Maandelijks archief: maart 2015

‘Als God het wil…’: waarom de Islam zich niet laat moderniseren

Dewever

De extreme reacties op het fameuze Terzake-interview met Bart De Wever van 23 maart bewijzen vooral dat de persoon belangrijker is dan de boodschap, en dat daardoor een enorme mediavertekening ontstaat. Want uiteindelijk stampte de N-VA-voorzitter niet meer dan een aantal open deuren open. Natuurlijk is het integratiebeleid mislukt, en natuurlijk is de gesloten allochtone gemeenschap, met de schotelantennes steevast op Marokko gericht, een deel van het probleem. En natuurlijk is de criminaliteit onder allochtonen, vooral van Noord-Afrikaanse komaf, abnormaal hoog. Zou iemand dat durven betwisten? De studies van sociologe Marion van San spreken klare taal wat dat betreft.

Alleen: als De Wever het zegt is het nieuws en moet er eensklaps een racismedebat gevoerd worden. Steen des aanstoots: hij had het over Marokkanen, en dan speciaal de Berbers (waarmee de Noord-Afrikaanse stammen worden aangeduid die van oudsher het Sahara-gebied bewonen) als lastige klanten, vooral in zijn stad Antwerpen. Amusant detail: het woord “berber” is verwant met ons woord “barbaar” en betekent gewoon….’crapuul’. Oppassen met woorden, Bart.

Kapitalisme, liberalisme en humanisme

vitruviusNochtans lag het sleutelbegrip van dat interview elders, en wel in de woorden ‘sociale mobiliteit’. Daarmee wordt bedoeld dat mensen zich kunnen opwerken in de samenleving door onderwijs te volgen, met een diploma een degelijke job te vinden, aansluiting krijgen bij de middenklasse. ‘Dat lukt niet bij allochtonen’, roept de linkerzijde in koor, ‘want er bestaat discriminatie op de arbeidsmarkt, waardoor er ook geen motivatie is om te gaan studeren en jongeren aan de zelfkant terecht komen.’ Dat klopt niet helemaal. Het ligt wel degelijk ook aan hun eigen attitude die cultureel te verklaren is en een religieuze oorsprong heeft: de Islam is gewoon geen godsdienst die veel ruimte laat voor sociale mobiliteit. Onze Europese beschaving daarentegen draait helemaal rond dat vrij verkeer van personen, goederen, diensten en informatie. En lang voor de EU werd uitgevonden.

We beleven vandaag de nadagen van een culturele renaissance die pakweg begin 16de eeuw tot ontwikkeling kwam, eerst in Italië. In die samenleving kwam niet God maar de mens op de eerste plaats, als handelend, productief en communicatief wezen. Het marktgericht denken ging samen met een humanistisch ideaal en een liberale filosofie die later in de 18de eeuwse Verlichting verder haar beslag zou krijgen. Onze civil society, de burgermaatschappij, is daarvan de vrucht. Vrijheid, participatie en persoonlijke zelfverwezenlijking blijven de sleutelbegrippen van deze liberale cultuur, die pas na de Franse Revolutie ook een sociale dimensie zou krijgen, want vrijheid zonder solidariteit levert enkel een jungle op.

‘Islam’ betekent onderwerping

MUSLIMSDe vraag is, hoe een religieus fundamentalisme als de Islam, die inhoudelijk helemaal te vergelijken valt met ons Europees middeleeuws denkkader, in die ontkerstende, geliberaliseerde en geïndividualiseerde moderniteit zijn weg kan vinden. Is integratie überhaupt mogelijk van een gemeenschap waar men elke drie zinnen afsluit met de stoplap ‘Als God het wil’? Kan een religie, die letterlijk ‘onderwerping’ betekent, zich multicultureel voegen in een maatschappij waar alles draait rond maakbaarheid, ontvoogding en emancipatie? Als God ons een vaste rol in het scenario geeft, waar niet van mag afgeweken worden, heeft zoiets als ‘sociale mobiliteit’ geen betekenis. Integendeel, het is godslasterlijk. Dat betekent echter ook dat een persoonlijk ontwikkelingstraject, buiten de strikt religieuze vervolmaking, niet toegestaan is. Studeren, solliciteren, promotie maken,…het zijn allemaal duivelse pogingen om van het vastgestelde levenspad af te wijken.

Ik zeg niet dat alle moslims dat religieus fatalisme zo expliciet beleven. Maar het wordt dikwijls een cultureel alibi om niét te moeten deelnemen aan het meritokratische samenlevingsmodel waarin succes aan inspanning is gekoppeld. Noch het liberale denken, noch het kapitalisme, noch de democratie behoren tot het DNA van een Allah-toegewijde ideologie. Het discours rond discriminatie, waarbij wij, autochtonen,  zogezegd verantwoordelijk zijn voor hun maatschappelijk falen, versterkt nog die passieve attitude. Terwijl er wel degelijk ‘Berbers’ zijn die niét bij de pakken blijven zitten en gaan doorstuderen, een bedrijfje opstarten, zich inschakelen in de markteconomie én zich kunnen vinden in het Europese vrijheidsdenken. Maar veel te weinig. Het gros berust en mokt.

BMW-Marokkanen en wandelende bommen

9_11De voor ons archaische woorden‘… als God het wil’, betekenen dus eigenlijk dat alles goed is zoals het is. Maar tegelijk lopen die werkloze Berbers wel langs de straat en zien het laatste model GSM in de etalage, of zien een zwarte BMW voorbijzoeven. Dat creëert, ondanks de religieuze plicht tot berusting, ook afgunst. Daarbij komen dan nog de macho-attitudes, eigen aan een patriarchale subcultuur met agressieve (maar eveneens sociaal mislukte) vaders en machteloze moeders, en je hebt alle ingrediënten voor een sfeer van haat en ressentiment.

Het welbekende beeld van de BMW-Marokkanen, waarbij iedereen zich afvraagt hoe ze zonder degelijke job aan zo’n bolide komen, typeert die dubbelzinnigheid. Ze willen het kapitalistische statussymbool, maar aanvaarden niet de goddeloze premis die zegt dat een vrij individu zijn eigen welvaart kan creëren zonder tussenkomst van hogeraf.  Het is dus, jammer genoeg, maar een halfbakken materialisme. En neen, die BMW’s zijn niet allemaal gestolen. Soms zijn het tweedehandsbakken, soms delen ze er een met vier of vijf. Maar hun attitude straalt onverschilligheid en zelfs dédain uit voor de sociaal-mobiele sukkels die hard werken, weinig klagen en alleen op zichzelf rekenen om status te verwerven. De criminaliteit blijft dus voor jonge moslim-allochtonen een ‘binnenweg’ om doelen te bereiken zonder de middelen te moeten hanteren die onze liberaal-participatieve samenleving voorschrijft.

Merkwaardig genoeg steunt het terrorisme op dezelfde paradox: de binnenweg van het geweld bestaat erin om een politiek-religieus gelijk te halen zonder zich met de decadente democratie te moeten inlaten. Vermits ook de democratie en het vrije debat aspecten zijn van een ‘ontaarde’, goddeloze samenleving die zichzelf wil maken, is het religieus correcter om als persoonlijke zendeling van de Almacht met een scherp afgestelde bom rond te lopen om zijn doel te bereiken, dan om zijn tijd te verleuteren met discussiëren midden een amalgaam van meningen. De martelaar heeft een rechtstreekse lijn met God,- door wiens wil torengebouwen doorkliefd en metrostations ondermijnd worden. De angst bij de ongelovigen is dé lakmoesproef en het bewijs dat Gods wil boven elke menselijke wilsbeschikking staat. De liberale samenleving wordt kwetsbaar, brokkelig, gelooft niet meer in haar eigen kracht. Het transcendente triomfeert, Insjallah.

Secularisering

Ayaan Hirsi AliDe Jihadisten en de allochtone criminelen -en nu krijg ik gegarandeerd heel de linkerzijde en fatsoenlijk-rechts over mij heen – tappen dus wel degelijk uit hetzelfde religieuze vaatje. Zonder deze weinig bemoedigende vaststelling blijft elk discours rond racisme en discriminatie hangen in de politiek-correcte clichés. Jammer dat een historicus als Bart De Wever dan toch niet doorging op de cultureel-religieuze dimensie, en zich finaal vast reed in een kroeggesprek over luie Berbers. Met het gekende tramelant als resultaat. De Wever zou misschien beter een Islamkenner als Koenraad Elst in dienst nemen, om echt te begrijpen wat zich vandaag afspeelt. Maar misschien wil de N-VA, met haar rechts-conservatief kiespubliek, geen al te geloofskritische pistes bewandelen en gaat ze dan maar voor de stigmatisering van de Antwerpse Noord-Afrikanen.

Blijft dan het feit dat dit ontkerstende Avondland klaar is met de religie. We hebben de Kerk niet verlaten om ons zicht door moskeeën te laten bederven. Bestaat er overigens zoiets als een ongelovige Marokkaan? Een atheïstische Berber? Ik zou hem/haar graag eens ontmoeten. De uit Somalië afkomstige Ayaan Hirsi Ali, op wie nog steeds een fatwa rust, gaat door voor een tot het vrijdenken bekeerde moslima. De Islam noemde ze een ‘destructieve, nihilistische cultus van de dood’ en ‘het nieuwe fascisme’. De profeet Mohammed schilderde ze af als ‘een perverse tiran’. De centrale these van de Islam, je overgeven aan de wil van Allah, noemde ze ‘een achterlijk uitgangspunt’.

In haar zopas verschenen boek ‘Ketters, Pleidooi voor een hervorming van de islam’ pleit ze wel voor een modernisering van de Islam, maar stelt ze ook vast dat die nergens concreet zichtbaar is. Het zal dus voor later zijn, als het God belieft.

Misschien ondertussen toch maar werk maken van een brede secularisering in het onderwijs, ook daar waar leerlingen in de biologieles de oren sluiten als de naam Darwin valt. Schrappen van alle godsdienstles en het inplanten van een vak ‘levensbeschouwing en burgerzin’, is al een goed begin. Ik begrijp dat Bart De Wever ook daar liever over zwijgt, uit schroom voor de Guimardstraat. Toch zou hij moeten inzien dat het door hem zo op handen gedragen liberaal-economisch model niet zonder een liberale, vooruitstrevende filosofie kan. En dat die filosofie de enige consequente basis is voor integratie, emancipatie en actief pluralisme.

Advertenties

Een vaginale besnijdenis is niét hetzelfde als een intieme piercing.

Waarom de nieuwe multicultuur vooral onder moslimdruk knabbelt aan de Westerse emancipatiegedachte

No-shariaEen filosoof moet het ook kunnen hebben over onderwerpen die hem niet op het lijf geschreven zijn, maar die een algemene maatschappelijke draagwijdte hebben. Vaginale piercings bijvoorbeeld. Voor de gemiddelde Vlaming, wiens vrouw niet eens haar doos scheert, een puur metafysische kwestie. Toch is het een modetrend geworden bij jonge vrouwen (en overigens ook mannen) om die naalden en ringetjes intiem te laten aanbrengen. Zoals de klassieke oorbellen dus, maar dan op een andere plek. Uit navraag bij betrokkenen blijkt dat de ingreep en de hersteltijd met enig ongemak gepaard gaat, maar dat de geneugten achteraf groot zijn: wie ben ik om hen tegen te spreken. Chacun doit cultiver son jardin, zoals Voltaire placht te zeggen.

Levenslange verminking

De reactie komt echter uit onverwachte hoek: in Groot-Brittannië, waar het besnijden van meisjes (‘clitoridectomie’) sinds 1985 verboden is, zijn de moslims nu in het offensief gegaan onder het motto: ‘Genitale piercings? Dan ook vrouwenbesnijdenis!’ Het Britse ministerie van volksgezondheid kon moeilijk op dat verbod terugkomen, doch besloot om dan ook maar elke vorm van intieme decoratie te verbieden: uw Prins Albert (populaire naam voor een ring doorheen de eikel) is in Groot-Britannië illegaal. Dat was natuurlijk de bedoeling niet van de moslimlobby: zij willen net dat beide, en dus vooral de besnijdenis,  toegelaten worden. Maar worden hier geen appelen met peren vergeleken?

Bij de besnijdenis van kleine meisjes wordt de clitoris met een scheermesje afgesneden. Het is een uitermate pijnlijke en wreedaardige ingreep die er voor moet zorgen dat de vrouw zo min mogelijk seksueel genot kan ervaren. Verminking voor het leven is dus de juiste term. In primitieve Afrikaanse stammen, maar dus ook in bepaalde islamitische milieus, is deze ingreep een uitdrukking van een extreem-patriarchaal wereldbeeld.

Bij westerse genitale opsmuk anderzijds gaat het om volwassen mensen die vrijwillig, en eerder uit nonconformisme, zo’n behandeling laten ondergaan. Het is gewoon een stuk lichaamscultuur. Vooral vrouwen zien het als een feministisch statement. Bovendien is het omkeerbaar en kunnen die naalden of ringen er altijd uit als je ze beu bent. Die drie criteria,- volwassenheid, vrije wil en omkeerbaarheid,- zouden samen een goede basis kunnen vormen om het onderscheid tussen de appelen en de peren te maken. Maar dat gebeurt dus niet, want er is iets anders aan de gang: onder druk van vooral het moslimfundamentalisme is er in Groot-Brittannië een politiek-correcte consensus aan het groeien die alle culturele onverenigbaarheden wil wegwerken.

Gleichschaltung

Een ‘harmonisatie’ dus. Waarbij meestal onze eigen culturele waarden en vrijheden er moeten aan geloven. In het voorbeeld van de vaginale verminking en de piercings worden twee eigenlijk onvergelijkbare praktijken verboden, maar voor hetzelfde geld kan de ‘Gleichschaltung’ ook de andere richting uitgaan, bijvoorbeeld bij het onverdoofd slachten: als dit wordt gelegaliseerd, moeten onze wetten op dierenwelzijn finaal herzien worden en zetten we eigenlijk een stap achteruit op gebied van menselijkheid en mededogen.

De Britse overheid opent hiermee dus een doos van Pandora. Als achterlijke tradities onze samenleving binnensluipen via het zogenaamde gelijkheidsprincipe, dan kunnen we net zo goed de sharia invoeren. Dat zou, vreemd genoeg, bepaalde conservatief-Christelijke groepen zelfs niet slecht uitkomen. Zo zou het door de moslims al lang geëiste verbod op het spotten met de profeet, wettelijk kunnen geregeld worden, als dan bijvoorbeeld ook bepaalde ikonoclaste satires genre Monty Python’s Life of Brian, de bekende parodie op het Jezusverhaal, als ‘heiligschennend’ kunnen beschouwd worden en in het strafwetboek opgenomen. Van twee één, iedereen gelijk.

Zo bekeken is dit niet enkel een kwestie van vaginale naaldjes en ringen: het zijn onze humanistische waarden zelf die worden uitgehold, doordat culturen die nog niet aan een Verlichting toe zijn, ons dwingen om onze normen naar onder toe bij te stellen. Deze gevaarlijke symmetrie, afgedwongen vanuit een slecht begrepen gelijkheidsbeginsel, is heilloos en zal zich volgens een chantagelogica steeds verder doorzetten. Finaal zullen we steeds meer water in onze wijn moeten doen op gebied van vrijheden, mensenrechten, vrouwenrechten, democratische principes zoals die van de seculiere rechtstaat, om de fundamentalistische lobby’s te paaien. Halal overal, de omgekeerde wereld is dichter bij dan u denkt.

De vrijheid van Fikry

Zonet werd de Arkprijs van het Vrije Woord toegekend aan de Marokkaanse Vlaming Fikry El Azzouzi. Een bizarre keuze. De uitreikers van de prijs, te situeren in een links-vrijzinnige omgeving, honoreren daarmee iemand die niet ophoudt om te schelden op het seculiere denken en de Europese Verlichtingsfilosofie. Voor de moslim Fikry El Azzouzi is heel het verhaal van de godsdienstneutrale rechtstaat achterhaald, vooral het duivelse atheïsme moet het ontgelden. Ik vraag me af vanuit welke masochistische inspiratie de dames en heren van het Vrije Woord deze allochtone querulant wilden honoreren.

Hij is de literaire versie van die andere beroepsallochtoon, Dyab Abou Jahjah. De Vlamingen zijn racistisch, behandelen hem slecht, en zweren bij Zwarte Piet. Etienne Vermeersch –wiens stijl ik ook niet altijd kan pruimen- wordt ontmaskerd als ‘fundamentalistische verlichtingspastoor’. De hoofddoek, en bij uitbreiding de burka, en waarom niet de vaginale verminking, dient om de moslima te emanciperen: alles wordt omgekeerd en binnenste buiten gedraaid.

Fikry gaat zelfs zover om heel ons Europees-humanistisch waardenpatroon als een averechtse sharia te betitelen,- waardoor het ook een vorm van fundamentalisme en onverdraagzaamheid wordt. Onverdraagzaamheid tegen die andere sharia dus, die het afhakken van handen en het defenestreren van homo’s propageert.

De humanisten in Vlaanderen hebben blijkbaar de ballen niet meer om voor hun gedachtegoed te gaan, en zijn helemaal klaar om de Angelsaksische nivelleringsgedachte over te nemen, die wil dat onze Europese cultuur arabiseert,- het is zo simpel als dat. Zo’n vrijheidsprijs is niets waard. Terecht komen de Femen-activisten hiertegen op straat: neen, wij moeten géén water in onze wijn doen om de vrede te bewaren. Als ik vandaag aan iemand een vrijheidsprijs zou willen toekennen, dan is het aan deze radicale erfgenames van Voltaire.

Bericht aan al mijn vrienden, lezers, volgers op facebook

 

Gisteren, 17 maart 2015, verdween mijn facebookprofiel spoorloos. Geen Johan Sanctorum meer (behalve een paar toevallige naamgenoten).  Ik dacht eerst aan hacking, maar vermoedelijk heeft het bedrijf zelf mijn account verwijderd, gezien mijn post van die dag rond het schilderij ‘L’origine du monde’  (1866) van Gustave Courbet, tonende een realistisch vrouwelijk naakt. Met aansluitend een boeiende forumdiscussie, waarvoor mijn dank. Ik wist dat dit kon gebeuren, het is een spel met de censuur en het puritanisme van een Amerikaans bedrijf dat, laten we het toch niet vergeten, niets meer is dan een winstgevend doorgeefluik van privé-data.

Het is uiteraard bizar dat zo’n sociale netwerksite, waar het voor de rest krioelt van de Jihad-pagina’s en andere racistische small talk, aanstoot neemt aan een kunstwerk dat al zo’n anderhalve eeuw oud is, in alle mogelijk musea ter wereld heeft gehangen, en eenvoudigweg Moeder Natuur in al haar authenticiteit voorstelt.

Niet getreurd echter. Ik creëer bij deze een nieuw FB-profiel en doe gewoon verder met mijn dagelijkse filosofische columns die, niet te vergeten toch, ook telkens op mijn blog www.visionair-belgie.be te lezen zijn. De lezers en echte vrienden zullen snel de weg vinden naar deze nieuwe pagina, die misschien ook weer na een tijd geschrapt wordt,- het blijft een vermakelijk spel van kat en muis met de arrogante internetreus.

Met dank om dit bericht zoveel mogelijk te willen delen.

Johan Sanctorum

 

 

 

 

Europa en de privacy-wetten: seks, leugens en lobby’s

Een liberaal die onze privacy moet bewaken? – Dat was mijn eerste ongelovige bedenking toen Bart Tommelein (Open VLD) vorig jaar werd ingezworen als Staatssecretaris voor Bestrijding van de Sociale Fraude, Privacy en Noordzee. Heeft de Oostendse beschermdolfijn der zelfstandigen, die carrière maakte in de financiële sector, beslist affiniteit met de eerste en de laatste materie,- nummer twee lijkt wat op het verhaal van de pyromaan die mee helpt blussen.

Niet dat ik Tommelein verdenk van enige kwade bedoeling, het gaat hem puur om de ideologie: wie het onbeperkt vrije verkeer van goederen, diensten, personen en informatie toejuicht, kan het verhaal van privacybescherming alleen maar als een domper op de feestvreugde zien. En inderdaad, wat blijkt? Het zijn vooral liberale decision makers die de voet op het rempedaal zetten als het gaat over de bescherming van de privé-sfeer.

En vermits de wetgeving terzake net nu op de Europese agenda staat, is een omweg langs Brussel en Straatsburg gepast.

Loveboat

Zopas kon u in Doorbraak een bespreking lezen van het jongste boek van Derk Jan Eppink, ‘Het rijk der kleine koningen – Achter de schermen van het Europees Parlement’. Het gewezen EU-parlementslid geeft ons daar een amusante maar ook wel ontluisterende inkijk in de Europese cenakels. Doorgeschoten ego’s à la Guy Verhofstadt voelen er zich kiplekker, en voeren er een theaterfestival van de zelfgenoegzaamheid op.

Dat vertoon is echter maar het topje van de ijsberg. De Euro-bubbel krijgt namelijk ook steeds meer greep op ons dagelijks leven dankzij duizend en één wetten en reglementjes. De EU-parlementsleden staan daarbij onder druk van de nationale regeringen,- ministers en staatssecretarissen dus-, maar laten zich ook gewillig benaderen door lobbyisten van allerlei slag: agenten van belangengroepen en privé-organisaties die het wetgevend werk willen ‘bijsturen’. Via het geschikte glijmiddel uiteraard. Onvermijdelijk komt in dat opzicht een ander fenomeen in beeld: het vrolijke privé-leven van de parlementariërs dat ze beslist niét te grabbel willen gooien en dat zich natuurlijk vooral buiten de parlementaire zittingen afspeelt. Ook daar doet Derk Jan Eppink een boekje over open.

Tussen de regels begrijpen we waarom oudere politici zo tuk zijn op een fin-de-carrière in Europa: om van hun vrouw weg te zijn, én om in de koffer te kunnen duiken met hun secretaresse/maîtresse. U begrijpt: Straatsburg is ver, de dagen druk en de nachten eenzaam. In de vijfsterrenhotels komt puntje bij paaltje en zijn de maîtresses naast de luxe-escorts kind aan huis, tenzij de parlementairen kiezen voor een privé-optrekje, dat alles uiteraard als onkosten in te brengen. Eppink gewaagt zelfs van een heuse ‘loveboat’: dit milieu trekt een bepaald soort vrouwen aan dat kickt op mannen in maatpak, de glamour, het lekker tafelen, de dienstauto’s, de snoepreisjes. Gemiddelde leeftijd van de ‘secretaresses’: 25 à 30 jaar,- hier geen sprake van het activeren van bruggepensioneerden.

Politiek en hormonen dus, de macht die zogenaamd erotiseert. Gek, want een paar weken geleden kwam Jean-Marie Dedecker in Knack ook al met zo’n smeuig stukje af over de mandatarissen en hun brede matras (‘Waar macht regeert vliegen de hormonen en de oestrogenen door het zwerk.’) Het betreft hier telkens bekentenissen van uitbollende/afscheid nemende politici die graag een boekje willen opendoen, deels om nog wat uitstaande rekeningen te vereffenen, maar eventueel ook als ultieme bekentenis/genoegdoening naar het thuisfront toe.

Dat hormonenverhaal komt natuurlijk overal voor waar heren-van-stand belangrijk staan te wezen. In de politieke context is het echter extra relevant, omdat vermoedelijk het spel van lobbying en manipulatie voor een flink deel langs het liefdespad verloopt. Vreemdgaande politici zijn daarbij buitengewoon chanteerbaar, en het is voor pakweg een farmaceutisch bedrijf of een sigarettenfabrikant veel veiliger om een gewillige dame in te huren dan zomaar een berg cash op tafel te leggen. Er is hier namelijk geen sprake van corruptie of omkoping, c’est l’amour. Anders gezegd: de loveboat maakt deel uit van de lobbymachine, en de door ons zo gehate EU-regelgeving is resultaat van hard nachtwerk.

Klokkenluiders

Dat brengt ons weer bij de Europese privacy-wetgeving waar, ironisch genoeg, zelf een sterke zweem van geheimhouding en manipulatie over hangt. De belangen zijn dan ook enorm: privé-informatie wordt ‘het nieuwe goud’ genoemd in dit cybertijdperk. Vooral de internetgiganten zoals Google, Facebook, Amazon, en E-Bay zijn vragende partij om die informatie zoveel mogelijk vrij verhandelbaar te maken. Alles wat u doet, zegt, schrijft, overal waar u komt, welke winkels u bezoekt, interesseert hen. Het internet fungeert als een enorm reservoir van privé-informatie (die we er al dan niet zelf opzetten), bedrijven kopen die gegevens dan weer op, uitgesplitst volgens doelgroep, voorkeur, enz.

De lobbyisten (naar schatting lopen er alleen al in Brussel zo’n 30.000 rond) werken nu op twee fronten. Terwijl het Europees Parlement verder bakkeleit rond het privacy-wetsvoorstel dat het al in 2013 op papier zette, zijn nu ook de respectieve lidstaten amendementen aan het indienen, die vooral de bescherming van de privésfeer weer moeten uithollen. De jonge Oostenrijkse klokkenluider Max Schrems vlooide een en ander uit, en ontdekte dat teksten van lobbyisten soms letterlijk worden overgenomen in de wetsvoorstellen of de amendementen. De webstek Lobbyplag.eu, voortbouwend op het onderzoekswerk van Max Schrems, publiceerde ruim 11000 (geheime) documenten m.b.t. het EU-lobbywerk, en wat blijkt? Al in 2013 beijverde voormalig eurocommissaris Louis Michel (MR) zich enorm in het afzwakken van de teksten. Sommige bleken inderdaad regelrechte copy-paste van door privé-personen en –bedrijven aangedragen wijzigingen, wat Michel even in nauwe schoentjes bracht.

Maar ook genoemde Bart Tommelein, onze privacyminister dus,  is nu recent volop bezig met het amenderen en afzwakken van de teksten die de persoonlijke levenssfeer moesten beschermen. Zo stelt hij voor om in de term ‘expliciete toestemming van de consument”, het woord ‘expliciet’ weg te laten, wat veel meer ruimte geeft voor Google, Facebook en C° om daar zelf een draai aan te geven en er een ‘stilzwijgende toestemming’ van te maken. Cui prodest? Wie wordt hier beter van?

Heel dit verhaal laat een wrange nasmaak over de manier hoe de EU-besluitvorming, in relatie tot de nationale directieven, met de democratie een loopje neemt en eigenlijk met iets anders bezig is dan de belangen van de burger/consument. Het Europees Parlement drijft niets op de spits en laat het lobbywerk zijn gang gaan. Eppink lichtte een tipje van de sluier op waarom dat zo is. Het onrustwekkende is tevens dat dit op alle niveaus gebeurt, tot en met het laagste: ook in onze randgemeente Overijse wordt het lokale beleid gekleurd door privébelangen, vooral vanuit de vastgoedsector, waarin de familie van de burgemeester actief is. Op een boogscheut van de Brusselse Euro-wijk, ik moet er geen tekeningetje bij maken.

Het bewijst dat op alle niveaus, van hoog tot laag, klokkenluiders en burgerinitiatieven absoluut noodzakelijk zijn om de democratie, of wat daar voor doorgaat, niet echt te laten ontsporen.

Waarom de N-VA een echte volkspartij is

De deining rond de fotoshoot van kamerlid Zuhal Demir (N-VA), genereus poserend in het federaal parlement voor de cover van P-magazine, is nog niet helemaal geweken. Dat was ook de bedoeling: op een moment dat haar partij het niet echt goed doet (Uplace enzo, ongeruste mantelzorgers, Vlaamse onafhankelijkheid helemaal van de agenda verdwenen), en een minister van Mobiliteit zich van zo’n schamele vier miljard vergist in een mobiliteitsdossier, mag het grof geschut wel worden bovengehaald.

En eerlijk: Zuhal heeft een mooi lijf, ze kijkt je met die zwoele Oriëntaalse blik aan als een prinses uit de sprookjes van duizend-en-één nacht, niet vulgair maar mysterieus, niet onnozel maar guitig, elk plekje bloot bestudeerd versluierd met half-doorzichtige stof, waaruit de waarheid van God spreekt, voor mannen dan toch.

Duizelingwekkende diepten

Theologie dus. Het dichtst benaderde de commentaar van kerkjurist Rik Torfs nog de essentie: ‘Ik sta hier volledig achter. We kenden al de duizelingwekkende diepte van haar ideeën. Nu kennen we ook die van haar decolleté.’

Dat vereist enige duiding. Zuhal Demir is een neoliberale hardliner binnen de N-VA, bekend voor harde standpunten inzake werkloosheidsuitkeringen en stakingsrecht. Zo’n ijzeren imago kan best wel wat zacht satijn en kanten borduursel kan gebruiken. Torfs poneert daarmee subtiel de harde ideeën tegenover het zachte decolleté, en schat ze in als twee helften van éénzelfde perceptiemechanisme. Noem het de voor- en de achterkant van Zuhal.

Verdere beeldspraak over spreidstand zou hier ongepast zijn, maar toch: indien de N-VA de VOKA-kapitalisten én de kleine man/vrouw wil blijven aanspreken, de fameuze middenklasse maar ook diegenen die uit de boot vallen en straks, als het van Zuhal afhangt, als werkloze op de kasseien zullen terecht komen, is een brede, doelgroepgerichte communicatie wel gepast.

Op die manier worden de verhuurders bediend die niet willen ‘gepest’ worden met een indexsprong, maar ook de huurders die in het OCMW-wachtlokaal P-magazine mogen bestuderen en vaststellen dat ze toch goed gekozen hebben.

In die zin loopt elke vergelijking met iron lady Margaret Thatcher, die wel eens gemaakt wordt, mank. Thatcher straalde uit waarvoor ze stond en was iemand die je, zelfs als man met een zwarte gordel karate, niet in het donker wou tegenkomen. Liesbeth Homans heeft een gelijkaardig diepvriesimago: een compleet gebrek aan sex-appeal, waardoor ze gedoemd is om steeds maar weer op dezelfde nagel te kloppen en zo het anti-sociale beeld van haar partij versterkt.

Maar Zuhal Demir is andere koek. De softe erotisering van haar hardlinerschap beoogt een depolarisatie en een nieuwe cohesie van mannelijke bewonderaars,- evenwel zonder dat de vrouwen mogen gebruuskeerd worden. Raffinement is dus geboden. Vrouwelijke kritiek is er dan ook nauwelijks, op een paar oerlelijke – en dan nog Franstalige – jaloerse donders na, genre Catherine Fonck (cdH), die zich ging beklagen bij de kamervoorzitter omwille van deze dubbele kaakslag tegen de democratische instellingen én tegen het vrouwelijk fatsoen. Een kamervoorzitter die verdorie dezelfde partijkaart heeft als la Demir en dus nergens graten in zag. O tempora, o mores.

Spektakelmaatschappij

Meteen kunnen we de voltreffer van Rik Torfs ook volwaardig naar de moderne communicatiewetenschap terugkoppelen: the medium is the message, en in dit geval is the medium het lichaam van Zuhal Demir. Voor ouderwetse politieke koffiedikkijkers genre Kris Deschouwer, Stefaan Walgrave, Marc Swyngedouw e.a., die zich verliezen in discussies over het engelengeslacht van de kiezer, is dat een onbegrijpelijke zaak: welkom in de 21ste eeuw, heren. Wat er in het hoofd van de kiezer omgaat, is van geen tel meer. Het via de media gecreëerde beeld domineert alles en iedereen, tot en met de laatavondshow van Lieven Van Gils waar de P-cover opnieuw het onderwerp van de dag was, met Zuhal alweer in de glansrol.

Zei ik 21ste eeuw? Al in 1967 had ene Guy Debord, situationist en anarchist, een vermakelijk boekje geschreven, ‘La Société du spectacle’, waarin hij uiteenzet hoe het beeld, en reeksen van beelden, een eigen realiteit gaan uitmaken, een ‘verhaal’ dat het onze niet is, maar dat we ons toch helemaal toeëigenen. Deze pseudo-werkelijkheid bepaalt onze keuzes als consument, als burger, als kiezer, als toeschouwer. De media, van De Standaard tot P-magazine, en van de VRT tot VTM, zijn beeldfabrieken waarin de verhalen ontstaan, gerecycleerd worden, of eventueel gedumpt. De zgn. sociale media doen niets anders dan ze verder viraal verspreiden en eventueel zelfs aandikken. Dé werkelijkheid, als iets onafhankelijk van de perceptie, bestaat niet meer, als ze al ooit heeft bestaan. We leven in een virtuele realiteit, iets waar ook mediafilosoof Jean Baudrillard zinnige dingen over heeft geschreven.

Dankzij die onderdompeling in de illusie kunnen we elke chaos aan en accepteren we elke ongerijmdheid. De TV-soap is het oermodel: miljoenen Vlamingen leven mee met de personages van de serie die heel toepasselijk ‘Thuis’ heet. De wedervaren van Simonneke zijn veel reëler geworden dan wat zich in hun eigen bestaan afspeelt. Zij doet echt vergeten en nodigt ons uit om in haar huid te kruipen. Zij is niet zomaar een personage in een verhaal, zij is collectief bezit, een objectiviteit die zoals het weer dagelijks omslaat en die alles kijkers mee doet omslaan.

En dat brengt ons weer tot de P-cover van Zuhal Demir en de natte droom van politici om tot een icoon uit te groeien dat collectief bezit is. Bart De Wever bereikte die status op zijn manier, maar de N-VA kan geen éénmanspartij blijven en heeft nieuwe iconen nodig die ‘boven alle verdenking staan’. Die zullen de intellectuele klasse van De Wever niet hebben, maar des te meer decolleté. Ik bedoel dat niet eens seksistisch: Demir is niet op haar mondje gevallen en allerminst een domme bimbo. Maar de partij zal wel steeds meer beelden moeten verkopen en minder programma, wil ze haar status van dominante formatie behouden.

Het profiel van Zuhal Demir heeft dus een grote toekomst voor zich. Niet omwille van dat semi-bloot op zich, maar omdat ze zich voluit als publiek object en gemeengoed durft te presenteren,- iets waar alle ouderwetse feministen van gruwen en waar alle doorsnee-politici enkel van kunnen dromen. Kortom: Zuham Demir is van iedereen, zowel haar voor- als achterkant, in al haar duizelingwekkende diepten.

Dat een zogenaamd conservatieve partij als de N-VA zo goed weet om te gaan met deze postmoderne spektakeldemocratie, maakt haar tot een echte volkspartij,- of ik dat nu als gemeend compliment bedoel dan wel ironisch, dat doet zelfs niet terzake.

(c) P-Magazine

Bwana kitoko: de Belgische ontwikkelingshulp en het corrupte Kinshasa-regime

 

‘De Congolees-Belgische vriendschap is geen vrijblijvende vriendschap’, aldus minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo (Open VLD), zopas terug van een bezoek aan Kinshasa samen met zijn collega-vicepremier Didier Reynders (MR). Een omzwachtelde manier om te zeggen dat er voorwaarden inzake mensenrechten en democratie verbonden waren aan de toegezegde 10 miljoen euro voor infrastructuurprojecten in Noord- en Zuid-Kivu. President Kabila jr. had nog maar net geprobeerd om de kieswet naar zijn hand te zetten om aan de macht te blijven. Het daarop volgende straatprotest leverde 27 doden op, terwijl het internet werd plat gelegd. Vandaar.

De uitspraak van De Croo viel slecht bij de presidentiële entourage. Een nukkige Kabila wou met Alexander niet op de foto: het zijn alweer de Vlamingen die het feest verknallen, moet hij gedacht hebben – zie ook de gepeperde uitspraken van Karel De Gucht in het verleden.

Tja, wat doen wij daar eigenlijk nog in Congo? Even het geheugen opfrissen.

De rijkste én de armste

Congo is een Belgische ex-kolonie, dat is nu eenmaal een feit. Het tumultueuze onafhankelijkheidsproces, begin de jaren ’60 van vorige eeuw, is onverbrekelijk verbonden met de historische speech van Patrice Lumumba op 30 juni 1960. Hij veegde niet alleen de daar aanwezige koning Boudewijn de mantel uit, hij beschuldigde ook de Belgen van misdaad tegen de menselijkheid en, veel erger nog: hij dreigde de mijnindustrie te nationaliseren.

Een goed jaar later werd hij geëxecuteerd en loste men zijn lichaam op in zwavelzuur, een actie getekend de CIA, met medeweten en goedkeuring van het Belgische koningshuis en de kringen daar rond. Dat blijkt uit documenten die in 2002 door de Verenigde Staten werden vrijgegeven.

Sindsdien heeft dit land nooit iets anders gekend dan corrupte, aan Amerika en het Westen verkleefde machthebbers. Dat heeft uiteraard alles te maken met de enorme rijkdom aan grondstoffen die Congo bezit. Tonnen koper, mangaan, zink, uranium, goud en diamant liggen nog op ontginning te wachten. De Congorivier bevat 80% van de planetaire kobaltvoorraad, noodzakelijk voor telecommunicatie (uw GSM dus), vliegtuigindustrie en allerlei hoogwaardige technologie. Daarnaast produceert dit vruchtbare land koffie, cacao, palmolie en oogst het tal van tropisch fruit.

Een aards paradijs zou men denken. Maar neen. Volgens de VN-index is Congo na Niger het minst ontwikkelde land ter wereld. Het gemiddelde daginkomen bedraagt er zowat één dollar, en dat is dan nog een gemiddelde. Velen verdienen een pak minder en leven uitsluitend van bedelarij, prostitutie en allerlei criminele overlevingstactieken. De reden van deze extreme armoede is bekend: de cohabitatie tussen een kleine, schatrijke elite rond de president met de buitenlandse mijnbedrijven zorgt ervoor dat de rijkdom niet terugvloeit naar de bevolking, en evenmin naar onderwijs, sociale zorg, infrastructuur. De buitenlandse bedrijven worden zowat aan een nultarief belast en sponsoren in ruil ongegeneerd het regime. Het gaat hoofdzakelijk om Amerikaanse multinationals, naast een aantal (ook weer sterk met onze koninklijke hofhouding verweven) Belgische industriële families, zoals Damseaux en Lippens. Vandaag proberen ook Zuid-Afrika en het grondstoffen-hongerige China een deel van de koek binnen te rijven.

‘Pacificatie’

De figuur die in 1965 Lumumba’s plaats mocht innemen, kolonel Mobutu Sese Seko, was de juiste man op de juiste plaats voor deze oligarchen. De multinationals konden ongestoord hun gang gaan met quasi-gratis arbeidskrachten. Zelf graaide Mobutu een onbecijferbaar fortuin bijeen op Zwitserse bankrekeningen (men schat tot 80% van het staatsinkomen!), terwijl zijn land grotendeels met ontwikkelingshulp werd recht gehouden. Onder deze met luipaardmuts getooide leider stierf zowat één derde van het ondertussen tot Zaïre omgedoopte land aan ondervoeding. Dat leidde uiteindelijk tot een machtsgreep in 1997 die Laurent-Désiré Kabila op de troon bracht, ooit een Lumumba-sympathisant, maar uiteindelijk niet veel meer of minder dan een Mobutu-kloon die het al even bruin bakte als zijn illustere voorganger.

Sindsdien is het land compleet onstabiel en platgelopen door allerlei rebellenmilities, veelal gesteund door buurlanden Oeganda en Rwanda, uiteraard ook op vinkenslag omwille van de  grondstoffenvoorraad. Het zwakke en onderbetaalde Congolese leger plundert en probeert hier en daar zelfs de mijnexploitatie voor eigen rekening over te nemen,- vandaar de beruchte ‘bloeddiamanten’. Die burgeroorlog gaat tot op vandaag door, ook onder zijn zoon Joseph Kabila die in 2001 na de moord op zijn vader de winkel overnam.

Trieste balans van een failed state die in feite nooit gedekoloniseerd is geweest. In dat opzicht is de zogenaamde ontwikkelingshulp puur theater, en de modale Congolees weet dat ook. Het subsidiëren van een stukje spoorweg of een kraamkliniek lijkt op het eerste gezicht hulp die de bevolking zelf ten goede komt, maar is nader bekeken een gift aan Joseph Kabila en zijn entourage, met oog op een pacificatie van de regio.

Dat woord is zoals bekend een eufemisme: de projecten hebben vooral een kosmetisch karakter en moeten de Congolezen de indruk geven dat het beter gaat, zodat het establishment niet verontrust wordt. Dit contrarevolutionair aspect van ontwikkelingshulp speelt uiteraard in op onze emoties ten aanzien van de zwartjes en, jawel, de zogenaamde morele schuld van België als gewezen kolonisator.

De ‘vriendschap’, al dan niet met het opgeheven vingertje, en de dwangmatige rituele bezoeken aan de ex-kolonie horen bij dat theater. In wezen zijn het echo’s van de mythische reis van koning Boudewijn door het land in 1955. Hij werd er toen door een uitzinnige menigte als een halfgod ontvangen en kreeg de bijnaam Bwana Kitoko (‘edele meester’, volgens kenners echter ironisch bedoeld). De nostalgie naar die periode, vooral in francofoon België, vertroebelt de waarheid dat dit land andere leiders verdient en, erger, dat wij een tot in het merg corrupt regime in het zadel houden.

Vooruitziendheid

We zijn dus fout bezig: wie zo’n rijk-arm land steunt, steunt de ongelijkheid en het daarmee verbonden politiek stelsel. Een grondige herziening van de structurele ontwikkelingshulp aan Congo dringt zich op. Noodhulp in geval van hongersnood, droogte of epidemies kan uiteraard altijd. Voor de rest zou Vlaanderen, eens zelf bevoegd in deze materie, het verschil kunnen maken. Wij hebben stevige historische argumenten: het 19de eeuwse België van Leopold II hakte de handjes af in Congo maar behandelde ook de Vlamingen als tweederangsburgers en als petits nègres. De francofone nostalgie naar dat glorieus tijdperk is groot, en bepaalt voor een flink deel nog steeds de Belgische Afrika-diplomatie. Het zelfverzekerde optreden van figuren als Didier Reynders moet men in het licht van dat suprematisme bekijken. De strijd van de Congolezen daarentegen is voor een deel herkenbaar als onze strijd voor zelfbeschikking. Het is misschien niet toevallig dat de alhier verblijvende gemeenschap van uitgeweken dissidenten zich plots tot de N-VA wendde,- niet dat die partij daar verder veel mee deed.

Het enige wat Congo uit de verpaupering kan redden is een nieuw Lumumba-moment, de installatie van een volksregering die de florissante mijnindustrie én de voedselteelt nationaliseert, of er minstens stevig in participeert en ze fiscaal aanpakt. De opbrengsten horen het volk toe, niet de elites.  Ze dienen aangewend om de zo noodzakelijke infrastructuur uit te bouwen en een degelijk sociaal zorgsysteem op poten te zetten. Dat zal de rebellenlegertjes veel wind uit de zeilen nemen.

Als klein land kan België, of straks Vlaanderen, het Kabila-regime niet ten val brengen. Maar we kunnen wel het juiste signaal geven. En als straks het volk écht in opstand komt –en de voortekenen zijn er-, is het misschien wel interessant en moreel aangenaam om aan de juiste kant te staan, en niet gecatalogeerd te worden als steunpilaar van het ancien régime. Vooruitziendheid heet dat, een veel betere optie dan nostalgie.