Maandelijks archief: augustus 2015

De stamboompolitici en de particratie: België als ‘regime’ en meerpartijendictatuur

dynastyDit is een aspect van het Belgische democratisch deficit dat ik al vroeger signaleerde, en dat nu ook het weekblad Knack heeft ontdekt: het bulkt in onze politieke wereld van zoons-van en dochters-van. Maar liefst 17% van de federale kamerleden behoort tot een ‘politieke dynastie’. Ze krijgen meer media-aandacht, worden door de partij zelf ook gepusht, en gebruiken de bekende naam bewust als springplank. Het verschijnsel doet zich zowel op Vlaams als op Franstalig niveau voor, en loopt als een rode draad doorheen alle partijen.

Over het waarom van deze stijgende (!) trend, en dit alleen in België, daar waagt Knack zich niet aan hypotheses. Tenzij dan dat het ligt aan de algemene stemplicht en het feit dat politiek niet-gemotiveerde kiezers snel voor een bekende naam kiezen.

Consensusdemocratie

Dat is echter maar een schijnverklaring. Nederland bijvoorbeeld kende tot 1970 ook een stemplicht maar heeft het fenomeen van de politieke dynastieën nooit gekend. De oorzaak zit dieper, namelijk in het systeem van de particratie zelf. Partijen zijn bij ons niet zomaar politieke formaties. Ze vormen het centrum van de macht, zetten de beleidslijnen uit en schuiven mensen naar voor. De rest is decor en theater. De gelijkenis met totalitaire systemen en éénpartijstaten zoals Noord-Korea is opvallend.

Niemand moet er ook maar aan denken om politiek actief te zijn buiten de partijen om. Ze dragen het systeem en vice-versa. België is een meerpartijendictatuur, met een kiesdrempel om de opkomst van nieuwkomers zoveel mogelijk af te remmen. De partijen vormen samen een supercenakel dat verschillende coalities afscheidt, al naargelang de verkiezingsuitslag, maar dat in wezen altijd rond zijn eigen as draait. De coalities wisselen, maar de burger heeft nooit de indruk dat de politieke logica an sich ook maar één millimeter verschuift. Liberaal, socialistisch, katholiek, het maakt allemaal geen moer uit. De monarchie is de ceremoniële drager van deze consensus.

De N-VA heeft als nieuwkomer mogen proeven wat dat betekent: ze is ook een establishmentpartij geworden, met alle kenmerken daaraan verbonden: deelname aan de macht is primordiaal. Zo creëert de nv België haar eigen onkwetsbaarheid, en krijgen we het fenomeen dat de N-VA de Belgische constructie niet afbouwt, maar dat integendeel het regime zelf de N-VA aan het ‘belgiciseren’ is.

Dat zonen-van en dochters-van binnen dit systeem carrière maken, is een uitvloeisel van de consensusdemocratie. Partijen zijn niet zomaar ideologische formaties, doch machtsblokken waarbinnen clans onder elkaar uitmaken wie aan de bak komt, en wie waar op de kieslijsten verschijnt. Om de machtscontinuïteit van een partij te verzekeren, zowel intern als extern, valt men terug op een ons-kent-ons-cultuur die onvermijdelijk aan de gezinstafel eindigt. De media spelen deze familiesoap volop mee.

Het Belgische ‘regime’ als uitzondering

Hét prototype is de lijn Luc Van den Bossche – Freya Van den Bossche, een vader-dochter-relatie binnen de SP.A. Het is een opvolging die deels binnen de Gentse vrijmetselaarsloge werd geregeld, maar ook door de media zelf werd aaneengepraat. In 2000 zond de VRT het programma ‘Bracke en Crabbé’ uit, een format waar vaders en zonen/dochters onder elkaar een politiek debat mochten voeren. De compleet onbekende Freya werd daar opgevoerd als de nieuwe ster aan de socialistische hemel. En zo geschiedde. Op die manier creëerde de gepolitiseerde publieke omroep zelf de dynastieke lijn binnen de partij waarvan het gros der journalisten lid was, zijnde de SP.A, en hun carrière aan te danken had.

U kunt zich de incest voorstellen die hieruit vloeit. Het netto-resultaat is wel dat België en zijn deelstaten een metapolitiek regime uitmaken, met een regimepers en een sterke particratie waarbinnen familieclans de plak zwaaien. De families vormen de ruggengraat van de partijen, die het machtsstelsel ondersteunen, en omgekeerd. De beruchte dotaties zijn daar een sleutelelement van: de staat financiert zelf de partijen die haar stabiliseren.

Zo handhaaft dit land, als institutioneel middelpunt van de EU, een bizarre uitzonderingspositie. Europa bestaat voor het merendeel uit republieken, met hier en daar een constitutionele monarchie, maar België is gewoon een ‘regime’. Met dat woord duiden we een politiek systeem aan dat, als dictatuur of als pseudo-democratie, zijn eigen onveranderlijkheid als opperste maatstaf hanteert. Zelfs China is in dat opzicht progressiever en meer vatbaar voor verandering dan België.

De burger staat erbij en kijkt ernaar. Alleen de meest drastische remedie kan hier helpen: België opbreken en de politieke partijen ontbinden. Maar dat wil eigenlijk niemand, behalve een paar losgeslagen republikeinen. En zij zijn de laatsten om tegen de meerderheid in te gaan, dus…

Stop de theologische discussies op de slachtvloer: word zelf viervoeter

geitEen van mijn credo’s is, dat inleving de beste manier is om kennis te verwerven. Via het modernere woord ‘empathie’ en het ouderwetse woord medelijden (door de filosoof Schopenhauer geherwaardeerd) wordt eigenlijk een vermogen bedoeld om zich in de plaats te stellen van een ander wezen, waardoor de morele scheiding tussen egoïsme en altruïsme vervaagt. Men wordt namelijk de andere. Het zelf transformeert zich, al dan niet tijdelijk, in een ander zelf. Echte acteurs spelen hun personage niet, ze worden het.
Het is ook de clou van de betere onderzoeksjournalistiek: niet zomaar undercover gaan en spion spelen, maar zich echt in een wereld onderdompelen. Wil u weten hoe een hoer zich voelt? Word er een. Hoe een migrant in de Middellandse Zee het ervaart? Doe zelf de tocht, maar dan ook echt als vreemdeling, niet als alternatieve toerist. Hoe de wereld van de stenografe   eruit ziet? Kruip er midden in. ‘Worden‘: hét sleutelwoord van deze overpeinzing.
De zaak van buiten uit bekijken leidt tot metaforen en abstracties die op een zeker niveau zelfs sadistische trekjes krijgen. Het tegendeel van de inleving heet: projectie. Een frappant voorbeeld is de stelselmatige verkrachting van vrouwelijke gevangenen door IS-criminelen. Mét Korancitaten en gebeden, en zelfs een hele theologische preek. De concrete inleving is zo ver weg, dat men God kan inroepen om meisjes van twaalf te molesteren. De samenhang tussen religie, ideologie en sadisme staat buiten kijf: het zijn de theorieën, de geloofsinhouden, de dogma’s die ons een alibi verschaffen tot geweldpleging. Zie ook de theologische prietpraat die rond de heksenprocessen werd verkocht.
geit2Ooit verklaarde de filosoof René Descartes (‘Je pense, donc je suis’) met stellige zekerheid dat dieren geen gevoelens hebben en dus ook geen pijn kunnen lijden. Hoe hij dat kon weten? Niet door ervaring, maar door pure logische deductie. Hij geloofde het gewoon. Discussie gesloten. Meteen onthult zich een bizarre connectie tussen middeleeuwse religie, het Westers-rationele beheersingsdenken ‘van bovenuit’, de vivisectie, en de evolutieleer die ons boven het dier plaatst.

In de discussie rond het rituele slachten komt dezelfde perverse kronkel naar boven: geen inleving in het dier, wel metafysische alibi’s van de slachter. Deze alibi’s elimineren, lijkt me een essentiële stap in de weg naar Verlichting. Heel de actuele discussie rond het (on)verdoofd slachten is vervuild door theologie, zowel bij voor- als tegenstanders. In de limiet zouden wij dier moeten worden, om alles in het juiste perspectief te plaatsen. Maar even belangrijk is het moment van terugkeer en reflectie, anders is er geen verhaal, geen vergelijk.
geit3Wie dat perfect begrepen heeft, is de kunstenaar Thomas Thwaites, die een week lang als een geit op een Alpenweide graasde, tussen de andere geiten waarmee hij zelfs een band ontwikkelde. Daartoe had hij protheses laten maken, om de gang van de viervoeter zo getrouw mogelijk te imiteren. Een absoluut tegenbeeld van het Lam Gods en de rituele slachting: zelf dier worden. In dit soort kunst geloof ik dus wél.
De geitwording was niet compleet, het blijft een mens op vier poten. Toch kon Thwaites op het einde van de week al een hele boel grassmaken onderscheiden, werd hij aanvaard door de groep en had hij met één geit al een hechte band opgebouwd. Plots beseft men dat onze omgang met huisdieren twee kanten uitkan: we kunnen hen vermenselijken, of we worden zelf dier. Ik heb altijd voor het laatste gekozen: elke hond deed me iets meer hond worden. Mijn kynische aanleg misschien?

Inleving dus, én reflectie. In andermans huid kruipen, de laagste trap van vergelijk zoeken: in plaats van uw vrouw voor geit uit te schelden, er zelf een worden. Ik geef toe, het ziet er krukkig en hilarisch uit, dat tafereel op de Alpenweide. Maar net dat stuntelige, omgekeerd aan het ideaal van de cyborg en de supermens, toont een zeer verborgen superioriteit van het dier, dat kan leven buiten alle religie en metafysica. En ons verlangen om dat grondniveau (terug) te bereiken.
De oud-Griekse Dionysoscultus, waarbij jongens in de huid van een bok kropen en op handen en voeten dansten, gezicht naar de aarde gekeerd, gaat over die nostalgie. Maar ook onze duivel op bokkenpoten, de Antichrist. Meer en meer zie ik de hemel als de verzamelplaats van alle gesublimeerde domheid. Leren naar onder kijken, eventueel met prothesen: verplichte oefening voor elke gelovige.

Donald Trump, of de rijke als volksheld en rolmodel

Hoe Donald Trump president kan wordenToen ik een paar dagen geleden op mijn blog de havenbaron Fernand Huts even door de mangel haalde, omdat zijn riant zonnepanelenpark gesubsidieerd wordt met een verhoging van ons aller elektriciteitsfactuur, en omwille van zijn grotesk Disney-namaakkasteel als decor voor een grootse privé party op de Antwerpse linkeroever, namen een aantal lezers het nogal fanatiek voor hem op.

Dat verraste me: ‘gewone’ lui die een superrijke als idool op handen dragen. Fernand Huts is daarbij niet alleen vermogend, hij heeft ook een mening over van alles en nog wat, en levert die in een ongezouten vorm via de media.

‘Anti-establishment’-jargon

Het verschijnsel Donald Trump, helemaal aan de andere kant van de oceaan, geeft enige opheldering. Trump is, zoals bekend, kandidaat-president voor de republikeinen. Hij is een steenrijke vastgoedmagnaat, staat bekend voor zijn straffe, polariserende uitspraken (met vooral de Mexicaanse migranten als kop van Jut), en heeft zich van clowneske outsider opgewerkt tot favoriet. Volgens een recente peiling staat zowat een kwart van de republikeinen achter hem, en laat hij zijn naaste belager, Jeb Bush (broer van), met 12% ver achter zich.

Analisten piekeren zich suf over het succes van deze grofgebekte miljardair, die gerenommeerde politieke tegenstanders zoals Vietnamveteraan John McCain vierkant uitlacht. Want het is duidelijk dat niet alleen de welstellende hoge middenklasse hem lust, maar ook Joe Sixpack, de modale Amerikaan die het zelf niet breed heeft en twee of drie jobs moet nemen om rond te komen.

Een van de betere analyses is die van David Brooks, commentator van The New York Times. Hij ziet het fenomeen Trump als de triomf van het Ik-tijdperk, gekoppeld aan de teloorgang van de politieke klasse die geen enkel moreel gezag meer uitstraalt. Daardoor hebben de Trumpen van deze wereld het spel vrij. Hun rijkdom wekt geen vragen op, laat staan politieke ideeën over herverdeling, integendeel. Hij wordt bewonderd voor zijn ‘ik-eerst’-devies, gekoppeld aan het idee dat rijke mensen nu eenmaal de fitsten zijn in de struggle-for-life.

Deze premis van het sociaal Darwinisme is het volksbewustzijn binnengeslopen. Het is altijd mainstream geweest in Amerika, maar nu wordt rijkdom echt een bron van waarheid. Trump kan niets meer verkeerd doen of zeggen. Met elke straffe uitspraak of belediging versterkt hij zijn positie van orakel en gids. Was ooit Robin Hood, de man die het geld van de rijken stal en het aan de armen gaf, het prototype van de politieke volksheld, dan is het nu de rijke zelf die volksheld en rolmodel is geworden.

Het anti-establishment-jargon is daartoe het aangewezen middel. Trump moét schelden, om de Amerikaanse onderbuik te blijven bespelen. Schelden op zijn tegenstanders, de overheid, de politiek an sich. Als gewezen acteur en filmster kent hij de knepen van de demagogie. Zo verkrijgt hij het morele vertrouwen van het volk tegen het systeem, de staatsbureaucratie, de gulzige fiscus, het sociale vangnet, de vervloekte Obama-care die met belastinggeld moet gefinancierd worden.

Reactionaire agenda

En hier krijgen we weer dat Huts-effect: een miljardair die vooral geen belastingen wil betalen, en met populistische praat de gewone man of vrouw politiek desoriënteert, zodanig zelfs dat hij/zij tegen het eigen belang in kiest voor de welbespraakte pseudo-rebel.

We hebben in Vlaanderen nog van die rijke volkshelden die niet op hun mondje gevallen zijn: Marc Coucke is er ook zo een. Maar omdat wij geen presidentieel systeem hebben, kan Coucke veel moeilijker politieke macht kopen en investeert hij zijn geld (gelukkig maar) in voetbalploegen.

Anderzijds is de Trumpiaanse rechts-voor-de-raap demagogie bij ons het handelsmerk van Jean-Marie Dedecker (LDD): ook tegen alles, behalve zichzelf. Hij ademt een uitgesproken ego-ideologie uit die zich met veel verbaal vuurwerk tegen de staat, de bemoeizuchtige overheid, het ‘milieu-fascisme’ (sic), de belastingen keert. Vooral dat laatste. Maar Dedecker is dan weer zelf geen miljonair, al verdedigt hij hun zaak. Zijn armlastig partijtje is onder de kiesdrempel gedoken om wellicht nooit meer boven te komen. De N-VA nam de fakkel over.

Laten we echter wel wezen: dit gaat wel degelijk over de portemonnee van de 1% gefortuneerden en hun ambitie om het proportioneel belastingstelsel af te bouwen. Donald Trump doet aan goed vermogensbeheer door Jan Modaal op te zetten tegen elke politiek-sociale bewustwording en tegen het idee dat rijkdom mag/moet gedeeld worden. Ik denk zelfs niet dat Trump president zal worden, maar hij zal wel de zuurtegraad binnen het republikeinse discours, en misschien wel in het globale politieke universum van de VS, flink doen toenemen. De reactionaire agenda hierachter moet de overheid verder discrediteren en de publieke sector ontmantelen.

Voor de rest is dit elementaire antropologie: iedereen wil aan de kant van de winnaar staan, die het goed kan zeggen met de nodige dosis humor, lekker ruikt, als mannetjesdier weet te scoren (Trump is drie keer getrouwd), maar dan toch ook weer de morele onberispelijkheid van de goede huisvader uitstraalt. Of hoe de anti-politiek vanuit goede huize wordt bedreven.