Maandelijks archief: augustus 2014

Wie vermoordde Bart De Wever?

Over de zin en onzin van geschiedenislessen

SarajevoDe 100-jarige herdenking van het begin van Wereldoorlog I is om verschillende redenen groot nieuws. Eerst en vooral is 100 een rond getal, en moet er na het WK-voetbal en de Ronde van Frankrijk ook nog iets te beleven vallen. Dat gaat samen met een andere behoefte: de zomerse nieuwsschaarste en het heuglijk toeval dat die wereldoorlog uitgerekend begin augustus uitbrak, in volle komkommertijd dus. Ten derde laat dit het politiek en cultureel establishment toe om vrijblijvende pacifistische wolkjes rond te blazen die met algemene instemming worden opgesnoven.

Ten vierde echter is er de essentialistische pedagogie rond deze herdenkingsindustrie. Ze suggereert een logisch-dialectisch verloop van de geschiedenis, waar grootmachten en hun protagonisten het verhaal schrijven. Immers, volgens de klassieke lezing was de bewapeningswedloop toen, in 1914, dermate gevorderd dat de oorlog wel “moest” uitbreken. Van daaruit bekijkt men het exploot van Gavrilo Princip, de man die de fatale kogels op de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Frans Ferdinand in Sarajevo afvuurde, maar als “een vonk die het kruitvat deed ontbranden”.

Een merkwaardig fatalisme. Ik stel voor om het eens andersom te bekijken: zonder Gavrilo Princip zou er nooit een eerste wereldoorlog geweest zijn, en hadden die grootmachten allicht via diplomatiek gepalaber elkaar verder het leven zuur gemaakt. Het geeft aanleiding tot talloze ‘wat als?”-vragen, ook wat het vervolg van de Europese soap betreft: Wat als die ene prof het been niet had stijf gehouden, en Adolf Hitler wél in 1919 tot de Weense kunstacademie was toegelaten? Kleine oorzaken, grote gevolgen. Of hoe machtig een individu wel kan zijn in de reeks gebeurtenissen die wij als “geschiedenis” omschrijven.

Meteoren, priemgetallen en lonely wolves

Individuele spasmen en ogenschijnlijke futiele nevenzaken dus. Ze vormen niet de aanleiding of het alibi voor zoiets als de Groote Oorlog, ze vormen zelf de energie die ons met het onverwachte confronteert. Binnen de tijdslijn van de geschiedenis, het grote verhaal dat ons in de boekjes wordt gepresenteerd, krioelt het van individuen die het voldongen feit doorbreken en de processie verstoren. Dat opent enorme perspectieven voor een existentialistische lezing: het individu heeft wel degelijk macht, niet alles is systeem. De aanslag, zoals deze van de Servische nationalist Gavrilo Princip, is het moment waarop het subject radicaal inbreekt in de veronderstelde logica van de geschiedenis. Hij had daar niets te zoeken en paste niet in het plaatje. Het scheelde ook niets of ze ging niet door. De aanslag is onvoorspelbaar en a-causaal, haast kwantummechanisch. Ze gebeurt gewoon, of ze gebeurt niet. In de klassieke oudheid werden ze onder de “meteoren” gerangschikt: verschijnselen die compleet buiten het bestaande paradigma vallen en als vallende stenen instorten op het in kaart gebrachte landschap.

WillemZo kan heel de moderne geschiedenis herschreven worden als een spookverhaal  van marginale deus-ex-machina’s. De moord op Pim Fortuyn (2002) in Hilversum  stond niet in de sterren geschreven, evenmin als deze op Willem van Oranje te Delft in 1584 (afbeelding). Lee Harvey Oswald, moordenaar van president Kennedy (Dallas, 1963), had quasi geen achtergrond, geen CIA-dossier, en geen opdrachtgevers. Ze kwamen uit het niets, letterlijk vanachter het hoekje, en plaatsen de machthebbers van alle tijden, uiteindelijk ook maar sterfelijke lichamen, voor een enorm probleem: ondanks alle veiligheidsmaatregelen en preventieve repressie kan één individu de geschiedenis bepalen en het politiek landschap hertekenen.

Angstwekkend voor de continuïteit van de macht is dat zowel Fortuyns executeur Volkert van der Graaf, als de man die Willem I ombracht, Balthasar Gerards, alleen opereerden, als priemgetallen. Ook al was de ene een linkse milieu-activist en de andere een fanatieke katholiek,- hun binding met organisaties en belangengroepen was quasi nul. Hun afspraak met de geschiedenis verliep niet volgens een confrontatie van ideologieën, wereldbeelden, of grote strategische agenda’s, maar als een botsing tussen individu en cultureel-maatschappelijk-politiek universum. Deze botsing is per definitie gewelddadig, maar in de regel ook éénmalig en onvoorspelbaar.

“Iemand moet dus geschift genoeg zijn om uiteindelijk de trekker over te halen. Hij moet doen waar wij te laf en te welopgevoed voor zijn.”

De gruwelijke executie na een even gruwelijke dagenlange foltering van Balthasar Gerards, zelfs voor die tijd disproportioneel (ledematen met gloeiende tang afgeknepen, daarna met hetzelfde werktuig ontvleesd, gevierendeeld, onthoofd) moet men vooral zien als een uiting van perplexiteit en razernij omwille van de kwetsbaarheid van de machthebber en de almacht van de anonieme toeschouwer die zomaar hoofdacteur wordt. Balthasar gaf overigens geen kik bij heel de barbaarse afhandeling van zijn proces en de terechtstelling.

Ook vandaag is de impact van de eenzame wolf op de geschiedenis enorm. Hij wurmt zich tussen de coulissen en annuleert de geldende scenario’s. Zo kon de compleet onbekende en onbetekenende Yigal Amir op zijn dooie eentje de moeizaam verworven Oslo-akkoorden naar de prullenmand van de geschiedenis verwijzen, simpelweg door de toenmalige premier van Israël, Yitzhak Rabin, in 1995 af te maken. Dat opende de weg voor een spoor dat vandaag leidde tot Netanyahu en de mogelijke Endlösung van het Palestijnse probleem.  Niets wijst op een diplomatieke uitweg uit deze oorlog: alleen de dood van Netanyahu zou iets kunnen veranderen. Hij is het charismatisch middelpunt van deze tragedie. De tirannenmoord dus, als existentialistisch exploot voorbehouden aan de sociopaat. Een logica die ook opgaat voor de Syrische president Bashar Hafiz al-Assad en nog een hoop andere groten der aarde.

Het éénmanscommando: de strijd tegen de objectieve geest

SiegfriedIemand moet dus geschift genoeg zijn om uiteindelijk de trekker over te halen. Hij moet doen waar wij te laf en te welopgevoed voor zijn. Dat moment wordt door het systeem zelf als crimineel, pervers en amoreel beschouwd, terwijl het toch een vrijheidsniveau bevat dat voor ons, gewone stervelingen, normaal opgevoed en geconditioneerd, onbereikbaar is. Heimelijk jaloers zijn we op de eenzame terrorist. Want wie wil nu leven in een wereld waar alles toch is voorbeschikt en de (gewone) mens het lijdend voorwerp van de geschiedenis is?

Wie hier een romantisch motief ontdekt, zit er niet ver naast: de aanslagpleger offert zich op om de algemene, voorspelbare lijn van het verhaal te doorbreken. Hij is held en martelaar tegelijk. G.W.F Hegel noemt dit anarchische, eigenzinnige, ontregelende en catastrofale anti-subject van de geschiedenis de “subjectieve geest”. Vandaag uit hij zich als bommenlegger, maar hij broedt meestal onder de waterlijn, is continu bezig met zijn private mythologie, wikt, reflecteert, zet zijn eigen conceptueel schema op punt. Hij staat tegenover de “objectieve geest”, die de staat is, de instellingen, het systeem, waaruit het vaste scenario van de geschiedenis zich ontrolt. De individuele terreurdaad, als heldendaad en strijd van het romantische subject tegen de fataliteit van de geschiedenis, is het enige moment waarop het bestaan van het individu überhaupt zin heeft, tegenover de eeuwige soap van massa en macht.

Terecht voerde operaregisseur Ivo Van Hove in 2007 Wagners held Siegfried op als een autist en gewelddadige activist. Toen begreep ik het niet, nu wel: de limieten van het existentialisme liggen in het zelfmoordcommando. Niet Al Quaeda of de ETA of de vroegere CCC bij ons vormen het oermodel van subjectieve terreur (ze behoren uiteindelijk ook tot de protagonisten van het “grote verhaal”, ze zitten mee in het grote Hegeliaanse bad), maar wel de lonely wolve, de man met een missie maar zonder programma, en niet verbonden met politieke, culturele, economische of militaire netwerken.

Uiteindelijk prolifereert deze destructieve singulariteit zich doorheen alle geledingen van de samenleving, in grote en kleine momenten. Macht en status vormen zijn mikpunt. Hij is de man die plots uit het publiek treedt en een schoen gooit naar de president, een taart smijt, een kostbaar doek in het museum met bijtend zuur overgiet. Hij is de onvindbare saboteur die het oliereservoir uit de kerncentrale van Doel liet leeglopen (augustus 2014). Of de man die in 2009 Koningin Beatrix wilde overhoop rijden, een mislukte poging overigens waarbij acht omstaanders stierven.

Ook met woorden kan men verwarring zaaien. De hedendaagse filosoof zou ik een “zachte terrorist” willen noemen. Hij maakt geen geschiedenis, gaat niet mee in het grote debat, noch levert hij een bijdrage aan de maatschappij. Hij stoort gewoon. Hij floept overal op waar dingen op orde staan, om ze dooreen te schudden en in chaos achter te laten. Hij infiltreert de literatuur als pornograaf en verdwijnt dan terug langs de achterdeur, voor hij zelf een icoon wordt.

De democratie als automatisering van de geschiedenis

parlementUiteraard is deze redenering voor een gezonde geest niet vol te houden. Terecht walgt u van de gedachtegang die de terrorist legitimeert als een vrijheidsheld en inbreker in de fataliteit van de geschiedenis. Terecht prefereert u de moraal, het recht, en de daaraan verbonden repressie, om te vermijden dat iedereen zomaar een kroonprins kan neerknallen en zo een wereldoorlog kan veroorzaken..

Hoe zou het systeem zich immuun kunnen maken tegen deze dreiging van de eenzame wolven? Dat kan alleen wanneer de macht zijn gezicht verliest, en er van tirannie geen sprake meer is, evenmin van machthebbers of machtsiconen. De macht hoort dan iedereen en niemand toe. Daartoe is een waarlijk geniaal systeem uitgevonden: de democratie en het kiesstelsel.

In een democratie heeft de kiezer altijd gelijk. Behalve in België, toen het Vlaams Belang won, worden verkiezingen gezien als de volautomatische afstemming tussen de individuele burger met zijn eigenbelang, en de instellingen, de rechtstaat. Anders gezegd: tussen de subjectieve en de objectieve geest. Wie de verkiezingen wint, heeft ook gelijk, en mag de knopjes van het systeem bedienen.

De democratie is in die zin ook doordrongen van historisch determinisme: het simpele feit dat iemand of een partij een meerderheid haalt, legitimeert hem ook om “geschiedenis te schrijven”. Zo wordt de geschiedenis een product van de volkswil, waaraan niet te tornen valt. Op die manier heeft Bart De Wever ook gelijk en mag en zal hij een centrumrechtse regering op de been brengen, met het oog op de ontvouwing van een confederale Belgische architectuur (het separatistische pad is al een tijdje opgegeven). Tot zover het gelijk van de meerderheid.

In dit stelsel is de verkozene des volks geen machthebber meer maar een afgevaardigde, letterlijk een volksvertegenwoordiger. Bovendien, en dat is essentieel, is elke verkozene vervangbaar,- het heeft dus niet de minste zin om hem fysiek te liquideren. Schiet hem dood, en zijn kloon komt tevoorschijn. Het systeem blijft hoe dan ook intact. Deze vervangbaarheid, samen met het mantra “De kiezer heeft altijd gelijk”, maakt van de macht een volautomatisch systeem, zonder subject, en herdefinieert de geschiedenis als een verhaal dat wij allemaal meeschrijven, als burger, kiezer, consument.

Het ideaal is dan de volksafgevaardigde als kleurloze, niet-charismatische bureaucraat die zelfs geen symbolische macht uitstraalt. Maar daar wringt nu juist het schoentje: heel het kiesstelsel steunt op individuele marketing, image-building en personencultus. Mensen met veel stemmen achter hun naam worden minister: het charisma is en blijft een duurzaam element voor machtsopbouw. Dus blijven politici schietschijven, en geraakt de automatisering van de geschiedenis niet voltooid. Het manco van de democratie –de personencultus- betekent dat macht nog een gezicht heeft. Gelukkig maar, denkt de anarchist, en hij poetst zijn geweer op.

Een kwestie van tijd

De WeverEn zo kom ik bij de (heden nog niet plaats gevonden) aanslag op Bart De Wever, N-VA-voorzitter, Antwerps burgemeester, en licentiaat geschiedenis (ook niet onbelangrijk). Antwerpen dus, de stad waar die verguisde Siegfried in première ging, in 2007, het jaar van het eerste verkiezingssucces van de N-VA (toen nog in kartel met CD&V). Regisseur Van Hove moet hier toch een voorgevoel gehad hebben: Bart moet en zal het pad kruisen van zijn executeur.

Het is ondenkbaar dat niemand van zijn politieke tegenstanders ooit in zijn diepste binnenste zou gedacht hebben “Kon de man toch maar eens doodvallen…”. Toen hij in februari van dit jaar op de intensive care terechtkwam wegens complicaties aan hart en longen, vielen zijn politieke concullega’s over elkaar heen om hem spoedig beterschap te wensen,- terwijl ze net het omgekeerde dachten, zo gaat dat meestal. Zijn dood zou voor een hoop lieden de ultieme oplossing zijn.

Afgezien daarvan lopen er hier en daar vast een paar Gavrilo’s rond die De Wever naar de andere wereld wensen, ik zeg maar wat: een Belgische ultrapatriot, een linkse extremist, een moslimfanaticus. In de limiet mogelijk zelfs een eco-fundi. Alleszins is het een eenzaat met een extreem geëlaboreerde privé-ideologie, hoogstens losse banden met een organisatie, en zich bewust van een historische missie. Het profiel dus van Balthasar Gerards, Lee Harvey Oswald en, jawel, Gavrilo Princip.

Geen enkele politieke tegenstander zal het wagen om hem als moordenaar in te huren, daar zouden de media toch achter komen. Het Shakespeariaans complot zal niet plaatsgrijpen, De Wever hoeft de Iden van Maart niet te vrezen. De dader zal het dus zelf doen, ooit, alleen, autonoom. Met een pistool, een mes, of een bomlading. Maar mogelijk is het ook een vrouw, een verpleegster/gifmengster die de foute fatale medicatie toedient. Hij/zij zal opduiken, als een meteoriet, aangetrokken door het charisma van de onvervangbare voorzitter, die zijn opvolging niet geregeld krijgt, veroordeeld is om zichzelf op te volgen, en zo steeds zichtbaarder wordt, steeds meer manifeste macht, steeds meer schietschijf.

De titel van dit essay “Wie heeft Bart de Wever vermoord?”, lijkt u allicht voorbarig en alleszins grammaticaal onjuist want vandaag is hij nog springlevend. Ik schrijf het dan ook niet vanuit het heden, maar vanuit de toekomst, en vanuit het idee dat we vanuit die verre toekomst wellicht ooit kunnen terugkeren in de tijd en de geschiedenis beïnvloeden. Vandaag is dus een product van morgen. Terwijl wij altijd dachten dat het omgekeerd was.

“We begrijpen niet wat er gebeurt, hoeveel geschiedenisles we ook volgen, want het is maar vanuit de toekomst dat het heden zijn logica krijgt.”

Dat geeft een nieuwe dimensie aan de zogenaamde meteoren: het zijn projectielen die vanuit de toekomst het verleden sturen. Ergens zit daar dus in het jaar 3020 misschien wel een planetair Directorium dat via een technologie van het tijdreizen in staat is om in te grijpen in ons heden. Mogelijk sturen zij de Gavrilo Princips-en op ons af. Daarmee zou de realiteit van de toekomst zijn eigen voortbestaan maximaliseren en ingrepen in het verleden uitvoeren die zijn continuïteit bevorderen.

De aanslag op Bart De Wever is dus een kwestie van tijd. Hij zal niet te vroeg komen en niet te laat. Wie moet gaan zal gaan, en wie niet moet gaan blijft, of het nu een heilige betreft of een schurk. Het verklaart waarom Hitler steeds maar weer die aanslagen overleefde (hij had blijkbaar nog dingen te doen, vanuit de toekomst bekeken), maar ook waarom onze goede vriend Gavrilo Princip, na een mislukte poging die augustusdag in 1914, beteuterd een café was binnengegaan en heel het zaakje al had opgegeven. Tot hij bij het buitenkomen plots oog-in-oog stond met zijn doelwit, de kroonprins, waarvan de chauffeur een verkeerde weg had genomen. Teveel om toeval te zijn: Frans Ferdinand moést eraan, de Groote Oorlog was voorbeschikt, hij stond inderdaad in de sterren geschreven, maar dan via de interventie van de lonely wolve, de man die uit de toekomst in het heden opduikt, de onverklaarbare meteoriet als projectiel en gezant,… de terrorist als futuristische Messias.

Epiloog: Almacht en absolute geest

ColliderHet Directorium wikt en beschikt. We begrijpen niet wat er gebeurt, hoeveel geschiedenisles we ook volgen, want het is maar vanuit de toekomst dat het heden zijn logica krijgt. Wie hier de schaduw van God ontwaart, zit er niet ver naast: misschien is elke religieuze ervaring en geloof in een oppermacht wel te herleiden tot deze über-complottheorie over het Intelligent Design 2.0. Niet de schepping is de crux, wel het moment waarop een transhumaan wezen van een verre toekomst de techniek machtig is om in het verleden in te grijpen, maar ook het inzicht bezit om de ‘-“juiste” ingrepen te doen. Hegel noemde de synthese van subjectieve geest en objectieve geest, de absolute geest, waarmee hij kunst, religie en filosofie bedoelde, de momenten waarin het bewustzijn tot zichzelf komt en de geschiedenis “noodzakelijk wordt”. Vergeet echter die filosofie en de kunst, dat zijn maar bezigheidsterapieën. De absolute geest is gewoon het wereldbrein op tijdstip x, dat achterwaarts de geschiedenis (her-)schrijft. Voor ons amper te vatten, voor onze verre nazaten de logica zelve.

Deze ultieme complottheorie, die ergens ooit het pad van de fysica zal kruisen, is vandaag pure science-fiction en mag vooral niét algemeen aanvaard worden, anders zouden we allemaal op zoek beginnen gaan naar die interveniërende mollen, en zou de theorie zichzelf falsifiëren. Dus mag en zal u het niet geloven, en moeten de believers voor gek verklaard worden. Onmogelijk anderzijds om ons tegen die logica te verzetten en iets te doen wat niet zou passen in het scenario: alles wat wij doen of niet doen, alles wat gebeurt of niet gebeurt, is een stap naar de realisatie van het door de Almacht gewilde en gefabriceerde script.

Het idee heb ik niet van een SF-fantast maar van een fysicus, Dr. Holger Bech Nielsen, onderzoeker aan het Niels Bohr Instituut in Kopenhagen, die er zich over verbaasde dat de Large Hadron Collider in Genève, die het Higgs Boson moest produceren, steeds maar weer defect liep, soms door allerlei stomme oorzaken zoals een vogel die in de installatie vloog. Verklaring van Nielsen: het Higgs Boson màg niet gevonden worden, en het is de toekomst die het project saboteert. Een toekomst die men zelfs God mag noemen (“Well, one could even almost say that we have a model for God”). Waarna de man door de voltallige wetenschappelijke elite voor gek werd verklaard.

In ons verhaal over de kortgesloten geschiedenis en de kracht van de meteoren past de theorie perfect. En zo krijgt het verhaal ook iets van een slapstick, door de soms onwaarschijnlijke bokkensprongen die het “lot” maakt om te laten gebeuren wat moet gebeuren.

De journalistieke vraag is dan alleen nog wie door die Almacht zal worden uitgezonden om de burgemeester van Antwerpen alsnog uit het kosmische script te katapulteren. Ik formuleerde een paar hypotheses rond Breivik-achtige figuren die in Vlaanderland ronddolen. De meest waarschijnlijke optie echter is, dat ondergetekende door het Directorium van de toekomst werd uitverkoren om deze veredelde onzin bijeen te pennen, teneinde Bart De Wever bij lezing zo in lachen te doen uitbarsten dat hij zich dodelijk verslikt (foto). Via deze perfecte moord hebben de subjectieve en de objectieve geest zich helemaal verzoend tot de absolute wereldgeest, en is mijn bijdrage aan de geschiedenis een feit. Van een happy-end gesproken.

Advertenties