Maandelijks archief: oktober 2015

Europa laat ons (letterlijk) stikken.

Drie recente Europese beslissingen over normen en voorschriften bewijzen hoe oppermachtig de industriële lobby’s functioneren, hoe ze daarin door de nationale regeringen gesteund worden, en hoe machteloos de EU-onderdaan daar tegenover staat. Europa is een demictatuur  zonder weerga, waarin de reële macht wordt uitgeoefend door een kleine cirkel van politieke potentaten en groot-industriële lobby’s.

Gesjoemel wordt beloond

Het eerste besluit gaat over de fameuze dieselvervuiling. Na het Volkswagen-schandaal was de roep groot om orde op zaken te stellen, en strenge uitstootnormen van het dodelijke stikstofoxide (‘fijn stof’) te hanteren, die ook op de weg en niet op testbanken worden geverifieerd. De strenge EU-norm (een uitstoot van 80mg/km) bestond overigens, maar hij was dode letter. Dus, waarom hem niet gewoon afdwingbaar maken?

Dat was echter niet naar de zin van de Europese auto-industrie (de vervuilers dus), die alle middelen gebruikte om het oorspronkelijke voorstel af te zwakken. De economische toestand en de werkgelegenheid, weet u wel. En aanpassen vergt tijd,- de eeuwige dooddoener. Uiteindelijk kwam er een compromis uit de bus: diesels mogen het dubbele (!) van de norm blijven uitstoten, en na 2021 zal dat toch nog meer dan de helft overschrijding van de originele norm blijven.

Anders gezegd: het gesjoemel wordt beloond, gezondheid wordt een volstrekt ondergeschikte materie. Uw mening wordt niet gevraagd.

Van twee één: de telecomindustrie dicteert de wet.

Tweede exploot: de kwestie van de roaming-tarieven voor buitenlands GSM-gebruik. Als u Nederland binnenrijdt neemt Vodafone het over voor Proximusgebruikers. Daartoe rekent het een stevige factuur aan voor de Belgische provider (die dat uiteraard, met een toeslag erbovenop, doorrekent), terwijl het de maatschappij niets kost. Pure winst dus, puur pluimen van de consument. In het buitenland GSM-en blijft peperduur. Had al lang moeten afgeschaft zijn, en is al een paar keer uitgesteld.

Nu heeft het Europees Parlement dan toch gestemd voor een afschaffing in 2017. Maar weer met een achterpoortje: wie teveel belt, zal toch extra afdokken. Waarom pas 2017, weet niemand, behalve de telecombedrijven: ze willen gewoon nog een paar jaartjes groot geld verdienen. Maar het wordt nog erger. Het roaming-voorstel zat namelijk in één pakket met het volgende punt op de agenda.

Knopje duwen, deel drie. In één moeite stemde het Europees Parlement ook het principe van netneutraliteit weg. Dat bepaalt dat het internet open staat voor iedereen en dat de providers zich niet mogen moeien met de inhoud, om die al dan niet een voorkeurbehandeling te geven.

Dat principe valt nu weg: Telenet mag zien hoe u surft en bepaalde sites op een slow lane (kruipspoor) zetten als dat haar commercieel goed uitkomt. Of als Proximus het niet zo leuk vindt dat u gratis met Skype belt, kan het die site vertragen of zelfs helemaal blokkeren. Dat geeft de providers een enorme macht en nieuwe commerciële hefbomen om prijzen te verhogen en te laten betalen voor extra diensten.

In al deze drie nieuwigheden inzake Europese regelgeving gaat het duidelijk om beïnvloeding vanuit grootindustriële spelers. In het eerste geval de auto-industrie, bij de twee anderen de telecomsector. In de drie gevallen komen u en ik er bekaaid van af.

Iemand nog verbaasd dat de doorsnee EU-burger de E-stituten de rug toekeert?

Een raadselachtig labyrinth

Om te begrijpen hoe de lobby’s hun slag thuishalen in een instituut dat zich toch in theorie ‘democratisch’ noemt, is enig inzicht in de mallemolen van besluitvorming nuttig. De Europese instellingen tonen er zich als een raadselachtig labyrinth, allicht opzettelijk complex om vooral met de rechtstreekse stem van de burger niét geconfronteerd te moeten worden. We sommen de organen even op.

1) Voor de camera’s en de micro’s is er Europese Raad: het kransje van regeringsleiders dat in een periodieke ‘top’ voor show zorgt. Zij nemen de grote strategische beslissingen en bemoeien zich in principe niet met ‘de details’.

2) Dan is er de Europese Commissie: het dagelijks uitvoerend orgaan, samengesteld uit commissarissen, een zeer gegeerde post, van elke lidstaat één. Voor België is dat Marianne Thyssen, bevoegd voor werk en sociale zaken. Alleen deze Commissie mag wetsvoorstellen lanceren: belangrijk voor het vervolg van het verhaal.

3) Het democratische uithangbord wordt gevormd door het Europese Parlement: de enige rechtstreeks verkozen vergadering, in theorie de wetgevende macht van de EU. Maar zoals gezegd: mag alleen stemmen over voorstellen van de Commissie. Een praatbarak en stemmachine dus.

4) Het minst bekende cenakel heeft misschien wel de meeste macht: de Raad van de Europese Unie is de eigenlijke bureaucratische harde kern van het EU-labyrinth. Elk land is er met een minister vertegenwoordigd. Daarnaast buigt een kluwen van comités en technische werkgroepen zich over wetgevende materie, waarbij de contacten met de lobby’s tot de essentie behoren. Naast de genoemde hebben ook de machtige farma-lobby en de bankensector een vaste voet tussen de deur.

Deze Raad heeft de echte macht en verschuilt zich achter de democratische façade. Het is deze Raad die de rotte compromissen over de dieselnormen en de telecomprocedures heeft uitgedokterd, met inbegrip van de mysterieuze pakketvorming bij deze laatste. Ze kan het Europees Parlement consulteren maar ook volstrekt negeren. Maar zelfs als het EP mag stemmen, gedraagt die zich veelal als een stemmachine.  De Euro-parlementsleden moeten niet jammeren: zeker in het telecomverhaal hebben ze zich als koorknapen laten naaien.

De één-tweetjes tussen de organen zijn in feite nogal doorzichtig. In de affaire van de dieselnormen heeft de Commissie (2) duidelijk een ‘strenge’ voorzet gegeven, waarvan men wist dat de Raad (4) hem ging afzwakken. Doorstoken kaart: Juncker en C° kenden de desiderata van Volkswagen, Peugeot en Citroën, en namen alleen voor de schone schijn een consequent standpunt in.

Heel dit theater, gespeeld in een decor vol dubbele bodems en achterpoortjes, toont ons hoe de nationale politiek en het EU-kader gemene zaak maken, en hoe ze beiden de besluitvorming aan de burger onttrekken. Iets wat wij, Vlamingen in België, als het ‘democratisch deficit’  ervaren.

Het is dus niet eens een EU-kwaal, het is een globaal falen van de democratie zoals we ze kennen en zoals ze bij ons beoefend wordt: een persoonlijke machtsstrijd én het speelveld van lobby’s, waarachter enorme financiële belangen staan.

Europa én zijn samenstellende naties tonen hoe het niet moet. Als Vlaanderen niet in staat is om dit deficit te ontmantelen, en de democratie te herdenken, leidt elk onafhankelijkheidsstreven tot meer van hetzelfde.

De Voltjes van Voltaire: Allah absorbeerbaar via zonnecellen?

Te lang in de zon lopen is schadelijk voor uw verstandelijke vermogens. Het bloed dikt in waardoor de hersenen niet genoeg zuurstof krijgen. Bij extreme hitte gaat dit gepaard met wartaal en hallucinaties.

Religie en thermische shock

MozesDat het Judaïsme, het Christendom en de Islam binnen één, betrekkelijk klein gebied ontstonden, rondom de Rode Zee en het Arabische schiereiland, waar de heetste temperaturen op deze planeet voorkomen, is dus geen toeval.

Dat is geen nieuwe theorie, maar het verschijnsel IS geeft wel een nieuwe dimensie aan het begrip ‘woestijngodsdienst’: de zon domineert de breinen en doet rare dingen met mensen. Vergeet niet dat het monotheïsme, eigen aan de drie vermelde religiën, uit Egypte stamt, waar de verering van de enige zonnegod Aton werd ingesteld door de farao Echnaton omstreeks 1300 v.C.

Meteen is dat de link tussen thermische shock, religieuze waanzin en machtspolitiek: een sterk leiderschap vormt de bemiddeling tussen de mens en een extreem gepersonifieerde zon die geeft, maar vooral neemt. Jaweh en Allah zijn gezichten van een gemodificeerde zonnegod die uitmunt in wrok en wraakzucht. De woestijngod dus.

Democratie en ‘verlichting’ zijn per definitie begrippen, afkomstig uit gematigde klimaatzones,- meer bepaald Europa, en dan nog eerder de mediterrane regio. Het Europese christendom heeft het beeld van de wrede, ongenadige Oppermacht dan ook enigszins kunnen temperen en voerde langs omwegen (o.a. de heiligenkalender) zelfs het polytheïsme terug in.

Onze relatie met de zon is niet die van de woestijnbewoner. Het woord ‘Verlichting’ alleen al suggereert dat: terwijl de Arabieren zich tegen de zon beschermen, gaan wij erin liggen. Tot in Turkije, Tunesië en Egypte. Liters zonnecrème factor 50 zorgen ervoor dat we niet verbranden: als goede christenen blijven we de hel een stap voor. Daarbij hebben we water in overvloed, alles is blusbaar.

Hoe warmer, hoe frisser

MahometVerlichting, democratie en tolerantie, jawel. Maar de olie-economie betekende een ernstige deuk in het Europese verlichtingssuprematisme. Want stel u voor: uitgerekend het land met de strengste religieuze excessen, Saudi-Arabië, is door Allah gezegend met 90% van de planetaire olievoorraden. Uiteraard geloven wij niet in Allah, maar wel in de hersenschade die extreme zon veroorzaakt. We zitten dus in de tang: we hebben olie nodig en moeten negociëren met gekken. Wat onszelf ook een beetje van de slag brengt.

Hoe hieruit geraken? Van twee één: door het oliecontract op te zeggen en de zon (die volgens prognoses steeds heviger zal schijnen, vooral juist in de Arabische regio) te herwaarderen tot energiebron en brenger van voorspoed. Gedaan dus met het solaire sadisme: Jaweh en Allah, en meteen ook de aardse macht die hen vertegenwoordigt, mogen beschikken.

Het zonnepaneel is een sluwe, Europese uitvinding, een verre uitloper van de Verlichtingsfilosofie en haar zin voor ironie. Zonnecellen zetten namelijk zonne-energie, die dodelijk is in grote dosis, om in elektrische energie waarmee koelte kan gecreëerd worden via airconditioning.

Dus: hoe warmer, hoe kouder. Hoe meer zon, hoe meer stroom voor airco. Met deze dialectische truc wordt Allah een serieuze hak gezet. Het toneelstuk dat Voltaire in 1736 schreef, ‘Le Fanatisme ou Mahomet le Prophète’, was een aanklacht tegen religieuze waanzin en het monotheïsme (waardoor het ook door de katholieke censuur verbonden werd!). Maar tegelijk zet Voltaire hier een boom op over de betekenis van de zon, en vraagt hij zich af hoe de profeet van zijn zonneslag kan genezen worden.

 Eco-airco versus terreur

zonne-energie-3Wel ziehier het antwoord. Als heel het Arabische schiereiland vol zonnepanelen staat, kan het gemakkelijk een aangenaam klimaat van 25°C in het midden van de zomer aanhouden. Volslagen krankzinnige ideeën zoals het organiseren van een wereldkampioenschap in juni worden dan perfect haalbaar. Misschien kunnen ze dan nog wel wat elektriciteit exporteren en hun sjeikenstatus enigszins handhaven.

Maar voor alles is dit een aantasting van de wortels van de islam en van alle monotheïstische religieën: Allah wordt terug zon-naast-de-maan en ’heidens’ natuurelement, de geschiedenis ontrolt zich achterstevoor, alsof Mohammed nooit bestaan had en Abraham zich nooit een brandende braambos had gehallucineerd.

Dit betekent ook het failliet van IS en het kalifaat, vermits de macht, die zich van oudsher met de unieke god associeert, uiteen valt in miljoenen zonnecellen die de solaire straling allemaal omzetten in Voltjes, aaneengeregen tot stroom voor een grootscheeps klimatiseringsproject.

De eco-airconditioning van Arabië tot milde Europees/mediterrane klimaatzone, én de rest van de wereld, als ultiem antwoord op de terreur van Allah. Met nul komma nul uitstoot van broeikasgas. Bye bye, klimaatcrisis.

Gigantische zonnepaneelparken zijn de toekomst, in die zin heeft industrieel Fernand Huts het goed voor, maar dan uiteraard niet gesubsidieerd met heffingen die de kleine man/vrouw treffen. Alleszins is er één oplossing voor vele problemen, en die draait rond de zon. Maar dan moeten we wel, voorbij de ideologie en de techniek, cultureel en antropologisch durven denken. Voltaire lezen, naast de bijbel en de koran, biedt hier een uitstekende aanzet.

Neen, het is niét allemaal de schuld van de sossen.

Met de fameuze Turteltaks -100 Euro heffing per jaar voor elk Vlaams gezin, om de put weg te werken die het systeem van groenestroomcertificaten deed ontstaan- heeft het politieke Zwartepietenspel een nieuw dieptepunt bereikt. Immers, is heel het systeem niet bedacht door Steve Stevaert, de uitvinder van de gratispolitiek die in april van dit jaar in het Alberkanaal sprong en het dus zeker niet meer zal weerleggen? En is de zo gehate Freya Van den Bossche (SP.A), voormalig Vlaams energieminister, niet de rentmeester van die niet-kloppende rekening, waardoor er een put van 2 miljard Euro ontstond?

Te weinig en te traag

Het is een karikaturale perceptie die de huidige Vlaamse bewindvoerders goed uitkomt en die ze volop mee creëren, maar het is wat ingewikkelder dan dat. Dat de Vlaamse socialisten het groene subsidiesysteem begin deze eeuw hebben uitgedokterd, staat buiten kijf. Maar bij mijn weten hebben ze nooit alleen geregeerd en worden beleidsopties door coalities vastgelegd. Een beleid, eigen aan een regentencultuur die niet bepaald getuigt van daadkracht en constructieve wil om de stier bij de horens te grijpen. Te weinig en te traag: zo probeerde men met strandschopjes een put te dichten die door een bulldozer werd gemaakt.

In een genuanceerd artikel reconstrueert Wim Winckelmans (‘Zwartepiet in een groene put’, DS 24/10) hoe de voltallige Vlaamse regering, waartoe dus ook de N-VA behoorde, in het verleden steeds weer achter de feiten aanholde.

Men had al geruime tijd door dat men een groene put van jewelste aan het maken was, maar niemand had haast, en de oppositie, waaronder Open VLD (!), was radicaal tegen de afbouw van het certificatensysteem.

Eerst Hilde Crevits (2009) en daarna Freya Van den Bossche (2011) stippelden als Vlaams minister van Energie goedbedoeld een pad uit om het systeem (waardoor een zonnepaneeleigenaar 450 Euro kreeg per geproduceerde 1000 kwh) geleidelijk af te bouwen. Maar dat creëerde telkens een enorme toeloop van lui die ‘er nog snel bij wilden zijn’. Het omgekeerde effect dus: de zonnepanelenbranche piekte als nooit te voren. Daarbij kwam als voordeel dan nog de belastingaftrek van 40%, een gunstmaatregel van de federale regering waarvan de VLD deel uitmaakte, en die ook pas in eind 2011 werd afgeschaft, en dan nog via een staatshervorming. Rijkelijk laat: weerom had niemand haast. De partij van Turtelboom allerminst.

Een poging van Freya Van den Bossche om eind 2010 via het ‘programmadecreet’ (dat is het begrotingsplan voor een toekomend jaar) snel korte metten te maken met het certificatensysteem, was ook al mislukt, onder meer door protest van… de Vlaamse liberalen. Overigens weigerde Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) de maatregel van Freya in dat decreet op te nemen, onder het vage voorwendsel dat ‘subsidiekwesties niet in een begrotingsplan thuishoren’. Tja.

Feit is, dat de Walen het subsidiëringssysteem van groene stroom van meet af aan veel beter hebben aangepakt en zich vermoedelijk in alle stilte verkneukelen over de clash tussen Annemie en Freya. Heel het verhaal leest als een soap over kleine politieke rivaliteit, cliëntelisme, verrottingsstrategie (wellicht speculeerde men er toen al op dat de SP.A hiervoor de rekening zou gepresenteerd krijgen), en een totaal gebrek aan langetermijnperspectief. Zeg maar gewoon: slecht bestuur.

Zondebokstrategie

Men moet dus oppassen met het demagogisch simplisme, vooral vanuit N-VA en Open-VLD-hoek gepraktiseerd, dat men ‘de rotzooi van de socialisten aan het opruimen is’. En dat het daarna wel beter zal worden. De modale Vlaming zit ondertussen zo langzamerhand op zijn tandvlees, en wordt van het sossen-bashen niet beter.

Heel de kwestie van de Vlaamse groenestroomcertificaten verraadt bestuurlijk broddelwerk waar alle beleidspartijen voor verantwoordelijk zijn, ook diegene die nu Freya Vanden Bossche aan de schandpaal willen spijkeren. Iedereen weet dat ik niet bepaald een fan van de SP.A ben, maar men moet een beetje ernstig blijven: men kan niet blijven regeren door in een zwart-wit-redenering alle kommer en kwel af te schuiven op de vermaledijde voorgangers. Anders gezegd: de anti-sossenretoriek heeft zo langzamerhand zijn houdbaarheidsdatum wel bereikt.

De N-VA heeft in haar electorale campagne alles gezet op een anti-PS-ressentiment en een afkeer van ‘belastingregeringen’, om nu zelf fikse heffingen, accijnsverhogingen en toename van de levensduurte weerom af te schuiven op wat de voorgangers misdeden. Sorry, dat is al te gemakkelijk. Het oogt steeds meer als een zondebokstrategie die op de duur zelfs een bedreiging voor de democratie kan worden, want het belemmert normale oppositievoering en verabsoluteert de eigen beleidslijn als iets dat onontwijkbaar is.

Het doet me denken aan de Maoistische propaganda en de manier hoe de ‘Culturele Revolutie’ in het China van de jaren ’60 en ’70 steeds meer door complotdenken werd gedomineerd. Iedereen die niet in overall en met petje euforisch het Rode Boekje van Mao deed wapperen, werd als een ‘revisionist’ weggezet. Daarmee kon de schuld voor de hongersnood telkens weer van de revolutionaire leiding worden afgewenteld. De karikaturalisering van elke oppositie tot ‘bende volksverraders’, geeft een blanco cheque aan de machthebbers. Iedereen weet hoe dat is geëindigd.

Zonneboeren en kernlobby’s

Om weer bij het begin uit te komen: de ijver om de socialisten de Zwarte Piet toe gooien, heeft uiteraard alles te maken met de sociale aanvechtbaarheid van de Turteltaks. Het is opvallend hoe diegenen die rijk geworden zijn aan het groene subsidiestelsel – de Ferdinand Hutsen van deze wereld- én de industriële grootverbruikers, de dans helemaal ontspringen. We spreken hier dus niet over de Vlaming die een tiental zonnepanelen op het dak van zijn fermette heeft liggen, maar over complete parken die met subsidiegeld zijn opgericht door ‘vooruitziende ondernemers’, de troetelkinderen van N-VA en Open-VLD. De put is dààr voor een groot deel ontstaan, maar de zonneboeren betalen twee keer niks in vergelijking met de zware last die een modaal gezin wordt opgelegd via de elektriciteitsfactuur.

De industriële grootverbruikers van elektriciteit, zoals ArcelorMittal of Nyrstar, goed voor een vijfde van het totale Belgische elektriciteitsverbruik, betalen helemaal geen heffing: zogezegd omdat ze rechtstreeks van het hoogspanningsnet aftappen en niet via een gewone aansluiting. Niemand gelooft dat soort smoezen, maar Annemie Turtelboom blijft maar herhalen dat ze ‘niet anders kon’ en dat het allemaal ‘de schuld van Freya’ is, ook nu weer in Knack van het voorbije weekend. Het wordt een afgezaagd refrein.

Het zou van eerlijkheid en politiek fatsoen getuigen, mocht Turtelboom gewoon zeggen dat ze, als prominent vertegenwoordigster van een partij die de bedrijfswereld koestert, ook voluit de VOKA-kaart trekt en de lasten liever legt op de consument.

Dan zou men ook duidelijk een alternatief kunnen formuleren dat veel socialer en maatschappelijk billijker zou zijn: haal de groenestroomkost uit de elektriciteitsfactuur en hef taksen op de speculatieve ontaarding van het systeem, de zonnepaneelparken dus.

Tenslotte komt nog een andere piste in beeld, namelijk de mega-winsten die (het door de liberaal Verhofstadt in 2005 aan de Franse Suez-groep verkochte) Electrabel maakt en zal maken via het verlengd openhouden van de kerncentrales. Het is perfect mogelijk om een groen subsidiesysteem uit te werken, dat vooral met nucleaire winsten gefinancierd wordt. Maar de federale energieminister Marie-Christine Marghem (MR) ziet het helemaal anders, en verleent datzelfde Electrabel fikse kortingen op de zgn. nucleaire bijdrage. Noteer ook weer dat de nucleaire lobby in dit land vooral een rechts-liberaal verhaal is, waar NVA-ers en VLD-ers overigens ruim in vertegenwoordigd zijn.

Of hoe de Vlaamsvoelende N-VA de objectieve bondgenoot kan zijn van een door de Franse staat gecontroleerde energiereus die ons land als cash cow gebruikt.

Doet ons eraan denken dat het Vlaams EnergieBedrijf (VEB), ooit bedoeld als tegengewicht voor Electrabel, vandaag weinig meer is dan een sluimerend overheidsvehikel waarin machtspartijen hun personeel kunnen parkeren. Helemaal à la PS, zou je denken. ‘Verandering’ zei U?

Geen Hoegaardse witte voor de Singaporezen!

Met deze racistische (want dat is het) leuze wil ik mijn grondige minachting uitspreken voor het bierglobalisme dat de gigant AB InBev uitdraagt. Sinds de recente fusie met SABMiller is er een concern ontstaan dat wereldwijd 1/3 van de markt controleert. Het door bierkenners terecht altijd weggehoonde wereldmerk Heineken wordt daarmee van de tabellen geveegd.
VerHeiniking
Het fenomeen InBev, ontstaan uit Interbrew, zijnde de fusie in 1987 van de twee grote Belgische brouwerijen, Artois (Leuven) en Piedboeuf (Luik, Jupille), is tekenend voor een evolutie van kleinschalige kwaliteitszorg naar grootschalige marktlogica. Maar dat wringt met de identitaire kracht van het Belgische (en vooral Vlaamse) streekbier, gebrouwen in kleine fabriekjes, goed verscholen in een meestal landelijke negorij.
De vier elementen, aarde (gerst, hop), water, vuur (het brouwproces zelf) en lucht (de rondzwevende gisten!) komen samen in een uniek mengsel dat plekgebonden is, en voorbestemd tot lokale consumptie. Daar bestaan straffe verhalen over. Ooit bracht InBev de productie van het Hoegaardse witbier, dat het in 1985 had opgekocht, over naar het Luikse Jupille. Het werd een fiasco: het bier smaakte naar pis, niettegenstaande het recept van de Hoegaardse peetvader Pierre Celis nauwkeurig werd gevolgd. Een Hollands veevoederbedrijf kocht de Luikse stock op, en Hoegaarden kwam weer thuis. Maar niet helemaal. Om het rendement op te drijven, werd het bier vanaf dan twee keer zo straf gebrouwen, om het dan met water aan te lengen. Een Royco-versie dus,- weet wat u drinkt.
Zopas kondigde InBev aan dat het heel de installatie in Hoegaarden met de grond gelijk gaat maken om er een nieuwe fabriek neer te zetten die de Aziatische groeimarkt kan bedienen. 80% van het witbier gaat namelijk naar het buitenland. Onnodig te zeggen dat deze verHeineking fataal is voor de Hoegaardse Blanche zelf. Als een streekbier wereldbier wordt, is het gealcoholiseerde limonade op zijn Braziliaans, geproduceerd naar de maatstaven van CEO Carlos Brito (jaarwedde: 4 miljoen Euro).
Enkel op zondagmorgen
PanneelsHier eindigt de globalistische mythe van de totale maakbaarheid en de verwisselbaarheid. Het Vlaamse streekbier is wereldberoemd omdat het zich van de wereld niets aantrekt, en leeft op de magie van de plek, geheime recepten, trage gistingsprocessen, vrouwelijke kwaliteitsprincipes die stammen uit middeleeuwse kruidenkeukens, voortgezet in amateuristische koterij.
Paradoxaal genoeg fascineert die verborgenheid en wekt ze enorme publieke nieuwsgierigheid op. Dat is de tragische ironie van kwaliteit. Het ‘best beer in the world’, de Trappist van Westvleteren, gebrouwen in een West-Vlaams gat van twee keer niks, is een bedevaartplek voor biertoeristen vanuit de vier windstreken. Maar de regels zijn onverbiddelijk: één bak, en niet meer, af te halen na bestelling. En men wil u dan minstens twee maanden niet meer zien. Hardnekkig verzet men zich tegen elke roep naar schaalvergroting. Dàt is pas klasse.
Het Geuze-café ‘In de Verzekering tegen de Grote Dorst’ (foto), uitgebaat door mijn vriend Yves Panneels, is alleen op zondagvoormiddag open. Resultaat: vanuit heel de planeet denderen bussen door het Pajottenland, op zoek naar deze herberg die vijfsterrenkwoteringen krijgt in internationale biergidsen. Dat betekent voor Yves: nog minder reklame maken, zich nog beter verstoppen. Eigenlijk mocht ik het dus niet vernoemen. Want zijn café is maar een kleine living groot en men komt er als familie binnen.
U begrijpt: het Vlaamse bier moet zijn racisme handhaven. Een lelijk woord, maar we kunnen niet anders. Weg met de verdunning en de universalisering. Hoegaarden is van ons en voor ons. Dat de Singaporezen hun fluitjesbier zelf maar brouwen.
En vervang het woord bier in deze tekst gerust door een hoop andere termen die te maken hebben met smaak: vrouwen, boeken, gastronomie, muziek. Kwaliteit en kwantiteit gaan zelden samen. Daarom ben ik op politiek vlak een regionalist en geloof in de sterkte van kleine gehelen. Enkel open op zondagmorgen.

Hoe overleef ik in een ‘concurrentiële omgeving’? Vraag het aan Annemie Turtelboom.

Nog maar eens 100 Euro toeslag op de jaarlijkse elektriciteitsfactuur, door iedereen te betalen. Voor sommigen een peulschil, voor anderen het verschil tussen nog net en helemaal niet meer. Voor hen dreigt afsluiting en installatie van een zgn. budgetmeter, iets met een kaart die je moet opladen zoals een telefoonkaart. Geen laadkrediet, geen stroom.

Onze ‘jaarrekening’

De helft meer zullen we uiteindelijk ophoesten. Na de BTW-verhoging op elektriciteit (aftrekbaar voor bedrijven, die voelen er dus niets van) en de verhoging die de netbeheerders al mochten doorrekenen (idem), zijn het nu andermaal de gezinnen die de rekening betalen voor de groenestroomcertificaten. Niet de bedrijven dus, die zijn vrijgesteld. Want, zegt de bevoegde minister Annemie Turtelboom:

‘Bedrijven bevinden zich in een concurrentiële omgeving en hun energiekosten zijn vaak een doorslaggevende factor in hun jaarrekening. Je kunt die niet zomaar een hoge heffing opleggen.’ (DS, 19/10/2015).

Wel, beste Annemie, dat klopt ook voor velen van ons: mensen met een bescheiden inkomen bevinden zich ook in een ‘concurrentiële omgeving’ (beheerst door de vraag: hoe haal ik het einde van de maand?), en hun energiekost is ook een ‘doorslaggevende factor in de jaarrekening’.

Daarbij komt dat de grote slokkoppen van groenestroomsubsidies bedrijven zijn zoals Katoen Natie en ING Bank, die met hun zonnepaneelparken elk jaar meer dan 10 miljoen euro opstrijken. De ontstane schuldenberg is voor de helft op rekening te schrijven van deze grootproducenten. Zij worden andermaal gespaard en betalen peanuts. Logica?

Ik weet niet of sommigen van u al eens een week zonder elektriciteit hebben doorgebracht: dat is behoorlijk enerverend. Alles werkt tegenwoordig namelijk elektrisch, ook bv. een verwarmingssysteem op gas of stookolie. Een paar dagen kamperen kan best gezellig zijn, maar dan beginnen kleren te stinken, is de butagas op en beginnen de kinderen te hoesten. Van schooltaken en huiswerk komt ook niet veel meer terecht: een nieuwe generatie onderklasse is in de maak. Wie kan, dumpt de kroost zo veel mogelijk bij buren en kennissen, wat op de duur ook sociale irritaties opwekt. Dat moet dan maar: overleven is de boodschap.

Ik ben hier niet ‘Het gezin Van Paemel’ aan het herschrijven: ik ken zo’n gevallen die zich in een ‘concurrentiële omgeving’ bevinden en echt op overlevingsscenario’s zijn aangewezen. Maar elektriciteit is niet als cola drinken of sigaretten roken. Het is een reële basisbehoefte in onze samenleving. Energie-armoede is schrijnend omdat het normale leven thuis zo goed als stilvalt en men eigenlijk op dat stroomnetwerk is aangewezen om te kunnen functioneren. Zelfs een mail sturen lukt dan niet meer. Koste wat kost dat stopcontact aan de praat houden,- het is een typisch voorbeeld van een neerwaartse spiraal, waarbij mensen  schulden maken om boven water te blijven, wat hen nadien duur te staan komt. Alleen vennootschappen kunnen de boeken sluiten en het faillissement aanvragen. Hopla, netjes geregeld. Gezinnen en personen niet: zij blijven op de zwarte lijst.

Zelfredzaamheid                                  

Het Belgische energiebeleid is een ramp, dat weet ondertussen iedereen. Het door de Franse staat gecontroleerde (!) Electrabel, eigenaar van de afgeschreven kerncentrales, gebruikt België als cash cow, boekt enorme winsten en dicteert de wet. Waarom wordt hier niet afgeroomd om de certificatenput te dichten?

Ik heb de politieke analyse al gemaakt, en ben niet de enige: in haar ijver om de socialisten uit het universum te bannen, is de collusie van N-VA en liberalen (met het CD&V-kneusje ertussen in) een asociaal beleid aan het uitvoeren, die vooral de lagere middenklasse en de onderklasse treft. De groep waar de zonnepanelen doorgaans niet op het dak liggen. De twee partijen zijn daarin gedoemd om elkaar te overtreffen, omdat ze dezelfde electorale doelgroep bespelen.

De verzwegen ethische premis is, dat armen schuld hebben aan hun armoede, terwijl het deels net de overheid is die hen verarmt via allerlei lineaire taksen. Dat pervers effect wordt nog vergroot door het bevoordelen van de hoge inkomens en de bedrijfswereld. Zie ook de speculatietaks… die alleen kleine beleggers treft, weerom niet de institutionele beleggers. Want u begrijpt, die laatsten bevinden zich in een ‘concurrentiële omgeving’.

De les van Annemie Turtelboom is echter niet te onderschatten: als het water aan de lippen komt, moeten mensen maar creatief worden, en dan bedoel ik echt creatief. Door bijvoorbeeld groepsgewijs een kleine energiecentrale, draaiend op zon en wind te plaatsen, per appartementsgebouw, per straat, per wijk. Iedereen draagt bij volgens vermogen, niemand valt uit de boot. In de limiet, als dit technisch goed ondersteund wordt, kan de aansluiting op het net dan vervallen, dus zijn we ook van al die heffingen af. Steek ze in uw…, Annemie.

Oeps, dat kan ook weer niet de bedoeling zijn voor deze belastingregering. En collectivisme dan nog, brrr. Wedden dat Turtelboom ook op dit soort zelfredzaamheid taksen zou durven heffen, als het haar uitkomt? Dan pas is het hek van de dam en zou Lamme Goedzak durven wakker worden. De Vlaamse lente, als ze er ooit komt, zal groen en sociaal zijn. En vermits noch groenen, noch socialisten daar zin in hebben, moet de politieke beweging die zo’n revolte draagt, nog geboren worden.

Links versus rechts: een oud verhaal?

parlementDe wetenschap vordert met rasse schreden, mede door de democratisering van het onderwijs en de toegankelijkheid van de universiteit voor elke hond met een bril op. Nog even, en we weten werkelijk alles, want de noodzaak om opgemerkt te worden en te publiceren drijft jonge onderzoekers tot in de verste uithoeken van alle kennisdomeinen. De correlatie tussen een automerk en de seksuele activiteitsgraad van de bestuurder, de invloed van Mozartmuziek op sanseviera’s,- noem het en de wetenschap heeft er onderzoek naar gedaan.

Een nieuw hoogtepunt (of dieptepunt) in deze weetjeskermis is de studie van Alain Van Hiel, Emma Onraet et alii aan de Gentse universiteit omtrent het verband tussen intelligentie en ideologische keuze op de links/rechts-as. ‘Studie’ is een groot woord, de onderzoekers hebben vooral bestaand materiaal hierover opgesnord en verwerkt tot een artikel dat werd gepubliceerd in de European Journal of Personality.

Holbewoners

bipolairEn jawel hoor, wat had u gedacht: de ‘cognitive ability’ (het denkvermogen) van lieden die zich ter rechterzijde van het politieke spectrum bevinden, moet beduidend onderdoen voor de verlichte linkerzijde. Dat is evident,- kijk maar naar de meerderheid van de VRT-journalisten met een rode of groene partijkaart: niemand twijfelt toch aan hun intellectuele superioriteit die ze met glans etaleren in een bruin en verdorven Vlaanderen? Knack-journalist Joël De Ceulaer, zelf genesteld in het links-progressieve hokje, gewaagt zelfs van biologische verschillen en ontwaart onder het schedeldak van conservatieven een oud holbewonersbrein terwijl progressieven zoals hijzelf gezegend zijn met moderne frontale lobben. Iets wat Raf Praet in Doorbraak terecht kwalificeerde als racisme van het politiek-correcte denken.

De Gentse onderzoekers ontwikkelen eenzelfde soort verklede domheid (want dat is het), maar zijn wat leper dan De Ceulaer. ‘We trekken hieruit geen conclusies omtrent de superioriteit van een bepaalde ideologie’, dekken Van Hiel en C° zich in. Hoezo, welke conclusies dan wel? Of was het toch maar gewoon om pagina’s te vullen en in een tijdschrift te publiceren?

Het probleem is vooral dat onze psychologen met hun onderzoekjes hopeloos de politieke realiteit zelf achterna hinken, namelijk dat ‘links en ‘rechts’ (of ‘progressief’ en conservatief’) geen absolute begrippen zijn, en dat wellicht nooit zijn geweest. Daarom zijn de etiketten ook simplistisch en eigen aan een primitieve hersenstructuur, als ik zelf ook even voor bioloog mag spelen.

De waarheid is, dat iemand met een redelijk IQ en dito kritische vermogens gedoemd is om elke dag opnieuw positie te kiezen, naargelang de context. Cultuurpessimisten zullen hier spreken van postmoderne lichtheid, maar in feite gaat het om de emancipatie uit een eeuwenoud, door de politieke kaste én de wetenschappers zelf opgelegd hokjesdenken.

Als ik ’s morgens opsta en de wereldactualiteit tot me neem, vraag ik me geen seconde af of mijn mening daarover zich links- dan wel rechtsdraaiend opstelt. Ik wissel dus van dag tot dag, van uur tot uur, en wie daar een probleem mee heeft moet zijn ‘cognitive abilities’ maar laten nakijken.

Je wordt niet links of rechts geboren, het zijn relatieve begrippen die aan ruimte, tijd en omstandigheden zijn gebonden. Er zijn vandaag voor een kritische geest goede redenen om naar ‘rechts’ op te schuiven. De islamisering bijvoorbeeld, en de manier hoe de nieuwe migratiegolf ons opnieuw opzadelt met enorme acculturalisatieproblemen terwijl we de oude nog niet hebben opgelost. Er zijn ook goede redenen om naar ‘links’ op te schuiven: de toenemende armoede en ongelijkheid, wereldwijd én bij ons, of de milieuproblematiek en de belabberde staat van het klimaat. Maakt ons dat tot bipolaire naturen? Of is het gewoon gezond verstand?

Intellectuelen tegen politieke correctheid

michel-houellebecq_2284312_800x400Met de opgang van de sociale media is ook het collectief bewustzijn ontploft tot een permanent vuurwerk van meningen die elkaar tegenspreken, maar ook permanent evolueren, omslaan, van uur tot uur. Dat psychologen, trendwatchers en politicologen, maar ook het politieke establishment zelf, en last but not least de reguliere media, daar maar moeilijk mee om kunnen, is hun probleem. Partijen lopen leeg, mopperen over de ‘wispelturige kiezer’ omdat mensen beginnen nadenken, geef toe: dat is een vooruitgang. Ook al zien de wetenschappers enkel een zwart gat.

Want ja, ook de gepensioneerde VUB-professor sociologie en sp.a-ideoloog Mark Elchardus heeft, via zo’n ongelooflijk interessante bevraging, vast gesteld dat de twintigers en dertigers van vandaag de toekomst donker inzien en de politici nog maar weinig krediet geven. ‘De angst regeert’, besluit de professor in zijn aansluitende publicatie ‘Voorbij het Narratief van Neergang’.

Tussen de regels leest men echter dat vooral de professor zelf teleurgesteld is over het feit dat zijn paradigma om zeep is, en dat jongeren genuanceerd, dus over de klassieke ideologische krijtlijnen heen, politiek oordelen. Sceptisch omtrent globalisering en multiculturele maakbaarheid, sterk verontrust over het moslimfundamentalisme, doch tevens begaan met de groeiende kloof tussen rijk en arm en, jawel, het klimaat. Zijn de partijen opgewassen tegen dit soort differentiatie? Neen dus. Is iemand ‘van nature’ nog links of rechts, zoals het karikaturale wereldbeeld van Joël De Ceulaer het zou willen? Ik dacht het niet.

In Frankrijk, waar het debat over asiel en migratie op een hoger niveau wordt gevoerd dan bij ons, hebben intellectuelen resoluut het voortouw genomen in de sloop van het links/rechts-hokjesdenken (dat nochtans zelf uit het pre-revolutionaire Frankrijk stamt). De filosoof Alain Finkielkraut (‘La seule exactitude’), de polemist Éric Zemmour (‘Le Suicide français’) en de holbewoner Michel Houellebecq (‘Soumission’) rekenen elk op hun manier af met de politiek-correcte waan, stellen de zaken rond identiteit en vervreemding op scherp en laten de politieke kaste perplex achter. Zelfs de van origine linkse filosoof Michel Onfray stelt dat heel de migratiehype het probleem van een ontredderde en deels verpauperde Franse onderklasse versluiert. Dat deze mensen zich verontrust opstellen is terecht en heeft niets met xenofobie te maken, stelt Onfray.

‘Verraad en vaandelvlucht’, ‘een knieval voor Marine Le Pen’, krijten zijn oude Marxistische kameraden. Maar neen. Misschien is het wel een kwestie van voortschrijdend inzicht, en mag je van een filosoof verwachten dat hij wikt en weegt, de reële situatie inschat, buiten de dogma’s om.

Wie dan op de oude barricaden blijft staan, links of rechts, is weinig meer dan een zoölogische bezienswaardigheid.