Vossen en kraaien in de stad

‘Veerkracht’ is het sleutelbegrip waarmee we 2015 –en misschien wel deze eeuw- zullen moeten doorstaan.

Zopas kreeg de Zweedse ecoloog Carl Folke een eredoctoraat aan de KU Leuven. Niets bijzonders, zult u zeggen. Toch wel. Folke is zowat de grondlegger van het begrip veerkracht dat opgang maakt in de biologie en ecologie, maar eigenlijk in haast alle wetenschappelijke domeinen. Veerkracht gaat over de mate waarin organismen in staat zijn om in te spelen op een veranderlijke (en zelfs onvoorspelbare) omgeving, zonder zich daaraan uit te leveren. Nemen we het milieu, het uitverkoren werkterrein van Carl Folke.

In eerste instantie werden de alarmsignalen over de vervuiling en de klimaatopwarming beantwoord met een verhaal rond duurzaamheid. Dat was een vrij statische en conservatieve attitude, die erop neerkwam dat we vooral willen behouden wat er is. Dat betekent: minder consumeren, de schaarste goed beheren, de thermostaat lager zetten, het PMD correct sorteren.

Vandaag is dat begrip achterhaald en maakt de transitie-beweging opgang, een veel dynamischer en progressiever gegeven, waar men niet alleen wil conserveren maar ook innoveren. Transition towns, of transitiesteden- en dorpen, zijn gemeenschappen die het heft in eigen handen hebben genomen inzake de productie-consumptieketen, en streven naar een energieneutrale en afvalloze economie. Schone energie (zon, wind) speelt daarin uiteraard een sleutelrol, naast allerlei recyclageprocessen, waardoor bijvoorbeeld kleren, huishoudtoestellen enz. niet bij het grof vuil terecht komen maar een nieuw leven krijgen. Dat heeft verregaande sociale implicaties: er is meer solidariteit en collectieve verantwoordelijkheidszin, mensen vormen netwerken en netwerkjes, men is meer op elkaar aangewezen.

Sommigen vinden dit model utopisch, en helemaal ongelijk hebben ze niet. De hippie-achtige paradijsmythe is nooit ver weg, en het is misschien een tikkeltje optimistisch om te denken dat iedereen zo braaf in het gareel zal blijven lopen voor de goede zaak. In elk transitiedorp zal je wel die ene sluikstorter of liefhebber van tuinvuurtjes hebben die de boel verpest. Maar vooral: dit model werkt enkel in een landelijke omgeving met voldoende ruimte voor eigen voedselproductie en energiecentrales, en dus met een lage bevolkingsdichtheid. En of we het nu graag hebben of niet: meer dan de helft van de wereldbevolking leeft in steden, een percentage dat gestaag toeneemt.

De les van Delfine

Zo komen we bij het begrip veerkracht (Eng. ‘resilience’). Dit gaat niet alleen over innovatie maar over echte transformatie. De natuur zelf is buitengewoon veerkrachtig, waarbij je duidelijk merkt hoe belangrijk actieve aanpassing en omschakeling zijn, het is de grondslag van de evolutie. Vandaag proberen we bepaalde soorten te beschermen tegen uitroeiing, maar sommigen zijn flexibel genoeg om uit zichzelf te ‘moderniseren’. Zo doet de vos het heel goed, tot diep in de stad, als nomadische alleseter en bezoeker van vuilnisbelten. Idem voor de kraai, de meeuw, zelfs de wolf: allen hebben ze zich aangepast aan de mens en de grootstad, en hebben onder meer probleemloos hun menu veranderd. Die plasticberg in de oceaan is natuurlijk een schande, maar een groot eetfestijn wacht de vis die plastic kan verteren!

In de natuur zijn veerkrachtige ecosystemen gebaseerd op een grote diversiteit: hoe rijker en gevarieerder de voedselketen, hoe minder kans dat één verstoring alles ontwricht.

Monocultuur en éénvormigheid leiden tot kwetsbaarheid. We zijn alleseters geworden uit veerkracht: is het ene er niet, dan eten we het andere wel. En nu komen ook de insecten op ons menu, gewoon omdat er genoeg van zijn, ze veel eiwitten bevatten, en er koks zijn die ze nog lekker kunnen bereiden ook.

Dit is een ingewikkeld verhaal rond realisme en overlevingskunst. We kunnen niet ter plaatse blijven trappelen, maar de grote maakbaarheid is al evenzeer een illusie, want teveel factoren hebben we niet in de hand. Dus is het zaak om op elk moment bij te sturen, van positie te veranderen, of het gewicht van de tegenstand te gebruiken als hefboom. Niet toevallig kom ik op de gevechtskunsten uit: mijn idool Delfine Persoon is een wonder van veerkracht. Als boksster kan ze incasseren maar ook uithalen, nooit bevindt ze zich op dezelfde plaats. De teleurstelling omwille van die gemiste trofee van Sportvrouw van het Jaar duurde slechts één nacht. Daarna mompelde ze dat ze met die Vlaamse kermis niets meer te maken wou hebben, en vertrok naar Amerika.

Overgangstijd

U ziet: veerkracht is een heel breed begrip, dat een ecologisch, een economisch, een psycho-sociaal en zelfs een cultureel domein overspant. Kinderen opvoeden tot flexibele weerbaarheid wordt dé uitdaging in een snel veranderende wereld. Het is meteen ook dé remedie tegen het doemdenken en de kuddegeestmentaliteit. Kuddes zijn nooit veerkrachtig. Als ze op de loop zijn, stormen ze allemaal dezelfde richting uit, desnoods de afgrond in. Gemeenschappen zijn veerkrachtig als ze uit veerkrachtige individuen bestaan, die op een zeker moment antwoorden kunnen formuleren waar een homogene groep nooit aan toe komt. De polyvalente duivel-doet-al heeft hier betere kaarten dan de specialist of vakidioot.

Eén ding staat vast: 2015 zal géén schoonheidsprijs krijgen in de geschiedenisboeken. Dit wordt een chaotisch en lelijk jaar. We begonnen met de Charlie-aanslag en de aanslepende terreurdreiging, het ineengestorte kunstwerk van Arne Quinze in Mons, de mails van Kris Peeters om zijn eigen regering stokken in de wielen te steken, de campagne van Bibi-sit Netanyahu als kinderlokker. En we zijn nog maar februari.

Hoe met die rotzooi omgaan? Door haar te zien als opportuniteit en vormgever, onder het welbekende motto van de filosoof Friedrich Nietzsche: ‘Wat ons niet doodt, maakt ons sterker’. 2015 wordt een jaar van plantrekken, schipperen, kop-in-kas en dan terugkomen. Zoals het vuur een bos afbrandt, terwijl het onkruid er de dag nadien al terug staat.

En, zonder u te willen ontmoedigen: ik vrees dat het in heel de 21ste eeuw, die geen van ons wellicht zal overleven, van dattum is. We zullen moeten gewoon worden aan het ongewone, we leven in een scharniertijdperk op elk gebied. Daarin heeft elk individu zijn plaats te zoeken, er verdwijnen en ontstaan nieuwe groepsverbanden, alternatieve levenswijzen, de ene succesrijk, de andere mislukkend. Neen, we zullen de vruchten van de verandering niet plukken, we zijn de brug naar morgen en hebben vooral een overlevingsopdracht in een tijd die ons op de proef stelt en uitdaagt.

Rubensiaans

rubensDat evolutionair inzicht betekent niet dat we schoonheid en geluk moeten opgeven. Want in de tussentijd ontstaan prachtige dingen, net omdat overleven ons brein aanscherpt en emoties intenser maakt. Mijn voorbeeld in dat opzicht is de meester van de Vlaamse barok Pieter Paul Rubens. Dikwijls wordt hij als collaborateur met de Spaanse bezetter gedoodverfd. Dat was hij ook, sterker nog: hij was dé graficus van de contrareformatie in een tijd die door godsdienstoorlogen werd geteisterd.

Toch ontstond in en vanuit dat pragmatisme een kunst die de visie van ons, mannen, op het vrouwelijk archetype grondig zou bijkleuren. Het Rubensiaanse universum van heidense saters, nimfen en onchristelijk-volle boezems is een ode aan de veerkracht van het menselijk bestaan. Een raadsel hoe het werk aan de censuur ontsnapte. Hij was een tussenfiguur van de kering, die uitgroeide tot een energetisch krachtveld dat eeuwen overspant. Een blijvende inspiratiebron.

Veerkracht maakt het individueel en collectief overleven tot kunst. In de godsdienstoorlog die we vandaag meemaken, nog overschaduwd door een dreigende ecologische catastrofe (‘twee voor twaalf’) hebben we vooral mensen nodig die op een balans kunnen staan. Geen doemdenkers en geen profeten, maar evenwichtskunstenaars op een slappe koord. Koks die in staat zijn om sprinkhanen tot een lekkernij te maken. Vrijbuiters die niet alleen bezig zijn met hun eigen behoud, maar ook een groep, een volk en de soort kunnen optillen boven het fatalisme. Vossen en kraaien in de stad. En de schoonheid daarvan.

 

Advertenties

7 Reacties op “Vossen en kraaien in de stad

  1. De idee dat veerkracht belangrijk is, eerder nog dan flexibliteit kende ik van de Franse psychiater Boris Cyrulnik, die het opvangen van pijnlijke ervaringen niet vanuit victimisatie wil benaderen maar erop uit is bij mensen die in zwaar weer terecht zijn gekomen of een trauma hebben opgelopen, wil opwekken door precies hun veerkracht aan te spreken. Een eenvoudig proces kan men het niet noemen, meer nog, hij ziet de hoofdrol niet weggelegd door psy’s, maar wel bij opvoeders, ouders, onderwijzers en anderen die zich het lot van jongeren wil aantrekken.

    Maar het lijkt me een interessante verschuiving van de aandacht, omdat flexibiliteit een eis was geworden die mensne uiteindelijk maar unidimensioneel aanpassen dwingen in functie van de noden va de overheid en het bedrijfsleven. Veerkracht suggereert dat het mogelijk is als het gaat knijpen toch weerwerk te bieden en zichzelf of een gemeenschap er weer bovenop te helpen. Of onze samenleving nog zo veerkrachtig is, valt nog te bezien, maar we kunnen het niet enkel van anderen laten afhangen.

  2. wim van rooy

    Maar in de stad leven vandaag ook degenen die het Westen willen vernietigen, en ze zijn van langsom met meer – en daar kun je met ‘resilience’ niet tegenop, tenzij in dromenland.

  3. Jan Braeken

    Een kleine persoonlijke opmerking, niets bijzonders : in functieomschrijvingen van job-advertenties is een ware rage van dat woord ‘veerkracht’ net gepasseerd. Ik heb er, gedurende de enkele jaren dat het in zwang was, een paar keer van moeten walgen – zo veel werd het gebruikt, en zo zinloos, zo leeg en zo belachelijk klonk het. Dat is jou vanzelfsprekend ontgaan, Johan ; je kon het niet weten, in jouw hoedanigheid. (Maar eigenlijk moest je het weten). Ik heb nu dat woord geklasseerd onder ‘oervervelende reductie n° 125845667826826552’. Verder alles in orde, of toch zeker in theorie.

    (Misschien is je omschrijving van de aanpassing van dieren al te sterk geïdealiseerd. Die indruk krijg ik, want dankzij het monster ‘mens’ zijn honderden wonderbaarlijke diersoorten inmiddels al uitgestorven, mèt exact dezelfde veerkracht die elk dier van nature kenmerkt. Bovendien zou ik op dit moment zeker niet de maag van kraaien en vossen willen zijn ; de stinkende chemische rotzooi die ze nu uit stedelijk afval moeten pikken om te overleven doet mij nog meer walgen).

  4. Piet Hein jongbloet

    Doet Johan hier wel recht aan .P.Rubens? De man van ”Flandria carissima nostra patria”, die als diplomaat vruchteloos gepoogd heeft bemiddeld tussen Spanje, Engeland en Frankrijk om de verwoestende oorlogsverrichtingen te beëindigen in de Nederlanden” , Flandria als het toenmalig geheel voor de Nederlanden.
    Lees Mark Lamster: De meester van de schaduw Peter Paul Rubens, Geheim agent , Amsterdam, De Bezige .Bij

  5. E. Janssens

    Behalve het begrip ‘veerkracht’ ken ik nog een ander begrip: ‘peptalk’.

  6. Die veerkracht is afgestompt door onze sociale zekerheid die ons de illusie geeft dat de overheid wel alle onzekerheden des levens zal wegnemen, en altijd wel zal opdraaien voor de gevolgen van de stommiteiten die we ongestraft menen te mogen begaan in het kader van de individuele vrijheid en het onbeperkt zelfbeschikkingsrecht. In deze eeuw zal duidelijk worden dat dit een illusie is. De neergang van de sociaaldemocratische politieke partijen is een teken aan de wand. Opvoeden tot zelfredzaamheid en weerbaarheid is de belangrijkste opdracht van ouders en onderwijs. Maar dat laatste is nog steeds doordrenkt van de collectivistische gelijkheids-en zorg illusies uit de 20e eeuw. Dit artikel van JS zou verplichte literatuur moeten zijn voor elke onderwijsmens. Helaas krijgen die blijkbaar nog steeds enkel de politiek correcte versie voorgeschoteld van wat onderwijs moet zijn. De school wil alles oplossen en kweekt volgzame schaapjes die opgehouden zijn met kritisch denken en nooit de klassieke mantra’s van de sociaaldemocratie in vraag stellen. Zelfdiscipline wordt vervangen door regeltjes-kadaverdiscipline. In die zin schuift onze samenleving langzaam op richting Islam : regeltjes en mag-niet domineren, kritisch dwarsdenken wordt niet geduld.

    • Ik ben het absoluut niet eens met uw eerste zin, Hans. Veerkracht wordt altijd voorgesteld als onbeperkt, – vandaar het alomtegenwoordige misbruik daarvan door ziekelijke werkgevers, die onbegrensd meer eisen van hun werknemers -, daar waar wij zeer goed weten dat een veer die te ver uitgerekt wordt breekt (burn-out bijvoorbeeld), of nooit meer in haar oorspronkelijke stand zal kunnen terugkeren. Ik kan mij niet voorstellen dat werkloosheid of ziekte, en de sociale uitkeringen daarvoor die vandaag alleen nog maar kunnen dienen om nog net te overleven (de noodzakelijke, existentiële zekerheid, met respect, die elke illusie vernietigt), een stommiteit is. Het is precies het breken van onze natuurlijke veerkracht, door financiële chantage op of buiten de werkvloer, die werkloosheid en ziekten veroorzaakt. Men moet de feiten niet omkeren.
      Ik vraag mij af of onze sociale zekerheid zelf wel voldoende veerkracht bezit in onze hoofden, met name in die van politici. Daarover wil waarschijnlijk niemand spreken.
      Tot slot, om het leugenachtige debat over misbruiken in de sociale zekerheid eens in een eerlijkere richting te sturen, nog dit.
      De sociale zekerheid voor rijken heet belastingontduiking.