Maandelijks archief: april 2015

► Nepal, zijn aardbevingen, zijn Westers Himalaya-orgasme: een mens is nooit gelukkig

fileleedMaar weinig mediën slagen erin om de ironie te vatten van de Nepalese tragedie. De Westerse liefdadigheid slaat toe (snelsnel moesten Van Tilt en C° de kom-op-tegen-kanker-show afsluiten om plaats te maken voor 12-12) , maar de zelfkritiek ontbreekt.
Hoezo? Wel, de Nepalees heeft alle redenen om ontevreden te zijn: een land zonder echte regering, de helft onder de absolute armoedegrens, corruptie, analfabetisme, kindersterfte, noem maar op. Het Maoistische rebellenleger heeft wel de wapens neergelegd, maar misschien hadden ze dat beter niet gedaan, want deze ‘democratie’ bakt er gewoon niks van. Gelukkig zorgt de toeristische industrie nog voor enig soelaas.

Fileleed
De toeristen? Jep, met zo’n 700.000 per jaar komen ze aangevlogen naar deze McDonaldsrepubliek. Rijke, verwende Westerlingen die op en rond de Mount Everest staan aan te schuiven, en zelfs onderling slaags raken, om dat grote geluksmoment te mogen meemaken dat ze thuis niet meer vinden. Mensen die alles hebben om tevreden te zijn, maar niettemin uitbranden in hun job, en hun midlifecrisis in een alpinistenfile op de met colablikjes bezaaide Himalaya willen vieren, desnoods met behulp van ladders naar de top.

De breuklijn tussen de Indische en de Euraziatische aardplaat zorgt voor locale kommer en kwel, maar ook voor (kortstondige) euforie bij de Westerse meerwaardezoeker, het welbekende Mount Everest-orgasme. Je moet echt de verhalen lezen van die ‘stuiterblanken’ zoals GeenStijl ze noemt: de genoegdoening die hen overvalt door op een berg te zitten,- ik ben ervan overtuigd dat die sherpa’s achteraf krom liggen van het lachen om zoveel domheid.

In de tempels van Kathmandu en omstreken wordt nu gemompeld dat de goden die platloperij beu waren en eens goed hebben gekucht, waarna de aarde begon te schudden. U kan dat bijgeloof vinden, maar effectief zijn nu na de lawines alle paden vernietigd, de mega-camping aan de voet weggeveegd, en is de rust op de berg teruggekeerd.

Het gras aan de overkant

Men vraagt zich dus af waar het geluk nog schuilt op deze aardkluit. Ofwel ben je Nepalees en dakloos, ofwel Europeaan en behept met een ‘innerlijke leegte’. En nu is die basiscamping zeker toch wel weggevaagd door een lawine, weer pech. Ontevredenheid lijkt los te staan van elke situatie of conditie: mensen zijn nooit gelukkig, het moet in ons systeem zitten.
Het mondiale vluchtelingenprobleem heeft daar ook mee te maken. Ongetwijfeld heeft de Eritrees een hoop redenen om ontevreden te zijn en de oversteek te wagen. Die reis zelf is al een lijdensweg. Maar stel dat hij het haalt, asiel krijgt, een job, en zich opwerkt? Vreselijke onvrede zal zich van hem meester maken, collega’s die meer verdienen, een sjiekere auto hebben, een mooiere vrouw, het groene gras aan de overkant. Finaal moet een ticket voor Kathmandu redding brengen. Alwaar hij vanuit het raam van zijn vijfsterrenhotel uitkijk heeft op een straat vol met bedelaars.
Neen dus, we zijn niet beter af dan de paupers op deze planeet. Terecht probeert Europa het nu met ontradingscampagnes: kom niet naar hier, want zelfs de rijken mokken, en de zon schijnt hier maar zelden uitbundig.

Het onvermogen van de mens om gelukkig te zijn, zou te maken kunnen hebben met het antwoord dat fysicus Stephen Hawking gaf op een of andere idiote vraag van een studente: we zitten in het verkeerde universum. Ik bespaar u de singulariteiten en de zwarte gaten, maar de kosmologie raakt ervan overtuigd dat er ontelbare universa zijn, waarin telkens andere dingen gebeuren. Dus ja, er is vast een universum waarin u het groot lot wint, maar u zit nu net in het verkeerde.
Het menselijk intellect is zover dat het daar een vermoeden van heeft, een gevoel van ‘iets anders’ dat ons ontglipt. De negatieve energie tussen deze werelden, veroorzaakt door afgunst, zou hen net op hun plaats houden. Dat laatste verzin ik er natuurlijk bij.
Het geluk is hoe-dan-ook niet afhankelijk van een uiterlijke situatie, maar van een innerlijke rust. Voelen we hier nu een boeddhistische wind (Nepal, geboorteland van de Boeddha!), Schopenhauer, of mag het ook de ataraxeia zijn van de oude Grieken,- een mentale toestand waarin die negatieve energieën zijn stilgevallen en dus ook het lijden ophoudt?
Ondertussen gaat de tragikomedie door, van de ongelukkige armen en de nog triestere rijken. Lof der zotheid, wordt vervolgd, dagelijks op TV, rechtstreeks vanuit het Dak van de Wereld

Helfie, help u selfie

Alleen al het feit dat een regerende partij van de Verandering uitpakt met een goed-gevoel-campagne, bewijst dat de resultaten mager zijn.

Er is al veel inkt gevloeid over het nieuwe N-VA-kenteken, zijnde de opgestoken hand ter vervanging van het V-gebaar. Dat was ook de bedoeling: zo’n campagne viseert vooral de ‘talk of the day’ te zijn, net na een betrekkelijk nieuwsluwe Paasvakantie, waarbij enkel 900 verdronken bootvluchtelingen ei-zo-na de pret bedierven. Het gonst daarbij op facebook en twitter van de ironische commentaren en parodieën: ook mooi meegenomen.

Maar tegelijk verdient deze tekenwissel met begeleidende emo-filmpjes ook wel een diepere analyse. De eerste vaststelling is tegelijk de belangrijkste: dit gaat niet over inhoud maar over perceptie. De partij worstelt met een imagoprobleem van ‘hard’ en asociaal. Tegelijk associeert niemand in Vlaanderen nog die ‘V’ met het woord Verandering, bij een partij die zich perfect wist in te kapselen in het Belgische status-quo.

Om daaraan te verhelpen wordt niet de politieke koers gecorrigeerd, laat staan een intern ideologisch debat gehouden, maar worden wel professionele marketeers ingeschakeld om iets aan dat imago te doen. Dat herinnert aan de gouden tijd van de spin doctors, de Noël Slangens en Jan Callebauts die beeldmatig heer en meester waren over hoe een partij zich profileerde, als gold het een frisdrank of een automerk. Vandaag is dat voor de N-VA Erik Saelens van het marketingbureau Brandhome.

Iets voor scouts

Het was indertijd ook Saelens die de N-VA de gele kabouter aanpraatte,- al bij al toch een knullig symbool. Zoals achteraf bleek omdat hij nog een enorme stock van die in Duitsland geproduceerde dingen had liggen. Meteen ontsierde dat object tal van Vlaamse voortuinen die sowieso toch al niet in smaak excelleren. Een nogal dubbelzinnige link tussen het postmoderne N-VA-flamingantisme en de klassiek-Vlaamse kneuterigheid. Niet voor mensen met een fobie voor kitsj.

Maar nu dus het nieuwe begroetingsteken. Het feit alleen al dat een partij nog uitpakt met een fysiek herkenningsgebaar, is een relict van het eerste deel van de 20ste eeuw. Het suggereert volgzaamheid, consensus, discipline, groepsgeest. Iets voor scouts en andere uniformhobby’s. Bij een partij komt het over als een gebaar van ‘ik-denk-niet-na-want-de-leider-doet-dat-voor-mij’. Partijen zijn sowieso op hun retour, en disciplinepartijen nog meer. Het feit dat de N-VA desondanks deze obligate lichaamscode resoluut wil uitspelen, bewijst dat ze de Vlaming ook fundamenteel ziet als iemand die in het gareel wil lopen. Ik mag er niet aan denken hoe die hand dan verder kan evolueren. In een volgende fase gestrekt naar boven, de vingers aan elkaar gelijnd? Help eens, Charles Chaplin.

Voor de rest wemelt het in deze kaboutermars van déja-vus. In de weg liggende bomen opruimen, een auto met panne voortduwen: het is al zo dikwijls als beeld gebruikt voor het idee van ‘wij timmeren aan de weg’. Bijzonder ongelukkig zijn ze bij de CD&V omdat de sfeer en taal van de campagne zo goed lijkt op hun filmpjes met krek dezelfde beelden. Dat is ook weer niet toevallig: de N-VA wil dé centrumpartij worden in Vlaanderen (of is het al), alias de CVP in haar glorietijd, en moet het dus hebben van de softe, haast melige toon rond eendracht en verbondenheid. Dus moest Erik Saelens wel gaan shoppen. Van grote creativiteit getuigt het allemaal niet, evenmin als het gelanceerde woord ‘helfie’ (koosnaampje voor wie klaar staat voor anderen). Dat woord bestond al, zij het in een andere betekenis van…  iemand die hulpeloos op zoek is. Tja. Het kan nu moppen gaan regenen over sputterende motoren, achteruitversnellingen en gammele politieke vehikels die richting autokerkhof worden geduwd. Of over bloedzuigers die opduiken tijdens de aangekondigde bloedgeefactie (‘roodshow’).

Bij een neoliberale partij, die ook nog even snel ‘sociale volkspartij’ wil heten, krijg je dus zoiets. Anders gezegd: het is niet omdat de N-VA met gemak zo tussendoor één miljoen Euro kan spenderen aan een ‘feel good’-campagne, met vooral tweedehandsmateriaal, dat de Vlamingen onder de indruk zullen zijn. Ik hoop voor Saelens en C° zelfs dat deze actie niet verzandt in hoongelach vanuit de Vlaamse onderbuik en zijn sociale media.

Mantelzorg

Want wat is namelijk het probleem? Dat de poging om de perceptie bij te sturen, zoals dat heet, nogal vloekt met de realiteit. Teveel mensen ondervinden al aan den lijve dat het sociaal bergaf gaat, en dat je met goed gevoel geen brood op de plank krijgt. Campagnes rond geluk en samenhorigheid krijgen dan snel iets lachwekkend en zelfs cynisch. Ook daar zijn legendarische voorbeelden van. Helemaal in de nadagen van het Derde Rijk, april 1945 toen de Russen al voor Berlijn stonden, liet propagandaminister Joseph Goebbels nog soldaten van het front weghalen om mee te spelen in een groteske historische film die de mentale kracht van de Duitsers dik in de verf moest zetten. Goebbels’ redenering: ook al stort alles in, als de moraal er is, komt alles goed. Maar toen waren er dus nog geen sociale media.

Niet dat ik Saelens en zijn opdrachtgevers met dit grote voorbeeld zou willen vergelijken. Maar een partij die bezuinigingen in de sociale sector als ijskoude topprioriteit heeft gesteld, en daar ook prat op gaat, moet opletten met al te warme boodschappen. Uiteindelijk blijft Theodore Dalrymple, de man die alle maatschappelijke solidariteit en publieke zorg als ‘sentimenteel’ opvat, dé goeroe van voorzitter Bart de Wever. Met de regelmaat van een klok doen coryfeeën als Zuhal Demir en Liesbeth Homans uitspraken die werklozen schofferen.Terwijl radeloze werkzoekenden tientallen sollicitatiebrieven per dag schrijven en niet eens een antwoord krijgen. En terwijl we van de VDAB zonet te horen kregen dat gemiddeld 7.326 leerkrachten op het einde van elke maand naar een job zoeken, terwijl er gemiddeld maar 417 vacatures zijn.

Heel de genante discussie rond de afschaffing van de mantelzorg (werklozen die vrijgesteld worden van sollicitatieplicht om een hulpbehoevend familielid te verzorgen), waarbij de N-VA zich weerom als hardliner opstelde, is al evenmin te rijmen met het aandoenlijke beeld van kindjes die het karretje van twee oudjes weer in gang proberen te duwen. Overbodig om nog eens al de oneliners van Jan Jambon op te lijsten, de man die het belasten van de lucratieve diamantsector als ‘heksenjacht” beschouwde. De N-VA is en blijft de partij van de haves, niet van de have-nots. Helfie, help u selfie.

Alleen al het feit dat een regerende partij van de Verandering haar publiek moet masseren met een goed-gevoel-campagne, bewijst dat de resultaten mager zijn. Meteen kunnen we ons weer afvragen of die dotaties aan de politieke partijen (12,27 miljoen Euro per jaar voor de N-VA), tenslotte betaald met ons belastinggeld, wel goed besteed zijn. Deze zelfbedieningsconstructie van de verzamelde particratie maakt ons leven er niet beter op, zoveel staat vast. Als er dan toch overal moet bespaard worden, mag hier zeker ook het mes in. Ook al denken de marketingbureaus daar anders over.

In se zijn we allemaal (afgebleekte) Afrikaanse migranten

bootUitgerekend in het weekend dat de K-3-fans een dag van nationale rouw hielden in Plopsaland omdat de groep het voor bekeken houdt (soms denk je dat een wet op de smakeloosheid toch nuttig zou zijn), kapseist een vluchtelingenboot in de Middellandse zee en verdrinken zo’n 900 opeengepakte opvarenden.
Meteen krijgt de nationale rouw een andere dimensie, ware het niet dat die drama’s zich haast wekelijks afspelen, en vooral in de lentetijd pieken wegens kalm weer op zee. Het went dus. Maar moreel knaagt het, bij iedereen denk ik. Vooral omwille van het dilemma. We zijn niet bereid en ook niet bij machte om heel Afrika hier te herbergen, maar als er zo’n gammele schuit zinkt, kunnen we ook moeilijk de rug keren en fluitend wegwandelen. Dat weten die mensenhandelaars ook, dus is het big business geworden: de echte sukkels raken sowieso nooit weg, enkel diegenen die nog 1000 dollar bijeen konden schrapen, hoe, dat wil ik zelfs niet weten.

Europa zet zich schrap, twijfelt, schuift ongemakkelijk op de stoel, kijkt weg. Maar zelfs de meest verstokte VB-er en tegenstander van de migratie zal moeten erkennen dat hij net hetzelfde zou doen in de plaats van die Nigerianen, Ghanezen etc. : proberen weg te geraken uit die verdorven plekken en elders het geluk te zoeken, tot elke prijs. Een kwestie van inleving dus. Hoe zouden anderzijds die mensensmokkelaars zich voelen? Kunnen ze nog in de spiegel kijken?
Welzeker. In een interview met The Guardian zei een van hen doodleuk: ‘Ik ben geen crimineel, ik verleen gewoon een dienst. Er is vraag, ik zorg voor aanbod. En als ik het niet doe, doet iemand anders het wel’. Het klinkt als een onnozele smoes, maar ik denk dat hij het zelf gelooft, al was het maar om zichzelf een goed geweten te breien.
Meteen zitten we volop terug in het thema van eergisteren dat ik aankaartte, rond de ‘banaliteit van het kwaad’. De deconstructie van dat begrip, dat filosofe Hannah Arendt lanceerde, leidt tot de vaststelling dat het kwaad niet zomaar te situeren valt. Iedereen denkt, goed bezig te zijn. Iedereen denkt aan de juiste kant te staan. Of dacht u dat de Islamitische Staat zich met het kwaad identificeert? Maar neen, zij aanzien ons als des duivels, zij beschouwen zichzelf als de brengers van de goede boodschap. Morele verontwaardiging is nuttig voor het eigen psychisch welzijn, maar is zo doorprikbaar. Ja, ik ween om die kinderen die verdronken zijn, maar het kwaad situeren is een ander paar mouwen, want het zit in laatste instantie misschien wel in onszelf en dat is geen comfortabele gedachte.

Wie hier Nietzsche ruikt, heeft goed geroken. In ‘Jenseits von Gut und Böse’ rekent hij af met de hypocrisie van de Christelijk-Europese moraal die in de 19de eeuw Afrika wou beschaven, om in de 20ste eeuw de mislukking daarvan uit te wissen met een nog grotere mismeestering, vooral omwille van grondstoffen en olie. Waarna in de 21ste eeuw pas de hel uitbreekt.
Dus ja, waar zit het kwaad? Overal en nergens. Europa heeft geen enkel recht op het claimen van ethische superioriteit. Verrijkt en volgevreten moeten we nu toezien hoe mensen, bijeengepakt als mieren op een blad, proberen de oversteek te maken naar de kant waar de perziken geuren. Puur instinct dus. Armoede zoekt rijkdom, honger overvloed, zoals water altijd naar beneden loopt.
Het morele bankroet van Europa, zichtbaar in de perplexiteit rond de bootvluchtelingen maar ook in het K3-begrafenisspektakel, volgt uit het feit we onze materiële vooruitgang niet in een soort filosofische bewustwording hebben omgezet. Integendeel, de overvloed heeft ons vadsig, gierig en dom gemaakt. Zoals de aloude herenboer knuppelen we alle roofdieren en parasieten van ons erf, zonder te beseffen dat ze gewoon deel uitmaken van het ecosysteem waarvan de boerderij maar een uitstulpsel is.

Het is daarom van belang dat wij, Europeanen, eindelijk zien wie we echt zijn, namelijk witgebleekte negers, wilden met een onderbroek aan. Historisch en genetisch zijn we namelijk allemaal nakomelingen van Afrikaanse migranten. Een betere zorg voor ons continent van oorsprong zou ook voor ons eigen authenticiteitsgevoel veel beter zijn. Wat ik zei over Griekenland, geldt a fortiori voor Afrika: het Zuiden verdient niet ons medelijden, maar een vorm van erkentelijkheid. Aan gene zijde van goed en kwaad wenkt de woestijn, als project van herbebossing. Het project van de laatste kans. Een zwarte zegt het u.

De stelling van Pythagoras, binnenkort betalend?

Met een door Berlijn gedicteerde ‘Spartaanse’ boekhouderslogica redt Europa het nooit.

Iedereen die wel eens extreem kort bij kas heeft gezeten, weet dat je dan ofwel helemaal depri wordt, ofwel de onmogelijkste dingen verzint om aan centen te geraken. Om eten op tafel te krijgen of die deurwaarder buiten te houden. Liefst legaal, of iets in de schemerzone, en alleen als het echt moet: buiten de wet.

Eerlijkheidshalve en uit eigen ervaring moet ik zeggen dat niets zo goed is om de intelligentie aan te scherpen als een periode van armoede. Het elaboreren van overlevingsstrategieën vereist echt wel logisch denkwerk, creativiteit en realistische risicoschatting. Moeilijk is het in dit alles om vrienden te maken en nog moeilijker om ze te houden. En je leert natuurlijk ook die enkele echte vrienden appreciëren.

Blufpoker met de Troika

Dat soort déja-vu-gevoel overkomt me telkens als ik Alexis Tsipras bezig zie. Wat doe je als premier van een quasi-bankroet land, dat zijn ambtenaren en openbare diensten zelfs niet meer kan betalen, en zo dadelijk aan het Internationaal Muntfonds 460 miljoen euro moet afdokken? Griekenland heeft een totale schuldenlast van 320 miljard euro. De blufpoker die de Griekse premier nu al een tijdje speelt met de fameuze Troika (Europese Commissie, Europese Centrale Bank, Internationaal Monetair Fonds) en heel het financieel-economisch establishment, waarbij voortdurend tegenstrijdige berichten over de eigen solvabiliteit de wereld worden ingestuurd,- het krijgt bijna een kunstzinnige dimensie van het dansen-op-een-slappe-koord.

De manier hoe men Griekenland via kromme rekenkunde en zelfs regelrechte valsheid in geschrifte binnen de Eurozone inlijfde doet zelfs niet meer terzake. De enige realiteit is dat zelfs de voormalige middenklasser vandaag in de Atheense vuilniscontainers staat te scharrelen, dat mensen honger hebben, en dat Alexis Tsipras zich niet veel scrupules kan permitteren. Creativiteit geboden.

Dus wordt er aangepapt met Vladimir Poetin, of toch gedaan alsof. De logica zelve, hoe zou u zijn? Plots gaan de oranje knipperlichten aan en herinnert iedereen zich opeens dat Griekenland ook de zuidflank van de NAVO uitmaakt en dat een Russische infiltratie een Oekrainse situatie in het kwadraat zou betekenen. Alleen al het idee moet de Europese deurwaarders tot enige voorzichtigheid aanzetten.

Van twee één trouwens: best mogelijk dat die afbetaling van 460 miljoen euro aan het IMF zal lukken… mits een geheime noodlening van Rusland, waarmee het paard van Troje eigenlijk al binnen is. Een opheffing van het Russische importverbod op Grieks groenten en fruit zou ook al mooi zijn, naast een fikse korting op de gasfactuur. Dus ja, Tsipras scharrelt in de Russische vuilniscontainers, en gelijk heeft hij. Laten we niet vergeten dat de VS ooit Cuba in de handen van de Sovjet-Unie dreven door een handelboycot. Een nuttige geschiedenisles.

‘Befehl ist Befehl’

Article illustrative imageEn dan is er natuurlijk die ogenschijnlijk hilarische eis tot herstelbetaling voor de Tweede Wereldoorlog, becijferd op 278,7 miljard euro, een bedrag dat niet toevallig aardig in de buurt komt van de totale Griekse schuld. Maar een eis die ook niet helemaal ongegrond, dat maakt de Duitsers net zo razend. Het moorden en plunderen tijdens de Tweede Wereldoorlog is immers nooit vergoed, net zo min als de half miljard Rijksmark die tijdens de bezetting als ‘dwanglening’ werd geëist en nooit werd terugbetaald. Tijdens de grote schuldenconferentie van Londen in 1952-1953 bedongen de verliezers van W.O. II, toen al volop het via het Marshallplan gesponsorde Wirtschaftswunder realiserend, een kwijtschelding van oorlogsschulden voor meer dan de helft. De rest werd bevroren in een langlopende lening… die door de Duitsers zelf bij de hereniging in 1990 simpelweg werd geannuleerd. Ganz einfach erledigt. Tja, vanuit deze historiek zou Duitsland inderdaad wat meer clementie mogen aan de dag leggen voor de nooddruftige Griekse broer die zijn schulden niet kan betalen.

Onder die financiële eis zit echter een andere, meer moreel-politieke adder verscholen die de kern van het Europese verhaal aangaat: profileert Duitsland zich hier niet opnieuw als een heersersstaat die Europa wil domineren, dit keer niet met laarzen maar met een hardvochtige boekhouderslogica?  Duitsland, waar nota bene een boel mini-jobs mensen aan het werk houden tegen een aalmoes, en waar pas dit jaar een minimumloon werd vastgesteld? Komen we zo toch niet weer in een verhaal terecht van een soort Pruisische Rücksichtlosigkeit, een abstracte hang aan orde, tucht en gehoorzaamheid (‘Befehl ist befehl’) waar we de voordelen van kennen, maar ook de nadelen?

Generositeit

academie

Rafaël: de academie van Athene (1509)

Deze vraagstelling confronteert de Duitsers opnieuw met een verleden dat ze zelf gemakkelijkheidshalve helemaal afgesloten hadden verklaard, maar gaat ook naar de fundamenten van de Europese gedachte. Het culturele Europa is namelijk iets helemaal anders dan de politiek-financiële Mogol die vandaag vanuit Brussel wordt bestuurd maar in toenemende mate door Berlijn wordt bevoogd. Het culturele Europa is diasporisch, heterogeen, en gebaseerd op kleinschalige autonomie.  Het archetype daarvan is, of men dat nu graag hoort of niet, de Griekse oudheid en de stadstaat Athene, die met zowat 150 andere stadstaatjes een soort losse confederatie vormde (de ‘Delische bond’) waarachter ook een militair-defensieve bedoeling zat.

Het grote Griekse geestesleven is enkel vanuit die autonomiegedachte te begrijpen. Er is geen dominerend middelpunt, geen centrale macht, enkel een archipel van eilandjes. Zo ontwikkelde zich ook het zelfstandige individu met een eigen filosofie, een kosmologie, een wereldbeeld. In één moeite ontwikkelde hij ook een atoommodel dat pas in de twintigste eeuw theoretisch zou bevestigd worden. Of ontdekte hij dat in een rechthoekige driehoek het kwadraat van de schuine zijde de som is van het kwadraat van de twee andere, beter bekend als de stelling van Pythagoras. Geen domme jongens dus, die Grieken, zij het wat nonchalant in materiële aangelegenheden. Als ik van Alexis Tsipras was, ik zou auteursrecht vragen op die wiskundige stelling die nog altijd universeel wordt toegepast.

Dat antieke Griekenland is natuurlijk allemaal van lang geleden, maar toch: intellectuele creativiteit gedijt eerder in een ‘liberale’ periferie waar men vrij kan ademen, dan in een centralistische bureaucratie of een Spartaanse controlestaat. Zie ook het boek ‘The Edge of the World – How the North Sea made us who we are’ (zopas vertaald als: ‘Aan de rand van de wereld. Hoe de Noordzee ons vormde’), waar historicus en journalist Michael Pye ons eigenste Vlaanderen in de middeleeuwen beschrijft als een regio die cultureel tot hoogbloei kwam net door haar ongebondenheid en geografische marginaliteit.

Wil Duitsland het nieuwe Sparta niet worden, dan zal het toch iets van zijn 19de eeuwse bewondering voor het Avondland en zijn Griekse wortels moeten terugvinden, ten nadele van de boekhouders- en deurwaarderslogica die het momenteel hanteert. Een beetje generositeit dus, waardoor het Zuiden en het Noorden elkaar weer kunnen vinden rond één cultureel paradigma dat we vandaag zo hard nodig hebben in de confrontatie met de nieuwe vijanden van het Europese humanisme.