Anima Aeterna: over het belang van (vrouwelijke) geurzin

Gisteren slaagde ik erin om me ongemerkt te mengen in de Brusselse Gay Pride, het jaarlijks treffen van homo’s, lesbiennes en, recente nieuwigheid, ook de transgenders (mannen die zich als vrouwen gedragen, of omgekeerd). Deze subtiliteit moet kunnen. Ik kan men zelfs voorstellen dat het op een zeker moment modieus wordt om als androgyne door het leven te gaan, uitgerust met een penis én een vagina, om werkelijk in alle situaties de juiste habitus te kunnen aannemen. Of om het eventueel met zichzelf te doen, voortplanting inbegrepen.

Alleen hoop ik intens dat het geslacht zelf niet verdwijnt, daarmee bedoel ik: het mannelijke en vrouwelijke als identitaire component (Jung sprak over animus en anima) die bepaalt wie we zijn, en waardoor er een lichamelijke/psychische polariteit het leven omspant. In die zin ben ik een absolute, ouderwetse seksist: laat de geslachten bloeien en stoeien, zich vermengen en verwisselen, zolang we maar niet eindigen als mossel, bacterie of, horresco referens, koffiezetapparaat. Verschil moet er zijn.

Want echt, alleen al het verschil in zintuiglijkheid maakt de geslachtelijkheid tot het peper en zout van het bestaan. Mannen leven met de ogen, vrouwen met de neus. Mannen lezen, vrouwen ruiken. De manier hoe vrouwen ook aan mijn teksten proberen te ruiken, hoewel ze stricto sensu volstrekt geurloos zijn, doet me steeds weer glimlachen. Toch hebben ze gelijk om dat te blijven doen: er kleeft wel degelijk een geur aan mijn teksten, die mij als mannetjesdier verraadt. Zoals een hond uw zweet kan ‘lezen’.

Anima Aeterna dus, das Ewig Weibliche. Wat me het meest intrigeert aan vrouwen, of beter: het vrouwelijke, is de geurzin. De nieuwsgierige reflex om overal aan te ruiken, ook aan dingen die zich in principe volstrekt geurloos voordoen, zoals een tekst.

Deze geurzin wordt soms zeer slecht begrepen of geridiculiseerd tot zeepjesmanie, afkeer van vuile mannensokken of Libelle-feminisme. Terwijl het eigenlijk gaat om een vorm van dierlijke intelligentie die we ons (weer) moeten eigen maken als tegengif voor de beeldcultuur en het universele illusionisme van de media. Gewoon: ruiken. Zoals een hond uw zweet kan ‘lezen’. Of zoals baby’s hun moeder ruiken.

Ik heb als filosoof zoveel teksten gelezen dat ik op een zeker ogenblik echt een ontwenningskuur moest gaan volgen om het reukorgaan te herontdekken, zonder hetwelk men reddeloos aan het trompe-l’oeil van de abstractie is overgeleverd. En waardoor de illusie op het einde altijd wint.

Wat een sensatie om, ergens op een marktplein of een receptie, de ogen te sluiten en de mannelijke abstractiemachine achter zich te laten. Stemmen dringen dan door, geuren stijgen op. Minder zien is meer ervaren, meer weten, meer begrijpen. Niet te verbazen dat de oud-Griekse ziener en feminist Tiresias als een blinde door het leven ging: om beter zijn neus te kunnen gebruiken.

Dus ja, even transgender met gesloten ogen. Misschien is het gehoor een soort compromis tussen mannelijk oog en vrouwelijke neus, met de muziek als een tijdelijke verzoening. Terwijl ook in de muziek toch weer de verleiding en de manipulatie, de trukendoos, een rol spelen. Ook het componistendom is een mannelijk verschijnsel, een poging om te ontgeuren en te virtualiseren. Een strategie van de esthetica waar de schoonheid de valkuil van het abstracte verbergt.

Daarom spreekt men van de schone kunsten, de schoonheid van een schilderij, een boek, een muziekstuk, maar niet van schone geuren. Zelfs het parfum is niet schoon, het ruikt eventueel lekker, zonder dat het ooit de lichaamsgeur kan evenaren, als authentiek signaal van aangetrokken-worden, genot, afkeer, angst. Zoals we ooit rechtop zijn gaan lopen, is de omgekeerde beweging, terug met de neus naar de aarde, een noodzakelijk tegengif tegen alles wat zich anders voordoet dan het is. Zelfs de Vlaamse kasseien ruiken naar Indisch kinderzweet, maar de Ronde van Vlaanderen heeft er steeds een ander verhaal van gemaakt, rechtstreeks van op de Kwaremont.

Andermaal, mannen en vrouwen en alle tussensoorten: sluit af en toe de ogen, laat het anima opkomen, luister, en vergeet vooral niet te ruiken aan de dingen die zich voordoen. Het weze het TV-nieuws, Rembrandt, Mozart, Wittgenstein, of Sanctorum. Vrouwen zijn mijn ultieme scherprechters want ik hoor ze snuffelen tot hier. Eén molecule is naar het schijnt genoeg om het reukorgaan te prikkelen en een herkenningssignaal naar de hersenen door te sturen.

Het bedwelmend parfum is de laatste en ultieme strategie om de geurzin te misleiden. Als we ook de neus moeten dichtknijpen om de misleiding en het misverstand te verhinderen, is het zintuiglijk verhaal voorbij, en zijn we echt klaar voor een leven als bacterie. Of als post-mortale schim, wat is het verschil.

In die zin is zelfs de Gay Pride een aspect van mannelijk exhibitionisme,- het verlangen om met visuele barok te verbluffen en zich een plaats in de beeldengalerij te veroveren, het TV-nieuws te halen. Ik heb maar weinig lesbo’s gezien in die parade en er ook geen geroken.

Die waren allicht gewoon elders bezig met dat waar het echt om gaat: de liefde.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.