Maandelijks archief: november 2015

Waarom wij géén zoete broodjes moeten bakken met Saudi-Arabië

In het grote Zwartepietenspel dat nu wordt opgevoerd rond de failed state België, komt ook de rol van Saudi-Arabië in het vizier, als grote sponsor binnen Europa van het wahabisme, de Saudische variant van het radicaal en extreem-conservatieve soennisme.

Dit soennisme, verwant met het salafisme (kunt u nog volgen) en ook door de Islamitische Staat gepropageerd, staat voor een zeer radicale, letterlijke interpretatie van de Koran en verwerpt elke vorm van wijsgerige interpretatie, een modern Verlichtingsproces of een seculier pluralisme waarin religiën en levensbeschouwingen naast elkaar kunnen bestaan.

Nu blijkt dat onder meer de Grote Moskee van Brussel, met dank aan de hyperkatholieke Koning Boudewijn zaliger, al sinds de jaren ’60 eigendom is van het Saudische Koninkrijk, en dat het een broeihaard van radicalisering is die letterlijk en figuurlijk aangrenst bij Molenbeek, gingen er in de oppositie stemmen op om de goede relaties met de Arabische oliesjeiks eens te herbekijken. Kan men met zo’n crimineel regime, dat in feite het wereldterrorisme sponsort en intellectueel voedt, wel vriendschappelijke betrekkingen onderhouden? Zaken doen? Samen oorlogje voeren? Ik dacht het niet.

Federaal kamerlid Peter De Roover vindt van wel. Weliswaar knijpt ook hij zijn neus dicht voor de lamentabele staat van de mensenrechten in dat land, maar tegelijk houdt hij ook het typisch Belgische compromis staande dat de kool en de geit wil sparen: de Saudi’s zijn onmisbaar in de strijd tegen de Islamitische Staat, én ze creëren werkgelegenheid. Dat is het officiële regeringsstandpunt en het N-VA-standpunt. Punt andere lijn.

Peter De Roover, voorheen leraar en politiek secretaris van de Vlaamse Volksbeweging, werd aan de N-VA-basis verkocht als de luis-in-de-pels en het kritisch geweten van de partij. In een recordtijd echter groeide het nieuwbakken federaal kamerlid uit tot de meest volgzame partijsoldaat die alle officiële N-VA-standpunten, – de communautaire stop en de intrede in het Belgische verhaal, het anti-sociale fiscale verhaal en de energietaksen, en dus nu weer de relaties met Saudi-Arabië- haast hielen klakkend verwoordt: Peter De Roover is de Servais Verherstraeten van de Vlaams-nationalisten.

Dus konden we in Knack van vorige week onlangs een uitvoerig pleidooi lezen om de band met Saudi-Arabië vooral niet te verbreken, onder het motto ‘de vijanden van mijn vijanden zijn mijn vrienden’. Inderdaad valt er al eens een Saudisch gevechtsvliegtuig te bespeuren boven IS-gebied, en maakt het koninkrijk formeel deel uit van de anti-IS-coalitie. Dus pleit De Roover voor ‘realisme’, niet beseffende dat Saudi-Arabië misschien wel een groter gevaar inhoudt dan de wildemannen van IS en hun kalifaatutopie.

It ’s the oil, stupid!

Want wat is het verhaal van Saudi-Arabië? Zoals gezegd: een monarchistische plutocratie die de Koran als de enige gezaghebbende tekst beschouwt. Vrijheid betekent niets in zo’n regime, waar de clerus de dictatuur legitimeert in naam van Allah zelf. Dat vrouwen er geen auto mogen rijden kan men nog als een pittoresk detail beschouwen, het geselen tot en met onthoofden van politieke critici veel minder.

De olierijkdom van het land is een eeuw lang de hefboom geweest waardoor dit achterlijk-middeleeuwse bolwerk zich als salonfähig wist op te dringen in de internationale politieke context. Dat olie als energiebron op de terugweg is, en het feit dat de VS zich via het ontginnen van schaliegas wist te ontdoen van die afhankelijkheid, maakt hen uiteraard nerveus. Op langere termijn zijn de dagen van Saudi-Arabië als regionale grootmacht en internationale geldschieter geteld.

Geconfronteerd met het nakende post-olietijdperk is de strategie van Saudi’s dubbel:

1) Zich inkopen in de Westerse economie en daar sleutelposities verwerven. Voorbeeld daarvan in onze contreien is de voorziene inplanting van het Saudische bedrijf Energy Recovery Systems (ERS) in de Antwerpse haven. Een miljardeninvestering waarover in mei van dit jaar nog euforisch werd gedaan, vooral net in N-VA-kringen, maar waar nu terecht vraagtekens rond worden geplaatst. Want, afgezien van de morele bezwaren, vormen dit soort inplantingen met Saudisch geld geen paarden van Troje die op langere termijn heel de Westerse economie kunnen usurperen? Ach, we leven in een globale wereldeconomie, zult u zeggen, en of het nu de Chinezen, Singaporezen of Arabieren zijn die ons uitkopen, wat is het verschil? Punt 2 geeft het antwoord:

2) Parallel aan deze economisch-industriële bruggenhoofden wordt het hoger vermelde wahabisme internationaal gepromoot. Via het bouwen van moskeeën, leveren van extremistische imams, enz., met het oog op een islamisering van de maatschappij, die eventueel tot een democratisch verkozen moslimbestuur kan leiden (het scenario dat de Franse schrijver Michel Houellebecq in zijn recente roman ‘Soumission’ uittekende). De zogenaamde radicalisering staat vooral in functie daarvan. Islamitische Staat is daarin ontegensprekelijk voor de Saudi’s een parasitaire stoorzender en concurrent. Voorlopig toch.

Klimaat en anti-terreur: één strijd?

Soit, terwijl de Islamitische Staat vooral veel lawaai maakt, voeren de Saudi’s quasi-geruisloos hun imperialistische agenda uit. Mensen zoals Peter De Roover vergissen zich hier grandioos van vijand. De totalitaire ambities van Saudi-Arabië overstijgen het strikte terreuraspect,- zij gaan voor een gestructureerde en via minstens twee bruggenhoofden uitgewerkte naasting van het Europese continent.

Dat is dus een bedreiging van het formaat van het fascisme in de vorige eeuw. Moet men met dit soort mensen zoete broodjes bakken, bij wijze van tijdelijke alliantie, onder het motto ‘de vijanden van mijn vijanden zijn mijn vrienden’? Dat is een Chamberlain-houding, genoemd naar de Engelse diplomaat die het in 1938 met Hitler op een akkoordje gooide door hem Sudetenland te laten annexeren, en die dacht dat het daarmee ging stoppen.

Wat moet er dan gebeuren? Alleszins niet wat Peter De Roover voorstelt. Als het dan toch tactisch moet gespeeld worden, kan men beter de echte aartsvijanden van de Saudi’s én van IS steunen, namelijk de sjiïtische tak die wel een ‘rekkelijke’ interpretatie van de Koran voorstaat, en waarvan Iran internationaal de gangmaker is.

Iran ont-isoleren is essentieel, dat heeft Barack Obama goed gezien, ondanks het gepruttel van Israël. Voor de rest is zowel een militaire eliminatie van de IS-Jihad als een deradicalisering bij ons van de islam aan de orde,- met name hen de uitdaging bieden om zich in te schrijven in de seculiere rechtstaat. Daartoe dienen resoluut alle banden met het wahabisme en zijn Saudische promotor doorgeknipt: economisch én cultureel-religieus. Bronnen droogleggen dus: oliebronnen én religieus-fanatieke intoxicaties.

Zo’n schurkenstaat is zelfs in louter militair opzicht geen valabele partner. Het anti-moderne moslimfundamentalisme kan maar een zachte dood sterven als het Arabische stamland geïsoleerd wordt. Mekka en Medina kunnen en moeten voor een gemoderniseerde islam betekenisloze parochies worden, hoogstens met het statuut van Lourdes voor de katholieken.

Een versnelde afbouw van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is hier zeker aan de orde: zo bekeken is de klimaatconferentie ook een anti-terreurconferentie. Van twee één.

Advertenties

‘Belgium, a state of mind’: de pointe van een surrealistische grap

Na de Griekse kwestie (financieel-economisch), de vluchtelingenchaos (economisch-cultureel) en dieselgate (economisch-ecologisch) zou de huidige terreurcrisis wel eens de druppel kunnen zijn die de Europese emmer doet overlopen.

Europa kan de veiligheid van zijn burgers niet garanderen. Veiligheid is natuurlijk altijd betrekkelijk en een complex gegeven,- er vallen in de EU nog altijd veel meer verkeersdoden per jaar te betreuren dan terreurslachtoffers-, maar het is pas in acute noodsituaties dat men beseft hoe machteloos het apparaat tegenover een dreiging staat, en hoe weinig immuniteit het systeem bezit tegen vijandige elementen.

Met name is vooral het vrij verkeer van personen een ongelooflijke opportuniteit gebleken voor terreurzaaiers om ongehinderd de EU te doorkruisen. Vanuit Turkije, maar ook intern, tussen Molenbeek en Parijs bijvoorbeeld. Autostrades zonder grenzen, het was lange tijd de natte droom van allerlei Verhofstadt-achtige visionairen, maar nu is het een nachtmerrie geworden.

Daarnaast is er de gebrekkige samenwerking van politie- en veiligheidsdiensten die er maar niet in slagen om transnationaal tot een gecoördineerd, soepel draaiend uitwisselingssysteem van gegevens te komen. Dat is een vreemde paradox die aan Europa blijft plakken: teveel eenheid én te weinig. Te veel geforceerde en van bovenaf opgelegde Gleichschaltung, en te weinig gezonde coöperatie.

Binnen deze onwerkbare paradox schittert België op een bedenkelijke manier als miniatuurversie van het disfunctionele EU-bouwsel. Na Parijs, 13/11 wordt ons land in de internationale pers zelfs gedefinieerd als een failed state, een staat waar de overheid geen controle heeft over haar grondgebied, en waarvan de instellingen alleen nog bestaan als kartonnen decorstukken, waarbinnen gepriviligieerde hoogwaardigheidsbekleders hun persoonlijk ego mogen etaleren.

Deze perceptie van het ‘onernstige België’ bestaat al langer. Alleen is sinds zowat een week de valse bodem eruit geslagen: dit land is een gevaar voor zijn omgeving.

Hopeloos maar niet ernstig

In feite is Molenbeek de (hopelijk) laatste uitloper van het surrealistische imago dat België zichzelf heeft aangemeten. Een mijlpaal daarin was het Belgische EU-voorzitterschap onder Guy Verhofstadt. Met als motto ‘Belgium, a state of mind’ koos men voor de legendarische bolhoed van de schilder René Magritte (1898-1967), om het kleine land op de wereldkaart te zetten als een weliswaar chaotisch maar toch grappig en charmant koninkrijkje met negen parlementen, acht regeringen (het juiste aantal wordt onder experten betwist) en drie hoogste rechtscolleges.

Het idee, komende uit de koker van VLD-strateeg Noël Slangen (zelf ook lang niet onbesproken) was grensverleggend: alles wat niet werkte, kon onder de noemer ‘surrealistisch’ geplaatst worden. Een gerecht met lichtjaren achterstand, treinen die nooit op tijd rijden, eindeloze kasteelpalabers tussen taalgroepen met weerom ondenkbare compromissen als steeds voorlopig resultaat, teksten die aan beide kanten een verschillende betekenis krijgen,… het was allemaal dankzij het surrealistische genie dat in dit landje rondwaart, en zijn beslag krijgt tussen Manneken Pis, het bier, de chocolade en de frieten.

Zo werd de non-identiteit verheven tot meta-identiteit. Maar ondertussen werden de problemen ook onder de mat geschoven, en gold het mantra van de multicultuur als hét alibi om alle tegenstellingen te negeren, zoals die tussen Vlaamse en francofone cultuur/mentaliteit en, jawel, deze tussen autochtone leidcultuur en allochtone subculturen.

Brussel gold als de kers op die surrealistische taart. In theorie de tweetalige hoofdstad van België, maar in werkelijkheid een Babyloneske etalage van de Eurocratie op amper een vierkante kilometer, met daaronder een uitgestrekt, gistend amalgaam van allochtone getto’s die steeds meer een monocultureel mosliminsigne begonnen te krijgen, met alle sociale druk van dien.

Dat verontrustte de politieke klasse nauwelijks, want zo zat België nu eenmaal in elkaar: chaotisch en onefficiënt. Belgium, a state of mind. Om dat te klemtonen bleef de hoofdstad bestuurd door 19 aparte gemeentes (die in een moderne grootstad eigenlijk maar de status van kwartieren mogen hebben) met elk een eigen politiecorps, en verdeeld in 6 zones. Leg dat uit in het buitenland, en ze vallen plat van het lachen,- quod erat demonstrandum.

Maar ach, het was gewoon ‘typisch Belgisch’, en een voortvloeisel van het grote compromismodel, in dit geval tussen de twee grote francofone partijen, PS en MR, die elk hun baronieën in stand wilden houden. Tot op vandaag wijst de Brusselse minister-president Rudi Vervoort (PS), toppunt van cynisme deze dagen, de fusie af.  “Brussels’ nest of radicalism is just one of the failings of a divided, dysfunctional country”, aldus de gezaghebbende Amerikaanse politieke webstek Politico.

Het is rechtstreeks door dit bestuurlijke kluwen dat heel de extremistische zwam onopgemerkt verder woekerde, gemaskeerd door een couscousgeur die de neus van weldenkende, vooral ‘progressieve’ Belgofielen streelde.

Parijs 13/11 is dus wel degelijk voor een deel ontstaan uit de ‘Belgische ziekte’. Dat moet voor analytische geesten een aanleiding zijn om de houdbaarheid van de Belgische constructie zelf in vraag te stellen.

Europa van republieken

De Fransen hebben alleszins hun conclusies getrokken. Na 13/11 is Frankrijk vast besloten om zijn eigen veiligheidspolitiek door te zetten, met een strikt grenzenbeleid en een sluitende radar tussen Marseille en Valenciennes. België is voor hen een quasi-bestuurloze staat zoals we er nog een aantal in Afrika kennen, en die als een permanente bron van onveiligheid wordt gezien.

Het nieuwe Frans-nationalistische élan dat Hollande heeft ingezet –dat moet men hem nageven- werkt anderzijds weefselversterkend, en moet ook allochtonen van alle gezindten, afkomst en religieën herverbinden rond een republikeins statement. Het trauma kan helend zijn en op langere termijn mensen verbinden.

Dit positief nationalisme zal wellicht school maken in een gedestabiliseerd Europa. Hier schuilen kansen voor nieuwe regionale autonomie. Maar voor het mondiaal terrorisme is dat een slechte zaak: een kleiner raster met fijnere mazen, meer grenzen, meer vat op allerlei individuele en collectieve migratiestromen, meer weefselhechtheid, meer identitair bewustzijn, meer sociale controle.

Uiteindelijk zal Europa terug zijn momentum vinden door deze schaalverkleining die rust en veiligheid kan brengen. Uiteraard moet dat gepaard gaan met een grensoverschrijdende samenwerking op politioneel vlak: het 21ste eeuwse wereldnationalisme kan zich niet permitteren om als een 19de eeuws eilandnationalisme te fungeren. Ook op klimaatvlak trouwens is die samenwerking een must.

Voor de failed state België is er in dat nieuwe Europa van de republieken geen plaats meer. Misschien moet Frankrijk Wallonië wel annexeren, wordt Brussel een stad met een internationaal statuut, en mag Vlaanderen kiezen tussen autonomie en aansluiting met Nederland.

Al deze opties staan open, behalve de handhaving van het surrealistische bolhoeduniversum. Goed voor het museum, maar niet in de echte wereld, want slecht voor de gezondheid.

Botsing der beschavingen, of doorgeslagen macho-universum?

ParisParijs, lichtstad, bakermat van de Verlichtingsfilosofie en historisch centrum van de moderniteit: zin voor symboliek kan de terroristen van 13/11 niet ontzegd worden. Afgezien van de Franse betrokkenheid in Syrië en het feit dat hier een internationale voetbalmatch aan de gang was, staat Parijs voor alles waar de anti-Westerse ideologie van walgt: vrijheid, openheid, leut, het ‘waw!’-gevoel, triomf van de verbeelding en de intellectuele durf. Door en door goddeloos-verdorven dus, het hedendaagse Gomorrha, samen met New-York, het decor van die andere legendarische slachtpartij op 11/9/2001.

Tegen Verlichtings- en vooruitgangsdenken

Want laten we wel wezen: ‘ze’ haten ons, en ‘ze’, dat is zowat heel het Zuidelijk halfrond. Waarom ze ons haten,- en ik volg hier de stelling van de Nederlandse antiterreurexpert Peter Knoope, is complex, maar het heeft te maken met ons tomeloze geloof in onze eigen culturele superioriteit, het Verlichtingsidealisme, het vooruitgangsdenken, en de ijdelheid waarmee we waarden als democratie, vrijemeningsuiting, rechtstaat en tutti quanti wereldwijd willen exporteren. Manu militari als het moet, zie de Golfoorlogen en al de rest.

Dat op zich is uiteraard dan weer verbonden met het aloude kolonialisme, de missionarishouding, en nadien de postkoloniale steun aan Westers-gezinde (en veelal tot in het merg corrupte) regimes genre Mobutu-Kabila. De overgang van oude tribale structuren naar staatsnationalisme is desastreus geweest voor heel het Afrikaans continent, en is tot op vandaag de oorzaak van spanningen en instabiliteit. We willen democratieën vestigen waar dictators regeren, mensenrechten afdwingen waar ze mankeren, maar we vergeten dat parlementaire democratie en mensenrechten Europese uitvindingen zijn, die meer bepaald rond 1800 het licht zagen in Parijs, of all places.

Men wil ginder gewoon niets meer weten van de principes die we zelf als universeel verklaarden. Het gaat dus om een planetaire cultuurstrijd, waarbij het terrorisme strategisch het meest aangewezen is voor een beweging die de Europese waarden van vrijheid en tolerantie in de kern wil treffen. Dat vaststellen is iets ingewikkelder dan roepen ‘Weg met de islam!’, maar met achterlijke strijdkreten komen we geen stap vooruit.

In die optiek is de islam maar een vehikel van het anti-modernistische en anti-Westerse ressentiment, dat in het Zuiden opgang maakt. Mag ik er overigens op wijzen dat wij die argwaan tegen de vooruitgang en heimwee naar de traditie ook kennen binnen onze cultuur: als ik sommige rechts-conservatieve denkers bezig hoor, lijken ze wel imams in maatpak.  In de limiet zou een consequente Vlaams-Belanger of een rechtsdraaiende NVA-er best kunnen leven met een soort sharia, zijnde een rigide rechtspraak gefundeerd op een traditionele maatschappijvisie waarin waarden als democratie, non-discriminatie van vrouwen en homo’s, scheiding van kerk en staat, en vrijemeningsuiting niét centraal staan. Vervang gewoon Allah door God en Mohammed door Jezus, en men komt al een heel eind in een synopsis tussen Islamfundamentalisme en Christelijk conservatisme.

Het is trouwens nog maar vrij recent dat extreem-rechts in Vlaanderen de Verlichting, de democratie, mensenrechten en de non-discriminatie inroept als argument tegen de Islam. Voorheen (ik spreek over het pre-9/11 tijdperk) waren ze tegen die ‘decadente’ Verlichtingsmoraal, hoorden vrouwen hun plaats te kennen en moesten homo’s zich niet teveel aanstellen.

Een voorliefde voor het katholiek onderwijs, tegen de seculariteit, tegen de culturele ontaarding, zelfs tegen de openbare omroep, ‘geïnfiltreerd door links-progressieve betweters’, hoorde daarbij. Denken we ook aan de standpunten tegen abortus, en zelfs het aanhangen van het creationisme bij bepaalde conservatief-Christelijke groepen.  En last but not least: Edmund Burke, de filosofische peetvader van N-VA-voorzitter Bart de Wever, was een fervente anti-Verlichtingsdenker en beschouwde de parlementaire deomocratie zowat als een duivelse uitvinding. Bien etonnés de se trouver ensemble…

Patriarchale jagerscultuur

Allemaal goed en wel, maar hoe moet het nu verder? Gaan we naar een grootscheepse escalatie, die onvermijdelijk zal kantelen in een mondiale Noord-Zuid-confrontatie? En zal de klimaatverandering, die Europa (o ironie, bakermat van de industriële revolutie die de CO2-uitstoot in gang zette) relatief ontziet en vooral Afrika zal teisteren, geen enorme volksverhuizing naar het Noordelijk halfrond op gang brengen die finaal zal overgaan in een gewelddadige overrompeling?

Hier moeten we, denk ik, nog iets meer achteruit gaan staan en het antropologische spiegeltje-aan-de-wand aanspreken: welke toekomst is er voor de mensheid nog weggelegd op deze aardkluit?

Herbekijk eens de TV-beelden van gisteren, vrijdag in Parijs: de terroristen, de politie, het leger, president Hollande, zelfs de voetballers en de supporters,- men zag vrijwel alleen maar mannen. Penissen, knuppels en schiettuigen, enkel de slachtoffers waren (ook) vrouwelijk. Dat is misschien geen toeval.

Het is voor elke antropoloog evident dat de traditionele mannelijke waarden, waar de anti-Westerse zeloten tussen Kaboel en Damascus zo aan hechten, eigenlijk de voortzetting vormen van een patriarchale jagerscultuur, gericht op het (gewelddadig) verspreiden van genen via oorlog, stammentwisten, roof. Dat is niet anders bij de stadsbendes in onze grootsteden en heel de allochtone subcultuur. Vrouwen zijn hier per definitie ‘object’, buit, trofee, zelfs betaalmiddel.

De islam is daar een extreme exponent van, zie Boko Haram, maar ook het ‘blanke’, Europese vooruitgangsdenken van de pionier-ontdekkingsreiziger is mannelijk-imperialistisch. Neen, we huwen geen kindbruidjes (meer) uit, maar de onderliggende macho-cultuur is ook de onze. Poetin, Assad, maar ook Juncker of Verhofstadt of Michel, kampioenen van de democratie, zijn in hetzelfde bedje ziek: voluntaristische ego’s die’ willen ‘scoren’ en van erectie tot erectie evolueren. Altijd is er een doel, een schietschijf, een trofee.

Het is dus niet omdat wij vrouwenrechten en homorechten kennen, dat onze patriarchale cultuurwortels zijn verdwenen. Heel onze maatschappij, het wetenschappelijke denken, de politieke ratio, is doordrenkt van mannelijke beheersings- en controlelogica die altijd met geweld gepaard gaat. Hetzij structureel geweld, hetzij echt wapengekletter. Daarin verschillen we in niets van de IS-ideologie, we doen het alleen wat subtieler. Agenten schieten met rubberkogels op onhandelbare 14-jarige meisjes en voor de rest moet iedereen zich schikken naar de onleesbare 20.000 pagina’s van het Wetboek waar alleen nog de grootste juridische haarklievers hun weg in vinden.

Dus ja, onder het fatale Noord-Zuid-treffen dat zich vandaag ontrolt, flakkert een miniem vlammetje hoop van een zich herstellend matriarchaat, vrouwen die wereldwijd in opstand komen tegen de terreur van het patriarchale denken. Van links of rechts, Noord of Zuid, Oost of West. Fuck the fucking macho’s.

Sowieso heb ik moslima’s altijd al veel slimmer gevonden dan moslims, en wie weet ontstaat er, over alle religieus en ideologisch gekrakeel heen, een feministisch front waar geen enkele kalashnikov nog doorheen kan. Lysistrata, het fameuze toneelstuk van de Griekse kluchtschrijver Aristophanes, schemert hier uiteraard door: vrouwen van beide oorlogskampen organiseren gemeenschappelijk een seksstaking en krijgen de dappere ijzervreters op de knieën.

Dat is maar een metafoor voor een meer omvattende culturele revolutie die een nieuw mensbeeld oplevert, een nieuwe wereldorde, een andere verhouding met de natuur, en het besef dat we niet persé vooruit moeten hollen noch achteruit keren, maar gewoon in het hier en nu moeten leven. En met het inzicht dat alles terugkeert zoals de seizoenen en de maandstonden. Vrouwelijk-cyclische tijdrekening, niet gericht op het hiernamaals.

Een oorlog dus, jawel, maar niet helemaal zoals IS en het Westen het zich voorstellen. En wat is een martelaar-terrorist zonder zijn 77 maagden in het paradijs? Inderdaad…

God is als James Bond: mannelijk, zwijgzaam en schietgraag

BondDikwijls denk ik, wanneer Prof. Etienne Vermeersch, gewezen Jezuiët en nu fanatiek atheïst, zich uitspreekt over geloofskwesties: wat worstelt die man toch met zichzelf. Een breuk met het geloof, daar genees je nooit van, die god-de-vader blijft je achtervolgen. Hoe meer je hem ontkent, hoe meer hij bestaat.
Een onverwerkt verleden
Datzelfde gevoel heb ik met de zopas verschenen roman Bloedboek van Dimitri Verhulst, een schrijver die ik overigens best wel mag. Het betreft een bewerking van de eerste vijf boeken van de Bijbel, waarin Verhulst vooral focust op de figuur van Mozes, maar zich ook de vraag stelt wat voor een figuur die god van het oude’ testament nu eigenlijk is. Antwoord: een bloeddorstige tiran die het voor één volk opneemt (de Israëlieten) en toelaat dat de rest afgeslacht wordt. In één woord: een ‘fascist’ (Knack, 4/11).
Vooral die laatste term is problematisch. Als je in god gelooft, aanvaardt je alles van hem, want god is niet voor discussie vatbaar, laat staan voor politieke kritiek. Geloof je niet in hem, dan kan je hem ook niet uitschelden voor smeerlap en fascist, want dat is de Wotan van de Germanen natuurlijk ook, zonder dat iemand zich daarover opwindt, anders moet men ook Rambo of Oscar Abraham Tuizentfloot als ‘fascist’ betitelen.
God aanvallen is voorbehouden aan de mens die twijfelt. Verhulst bevindt zich dus in de tussenpositie van ongelovige gelovige, een worstelaar met zijn eigen demonen zoals Etienne Vermeersch. We zouden er nog de ongelukkige jeugd van de schrijver kunnen bij sleuren, en de verkrampte relatie met de vader, een gewelddadige alcoholist. Freud is nooit ver weg in de relatie tussen de mens en de patriarch die hij ‘god’ noemt.
Vloeken in de kerk dus, als literaire vadermoord. Dat in het Vlaanderen van gisteren (en eigenlijk vandaag nog steeds) het katholiek onderwijs een dominante positie inneemt, maakt dat nogal wat schrijvers en intellectuelen dat van zich af moesten schrijven. De lijst van collegeproducten die ‘gebroken hebben met het geloof’ is lang: van Gerard Walschap over Ivo Michiels tot Jef Geeraerts. Hun vadermoord geldt evenzeer god, het gezag, als de kleinburgerlijke moraal waarin ze opgroeiden. Maar altijd blijft het een literair gevecht met een eigen onverwerkt verleden én met de schaduw van een reuzengroot super-ego.
Het kwadraat van de fallus
Het is vreemd dat vandaag opnieuw een getalenteerd romancier als Dimitri Verhulst met ‘zijn’ god een theologisch schaduwgevecht aangaat dat hij nooit kan winnen. Zoals de krakkemikkige godsbewijzen in de middeleeuwen niemand overtuigden die nog niet overtuigd was, heeft het ook geen zin om, zoals atheïsten à la Dawkins, zijn niet-bestaan proberen te bewijzen, en nog minder om hem als een schlemiel af te schilderen.
De juiste invalshoek is veeleer antropologisch: god is geen figuur maar een (nuttige) constructie. Hij is uitgedacht en opgevoerd om politieke redenen, zoals het monotheïsme in Egypte ontstond om de absolute macht van de farao’s te legitimeren. Daarbij is de goddelijke patriarch beslist ook een projectie van de mannelijke beheersingsdrang en de ambitie om de vrouw totaal ondergeschikt te maken, zie de Islam en het Jodendom vandaag, en het Christendom de vorige eeuwen. God is het kwadraat van de fallus, om het op zijn Lacaniaans te zeggen.
Dat brengt ons tot de eigenlijke ‘clou’: niet God, Allah of Jawheh is het probleem, de profeten zijn het probleem. De fantasten die, deels uit persoonlijke schizofrenie, deels in dienst van een ideologie, fata morgana’s aan de man hebben gebracht met verstrekkende gevolgen. God is maar een projectie, de profeten bestonden jammer genoeg echt. Vandaag zitten we opgescheept met de erfenis van een vermoedelijk knotsgekke pervert, pedofiel en paranoicus, genaamd Mohammed. Alleen al om zoiets te zeggen kan me de keel overgesneden worden: de waanzin is besmettelijk en dijt uit.
Daarbij vergeleken is god zelf maar een onschuldige stripverhaalfiguur, of zoals James Bond: mannelijk, zwijgzaam, en schietgraag. Maar op zich niet echt gevaarlijk gezien zijn pure witte-doek-status. Het zijn de projectoren en scenaristen die ons moeten interesseren.
Wat het onderwijs vandaag vooral moet doen, is tonen hoe religie werkt en in welke voedingsbodem ze zich thuis voelt. Hoe de boodschappers acteren en wat hun verborgen agenda is. Godsdienstkritiek in plaats van godslastering. Om te vermijden dat we onze pijlen richten op een wit doek.

Bedriegen en (willen) bedrogen worden: de mens als plofkipeter en geboren sjoemelaar

GirardTwee dagen geleden, op vier november, overleed René Girard, een filosoof die me nauw aan het hart ligt. Girard is de man van één theorie, die evenwel zo sterk is dat ze universeel toepasbaar is. Krek het omgekeerde van mijn denkstrategie: duizend theorieën waarvan er altijd wel eentje ertoe doet op het moment.

Heel kort: Girard denkt –terecht- dat we elkaar allemaal naäpen, de zogenaamde mimese. We zijn groeps- en kuddedieren en spiegelen ons voortdurend aan elkaar. Dat heeft te maken met solidariteit én met rivaliteit: dezelfde dingen doen is een sociale reflex die samenhorigheid bevordert (bijvoorbeeld allen naar een barbecue), maar evenzeer ontstaat hierdoor naijver en concurrentie (in de rij gaan staan, het beste stukje vlees bemachtigen).

Verlangen en begeerte zijn dus verbonden met dit imitatiegedrag. We willen allemaal hetzelfde. Daarvoor zorgen rolmodellen, de reclame, de roep van de markt. Iemand zegt ons wat we moeten willen en dirigeert onze smaak. Zonder die bemiddelaar zou er, volgens Girard, geen maatschappij mogelijk zijn en zou iedereen in de anarchie van de vrije wil de andere begeren en/of doden.

Het is boeiend om deze theorie eens te toetsen aan wat zich vandaag afspeelt rond bedrog en gesjoemel allerhande. Het Volkswagenverhaal kennen we ondertussen, maar het is al oud nieuws. Sla de krant open en zie hoe de leugen de kern vormt van onze samenleving. Zes op de tien elektrotoestellen hebben een fout energielabel. Een hoop gerenommeerde visrestaurants zetten dure kabeljauw op de kaart maar serveren u goedkope pangasius (op zich niks mis met deze vis overigens). Koopt u lamsvlees, dan blijkt het bij controle om varkensvlees te gaan. Een supermarktkip zit vol met geïnjecteerd water (de ‘plofkip’). Ik spreek dan nog niet over de rimram van additieven, kleurmiddelen, smaakversterkers etcetera.

De overheid maakt zich sterk dat ze controleert en sanctioneert, maar eigenlijk speelt ze het spel mee, doet een oogje dicht, of is gewoonweg corrupt. Duizenden lobbyisten lopen in de EU de deur plat van beleidsmakers, om normen af te zwakken en regels uit te hollen. Met succes.

Universele medeplichtigheid

plofkipTwee Nobelprijswinnaars, Robert Shiller en George Akerlof, hebben zich over het fenomeen gebogen in hun boek ‘Phishing of Fools’. Zij stellen dat ons economisch systeem niet kan overleven zonder bedrog. Liegen hoort bij leuren, en de beste leugenaar wint. Het is zoals met doping bij wielrenners: iedereen doet het, en wie niet ‘slikt’, wint nooit een koers.

Dat klopt, doch het is maar de halve waarheid. We worden namelijk bedrogen omdat we ook willen bedrogen worden. Er zijn wel wat Volkswagenchauffeurs ongerust omdat ze misschien meer tax gaan betalen op hun uitstoot, maar de verkoop op zich van Volkswagens is nauwelijks stilgevallen. En we blijven de gemanipuleerde kipkap eten en de plofkippen in de pan gooien. Ondanks Testaankoop blijft het leugenpaleis open wegens groot succes, en dat geldt evenzeer voor de politiek en het culturele bedrijf: ons verlangen om bedot te worden maakt dit systeem juist duurzaam.

Vraag blijft dan: vanwaar dit verlangen? Antwoord: omdat we ook zelf constant liegen, in dezelfde ambitie om te overleven en succes te oogsten. In de omgang met naasten, de liefde, relatie, en uiteraard tegen de werkgever, de staat, de belastingen, als performer tegenover een publiek, of eventueel zelf als ondernemer/plofkippenproducent. Alles is theater, iedereen draagt een masker, vertelt een verhaal, doet zich voor als iemand anders. Zie bijvoorbeeld het succes van de overspelsites op het internet: als iedereen liegt, is er geen enkel moreel probleem.

Deze universele medeplichtigheid heeft een onwaarschijnlijk effect op alle attitudes, meningen, tweets en commentaren allerhande: we houden de leugen mee in stand en propageren hem zelfs. Een politicus die niet doet wat hij belooft, wordt wel uitgekafferd maar de volgende keer stemt men opnieuw voor hem. Dat een krant als De Standaard halve waarheden en hele leugens verkoopt, wordt wel aangeklaagd, maar qua oplagecijfers zit de krant op rozen. Ga zo verder voor de auto, de visfraude, de plofkip: alles loopt gewoon door. Sterker nog: misschien willen we onszelf wel subtiel bestraffen, als leugenaars, door de leugen te ondergaan en giftige rommel te eten. Zo verschaft de fraude ons wat we eigenlijk zoeken, als fraudeurs en sjoemelaars: genoegdoening, straf, en weerom genoegdoening.

Vraag tenslotte: wat doen we met die ene gek die niet liegt, het spel niet meespeelt, en uitroept dat de keizer geen kleren aan heeft? Zo iemand kunnen we natuurlijk niet tolereren. Hij vormt het sluitstuk van de filosofie van René Girard, namelijk de zondebok.

Vandaag noemen we hem of haar een ‘klokkenluider’, iemand die brieven naar de pers stuurt, in stinkende potjes roert, geheime dossiers openbaar maakt. Soms krijgen ze zelfs een sterrenstatus, zoals Julian Assanges en Edward Snowden. Maar hun strijd is die van Don Quichotte, een figuur waar Girard veel aandacht aan besteed: held, martelaar en crimineel tegelijk. Al het geweld dat we ondergaan en elkaar aandoen, krijgt zijn éénmalige uitbarsting in de berechting van de boodschapper, alias de zondebok. Opgejaagd wild, opgesloten in ambassades, of creperend in de isoleercel, zoals Bradley Manning.

Ook hier heerst verlangen en begeerte, bijna als kannibalisme. Als geboren leugenaars en plofkipvreters houden we van hem, zoals van een biologische kip: zuiver, onbespoten, hormonenvrij, en absoluut gegeerd om op een zondagmiddag in de stoofpot te gooien, met fijne tuinkruiden.

En zo blijft de zondag een dag van de hypocrisie en de feestdag van een van de grootste zondebokken aller tijden, Jezus. Via de leugen van de transsubstantiatie eetbaar als Lam Gods, ook weer hormonenvrij. Omdat de leugen niet te bestraffen of te ontmaskeren valt, in een collectief of politiek gebaar, offeren we dan maar diegene die de waarheid spreekt. Waarna we weer kunnen doorgaan met de kluit belazeren, inclusief onszelf. Een ijzersterk systeem, leve de democratie, het christendom en het kapitalisme.

Geef toe: had de mens niet bestaan, dan had God hem moeten uitvinden.

De taal-van-het-grote-geld: hoe VOKA de N-VA blijft ‘inspireren’

Premier Charles Michel (links) en N-VA-voorzitter Bart De Wever.‘VOKA is mijn baas’, schijnt N-VA-voorzitter Bart De Wever zich ooit te hebben laten ontvallen tijdens een vergadering van Vlaamse partijen in augustus van 2012. Dat was lang voor de Zweedse coalitie die we vandaag kennen, die duidelijk het accent legt op financiële en fiscale voordelen aan het bedrijfsleven, ten koste van het gezinsbudget. Zie de hallucinante stijging van de elektriciteitstarieven, waarin de industriële grootverbruikers opvallend buiten schot blijven.

Weinigen namen die boutade van De Wever toen ernstig, want Bart staat bekend om zijn subtiele humor en zin voor ironie. Maar via een zopas verschenen boek van LeVif-redacteur Olivier Mouton, “Charles Michel – Portret van een jeune premier” mogen we achter de schermen kijken van de onderhandelingen die leidden tot de huidige Belgische regering.

Een niet-communautaire agenda…

Boeiende lectuur levert dat op. Het electorale N-VA dogma ‘Geen regering met de PS!’ , en het feit dat men De Wevers partij absoluut niet in de oppositie wou laten, plaatste de Franstalige liberalen (MR) met de rug tegen de muur. Ze zouden de premier moeten leveren én scheepgaan zonder de andere francofone partijen (PS, CdH, Ecolo).

Zo kwam Charles Michel in beeld, die zo’n constructie enkel verkocht kon krijgen mits garanties dat dit een regering zonder communautaire agenda zou worden. Twee actoren trokken hem over de streep: Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten en… de VOKA-top.

De Vlaamse werkgeversorganisatie rook inderdaad zijn kans en begon verwoed te lobbyen om deze ‘niet-communautaire’ regering op de rails te krijgen. Doel nr 1: op die manier een donkerblauw programma erdoor drukken, op maat van de bedrijven en de hogere middenklasse. Het lukte nog ook. De N-VA-basis gaf geen krimp. Meteen rijst dan de vraag, of de N-VA vanaf haar ontstaan niet vrij snel gemuteerd is van Volksunie-erfgenaam tot iets anders,- een soort Thatcheriaans en anti-socialistisch projectiel. En waarom dat kon gebeuren.

Daarop geeft Olivier Mouton geen antwoord. Het valt ook buiten het bestek van zijn Michel-biografie. Maar tussen de regels begrijpt men dat VOKA meer is dan zomaar een lobby: de N-VA is hét politieke vehikel van het Vlaamse patronaat, die deze partij stuurt waar hij haar wil hebben. Nationalisme of Vlaamse onafhankelijkheid zijn daarin volstrekte non-issues.

De moraal van het egoïsme

Dat Bart De Wever de conservatieve denkers Edmund Burke (1729 – 1797) en Theodore Dalrymple hoog in het vaandel voert wisten we al. Burke was een notoir tegenstander van de Verlichtingsprincipes en verdedigde het aristocratische Ancien Régime waarin kasteelheren naar goeddunken over het leven van hun lijfeigenen konden beschikken. Dalrymple kennen we als tegenstander van het emancipatiedenken en verdediger van de armoede als deugd. Daar kom je al een heel eind mee indien je VOKA als ‘baas’ hebt.

2012 was een sleuteljaar in de ontluikende liefde tussen de N-VA en de Vlaamse werkgevers. In diezelfde maand augustus van 2012 kreeg Bart De Wever tijdens een VOKA-bijeenkomst een boek aangeboden van nog een andere memorabele auteur, namelijk ‘Atlas in Staking’ van Ayn Rand. Deze filosofe van Russische afkomst, geboren als Alissa Zinovievna Rosenbaum, definieert het egoïsme als grootste menselijke deugd en het kapitalisme als logische maatschappelijke consequentie daarvan. Het elk-voor-zich is wat ons drijft en hoort te drijven. De vrijemarkteconomie moet dat egoïsme maximaliseren, waardoor de overheid overbodig wordt. Schaf vooral alle sociale voorzieningen af en laat het recht van de sterkste gelden.

Voor ons klinkt dat tamelijk geschift en op het randje van het immorele, maar voor tea-party-adepten en conservatieve denktanks in de VS geldt het zowat als de politieke bijbel. De vraag is wat voor een politiek of maatschappelijk project je dan nog nodig hebt. Het antwoord is: geen. Enkel een vorm van groepsegoïsme is dan nog redelijk (Rand beroept zich voortdurend op de ratio, dat is het grappige), waardoor macht niets anders kan zijn dan het streven naar hegemonie van een sociale klasse. Zowaar een Marxistische definitie van klassenstrijd.

Demagogie is essentieel

Uiteraard,- hadden ze hem een exemplaar van Mein Kampf cadeau gedaan, dan maakt dat van Bart De Wever nog geen nazi. Maar het is tekenend voor de arrogantie en het onderliggende gedachtegoed van de organisatie die door de N-VA-voorzitter zelf toch als het Noorden van zijn politiek kompas wordt aangeduid. En zo komt Ayn Rand in de buurt van het tweetal Burke-Dalrymple om de filosofische hardcore van deze partij uit te maken.

De vraag is dan, in hoeverre het huidige rechtsliberale beleid van de Belgische én de Vlaamse regering deze stempel draagt van een ethiek die in essentie asociaal en anti-solidair is?  En hoe verhoudt zich dat tot het spel van de democratie, waar toch iedereen over één stem beschikt? Hoe kan het dat al die militanten en kleine Vlamingen bijdragen tot het groepsegoïsme van een groep waartoe ze zelf niet behoren?

Hier betreden we het terrein van de demagogie. Je kan mensen namelijk wijsmaken dat je voor hun belangen opkomt, zelfs al zegt hun portemonnee het omgekeerde. Daar bestaan technieken voor, het is zelfs een wetenschap.

En daar heeft Ayn Rand het nooit over: taal- en beeldmanipulatie, massapsychologie, indoctrinatie, virtuele realiteiten, fantasmen. En dat alles uiteraard verbonden met financiële macht. In de VS, voor Rand dé heilsstaat, word je president omdat je er rijk genoeg voor bent en omdat je voldoende sponsors vindt die je toelaten om reclametijd op grote zenders te kopen. Sponsors die, o wonder, weer de grote lobby’s uitmaken: wapenindustrie, farma, olie. De taal van het grote geld, andermaal.

Met de vervelling van nationalistische partij tot rechtsliberaal vehikel is de N-VA gedoemd om de demagogie op een steeds hoger niveau te bedrijven,- anders stort de electorale piramide in elkaar. Vergeet de ideologie: het gaat om macht, gedicteerd door het winstbeginsel en de logica van de aandeelhouder. Elk sociaal principe (onderwijs, gezondheidszorg…) hypothekeert deze logica en betekent een ‘kost’. Voor Ayn Rand zijn uiteindelijk gehandicapten en alle zorgbehoevenden obstakels op de weg naar het individueel succes van de sterke.

Tot je zelf uit de boot valt natuurlijk. Een goede economiste was ze zelf niet. Hoewel haar boeken fenomenaal goed verkochten, moest onze filosofe op het einde van haar leven beroep doen op openbare bijstand. Als je dan nog altijd volhoudt dat het egoïsme de grootste deugd is, kan je er volgens mij beter een eind aan maken.