Maandelijks archief: mei 2015

Niets zo saai als absolute vrijheid: een beetje censuur moet kunnen

Athene‘Censuur!’ riep iemand uit toen ik hem uit mijn FB-vriendenlijst verwijderde. Tja, doet men aan censuur als men een feestje geeft en bepaalde mensen niét uitnodigt? Of als men zelf beslist welk kunstwerk er in onze living aan de muur mag hangen en welk niet?
Neen dus. Het woord ‘censuur’ moet met zorg bejegend worden. Ook als een krant beslist om uw opiniestuk niet te publiceren is dat, hoe jammer ook, geen censuur want een hoofdredacteur moet maar zelf uitmaken wat er in zijn krant kan. Anders is het met staatsmedia zoals de VRT: daar gelden de regels van de objectiviteit en de vrijemeningsuiting, een hachelijke oefening waar de publieke zender regelmatig in faalt.

Echte censuur geldt pas in de publieke ruimte en met de overheid als waakhond. Dan wordt ze ook interessant, want pas dan wordt het gevecht met de censuur subversief, een uitdaging tegenover de gevestigde orde.
Dat overkwam de Vlaamse kunstenaar Kris Verdonck, wiens videoconstructie in Athene zopas werd ontmanteld. Het werk bestond uit de projectie van twee monumentale naakte figuren op de gevel van een gebouw. Een orthodoxe priester diende klacht en de politie trad op.
We noteren de verbolgenheid van de kunstenaar en van al wie opkomt voor de vrijemeningsuiting. Maar daar is een keerzijde aan. Want maakt nu net dat verbod en de verwijdering/vernietiging het kunstwerk niet interessant? Eerlijk gezegd, twee mannen in hun blote kont, ik lig er niet van wakker. Maar dankzij die pastoor ben ik het werk gaan bestuderen en opent het verschillende lezingen.
Leve de censuur dus. Kunstenaars als Manet, Cézanne en Pissaro hebben zich gelanceerd als ‘refusés’, schilders die in het officiële Parijse Salon werden wandelen gestuurd. Ik ben een fervent bewonderaar van de Russische componist Dimitri Shostakovitch, die zijn leven lang een spel van kat en muis speelde met de Stalinistische censuur. En wat zou het oeuvre van Aleksandr Solzjenitsyn (‘De Goelag Archipel’) nog waard zijn, zonder de context van censuur, dissidentie en vervolging?

Het kind en de snoeppot

Meer bepaald denk ik zelfs dat moderne kunst in hoge mate moet flirten met de grens, de normen van goede zeden en goede smaak, en dus de censor moet zoeken. Hoe minimaal die in onze vrije samenleving nog aanwezig is. Zijn voorbestaan is essentieel. Zonder censor geen vrijheid van woord en beeld. Straffer nog gesteld: de censor is mede-schepper en een actieve kracht in het perceptieproces rondom het kunstwerk. Stiekem hoop ik dat Vlaanderen politiek verder verrechtst en dat de N-VA zich via het rood potlood en gekleurde benoemingen echt gaat bemoeien met cultuur, zodat die cultuur tenminste weer een maatschappelijke functie krijgt en doorheen de verbodstekens moet laveren. Totale vrijheid is saai en gratuit.
Het is een dialectische gedachte van actie en reactie. Niets is zo erg als de consensus. Het is goed dat Charlie Hebdo Mohammed-karikaturen afbeeldt, en het is goed dat ze protest uitlokken. Moest elke moslim die karikaturen leuk vinden, wat was er dan nog aan?
In die zin vind ik het een goede zaak dat zelfs een kapitalistisch-liberaal instituut als Facebook censuur oplegt. Een maand geleden was ik een paar dagen uit de FB-ether wegens publicatie van het kunstwerk ‘L’ origine du monde’ (Gustave Courbet), voorstellende een realistische vrouwenbuik met vagina. Niet alleen maakte Facebook zich onnoemelijk belachelijk, het was ook een aanleiding om dit kunstwerk, al meer dan een eeuw oud, opnieuw te actualiseren als provocatie én ode aan de vrouw en de natuur.

Het is het verhaal van het kind en de snoeppot, de verboden vrucht, want eindigen doen we altijd bij Freud: pas het super-ego, de gebiedende en verbiedende vader, maakt ons leven als rebel zinvol en opwindend. Verboden te kakken op de vloer, en het dus wél doen. De reprimande aanvaarden als deel van het spel. En recidiveren, variëren, subtiel ontwijken. Het libido is onverbrekelijk verbonden met het systeem dat de lust ontzegt, tot matiging oproept, het lichaam dresseert en net daardoor uitnodigt om creatief over de schreef te gaan.
Dus, beste Kris Verdonck, prijs je gelukkig dat die twee blote konten toch iemand aanstoot gaven. Dank die patriarch op je blote knieën. Overigens had ik, eerlijk, nog nooit van je gehoord tot dat nieuws over die Atheense video deredactie.be haalde. Of deed je het net daarom? Ego te absolvo, in nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti.

Advertenties

Het geslacht “X” en de dag-identiteit: eindelijk androgyn?

andro1 Vandaag voel ik me werkelijk vrouw, en overweeg zelfs een rokje aan te doen. Dat komt na lectuur van een aantal artikels of transgenderisme, die toch wel op de voordelen wijzen van een (tijdelijke) sekseswitch. De travestie waarmee dit gepaard gaat, toont ook aan dat de kleren werkelijk de man (of de vrouw) maken: probeer maar eens op hoge hakken uw mannelijke uitstraling te beklemtonen, het zal niet lukken. Onvermijdelijk begint de kont te wiegen, krullen we de rug om die borsten te accentueren die we niet hebben maar mits enige extra lingerie met vulling wel kunnen bekomen.

Een van de weinige landen waar op een identiteitskaart naast M of V ook een geslacht X kan ingevuld worden, zijnde het symbool voor transgender, is, of all places, Nepal. Houders van het geslacht X willen noch als man noch als vrouw erkend worden, het zijn dus niet de transseksuelen die zich in het verkeerde lichaam voelen en door een operatie (definitief) van geslacht willen veranderen. Neen, het gaat om mouwen of vrannen die ‘ergens tussenin’ willen blijven laveren en van dag tot dag willen beslissen wat het gaat worden. Dat is een kwestie van vrijheid waar ik als rechtgeaarde libertair niets kan tegen hebben.

Als tactisch middel tegen vervolging en discriminatie is dit perfect, en lijkt het een variant op de spelstrategie waarin niet alleen zwart of wit gekozen wordt, maar ook zwit of wart, en dit met het oog op een maximale verwarring van het speelveld. Want onze hokjescultuur is nog altijd alomtegenwoordig, en de bureaucratie wil onderscheid, maar dan wel éénduidig onderscheid. Dus hebben vrannen en mouwen de meeste kans om winst te maximaliseren op lange termijn. Dat geldt ook voor de vegocarniër (vandaag vegetariër, morgen carnivoor), de Burk (iemand met de dubbele nationaliteit van Belg en Turk), de kathoslim (katholiek/moslim), de krock-liefhebber (klassiek/rock), de sedomade (sedentair/nomadisch), en bedenk zelf verdere varianten.

Het ontsnappen aan definities, en het aannemen van een dagidentiteit, heeft ook wel een paar nadelen voor het individu zelf, namelijk dat het zichzelf nauwelijks nog als (duurzaam) individu kan construeren. Er is namelijk een geheugenprobleem, dat dan weer met identiteit te maken heeft: als men elke morgen opnieuw zijn personage kan kiezen, kan de geschiedenis nooit langer dan één dag duren. Mijn status van man/vrouw of X creëert dus wel degelijk twee personen in één lichaam, die elkaars chronologie dagelijks doorbreken. Idem dito voor de andere bipolariteiten rond gedrag, smaak, cultuur, leefgewoonten, overtuiging, en noem maar op. Als ik vandaag naar iemand van onder de 40 naar zijn/haar muzikale smaak informeer, dan krijg ik als antwoord: ‘Oh, van alles eigenlijk’. Of: ‘hangt van het moment af’. Vis noch vlees dus, of beide.

wurstDe hybride identiteit die zo ontstaat, is perfect aangepast aan de druk die de postmoderne samenleving oplegt om flexibiliteit aan de dag te leggen en vooral niet te volharden in gewoontes, principes, geaardheden, etc.
De algemene hybridisering kan zich dan verder doorzetten. Vroeger had je een mannen- en vrouwenafdeling in de C&A, vandaag experimenteert het Britse luxewarenhuis Selfridges in Londen met geslachtsloze kleding voor transgenders die hun lichaam zien als een efemeer invulbaar canvas. Een dagidentiteit dus.
In een wereld waarin iedereen elke ochtend zaar (zijn/haar) geslacht kiest, moet het systeem zich ook geen zorgen meer maken over weerbarstige geheugenresten en oude fixaties. Alles wordt steeds nieuw, steeds anders. Elke avond wordt de harde schijf gewist. De sekse, het laatste spoor van duurzame identiteit, wordt nu probleemloos uitwisselbaar.

In zijn ‘Filosofie van de eros’ geeft filosoof Leopold Flam aan dat nu net die hardnekkige identiteit (waarbinnen wel degelijk een mannelijke en vrouwelijke component, animus en anima, aanwezig is) de voorwaarde is voor autonomie van het individu. Het is de sleutel, de unieke code van een bestaan. Anders gezegd: totale flexibiliteit en totale zelfbeschikking sluiten elkaar uit. Het wisselen van alle eigenschappen lijkt op een strategische triomf voor het individu, maar in feite betekent het een overgave aan de buitenwereld die verandering en permanente uitwisseling eist: het universum van de eendagsvliegen.

Niet toevallig dat Plato, de meest autoritaire denker van de Westerse filosofie, de toekomst zag als het tijdperk van de androgyne, de tweeslachtige mens, die kutgewijs of lulvormig telkens de meest aangepaste verschijningsvorm van het moment kiest. Kameleons en dubbelslachtige mossels doemen hier op. De androgyne als polymorf monster. Nu ook op het songfestival.
Wat begon als een mooie dag, is na een uur alweer een doemscenario. Toch maar weer die broek aantrekken en vloekend naar buiten.

Michel Houellebecq, of de schrijver als niet-aaibaar monster

In onze broekbespreking van ‘Soumission’ sloop, tussen de onbenullige reacties, één heel lucide opmerking van iemand die de hoop uitdrukte dat ‘het boek mooier was dan het gezicht van Houellebecq’. Dat verdient een commentaar terug. Inderdaad, wat maakt deze schrijver zo onwaarschijnlijk lelijk? Ik heb hem nooit in levende lijve ontmoet, maar alle recente foto’s en interviews tonen een afstotelijke griezel met warrige haardos, die zich waarschijnlijk ook slecht verzorgt en stinkt.  Moest je hem tegenkomen op een Brusselse stoep met een bordje ‘dakloos’ rond zijn nek, je zou hem een halve Euro toesmijten.

Metamorfose

French writer Michel Houellebecq, poses for the photographer after the opening of the site named after him, the 'Rincon del Lector Michel Houellebecq' (Readers corner Michel Houellebecq), a large scale reproduction of Molina del Segura meteorite, in Murcia, southeastern Spain, 28 April 2014./EFE_efe.01/Credit:MARCIAL GUILLEN/EFE/SIPA/1404281752Mijn thesis is deze, en ik begeef me nu op autobiografisch glad ijs: men zet zich aan het schrijven om een isolement te compenseren dat al deels met fysieke en psychische mankementen te maken heeft. Schone, evenwichtige jongens of meisjes nemen zelden de pen ter hand, toch niet vanuit een existentiële aandrift. Maar tegelijk gebeurt ook het omgekeerde: door deze activiteit, die de eenzaamheid vereist, wordt het asociale profiel aangescherpt en voltrekken er zich zelfs veranderingen op lichamelijk vlak. Zeker het gelaat vertoont sporen van spanning, aversie en negatieve energie die een weg zoekt naar buiten. Wat dan op zijn beurt weer afstootverschijnselen vanuit de omgeving veroorzaakt. Enzoverder.

Dit is dus Kafka en de metamorfose (‘Die Verwandlung’): mens wordt monster. De schrijver schrijft zich af en ontwikkelt een tweede, een derde huid, die een ondoordringbaar pantser wordt. In het geval van Houellebecq speelt zeker een verstoorde relatie met zijn moeder, die hem van jongs af negeerde. Dat doet denken aan de Griekse mythe van Hephaistos, de vulkaangod die bij zijn geboorte door zijn moeder Hera werd verstoten wegens oerlelijk. Waarna hij zich in een onderzeese grot (!) tot meestersmid ontpopte.

Ik ga mee in deze Freudiaanse piste: zonen die nooit door hun moeder zijn geknuffeld, ontwikkelen een zelfhaat die op de omgeving afstraalt, maar die ook een enorme innerlijke energie kan teweeg brengen. Men kan het als een averechtse vorm van Narcisme zien: je lelijkheid in de spiegel ontdekken, en beseffen dat het je enige kracht is,- een firewall die alle ruis vanuit de buitenwereld genadeloos verschroeit.

Cynisme als strategie tegen het medelijden

Het grootste gevaar voor deze kracht is de empathie vanuit de omgeving. Lelijkheid en misvorming kunnen namelijk medelijden opwekken, zelfs vertedering: we zitten dan in de sfeer van de politiek-correcte omgang met gehandicapten, de aaibare monstertjes (E.T.), knuffelmongolen en troetelgriezels. Vooral vrouwen met een moederinstinct vormen hier een bedreiging, en kunnen de meest degoutante mannen doodknuffelen. Dat zal Michel allicht niet overkomen: een volgehouden cynisme houdt alle pogingen tot emotionele recuperatie op grote afstand. Het kynisme wel te verstaan, als strategie tegen het medelijden. Niet het cynisme van de intellectuele kruidenier of de VUB-decaan, maar het kynisme met k van de Diogenische straathond.

NeusaapZe bestaan wel degelijk ook in de natuur, deze griezels die ons medelijden niét opwekken en die we met een gerust geweten laten sudderen. Terwijl het in de zoo storm loopt voor de knuffelige panda’s en koala’s, is niemand geïnteresseerd in de vampiervleermuis of de neusaap (foto, let op de gelijkenis), wegens hun afstotelijke verschijning. Ze zullen ook snel verdwijnen indien ze de pen niet ter hand nemen.

Maar pas op het echte diepzeeniveau van een Houellebecq komen we het lelijkste dier ter wereld tegen, officieel verkozen door de ‘Ugly Animal Preservation Society’, namelijk de blobvis. Let weerom op de gelijkenis met de schrijver van ‘Plateforme’. Schattig, niet? Neen dus. Een monstre sacré is dit, degoutant, oneetbaar en ook wel grotendeels onvindbaar. Een gerucht van stank en slijm uit de diepzee, soms opborrelend tot schandaal.

Moderne asceet en hoerenloper

01_NW31HOU_1091515kNu pas begrijp ik wat onze Vlaamse (en Nederlandse) literatuur precies mist: een echte lelijkaard. Niet alleen fysiek maar ook in zijn totale uitstraling. Iemand die van de walgelijkheid zijn signatuur en substantie heeft gemaakt. Herman Brusselmans komt nog het dichtst in de buurt, ware het niet dat hij als lolbroek en TV-figuur al te veel applaus afdwingt en door geile fans wordt belaagd. Niet goed voor een blobvis.

Ik zei het al: vrouwen blijven een gevaar voor het verschrikkelijke schrijfmonster. Met beroemdheden, ze wezen nog zo lelijk als de nacht, wil een vrouw altijd wel in de koffer duiken, de brulkikker J.P. Sartre kon ervan mee spreken. Zelfs met een pak overrijpe stinkkaas kon hij hen niet afweren.

Hoe zou het nog gesteld zijn met het seksuele gedrag van Michel Houellebecq, die in het echt eigenlijk gewoon Michel Thomas heet? Twee maal getrouwd, maar vandaag vooral hoerenklant: de hedendaagse asceet die zich niet wil hechten houdt het bij masturbatie, one-night-stands en bordeelbezoek. Een moderne kluizenaar is het, haast een heilige die, gezien zijn laatste roman, meer dan waarschijnlijk zal gedood worden door een Arabische prostituee.

Waarna de hemelvaart kan beginnen: elke god is ooit begonnen als lelijkste mens.

‘Soumission’, en het handige formaat van de ‘politieke roman’

French writer Michel Houellebecq, poses for the photographer after the opening of the site named after him, the 'Rincon del Lector Michel Houellebecq' (Readers corner Michel Houellebecq), a large scale reproduction of Molina del Segura meteorite, in Murcia, southeastern Spain, 28 April 2014./EFE_efe.01/Credit:MARCIAL GUILLEN/EFE/SIPA/1404281752Zopas verscheen de Nederlandse vertaling van ‘Soumission’, de jongste roman van Michel Houellebecq, waarin de auteur een beeld schetst van Frankrijk anno 2022. Het land heeft dan een moslimpresident en de sharia is van kracht. Maar de intellectuelen passen zich (zoals altijd) aan, bekeren zich, en al bij al wordt Frankrijk terug een natie om fier op te zijn, zij het zonder vrijemeningsuiting en zonder minirokjes.

De roman als beeldspraak en passe-partout

Ik heb deze roman een paar maanden geleden in het Frans gelezen. Mijn commentaar: krachtig geschreven, meesterlijk verteld, subtiele satire. Effectief hekelt Houellebecq als cultuurcriticus de laksheid van links en de intellectuele elites, noemde al in 2002 de islam ‘de stomste religie’ en de Koran ‘een slecht geschreven boek’.  Dat is duidelijk. De vraag is alleen, of een roman –per definitie literaire fictie dus-, de geschikte vorm is om een maatschappelijk probleem aan te kaarten, of een politiek statement te maken. In VRT-Terzake van 18 mei gaf de schrijver aan reporter Karine Claassen een kort interview weg, duidelijk tegen zijn zin, en beperkt tot wat vrijblijvende of nietszeggende small talk. Zoals bekend haat de misantroop Houellebecq het mediagedoe, contact met het publiek en de verplichtingen die hij daarbij als schrijver heeft.

Maar de vaagheid heeft nog een andere reden: de schrijver wil alle ruimte geven aan vrije interpretatie. Dat is zelfs commercieel verantwoord en creëert een brede markt. Extreem-rechts kan er een bevestiging in zien van wat het al decennia verkondigt, links kan al dan niet meegaan in de zelfkritiek, en de rest moet het boek maar gewoon lezen en zich verkneukelen. Misschien vinden zelfs de slimmere moslims het een goed boek, want al-bij-al wordt Frankrijk in de optiek van Michel Houellebecq onder de sharia een veilig land zonder criminaliteit en zonder werkloosheid.

Anders gezegd: een roman is een verhaal, en een verhaal is in onze Westerse cultuur een passe-partout, een sleutel die op vele deuren past. Dat geldt zelfs voor krachtige distopieën zoals 1984 van George Orwell, verschenen in 1949: het zijn en blijven literaire constructies die ‘met een korreltje zout moeten genomen worden’. Dat is in wezen een decadente evolutie. Er heeft zich een vrijheid van de schrijver ontwikkeld, maar ook die van de lezer om tussen de regels te lezen. Zo zijn zelfs christenen de bijbel gaan bestuderen: als ‘beeldspraak’ waar men zijn eigen interpretatie kan aan geven. Natuurlijk is de wereld niet in zeven dagen geschapen, je moet dat eerder zien als een parabel, een allegorie, waar schriftgeleerden en alle gelovigen zich hun hele leven lang mee kunnen bezig houden. De exegese dus: wat werd er nu eigenlijk bedoeld? Zelfs de bijbel is een roman geworden, met alle voor- en nadelen van dien.

Bartholomeusnacht

Dat is de reden waarom Michel Houellebecq geen essays schrijft: een essay zegt gewoon waar het op staat, en tracht zo min mogelijk misverstanden te creëren. Met alle respect, als er een boodschap in ‘Soumission’ verpakt zit, zou je die op één A4-tje kunnen neerschrijven. Maar zo werkt de literaire industrie natuurlijk niet. Boeken moeten dik zijn, van een mooi kaft voorzien, en meerduidig, zodat recensenten er lange bijdragen over kunnen pennen, wat de publicitaire amplitude nog vergroot, maar ook de postmoderne verwarring en het intellectuele imbroglio.

De eerlijkheid gebiedt ons om te zeggen dat dit boek ook, elf jaar na de moord op Theo Van Gogh (van wiens film ‘Submission’ de titel toch wel een beetje gepikt is), rijkelijk laat komt als waarschuwing tegen de Arabisering van Europa. Het Front National, Wilders, en jawel, ook het Vlaams Blok/Belang, verkondigen die these al sinds de jaren ’90. Verbaal niet zo briljant, maar dus ook zonder dubbelzinnigheid, romanteske verdichting, of iets tussen de regels. In die zin lijkt me het opstel ‘Le Suicide français’ (2014) van Eric Zemmour over hetzelfde onderwerp veel krachtiger en minder omzwachteld. Dat is, of men het er nu mee eens is of niet, in deze tijd een verdienste.

Een roman daarover in 2015 lijkt dan toch wel wat op een flauw doorslagje van die extreem-rechtse doctrine die al meer dan twintig jaar, en onder veel politiek-correcte censuur, haar weg zoekt. Of bedoelt de schrijver toch iets anders? Geen antwoord, Michel kijkt verveeld weg en steekt broebelend de zoveelste sigaret op. Waarom kan ik me niet van de indruk ontdoen dat de nonconformist en cynicus Houellebecq ook wel een opportunist is en een spelletje met ons speelt, één oog op de rinkelende kassa gericht?

Flou artistique alom dus: het is een literaire pose, een commerciële strategie, en misschien ook wel een vorm van sluwheid, een slag om de arm voor de schrijver zelf, die in 2022, het jaar van de voorspelde verkiezing van een moslimpresident in Frankrijk, nog moet kunnen uitleggen dat hij het zo allemaal niet bedoelde. ‘Soumission’ is een flirt met het rechtse gedachtegoed, maar ook niets meer. De literaire vedette Michel Houellebecq, van wie we nu al weten dat hij tijdens een van zijn veelvuldige bordeelbezoeken door een Arabische prostituee zal vermoord worden, ontkent trouwens bewust alle associaties met politiek rechts in Frankrijk, speciaal dan het FN, kwestie van zijn publiek niet te brusqueren.

Afin, terwijl wij ons het hoofd pijnigen over de vraag wat meester Houellebecq nu precies heeft willen zeggen, interpreteert uitgerekend die religie, waar zijn boek over gaat, haar eigen boek zeer letterlijk. Hier geen interpretatie of veelzinnigheid: het is wat het is, ongelovigen zijn varkens en mogen gedood worden. Punt.

De Koran is dan ook geen roman maar een reeks nauwlettend te volgen voorschriften. Dat is nog de grootste clash, die niemand bemerkt: de polemische, polyvalente lectuur van de Westerse roman versus de letterlijkheid van het religieuze handboek. Waarin eigenlijk dingen staan die ons moeten verbijsteren, veel meer dan enige symbolistisch omwikkelde bellettrie.

Naar mijn gevoel is de plot van ‘Soumission’ dan ook nog braaf en flou. Zo’n propere machtsoverdracht, vergeet het. Er zullen koppen rollen, en veel. Een reeks Bartholomeusnachten (naam voor de massale moordpartij op protestanten te Parijs in 1572), om in de Franse geschiedschrijving te blijven. Dat is mijn mening, waarvan de urgentie niet toelaat om daar 300 bladzijden schoonschrift aan te besteden, gesteld dat ik daar het talent voor zou hebben.

‘Soumission’ is nu al een hebbeding en prijkt mooi in de boekenkast. Iets te mooi misschien.

Anima Aeterna: over het belang van (vrouwelijke) geurzin

Gisteren slaagde ik erin om me ongemerkt te mengen in de Brusselse Gay Pride, het jaarlijks treffen van homo’s, lesbiennes en, recente nieuwigheid, ook de transgenders (mannen die zich als vrouwen gedragen, of omgekeerd). Deze subtiliteit moet kunnen. Ik kan men zelfs voorstellen dat het op een zeker moment modieus wordt om als androgyne door het leven te gaan, uitgerust met een penis én een vagina, om werkelijk in alle situaties de juiste habitus te kunnen aannemen. Of om het eventueel met zichzelf te doen, voortplanting inbegrepen.

Alleen hoop ik intens dat het geslacht zelf niet verdwijnt, daarmee bedoel ik: het mannelijke en vrouwelijke als identitaire component (Jung sprak over animus en anima) die bepaalt wie we zijn, en waardoor er een lichamelijke/psychische polariteit het leven omspant. In die zin ben ik een absolute, ouderwetse seksist: laat de geslachten bloeien en stoeien, zich vermengen en verwisselen, zolang we maar niet eindigen als mossel, bacterie of, horresco referens, koffiezetapparaat. Verschil moet er zijn.

Want echt, alleen al het verschil in zintuiglijkheid maakt de geslachtelijkheid tot het peper en zout van het bestaan. Mannen leven met de ogen, vrouwen met de neus. Mannen lezen, vrouwen ruiken. De manier hoe vrouwen ook aan mijn teksten proberen te ruiken, hoewel ze stricto sensu volstrekt geurloos zijn, doet me steeds weer glimlachen. Toch hebben ze gelijk om dat te blijven doen: er kleeft wel degelijk een geur aan mijn teksten, die mij als mannetjesdier verraadt. Zoals een hond uw zweet kan ‘lezen’.

Anima Aeterna dus, das Ewig Weibliche. Wat me het meest intrigeert aan vrouwen, of beter: het vrouwelijke, is de geurzin. De nieuwsgierige reflex om overal aan te ruiken, ook aan dingen die zich in principe volstrekt geurloos voordoen, zoals een tekst.

Deze geurzin wordt soms zeer slecht begrepen of geridiculiseerd tot zeepjesmanie, afkeer van vuile mannensokken of Libelle-feminisme. Terwijl het eigenlijk gaat om een vorm van dierlijke intelligentie die we ons (weer) moeten eigen maken als tegengif voor de beeldcultuur en het universele illusionisme van de media. Gewoon: ruiken. Zoals een hond uw zweet kan ‘lezen’. Of zoals baby’s hun moeder ruiken.

Ik heb als filosoof zoveel teksten gelezen dat ik op een zeker ogenblik echt een ontwenningskuur moest gaan volgen om het reukorgaan te herontdekken, zonder hetwelk men reddeloos aan het trompe-l’oeil van de abstractie is overgeleverd. En waardoor de illusie op het einde altijd wint.

Wat een sensatie om, ergens op een marktplein of een receptie, de ogen te sluiten en de mannelijke abstractiemachine achter zich te laten. Stemmen dringen dan door, geuren stijgen op. Minder zien is meer ervaren, meer weten, meer begrijpen. Niet te verbazen dat de oud-Griekse ziener en feminist Tiresias als een blinde door het leven ging: om beter zijn neus te kunnen gebruiken.

Dus ja, even transgender met gesloten ogen. Misschien is het gehoor een soort compromis tussen mannelijk oog en vrouwelijke neus, met de muziek als een tijdelijke verzoening. Terwijl ook in de muziek toch weer de verleiding en de manipulatie, de trukendoos, een rol spelen. Ook het componistendom is een mannelijk verschijnsel, een poging om te ontgeuren en te virtualiseren. Een strategie van de esthetica waar de schoonheid de valkuil van het abstracte verbergt.

Daarom spreekt men van de schone kunsten, de schoonheid van een schilderij, een boek, een muziekstuk, maar niet van schone geuren. Zelfs het parfum is niet schoon, het ruikt eventueel lekker, zonder dat het ooit de lichaamsgeur kan evenaren, als authentiek signaal van aangetrokken-worden, genot, afkeer, angst. Zoals we ooit rechtop zijn gaan lopen, is de omgekeerde beweging, terug met de neus naar de aarde, een noodzakelijk tegengif tegen alles wat zich anders voordoet dan het is. Zelfs de Vlaamse kasseien ruiken naar Indisch kinderzweet, maar de Ronde van Vlaanderen heeft er steeds een ander verhaal van gemaakt, rechtstreeks van op de Kwaremont.

Andermaal, mannen en vrouwen en alle tussensoorten: sluit af en toe de ogen, laat het anima opkomen, luister, en vergeet vooral niet te ruiken aan de dingen die zich voordoen. Het weze het TV-nieuws, Rembrandt, Mozart, Wittgenstein, of Sanctorum. Vrouwen zijn mijn ultieme scherprechters want ik hoor ze snuffelen tot hier. Eén molecule is naar het schijnt genoeg om het reukorgaan te prikkelen en een herkenningssignaal naar de hersenen door te sturen.

Het bedwelmend parfum is de laatste en ultieme strategie om de geurzin te misleiden. Als we ook de neus moeten dichtknijpen om de misleiding en het misverstand te verhinderen, is het zintuiglijk verhaal voorbij, en zijn we echt klaar voor een leven als bacterie. Of als post-mortale schim, wat is het verschil.

In die zin is zelfs de Gay Pride een aspect van mannelijk exhibitionisme,- het verlangen om met visuele barok te verbluffen en zich een plaats in de beeldengalerij te veroveren, het TV-nieuws te halen. Ik heb maar weinig lesbo’s gezien in die parade en er ook geen geroken.

Die waren allicht gewoon elders bezig met dat waar het echt om gaat: de liefde.

Erdogan in Hasselt: een man met een boodschap

erdoganHet lijkt een nieuwe mode: regeringsleiders die in het buitenland hun status gebruiken/misbruiken om voor eigen volk een show op te voeren. Benjamin Netanyahu deed het al in Parijs tijdens de Charlie-demonstratie en nadien in Washingon voor het Amerikaanse congres.

Subcultuur

Dat voorbeeld inspireerde ongetwijfeld de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, om voor 15000 uitgelaten aanhangers gisterenavond een onvervalste propagandashow ten beste te geven in de Ethias Arena in Hasselt, als onderdeel van een Europa-tournée. De verkiezingen van 7 juni komen eraan en Erdogan kan hun stemmen best gebruiken. Tiens, denkt een argeloze inboorling: zijn die Turkse Limburgers dan geen Belgen/Vlamingen die hier kunnen gaan stemmen voor onze parlementen? Allicht, maar blijkbaar hebben ze ook nog een Turkse identiteitskaart op zak. Waarom eigenlijk? Wordt het integratiedebat niet ietwat lachwekkend als hier groteske buitenlandse verkiezingsshows worden opgevoerd, ten behoeve van Belgen met dubbele nationaliteit?

Ten gronde is dit soort exotische mega-redevoeringen in grote stadions, die bij ons in Europa sowieso heel onaangename associaties opwekken, voor discussie vatbaar. In Duitsland was er meer heisa daarover, bij ons was het nagenoeg windstil. Het lijkt me nochtans de evidentie zelf dat het principe van neutraliteit en niet-inmenging in twee richtingen werkt: er wordt niet geapprecieerd dat wij ons moeien met verkiezingen in het buitenland, maar dan moet het buitenland ook niet in Vlaanderen of België campagne komen voeren. En al zeker niet met zo’n twijfelachtige boodschap.

Want zowel vormelijk als inhoudelijk moet bij het optreden van Erdogan grote vraagtekens worden gesteld. Dit gaat niet meer over freedom of speech, maar over morele schending van de territorialiteit. Kan het eigenlijk wel dat een buitenlandse politicus, al dan niet regeringsleider, hier helemaal voor eigen rekening campagne komt voeren, en meteen ook oproept om taal en cultuur van het land van origine te bewaren, anders gezegd: zich vooral niet te mengen met de taal en cultuur van het nieuwe thuisland?

Wat voor een signaal is dit eigenlijk naar de allochtone gemeenschap? Dat ze vooral allochtoon moeten blijven? Zich als een subcultuur moeten gedragen en in feite tot een andere natie behoren dan deze waarin ze leven, werken, hun kinderen laten opgroeien? Zich klaar moeten houden tegen de tijd dat Turkije, en bij uitbreiding de islamitische wereld, Europa (opnieuw) zal veroveren?

En… mogen nu ook de opposanten van Erdogan, bijvoorbeeld de BDP (partij van de Koerdische nationalisten) hier hun verkiezingsmeetings houden? Of zal de zittende president, en straks misschien president-voor-het-leven, daar via via een stokje voor steken?

Islamofascisme

Politiek-ideologisch is dit evenement voor ons niet zonder betekenis. Erdogan treedt op namens de islamitisch-conservatieve regeringspartij AKP. Onder zijn bewind verdwijnt stilaan het seculiere karakter van de Turkse staat, en wordt de scheiding van kerk en staat opgeheven. Enkele gedenkwaardige Erdogan-quotes uit het recente verleden:

 – “Je kunt niet seculier en moslim tegelijk zijn. De anderhalf miljard moslims in de wereld wachten op de opstand van het Turkse volk. We zullen in opstand komen. Met goedkeuring van Allah zal de rebellie beginnen.”

– “De minaretten zijn onze bajonetten, de koepels onze helmen, de moskeeën onze barakken en de gelovigen onze soldaten.”

Dat zei hij dus niet in Hasselt. Maar de echo van dit soort uitspraken hangt over de Europa-tournee. Fascistische groupuscules zoals Milli Görüs en de beruchte Grijze Wolven blijken een stevige voet aan de grond te hebben in de Turkse socio-culturele milieus, ook in Hasselt en omstreken. De bewondering voor Hitler en het nationaal-socialisme wordt niet onder stoelen of banken gestoken. Vanzelfsprekend worden anderzijds alle volksautonomistische verzuchtingen, zoals die van de Koerden, hevig bestreden. De aanhangers gebruiken, zoals Erdogan zelf tijdens zijn speeches alhier (foto), de islamo-fascistische rabia-groet, meteen ook hét herkenningsgebaar van de Moslimbroederschap in Egypte: vier gestrekte vingers en ingeklapte duim, waarvan de N-VA-selfie een variant is (!).

De affiniteit van Erdogan met deze totalitaire beweging is onuitgesproken, maar toont zich wel steeds sterker in woord en daad. In Duitsland, waar hij de dag voordien zijn show opvoerde, werd ook de Armeense genocide nog eens uitgebreid en provocatief ontkend. Als zijn partij de absolute meerderheid behaalt, wil hij de grondwet veranderen om meer persoonlijke macht naar zich toe te trekken en het parlement te reduceren tot een praatbarak.

‘Doe de stembussen in België ontploffen!’ riep de president in de Ethias-arena. Een vreemde verspreking, want stembussen dienen in een normale democratie om stembrieven te verzamelen en ze daarna te tellen. Niet om te ontploffen, want dan heeft iemand er explosief spul in gegooid om de stemmen niét te hoeven tellen.

Iemand een parlementaire vraag hierover? Een kritische krantenartikel, een opiniestuk in de deftige pers die zichzelf op 3 mei nog uitgebreid vierde als bewaker van de democratie? Of moeten toch weer de ‘sociale media’ de kat de bel aanbinden?

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/regio/limburg/1.2335632

Het FN, Jean-Marie en Femen: de leukste tussenkomsten zijn de onverwachtse

FemenIk ben altijd geboeid geweest door toespraken, in hun hoedanigheid van stand-up-performances. Ik bestudeer ze veelvuldig. Van Jezus ’bergrede, over Mussolini en Hitler, over Martin Luther King tot Obama: hun redes overstijgen het politieke niveau en moeten als artistieke presentaties beoordeeld worden.
Zelf heb ik met zorg deze kunstvorm beoefend. Eén keer zelfs op de door de politiek-correcte goegemeente als fascistisch beschouwde IJzerwake, voor zo’n goeie 5000 mansvolk in een wei. Het wordt me in bepaalde middens nog steeds enorm kwalijk genomen. Nochtans zijn dat unieke stijloefeningen, geen spreker mag zo’n uitdaging uit de weg gaan.
Het vermakelijke is overigens dat ik daar in Steenstrate anno 2011 een staande ovatie kreeg, maar achteraf ook dunne opmerkingen van een ‘linkse’ die was ingebroken op een extreemrechts feestje. Dat was ten dele ook zo, en dat beschouw ik als een kunstwerk binnen een kunstwerk: ergens excelleren buiten het biotoop, waar men niet thuis hoort. Speeches geven voor een publiek dat krijgt wat het verwacht, wat is daar nu aan. Een boek schrijven voor een vast leespubliek, pfff. Een pianorecital geven voor melomanen, ach.

Boeiend wordt het pas, wanneer de objectieve terreur van de performer, die aandacht opeist, zijn publiek bespeelt en manipuleert, wordt verstoord door de subjectieve terreur van de indringer. Er ontstaat dan een totaal nieuwe dynamiek van de verwarring en de ironie, die de boodschap veel sterker maakt, maar die ook het originele podium zelf ondergraaft. ‘De show stelen’ noemt men zoiets.
Dat konden we gisteren meemaken, in tweevoud zelfs, toen Marine Le Pen in Parijs haar toespraak ging geven voor de aanhang van het Front National. Zo saai en voorspelbaar als de speeches op de Champs Elysées waren, zo vrolijk en vol Deussen ex Machina was het feestje van het FN. En dat niet zozeer omwille van de verwachte rede van voorzitster Marine Le Pen.
Het was immers aanschuiven in de coulissen. Niet alleen wrong de gedefenestreerde papa Jean-Marie Le Pen (“de gaskamers zijn maar een detail”) zich fluks voor de neus van zijn dochter om nog eens zijn eigen ding te doen, helemaal buiten het voorziene draaiboek. Daarna, eveneens voor Marine er erg in had, verschenen ook drie Femen-vrouwen ten tonele om met ontblote boezem de nazi-groet te brengen, inclusief een Chaplineske vlag met heilsgroet in Gothische letters.
Grandioos, al ware het mooier geweest indien ze ook nog een echte toespraak ten beste hadden gegeven, over gaskamers bijvoorbeeld (het bleef bij een adembenemende rookbom), maar voor mijn part ook over dildo’s of l’Origine du Monde.

‘Dit is een dag vol verrassingen’, mijmerde Marine. In haar plaats was ik in de tegenaanval gegaan, ook met ontblote boezem, of minder nog, onder de woorden: ‘Français, choississez vos saints vous-mêmes!’. Waarbij het woord “saints” ook als “seins” kon verstaan worden.
Hoe dan ook, het onvoorzienbare bestijgen van spreekgestoeltes en balkons, het kapen van evenementen, media, podia, forums tot en met live-TV-uitzendingen,- laat dit de politieke en metapolitieke kunstvorm van deze eeuw worden. Wielerwedstrijden met nepcoureurs, opera-opvoeringen met valse diva’s die zich op een zeker moment onthullen (tip voor Femen!), serieuze filosofische tractaten die de filosofie ridiculiseren (de Sokal-affaire).
Plak hier vooral niet het belachelijk woord ‘ludiek’ op. Humor is een ernstige zaak en in feite de enige remedie tegen structuren en mechanismen die ons vastzetten, inkapselen, het woord ontnemen.
Heil Sanctorum, tot de volgende pop-up.