Maandelijks archief: juni 2015

Het had uw buur kunnen zijn…

Hoe onderscheid je een ‘brave moslim’ van een potentiële terrorist? Dat wordt hoe langer hoe minder evident. Het zou makkelijker zijn mochten de Jihadi’s en aspirant-strijders met een vlag en in uniform joelend door onze straten lopen, maar dat doen ze lekker niet, toch niet allemaal. Neen, vandaag lopen ze lachend met een parasol op het strand, waarin een kalashnikov verstopt zit. Vlak tegen de waterlijn gaat die parasol open en worden badgasten weggemaaid: geef toe, als verrassingseffect kan het tellen.

Paranoia

Dat procédé is natuurlijk niet nieuw: het is de essentie van terreur dat ze onvoorspelbaar is. Toch verbaast ook nu weer de manier hoe zo iemand als het ware uit het niets opduikt, niet eens meer uit de marge van de samenleving, maar uit de nabije alledaagsheid. Het had onze buur kunnen zijn.

Over Seifeddine Rezgui Yakubi, de man die in Tunesië op zijn eentje de toeristische economie onderuit haalde door op het strand van Sousse willekeurig in het rond te gaan schieten, lezen we dat het een ‘vriendelijke jongen’ was, die supporterde voor Real Madrid, luchtvaartechniek studeerde en van rap en breakdance hield. Dat blijkt ook uit de foto: zo’n guitig-onschuldige glimlach, daar koop je zo een occasiewagen van. Yassin Salhi anderzijds, die op diezelfde zwarte vrijdag zijn werkgever doodde en ritueel onthoofdde, woonde met zijn gezin in een nette voorstad van Lyon en werd door kennissen en buren als ‘heel normaal’ beschreven.

U begrijpt het probleem: de duivel kan om het even waar verschijnen, in om het even welke gedaante. Verloren gewaande middeleeuwse denkbeelden dampen terug op. We komen zo in een situatie terecht dat de vijand overal en nergens is: een perfecte voedingsbodem voor collectieve psychose en paranoia. Op het moment dat de bakker om de hoek, de collega op het werk, of die blonde stoot op Rock Werchter als een potentiële schutter wordt aanzien, is er van een samenleving, in de eigenlijke zin van het woord, geen sprake meer. Een algemene, collectieve bewapening is dan het logisch vervolg: willen we niet allemaal ons en de onzen beschermen tegen die onzichtbare vijand?

Lone wolf

Inderdaad, maar daarmee worden de problemen nog groter. Want de onbeperkte beschikbaarheid van wapens voor iedereen maakt de kans nog groter dat een lone wolf uithaalt in naam van een religie of ideologie, en zich zo tot wereldnieuws opwerkt.

En dat is de tweede vaststelling waarmee we rekening moeten houden, en die het allemaal nog ingewikkelder maakt: steeds meer zal die salafistische Islam ook een kapstok worden voor nobody’s die uit de grijsheid van het bestaan willen treden. Het verschil tussen religieus fundamentalisme en losgeslagen sociopathie is dan bijna niet meer te maken. Dit gaat over onderhuidse frustratie en compensatiemechanismen. IS levert het ideale canvas.

Al wie zich onbelangrijk, onbegrepen voelt, de saaiheid van het bestaan niet meer kan opvullen met een hobby, een vreedzaam politiek-sociaal engagement of een religieuze beleving, kan zichzelf nu tot terrorist uitroepen. Meteen wordt hij een VIP die een afspraak met de geschiedenis heeft. Dat is een enorme promotie inzake zelfbeeld: de nieuwe terrorist-in-spe is een grijze muis die kleur zoekt. Het is de binnenweg naar de ultieme glorie, van zero tot hero: identificeer u met een ideologie en wordt de uitvoerder van een historische missie. Een flinke portie Narcisme en mythomanie helpen uiteraard als voeding van de waan. In die zin verschilt de extreem-rechtse terrorist Anders Behring Breivik die in Noorwegen 77 mensen neerschoot, in niets van het salafistische geweld, door enkelingen gepleegd.

Vanaf de dag dat zo iemand het Ware Geloof ontdekt en zogenaamd ‘radicaliseert’, wordt zijn status van grijze muis een dekmantel, en dat alleen al geeft een machtsgevoel: het idee dat men iemand anders is dan wat de buitenwereld van hem percipieert, een dubbel personage dus. De macht van het masker en de triomf van de zelfontmaskering in de ultieme daad. Blijft dan de vraag wat ons antwoord daarop kan zijn. Jammeren dat de Westerse waarden onder druk staan en dat het Avondland teloor gaat, is veel te gemakkelijk als conservatief-getint zelfbeklag. We moeten verder durven denken en herbronnen.

Een kwestie van geluk

Hoewel ik weinig op heb met de Koran, zijn middeleeuws mensbeeld, de vrouwenhaat en de misantropie die de Islam doordrenkt, merk ik steeds meer dat deze religie ook een trekpleister wordt voor al wie met de leegte van het bestaan wordt geconfronteerd. Dat is de enige mogelijke verklaring waarom bijvoorbeeld Westerse meisjes zich opeens in een burka gaan hullen of zich zelfs tot slavin in de Islamitische Staat degraderen. En waarom ‘gewone’ jonge mannen in hun achterkeuken bommen beginnen te fabriceren.

Terrorisme is gewoon criminaliteit met een enorme toegevoegde waarde: doden in naam van God geeft nog altijd een heel andere sensatie dan doden voor een geldkoffer. Het fatale effect is hetzelfde, maar de dader krijgt een kick, een mentale voldoening die met geen enkele materiële te vergelijken valt. Het gaat uiteindelijk allemaal om het strelen van de gelukszone, ergens in de buurt van de hypofyse.

De existentiële leegte en de frustratie is, veel meer dan de cultuur an sich, datgene waarop we moeten focussen. Hoe leren we de grijze muizen kleur beleven zonder dat ze tot een slachtpartij hoeven over te gaan? Dit vraagt om een herdenken en herwaarderen van onze geluksfilosofie, die van oudsher het Westen (Epicurus) met het Oosten (Boeddha) verbindt. Waardoor scheppen we genoegen in wie we zijn, wat we doen, in ons bestaan, buiten de metafysische waandenkbeelden én buiten het teugelloze consumentisme? Wat bevredigt, activeert de Eros, en houdt ons weg van de Thanatos?

Misschien moeten we ‘The Mass Psychology of Fascism’ en ‘The Sexual Struggle of Youth’ van Freud’s leerling Wilhelm Reich (1897-1957) eens herlezen. Of Mindfulness, een techniek van meditatieve concentratie, tot verplicht vak maken op school? Het is in die optiek van de sociale therapie dat er radicaal(!) out-of-the-box moet gedacht worden. Daar zit misschien zelfs een aspect van brain-washing in: het vuile moet er nu eenmaal eerst uit.

Vast staat dat de politiek-correcte huis-tuin- en keukensociologie waarmee men het zgn. radicaliseringsproces benadert (het verhaal van de ‘kansarme jongeren’ etc) absoluut ontoereikend is. Hier moet aan dieptepsychologie en psychoanalyse gedaan worden, haal Freud, Reich en Lacan maar terug uit de vuilbak.

En maak van pedagogie en opvoeding weer een gemeenschapsproject van de eerste orde.

Migratie, anders bekeken: gun de moslims hun kalifaat en de rest een vrijstaat

Migrant of vluchteling? De uitdaging van gemengde migratieVandaag is het wereld-vluchtelingendag, een compleet gratuite bedoening waar niemand wat aan heeft, de vluchtelingen nog het minst. Een wirwar van economische, politieke en gewoon menselijke factoren creëert een onafgebroken stroom van mensen die elders een beter leven zoeken. Kan men het hen verwijten? Zouden wij iets anders doen?

Oorlog, honger, droogte, vervolging, dictatuur: er zijn een hoop places-not-to-be op deze aardbol, momenteel vooral gelokaliseerd in Afrika en het nabije Oosten. De ironie wil dat onze Europese beschaving uit die regio’s afkomstig is.

Inderdaad, migratie is immers van alle tijden. Ook Europa is gevormd door inwijkelingen, volgens de laatste studies afkomstig uit het Nabij Oosten (!). Zij zouden zo’n 10.000 jaar geleden hier de landbouw geïntroduceerd hebben en zich vermengd hebben met de inheemse jagerspopulatie. DNA-analyses zijn ondubbelzinnig: het merendeel van de blanke Europeanen is verwant met Syriërs, Libiërs, Irakezen,… die we vandaag proberen buiten te houden. Van je familie moet je het hebben.

Daarmee hoeven we het migratieprobleem niet te minimaliseren. Rechts in Europa heeft wel degelijk een punt: ongebreidelde migratie betekent finaal alleen de import van armoede, het ontwrichten van het sociale zekerheidsstelsel, en culturele desintegratie. Waarbij de Islam fungeert als een permanente trigger voor sociale spanningen, waardenconflicten en verzuring.

Om deze dag niet helemaal nutteloos te maken, stel ik voor om wat te brainstormen en aan out-of-the-box-denken te doen. Twee denkpistes.

Een 100% halal-staat

Ten eerste is het kalifaat, gepland door de Islamitische Staat, voor velen een apokalyptisch denkbeeld, maar dat is paniekzaaierij.  Het zou ons integendeel kunnen ontlasten van een enorm probleem. Waarom geen migratie aanmoedigen van orthodoxe moslims naar het kalifaat-in-wording? Ze kunnen daar ongestoord hun religie beleven, inclusief zweepslagen, het afkappen van handen, vrouwen in de boerka, enz. De rest kan hier blijven en moderniseren.

De 100% halal-staat die we in de Noord-Afrikaanse woestijn gedogen, misschien zelfs via onderhandelingen met IS kunnen afbakenen, moet zoveel mogelijk extremistische krachten wegzuigen uit onze samenleving. Een enkele reis voor de jihadi’s: ze krijgen een ticket cadeau voor het land dat zij toch als een paradijs moeten zien. Zionisten ga nu wat achteruit, want ik durf hier de parallel met Israël te trekken: dat was ook een woestijnzone die als Beloofde Land een uitweg moest bieden uit een lang slepend probleem, namelijk dat van de diaspora en de bijbehorende Jodenvervolging. Jammer dat ze daarvoor eerst de Palestijnen moesten verjagen: constructiefoutje, maar het idee van Theodor Herzl (‘Der Judenstaat’, 1895) klopte als een bus.

Een veelgehoorde opmerking daartegen: “de Islamitische Staat zal nooit stoppen, ze willen heel de aardbol islamiseren”. Wel, de haalbaarheid van dat wereldimperium is vrijwel nihil, alleen al vanuit militair-strategisch standpunt, zelfs onder een Jihad-vlag: op een zeker ogenblik worden de communicatie en logistiek door de uitgebreidheid hachelijk, en moet er gekozen worden voor consolidatie, met inbegrip van diplomatiek concert. Alle aspirant-wereldrijken zijn ten onder gegaan aan expansiedrift. Napoleon en Hitler toonden aan dat het zelfs heel snel kan gaan.

Ziezo, probleem nr. 1 opgelost: creatie van een voldoende groot moslimreservaat, dat zij gerust kalifaat of Heilig Islamitisch Rijk mogen noemen, het zal me worst wezen. Natuurlijk zal er altijd nog wat osmose plaats grijpen van terroristen die het Westen met geweld willen bekeren, maar dat moet toch beheersbaar zijn via een consequente grenzenpolitiek.

Een Afrikaans Utopia: nieuwe groeipool en place-to-be

utopiaDaarmee is natuurlijk niet alles geregeld. Ik stel daarom de oprichting van een tweede zone voor, ergens in Centraal-Afrika,- waarom niet het huidige territorium van een ‘failed state’ als de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Opzet: onder de hoede van de VN een nieuw thuisland creëren voor economische en politieke vluchtelingen wereldwijd, die zich willen schikken naar een democratisch-pluralistisch-seculier maatschappijmodel. Een multiraciale vrijstaat met een liberale grondwet en een sterk sociaal zekerheidssysteem, eventueel zelfs vanuit het basisinkomen.

Dit moet een veerkrachtige, ecologisch duurzame economie opleveren, gelinkt aan de onze (vooral export van landbouwproducten), een groeipool die migranten aantrekt, wie weet zelfs jonge Europeanen met know-how.  Noteer inderdaad dat nu al gediplomeerde Portugezen wegtrekken naar de oud-kolonie Angola omdat ze daar meer perspectieven hebben dan in het quasi-bankroete thuisland.

Dit postkoloniaal Utopia kan gelden als testmodel voor grote socio-politieke veranderingen die misschien ook bij ons ingang kunnen vinden. Maar vooral zal het de migratiedruk op Europa enorm verminderen, en ontstaat er een ‘beloofde land’ dat ook echt iets belooft en een perspectief biedt aan ontheemden wereldwijd.

Ziezo, wilde dromen op een zaterdagmorgen. Hoe fantastisch ze ook lijken, nietsdoen is geen optie, en het huidige politieke dagjesdenken, zowel ter linker- als ter rechterzijde, weerzinwekkend. Migratie is onvermijdelijk, het is een natuurlijk fenomeen zoals de wet van de communicerende vaten. Maar leiden, begeleiden, kanaliseren, het aanleggen van bekkens, is wel mogelijk. Liever deze ingenieuze hydrologie dan de chaos van bootdrenkelingen. Humanisme moet niet alleen met het hart maar vooral ook met verstand beoefend worden.

Waterloo, de Napoleon-mythe en de Francité: omtrent chauvinisme en cultuurnarcisme.

Op 18 juni vieren we tweehonderd jaar slag bij Waterloo, de plek waar het leger van Napoleon Bonaparte de duimen moest leggen voor de Brits-Pruisische-Hollandse monstercoalitie. Dit nadat hij twee dagen eerder op 16 juni nochtans een algemene repetitie, onbekend als de slag bij Quatre-Bras, op punten had gewonnen.

Rothschild-oorlogen

NapoleonZei ik ‘vieren’? Dat is een heikel punt. Want de historische standaardvisie is, dat het liberale, democratische, moderne Frankrijk van Bonaparte en de Franse Revolutie werd verslagen door een overmacht van ouderwetse, aristocratische, decadente slempers die in het Congres van Wenen de klok wilden terugdraaien.  Dat klopt: het Ancien Régime zinde op revanche. Alleen had de genaamde Napoleon Bonaparte zich al in 1804 tot keizer laten kronen (waardoor Beethoven woedend het eerste blad van de aan hem opgedragen Eroica-symfonie verscheurde) en heerste hij als een absolute vorst, wat de gesettelde Europese aristocratie, die hem als een parvenu beschouwde, mateloos ergerde. Misschien nog meer dan de revolutie op zich.

Daarna begonnen de Napoleontische oorlogen: met Rothschild-geld gefinancierde veldtochten die de logische voortzetting waren van de eerdere binnenlandse militaire acties tegen contrarevolutionairen. Rust roest, een leger moet iets om handen hebben. Bovendien: een externe vijand zorgt intern voor kalmte, discipline en eensgezindheid. Ook niets nieuws onder de zon. Voor alle duidelijkheid: de Rothschilds voorzagen evengoed de andere kant van middelen en wedden op twee paarden, waarmee ze de fundamenten legden van het moderne internationale bankenkapitalisme. 

De Franse bezetting in Europa verschilde in niets van om het even welke andere en kon zich slechts handhaven mits een flinke dosis repressie, inclusief brandschatting en oorlogsbelasting. Maar de fabel dat Napoleon de democratische idealen over ons continent verspreidde, is gebleven, en vormt nog steeds de kwintessens van het Franse meerderwaardigheidscomplex, ook wel bekend als chauvinisme. De verbeelding dat het Frans nog steeds een (en eigenlijk dé) wereldtaal is, is daar een ander aspect van.

GDF Suez dicteert

Curieus genoeg vormt deze francité tot op vandaag ook de grondstroom van het francofone suprematisme in België: de Vlamingen zijn rijker, met meer, maar de Franstaligen bezitten de cultuur en beheren het Napoleontische erfgoed. Wij zijn maar Menapiërs, een beetje respect is op zijn plaats. Niet voor niets is Wallonië de jaarlijks weerkerende scène van Napoleonfolklore allerhande: zijn charisma van Verlichter straalt af op de Franstalige gemeenschap, die daarmee haar culturele superioriteit bevestigt. Waaraan dan weer een politiek etiket hangt.

Echter, wanneer uitgerekend België in het voorjaar een muntstuk van twee Euro liet slaan om die Slag bij Waterloo te herdenken, stuitte dat op een veto van Frankrijk. Dat lijkt vreemd, want de Duitsers zijn nooit te beroerd geweest om het einde van het Derde Rijk te herdenken. Maar noem in Frankrijk nooit Napoleon en Hitler in één adem, want dat is echt levensbedreigend. Een geïdealiseerde Napoleon-mythe moet namelijk de aanspraken van de Franse hegemonie, als tegengewicht voor het Duits-Germaanse barbarendom, binnen Europa overeind houden. En daar past een uitgebreide herdenking van de nederlaag niet in. Ondanks dat spijtig accident, het Waterloo-toerisme en de bijbehorende nagespeelde veldslag, moet Europa grote dankbaarheid blijven betonen aan het land van de Verlichting en de Franse Revolutie.

Dit eeuwigdurend krediet vertaalt zich uiteindelijk, hoe kan het anders, in nieuwe vormen van usurpatie.  De manier hoe het totale Belgische energiebeleid in handen is geraakt van GDF Suez (nu omgedoopt tot Engie), waarin de Franse staat hoofdaandeelhouder is, illustreert hoe territoriale expansie nog op andere manieren dan militair kan worden uitgeoefend. En hoe zwak wij ons als wingewest opstellen.

Feitelijk staan we (opnieuw) onder Napoleontische curatele. Het in schimmige omstandigheden bedongen contract omtrent de verlengde exploitatie van de kerncentrales Doel en Tihange geeft Electrabel opnieuw een monopolie inzake energiewinning. Voor meer details hierover, zie de uitstekende column in Trends van deze week van Daan Killemaes. De GDF-Suez-dochter doet niet alleen financieel een gouden zaak aan de overeenkomst, maar bestendigt vooral onze afhankelijkheid van het buitenland, in casu de hedendaagse zonnekoningen in Parijs. De Belgische energiepolitiek staat te lezen in het jaarverslag van een Frans bedrijf. Als revanche voor Waterloo kan dat tellen.

‘Le cannibale’

kannibaalHet collectief cultuurnarcisme waaraan Frankrijk lijdt, heeft dus wel degelijk economisch-politieke uiteindjes, maar gelukkig is het dikwijls ook gewoon lachwekkend.  Zopas werd een monument opgericht op de klim in de Alpen naar het ski-oord Pra Loup. In de tour van 1975 kreeg Eddy Merckx, tot dan ongenaakbaar, er een inzinking waarvan Bernard Thevenet profiteerde om de etappe te winnen. Verdiend, daar niet van.

Maar in één ruk werd Thevenet door een uitzinnige Franse pers gekroond tot ‘tombeur du cannibale’ (kannibalendoder). De Fransen haatten Merckx omdat hij al jarenlang hun nationaal eergevoel bedierf en nooit een overwinning weggaf. Eddy zette zich zelfs niet schrap om de Franse derderangscoureurs van zich af te schudden, hij peddelde er gewoon van weg als gold het een zondagsritje met de familie. Vreselijk.

Daarom gaven ze hem de bijnaam ‘le cannibale’, wat wel wijst op spieren en aanvalslust, maar ook op een soort agressieve domheid, die eigenlijk de introverte en zachtaardige Merckx helemaal niet op het lijf geschreven was. Kon hij het helpen dat hij gewoon twee klassen beter was dan de rest.

Maar een kannibaal dus, dat kan je amper nog een mens noemen. De krachtpatser Merckx werd gelezen als de antipode van het Franse esprit, een onhumaan monster. Zoiets mag dan wel vijf keer de tour winnen,- het is niet eerlijk, en eigenlijk nog erger dan doping: een beest dat puur op fysiek en testosteron iedereen naar huis rijdt. Zonder compassie, gevoel voor etiquette, of respect voor de ongeschreven wet dat op 14 juli een Fransman moet winnen. De elegante ééndagsheld Thevenet had dus niet alleen een koninginnenrit gewonnen, maar ook nog eens de wildeman uit het Noorden de les gelezen. Verlichtingseuforie alom. Andermaal: Waterloo gewroken.

Dat verdient een Arc de Triomphe: het ‘Waterloo van Merckx’ (echt waar, zo staat het geboekstaafd) wordt dus nu, zonder de minste ironie, vereeuwigd met een triomfboog(je) op de plaats waar drakendoder Thevenet zijn exploot had verwezenlijkt. Met rode bolletjes beschilderde stenen (de bergrangschikking!) markeren deze heilige plek. Ik beschrijf het nu hyperbolisch, maar bekijk de foto en geef toe: dit is een uitstekende illustratie van het Franse gezegde ‘le ridicule ne tue pas’. 

Chauvinisme, zijnde de onderbuikvariant van het nationalisme, is als zout in de soep: van te weinig word je niet vrolijk, maar teveel bederft heel de boel. Fransen zijn nooit goede verliezers geweest. Wij misschien iets té goed. Het doet deugd dat een wilde af en toe eens de waan doorbreekt. Die idee valt te lezen bij J.J. Rousseau, ironisch genoeg een van dé kleppers van de Franse Verlichtingsfilosofie.

 

De woede van Ada Colau

Dat de linkse activiste en kandidaat-burgemeester van Barcelona ook het massatoerisme durft in vraag stellen, wijst op een groter verhaal.

Met 25% van de stemmen werd de linkse alliantie Comú van boegbeeld Ada Colau, nu twee weken geleden, veruit de grootste partij in Barcelona, waar ze wellicht burgemeester wordt. Dat was even schrikken in Vlaams-nationalistische kringen waar men graag met de CiU van minister-president ­Artur Mas sympathiseert. Maar het is een signaal dat kan tellen: de Catalanen willen niet alleen uit de Spaanse centrale staat stappen, ze koppelen dat vooral ook aan een project rond sociale rechtvaardigheid en verzet tegen het bankenkapitalisme. Dat soort engagement ontbreekt bij ons in Vlaanderen vooralsnog totaal: men kan moeilijk de N-VA beschouwen als een sociaal bewogen partij, en dat is de reden waarom ze uiteindelijk terugkeert naar de Belgische constructie. Een onafhankelijkheidsbeweging zonder republikeins-progressief moment is gedoemd om stil te vallen en voor de restauratie te gaan.

Uitdrijvingen

ColauDe figuur van de nu 41-jarige Ada Colau is daarbij op zich een boeiend verhaal. In wezen is zij een amateur-politica die vooral actief was in het verzet tegen de huisuitdrijvingen (zo heet dat in deurwaardersjargon) van mensen die hun hypotheekschuld niet meer kunnen betalen. Dat was schering en inslag geworden in Barcelona en elders. De banken laten beslag leggen op het eigendom en laten het vervolgens in vele gevallen leeg staan.

Zelf heb ik als kind eens zo’n uitzetting meegemaakt bij buren, en dat is aan de ribben blijven plakken. ’s Morgens kwam de deurwaarder onder politie-escorte alle huisgerei inladen. Een klein meisje begon te wenen toen ook haar speelgoed in de vrachtwagen verdween. Ze nam alleen een pop terug, de flik keek gegeneerd een andere kant op. ’s Middags gaf mijn moeder hen een kom soep en tegen de avond waren ze verdwenen als wilde katten die men wegjaagt. Ik heb hen nooit meer terug gezien, ook niet het buurjongetje waarmee ik in de klas zat.

Een beschaafd land dat zijn burgers zo behandelt verliest daarmee alle morele legitimiteit. Een huis is niet zomaar een hoop stenen, het is een bijna sacrale zone van veiligheid en integriteit. Wonen is een grondrecht en je zet geen gezin op straat alleen omdat het in de rode cijfers is geraakt. Als Ada Colau burgemeester wordt komt daar verandering in, dat was althans een verkiezingsbelofte. Meteen komt dan ook de bankensector in het vizier en het grootkapitaal dat Barcelona als thuishaven heeft. Weinig kans overigens dat voetbalgod Lionel Messi, die hier een riant optrekje heeft, voor Barcelona en Comú’ heeft gekozen, evenmin trouwens de hoge piefen van FC Barcelona. Colau trekt er haar neus voor op.

De luxejachten aan de Port Vell, de haven waarop de Rambla uitkomt, vormen eveneens een doorn in haar oog. Colau vindt dat Barcelona dringend terug aan de bewoners moet gegeven worden. En zo komt de vrouw die zich tegen de huisuitdrijvingen verzet, ook oog-in-oog met de toeristische exploitatie van haar stad. Dan pas wordt het echt boeiend.

Geef ons de Rambla terug

rambla_002Zo’n 14% van de stedelijke economie van Barcelona teert op het massatoerisme. Deze stad is de absolute topbestemming voor city-trips, maar ook voor congressen, sportmanifestaties allerhande, tot en met vrijgezellenfeestjes van aanstaande bruiden en bruidegoms.

Ach, we hebben bijna allemaal wel staan aanschuiven om ons te vergapen aan de Sagrada Familia, en wie heeft er ooit niet mee staan drummen in de menigte op de welbekende Rambla. Mede dankzij promotiecampagnes zoals ‘Culturele hoofdstad van Europa’ ondervindt zo’n stad een enorm aanzuigeffect van gelegenheidsmigranten die de site als ‘collectief menselijk bezit’ beschouwen, en van daaruit ook doen alsof ze er thuis zijn. Dronken Britten, met een luidruchtige muziekspeler op de schouder, lopen er naakt over de straten en kotsen alles onder. Maar zelfs die excessen buiten beschouwing gelaten, is de stad één groot pretpark geworden waarin de bewoner verloren loopt. De omgekeerde wereld.

‘We moeten beletten dat we een nieuw Venetië worden’, oppert Ada Colau. Inderdaad, Venetië is een dode stad, evenals Brugge trouwens en alle andere mondiale places-to-be. Onlangs maakte ik me nog vrolijk over de alpinistenfiles aan de Mount Everest, bezaaid met colablikjes en ander zwerfvuil. Het onderliggende planetaire consumptieglobalisme (‘alles is van ons’), waar nu ook anderhalf miljard Chinezen klaar voor zijn, maakt steden kapot en vertrappelt sites, meer dan ooit de Taliban of IS zouden kunnen doen.

Het massatoerisme, in de vorige eeuw door steden als Barcelona zelf gepromoot via de zgn. city-marketing, en door instanties als de UNESCO (werelderfgoed!) verder gestimuleerd, heeft een wereldburger gecreëerd die overal drie dagen thuis is maar nergens wortel schiet. Hij is de moderne en gemassificeerde transformatie van de koloniale ontdekkingsreiziger. Deze fotograferende nomade verplaatst zich via zeer betaalbare vliegtuigtickets (59 Euro bij Ryan Air voor Brussel/Barcelona heen en terug) die ook weer zo goedkoop zijn omdat ze massaal op de markt gedumpt worden. Overal is de massa, en waar het even stiller is, wordt dat dadelijk vermeld als tip voor de ‘betere toerist’, zodat het ook daar aanschuiven wordt. Een goede raad voor de meerwaardezoeker: blijf thuis.

Het hysterisch-viraal karakter van dat soort massamigraties, de totale overwinning van de kwantiteit op de kwaliteit, en de ontheming van de bewoner in zijn eigen stad,- dat maakt Ada Colau terecht kwaad. Het is niet zomaar een Barcelonees of een Catalaans probleem, het is een planetaire plaag. We hebben het altijd maar over het migratieprobleem, maar nooit over het verloren thuis. Het motto ‘Geef ons de Rambla terug’ is het antwoord. Dat is geen uiting van xenofobie, maar een innige behoefte om de ‘oikos’ te hervinden, het nest en de haard, en zo met zichzelf in het reine te komen. Waardoor bezoekers weer terug gasten kunnen worden in plaats van lastige insecten. Misschien is het toch wel een vrouwelijke kijk op de relatie tussen het eigene en het andere. Thuiskomen dus. Eindelijk, zou ik zeggen.

Daarmee heeft radicaal-links zich het thema ‘identiteit’ toegeëigend, dat klassiek aan rechts toebehoorde. En dat is wel degelijk een historisch feit. Nu kan het identitaire vraagstuk ‘wie zijn wij?’ convergeren met het sociaal-progressieve verhaal ‘wat voor een soort samenleving willen wij?’ Een huis om te delen. Zoals de naam zegt: ‘Barcelona en comú’. Een beweging waar ook in Vlaanderen beslist ruimte voor is.