabilisatie- en restauratiewerken is en blijft deze toren een landmark door zijn gebrek, en door het duurzaam vooruitzicht van de instorting. Ooit zal dit natuurlijk gebeuren, en het zou een moment kunnen zijn om naar uit te kijken, een feest. Met scherts en kermistoestanden moet zo’n trage val gepaard gaan: rond de toren van Pisa, die toch tot neerstorten gedoemd is, heerst niets dan leut. De collaps wordt hier niet meer als verschrikking ervaren, maar als de bekroning van een trage valbeweging. Het is zelfs niet nodig om torens te doorboren, zoals Bin Laden dacht: ze slopen zichzelf. Zoals elk leven dat ook doet. En net daaruit zijn zin put.

Star trek

star trekDit maar om te zeggen dat ik me terug verzoend heb met de homo sapiens, en zelfs met heel de technisch-wetenschappelijke industrie, net door het onophoudelijk falen. Uiteindelijk blijft de mens een sympathieke knoeier, wiens technologisch vernunft slechts schijnbaar in dienst staat van de vooruitgang. Veel fundamenteler is de onbewuste inbouw van het defect, de misrekening, de bug, waardoor kerncentrales barsten en vliegtuigen van de radar verdwijnen.

Het enige wat men met vertwijfelde doempredikers en overlevingshumanisten à la Vermeersch zou kunnen doen, is hen op een ruimtetuig zetten, in de hoop dat de menselijke beschaving via hun excellente genen een buitenaards verlengstuk krijgt. Maar is een mens buiten de aarde nog een mens? Is ons aardse kompas vervangbaar door een ander? En vooral: wat hebben wij, zelfmoordpiloten, het universum aan te bieden?

Volgens bepaalde complottheorieën wordt alleszins de buitenaardse exodus voorbereid, in de grootste discretie, door een elite die zich momenteel verzamelt in geheimzinnige clubs zoals de Bilderberg-groep, de Cercle de Lorraine, de loges, of de Marnixring. Sommigen willen zich na hun dood laten invriezen, om alsnog op de kosmische trein te kunnen springen. Via een interplanetair vehikel zou een ultieme keur van menselijke genen,- een selectie waarvoor hogervermelde professor, in tegenstelling tot u en ik, zeker een kans maakt,- ergens in de kosmos kunnen neerstrijken om de post-terrestrale Ubermensch te laten floreren.

We zijn de risée van het heelal, hooguit figureren wij ooit als stof voor een intergalactische sitcom.

Het latente isolationisme van schrijvers, geleerden, Nobelprijswinnaars, is gericht op die hypothetische ontsnappingsroute, een idee dat er ergens op een kritiek moment een ruimteschip zal klaarstaan om hen op te pikken. Na de bijbelse Ark en de Christelijke apokalyps, twee religieuze procédés om de uitverkorenen te selecteren, bestaat er nu een ook atheïstische heilsverwachting, die des te sterker is, omdat ze tot een ongeschreven code behoort. Wie schrijft die blijft, en krijgt een ticket. Plaats noch tijdstip van vertrek staan vast, maar men moet zich klaar houden, en oefenen in het afscheid, via contemplatie en goed uitkijken naar geschikte startplaatsen voor de ten-hemel-opneming.

Het klinkt hilarisch, en dat is het ook. Vijf minuten common sense volstaan immers om door te hebben dat ook het geheime ontsnappingsproject van de ingewijden nu al tot de betere slapstickhumor mag gerekend worden. Captain Kirk, Doctor Spock en hun Enterprise zullen de Hindenburg en de Challenger achterna vliegen, tenzij ze niet eens van de grond komen.  De kosmos is geen optie, de ruimtevaart zal ons niet redden. Want laat ons eerlijk zijn: om écht de zwaartekracht te overwinnen en van deze aardkluit te springen, zijn we gewoon veel te dom.

Het is anderzijds ondenkbaar dat buitenaardse beschavingen zich met deze tot uitsterven gedoemde planeet zouden moeien. Waarom zouden ze? Best mogelijk dat er ergens een troepje uitverkorenen met hun koffers staat te wachten, maar er zal niets uit de lucht vallen, tenzij het eigen schroot. We zijn de risée van het heelal, hooguit figureren wij ooit als stof voor een intergalactische sitcom.

En ja, ik beken: ook ik heb daar als ambitieuze jongeman in geloofd,- in het idee dat de besten zullen overleven, dat “iets” op ons wacht. Na menig bananenschil heb ik het komische daarvan echter ingezien, en zijn de koffers allang terug uitgepakt. Terug van nooit weg geweest. Ach, we vallen en mislukken heel ons leven lang, dat is toch grandioos. Ik kan nu met een gerust geweten mijn energie verbranden, mijn woorden verspreiden en mijn zaad verspillen, in het besef dat de (d)evolutie haar gang moet gaan en dat vluchten geen optie is. En onsterfelijkheid geen perspectief. En dus de overlevingsstrategie geen dogma. Het doemdenken voorbij. Boem, paukeslag, laat het feest beginnen!

 

Advertenties

10 Reacties op “Laat vallen wat valt

  1. antoon meert

    1. “Der Untergang des Abendlandes” van O. Spengler lezen.
    2. “L’ Eve Future” van Villiers de l’ Isle-Adam is een profetisch boek waarin de geschiedenis wordt verteld van een jongeman die smoorverliefd wordt op een robot (die onze high-techmaatschappij symboliseert) en eraan ten onder gaat.
    3. Onlangs vertelde een “biologisch” landbouwer tijdens een TV interview dat de “oude” manier van werken de werkloosheid kan terugdringen (maar niet oplossen). Wat arbeid is in filosofische zin en niet de winst die het gevolg is van arbeid moet worden herbekeken.
    4. Een visionair architect als Nicolas Ledoux wist al dat arbeidskrachten moeten worden geconcentreerd rondom de werkplaats wat pendelen en verkeersopstoppingen uitsluit. Zo simpel is dat !

  2. Stefaan E.R. Oplinus

    Prachtig stuk Johan. Gelukkig ziet het toekomstperspectief er helemaal anders uit voor wie gelooft dat een opperwezen wèl bestaat.

  3. Maar geef toe … een beetje dom is ook wel lekker (J. Mulder) –
    http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/ookdatnog/MV_140623_mulder_mathilde%2B

  4. Kristine Verelst

    Mooi dat je Erasmus erbij haalt, en zijn Lof der Zotheid. Het gevaar is echter dat de doemdenkers ons totaal zullen verpletteren en elk plezier aan de “trage val” zullen ontnemen.
    Ik citeer uit het essay:
    “De angst voor de dood heeft zich meester gemaakt van onze planetaire cultuur waardoor, paradoxaal genoeg, de globale levenskwaliteit zienderogen verslechtert. Want dit ecohumanisme zal eindigen in een nieuwe totalitaire wereldorde die de individuele vrijheid geheel ondergeschikt maakt aan een collectief overlevingsprogramma. We moeten minder kindjes kopen, minder vlees eten, minder reizen, minder ademen, minder uitscheiden. Dat zijn uiteraard groepsegoïstische strategieën die voortkomen uit een onvermogen om met de eindigheid te leven, en de mens als een tijdelijk verschijnsel op deze aardkluit te accepteren.”
    Heel juist. Dat opkomend eco-fascisme, dat ons minste doen en laten wil regelen, zogezegd in naam van het milieu en de redding van de mensheid, verplicht ons tot een permanente boetedoening. De angst voor het einde wordt terreur. Om daar onder uit te geraken is, denk ik, niet alleen hard lachen nodig, maar ons ook eens flink boos maken. Dat kan misschien goed samengaan…

  5. pleidooi voor sociaal hedonisme…. heerlijk…

  6. Karina Uyttersprot

    allemaal waar, maar we leven natuurlijk niet alleen en onze keuzes zijn slechts gedeeltelijk onze keuzes. Het verfijnen doet ieder op zijn manier, de een al wat verfijnder dan de andere en meestal doet de mens op de entropie nog een schepje bovenop. Want elke keuze kan een doem zijn voor een ander. Voor al wie zijn zaad niet verspilt maar kruid laat schieten, is er ook zoiets als verantwoordelijkheid het proces niet nog meer te versnellen dan het al vanzelf doet. Tuin lussen maken, plastiek van jaren uit de oceaan vissen om er weer olie van te maken, de heerlijke film BON DIEU in praktijk brengen. Niet wat we zeggen politiekers en strategen, persona, is van belang, maar wat we doen, daar naar kijken voor het slapen gaan. Wat doen we met wat ons geschonken is en wat laten we na en hoe verhouden wij ons tot alles, iedereen, de tijden, de ruimte, niet te overmoedig, niet te nederig, niet te dit niet te dat, moeilijk evenwicht zoeken en constant weer verliezen. Jongleurs, boem, knots paukeslag, soms ontroerend mooi, zoals vaak je teksten die alle kanten op kunnen, mogelijkheden brengen

  7. Prachtige visie over ons “luizenbestaan” op deze mooie planeet. En ja, Johan je hebt gelijk, eigenlijk is heel ons mens-dom een bacteriehaard die heel deze blauwe bol bruin aan het kleuren is. Tussentijds kunnen we misschien proberen er het beste van te maken, mensen proberen wijzen op hun fouten, zelfkritisch leven en aan de zwaksten de mogelijkheid geven om menswaardig te leven. Ik dacht dat we het “dier- zijn” overstegen hadden. Er is nog veeeeeeeeel werk aan deze wereld. Volhouden mannen !!! en vrouwen natuurlijk 😉

  8. Eric Janssens

    Het probleem is dat de westerse maatschappijen, die op hun rationaliteit prat gaan, even irrationeel werken dan de andere. Zolang de groeieconomie dicteert dat de consumentenbevolkingen in de westerse landen moeten aanwassen middels stijgende geboorte- en immigratiecijfers, en dat dus het krijgen van kinderen middels financiële premies aangemoedigd moet worden, zolang is het onmogelijk om de westerse maatschappijen enige vorm van rationaliteit toe te dichten. De chinese autoriteiten blijken op dat vlak veel verder te staan, maar moeten ook langzaam toegeven aan de instinctieve drang van hun volk om zich op suïcidale wijze te reproduceren. In die zin werk democratisering hoe dan ook fataal. Je kan ecofascisme als onmenselijke methode om aan de apocalypse te ontsnappen uitsluiten, maar het is zeer zeker de enig realistische mogelijkheid, ondanks al het gekwebbel over alternatieve strategieën die de mensen geen zeer zouden doen. Een alternatief voor het ecofascisme is inderdaad met de menselijke dwaasheid te lachen. Deze dwangmatige lach biedt natuurlijk een tijdelijke vluchtroute uit de werkelijkheid, maar de lach zal deze lachers allicht vergaan in het ogenblik dat de apocalypse fataal toeslaat. Dan zal blijken dat de euforie van het eeuwige leven, waarin de moderne mens als erfgenaam van de monotheïstische idiotieën nog steeds verkeert, grondeloos was en de afgrond eigenlijk aankondigde. En met afgronden valt enkel te lachen als je ze op afstand houdt. Het ogenblik dat je erin dondert zal je kreet ijselijk zijn.

  9. Patrick Eggermont

    Ik kan me hierbij aansluiten. Ondanks de kennis van klassieke mechanica die het onderwijs is binnen gesijpeld hebben m.i. veel mensen toch geen idee wat ‘een kracht die op afstand werkt’, zoals Newton de zwaartekracht in zijn tijd definieerde, en meer algemeen natuurkrachten voorstellen. De eerste keer dat ikzelf me daarvan bewust werd, was op een camping in de Franse Pyreneeën… Het was fantastisch weer, maar onverwachts rukte er een hevige wind op. Vele tenten gingen tegen de vlakte. De iglotenten bleven daarbij het best overeind. Dit was niet zo ver van een plek vandaan waar zich – naar aangeven van lokale bewoners – nog enkele beren in de bergen ophielden…
    Zeer recent schrok ik nog toen hevige bliksemflitsen mijn slaapkamer binnendrongen en me plotseling te binnen schoot dat ik in de zin van de ‘kooi van Faraday’ tegen dit natuuronheil van ‘High Voltage’-kaliber geen schuilplaats had, daar ik over geen auto meer beschikte. De avond voordien, vroeg ik me af of er ergens iets aan de gang was, gezien er gedurende lange tijd voortdurend korte lichtflitsen met frequente regelmaat op de gevels werden geprojecteerd…
    Over ecofascisme gesproken, was het niet Pol Pot die het verbod op auto’s introduceerde? Op Wikipedia kon ik lezen dat zijn werkelijke naam Saloth Sar was. Pol Pot was zijn bijnaam en afkorting van ‘politique potentielle’. Hij zou o.m. in een boeddhistisch klooster hebben gestudeerd, monnik zijn geweest en in Parijs hebben vertoefd, vooraleer hij in Cambodja ‘het maoïsme in de praktijk bracht’, vanuit de bergen leidde hij dan de guerrilla van de Rode Khmer. A M A D (A)M ofte alle macht aan de monnik!!!Misschien kent iemand de mop van een man die in de contreien van de Toeareg of zo was aanbeland en achter een geschikt vervoermiddel op zoek was? Hij wendde zich tot een kamelendrijver en vroeg hoe je met zo’n kameel omging. De kamelendrijver verduidelijkte dat er weinig verschil met een auto was. Bij de eerste versnelling moest je “Oef!” zeggen, bij de tweede “Oefoef!” en bij de derde “Oefoefoef!”. Om te stoppen was het “Halt!”. De man vertrok met zijn kameel en kwam terecht aan een verschrikkelijke afgrond. “Halt!” riep hij uit. Op het laatste nippertje stopte de kameel. De man wiste zich het zweet van het voorhoofd. Een diepe zucht ontsnapte hem : “Oef!”…