Maandelijks archief: februari 2016

Wanneer “ondemocratisch” een geuzentitel wordt: Hollande scheidt het kaf van het koren

Er zijn zo van die dagelijks gebruikte woorden waarvan je in de verste verte niet snapt welke betekenis ze nog hebben. We noemen ze stoplappen, onnozele clichés die dienen om de gaten in een conversatie te vullen. Maar sinds Georges Orwell weten we ook dat de macht zich bedient van die clichés, gecombineerd met semantische verwarring en omkering van betekenissen.

Het meest autoritaire naoorlogse regime in Europa, een trouwe vazalstaat van de Sovet-Unie zonder vrije pers en met een nazi-achtig repressie-apparaat, noemde zich zonder complexen de Deutsche Demokratische Republik. What ’s in a name. Meteen zijn we bij de stoplap aller stoplappen, want àlles is vandaag gewoonweg democratisch, behalve datgene wat ondemocratisch is. Probleem: het zijn altijd diegenen die de lakens uitdelen, die hier voor scheidsrechter (willen) spelen. Twee voorbeelden.

Een paar dagen geleden moet de Franse president François Hollande zich op France-Inter hebben laten ontvallen dat landen waar ‘extreemrechtse’ partijen aan de macht zijn uit de EU moeten geweerd worden. Hij doelt daarmee op Hongarije en Polen, maar eigenlijk is het een radeloze poging om in eigen land het Front National van Marine Le Pen, piekend in de peilingen, te diaboliseren als een bedreiging voor de democratie.

Cordon sanitaire

Is de term ‘extreemrechts’ op zich een spookterm, het is ook compleet onwaar. Marine Le Pen wil de democratie helemaal niet afschaffen, ze is tegen open grenzen, tegen de islamisering, en voor een sterke Franse nationale soevereiniteit. Maar vooral: ze spreekt met een ‘links’ sociaal programma de klasse van arbeiders en werklozen aan, het traditionele kiespubliek van de socialisten. Tja, zo’n partij kan je alleen nog via de semantiek bestrijden: ontneem hen gewoon het label ‘democratisch’, probleem opgelost. Denkt Koning François in zijn paleis aan de Champs Elysées.

Het roept uiteraard herinneringen op aan het cordon sanitaire bij ons, een uitvinding van het Belgische politieke establishment om na de zgn. Zwarte Zondag van 1991 het Vlaams Blok uit te roepen tot een ‘ondemocratische partij’. Men kan veel zeggen over dat VB, maar er is helemaal niks ondemocratisch aan, het heeft nooit de ambitie geuit om onze rechtstaat en zijn instellingen te ontmantelen. Bovendien toetert Filip Dewinter nu rond dat de N-VA het aloude 70-puntenplan aan het uitvoeren is, weliswaar in watten verpakt. Hij heeft een punt.   Niettemin horen we premier Michel nog altijd peroreren over de ‘democratische partijen’, zich wellicht heel goed bewust dat hij daarmee een soort consensusdemocratie creëert als dam tegen het open debat. Anders gezegd: dit is pure Orwell.

Dat machtspolitici in dit spel volharden, zou je nog kunnen begrijpen. Dat intellectuelen er nog altijd in meegaan, is verontrustender. In Nederland is de jonge rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema de kersverse lieveling van de media en het politieke establishment omdat hij opnieuw het idee lanceert om bepaalde partijen en politieke bewegingen buiten de wet te stellen. Denkt hij aan het moslimfundamentalisme en zij die de sharia willen invoeren? Neen, vooral de PVV van Wilders is een ‘kritisch te volgen’ partij omdat ze de Koran wil verbieden. Leg me de logica uit.

Het populisme als spelbreker 

Dé klassieke historische casus in dit debat is uiteraard de verkiezing van de NSDAP begin de jaren ’30 in Duitsland, waarna Hitler de Rijksdag ontbond. Rijpkema verwijst tot in de treure naar dit voorbeeld om een partijverbod vandaag te verdedigen, waarbij hij vooral zijn pijlen richt op de rechterzijde. Dat is een ontstellend zwaktebod van een intellectueel die blijkbaar zelf de moed van de overtuiging heeft opgegeven, om hem in te ruilen voor een uitsluitingslogica. Als hij Wilders wil bestrijden, dan graag met politieke argumenten, niet met vermomde censuurpraat waar men in Den Haag gretig op inpikt.

Het mag om die redenen niet verbazen dat mensen genoeg hebben van het Orwelliaanse ‘democratie’-concept, aan de politieke én aan de intellectuele kant. Dus komen figuren als Wilders en Donald Trump boven water, die gewoon zeggen waar het op staat en de democratie terug tegensprakelijk maken. Nooit een boeiender verkiezingskamp meegemaakt dan de huidige in de VS. Donald Trump is ondertussen afgekeurd door Miss België 2007 Annelien Coorevits (“Hij zag me nog niet staan!”),- en is door het establishment als ‘populist’ geklasseerd, waarom verbaast me dat niet. Maar ook zijn enige echte tegenstrever, Bernie Sanders, is een partijloze outsider die uit het niets opduikt en de deur uit zijn hengsels licht.

De ironie is immers dat, hoe hardnekkiger de zelfverklaarde democraten zich wentelen in hun grote gelijk en hun speelruimte inperken, hoe sterker het appèl wordt van dit zogenaamde populisme. Hollande creëert Le Pen, dat is de wet van de dialectiek, zoals de Clintons Trump groot maken. Ondanks intellectuele buitenwippers à la Bastiaan Rijpkema.

Een grootse revisie van het systeem dringt zich op, en laat voor mijn part populistisch-rechts die rol van spelbreker maar spelen. Waar is links trouwens in dit verhaal. Dat Donald Trump Brussel als een hellegat betitelt, is ten slotte, gezien het voortschrijdend betonrot, bijna een uiting van gematigdheid. Dit land heeft een nieuwe anti-establishment-partij dringend nodig. Laat de machthebbers maar eens goed zweten, moge het nieuwe motto zijn. ‘Ondemocratisch’ wordt dan bijna een geuzentitel.

Advertenties

De Fatwa’s en de Duivelsverzen: misschien mankeert op beide een houdbaarheidsdatum.

fatwaZopas herinnerden een aantal Iraanse media ons eraan dat er nog altijd een prijs staat op het hoofd van de Indisch-Britse schrijver Salman Rushdie, auteur van de beruchte roman ‘De Duivelsverzen’ (1988). De fatwa (een religieuze banvloek) was al in 1989 uitgesproken door ayatollah Khomeini op zijn sterfbed en ietwat in vergetelheid geraakt, na een turbulente periode waarin Rushdie echt voor zijn leven moest vrezen en zelfs een aanslag overleefde. Er gingen bommen af in boekenwinkels, uitgevers werden bedreigd, vertalers doodgestoken. Maar de laatste tijd kwam de ondergedoken Rushdie weer buiten en hadden zelfs de slimmere orthodoxe moslims toegegeven dat de doodsreutel van ayatollah Khomeini nu wel zijn tijd heeft gehad.

A.s. vrijdag echter zijn het verkiezingen in Iran, waarin de conservatieve haviken (opgehitst door de Revolutionaire Garde, de waakhond van de Iranese revolutie) op ramkoers liggen met het progressieve beleid van president Rohani die betere relaties wil met het Westen. Vandaar dus die hernieuwde fatwa, kwestie van het vuur wat op te poken. Zoals bekend kan iedereen met een beetje gezag in de islamwereld zo’n fatwa uitspreken. Waarbij de oervijanden binnen de islam, Sjiieten (in Iran dominant) en Soennieten (met als meest eminente vertegenwoordiger Saudi-Arabië) ook wel elkaar in de ban slaan.

Het feit dat Rushdie de pineut werd, is bijna een historische toevalligheid die te maken heeft met het klimaat in Iran anno 1989, en de noodzaak om een Satanfiguur te identificeren die het decadente westerse ongeloof belichaamde. Wat kon er dan beter van pas komen dan een boek dat ‘De Duivelsverzen’ heet en een soort karikatuur beschrijft van het religieuze denken an sich? Van de weeromstuit werd net daardoor het werk van Rushdie zo de hemel in gekatapulteerd door de westerse intelligentsia, dat hij ook iets onaanraakbaars kreeg, en zijn boek de status van ‘wereldliteratuur’, waarbij het martelaarschap van de vervolgde auteur uiteraard mee de bestseller creëerde. Anders gezegd: het absolute karakter van de Koran kreeg een bizar spiegelbeeld in de iconoclaste cultroman.

Cultuurestablishment

Laat duidelijk zijn: Salman Rushdie is een schitterend auteur, waarbij ik zijn ‘Midnight’s Children’ nog verkies boven de ‘The Satanic Verses’. Van mij mogen ze hem direct de Nobelprijs geven. Maar dat is misschien eerder een deel van het probleem dan een deel van de oplossing. Rushdie is namelijk een zo veelvuldig gelauwerd schrijver die alle mogelijke literaire prijzen heeft gekregen plus een verheffing in de Engelse adelstand, dat hij zelf een haast religieus icoon, een monstre sacré  is geworden van de internationale vrijdenkerij waartoe ik mezelf reken.

Anders gezegd: wij creëren even goed onze (af)goden, alleen al omdat de markt er behoefte aan heeft. De markt is onze religie en cultuur is er maar één kraam van. Binnen die cultuur is er wel behoefte aan verandering en afwisseling, maar bovenaan, in de galerij, is er geen plaats voor een ‘Umwertung aller Werte’.

En Rushdie hebben wij daar geplaatst, in het pantheon, als een atheïstische profeet. De fatwa heeft een religieuze eeuwigheidswaarde, de Duivelsverzen een literaire. Met dat dubbel ‘ad infinitum’ zitten we opgescheept. Het probleem van beide is hetzelfde: een gebrek aan houdbaarheidsdatum. En zo straalt het verwijt aan het moslimfanatisme, dat het zijn waarden niet ter discussie stelt en opdringt, eigenlijk ook een beetje af op onze Westerse culturele canon waar, excuseer de vergelijking, ook een kransje van imams de dienst uitmaken. Ook zij zijn gesteld op stabiliteit en consolidatie van waarden. Je mag kritiek geven op alles, maar het cultuurestablishment houdt van zichzelf. Dat geldt in Vlaanderen, dat geldt internationaal.

Als ik onze veel gelauwerde kunstschilder/ondernemer Luc Tuymans hoor konkelfoezen met natiebaas Fernand Huts, die beiden de internationale kunstmarkt bezingen waarin 1% superrijken mogen beslissen over wat waardevol is, dan zie ik au fond maar weinig verschil met een conclaaf van Korangeleerden die even onder elkaar uitmaken hoe de wereld er moet uitzien.

Mijn stout besluit is dit, en neem het voor wat het waard is: ook wij, zogenaamd Verlichte geesten, hebben nog altijd moeite met sterfelijkheid en eindigheid. Ook wij houden van zekerheden en vaste waarden. Ook wij creëren onze profeten met semi-goddelijke status. Ook wij kunnen ons maar moeilijk verzoenen met het idee dat, wat vandaag waar is, het morgen niet meer is. Misschien moeten we toch ook eens durven stellen dat niet alleen de Koran en de verzamelde fatwa’s, maar ook pakweg de Duivelsverzen gedateerd kunnen zijn, als momentopnames en contextgebonden tijdsdocumenten.

In die zin hebben wij het monotheïsme en het religieuze denken nog altijd niet helemaal verteerd, en leven wij mentaal nog in de middeleeuwen ondanks dat modern jasje. Enige bescheidenheid siert.

Vrij zullen we pas worden, als we niet alleen de Koran maar ook de Westerse cultuurcanon klasseren als efemere verschijnselen die nauwelijks het papier waard zijn waarop ze gedrukt worden. Fatwa’s en romans zijn vermakelijk maar moeten vooral niet te ernstig genomen worden. Idem dito voor 99% van wat er op deze planeet aan woordenkramerij omgaat.

Een kunstenaar die absoluut de krant wil halen, heeft iets van een schoothond.

De Cock3Kunstenaar/beeldhouwer Jan De Cock is niet te spreken over de Vlaamse media. Hij beticht hen van cultuurloosheid, oppervlakkigheid en banaal winstbejag.
Dat kan ik alleen maar beamen, ik heb er met mijn confrater Frank Thevissen ook een essaybundel aan gewijd die, hoe kan het anders, door die media werd doodgezwegen en bijna onder de toonbank werd verkocht.
Maar De Cock laat het er niet bij. In een vlammend manifest klaagt hij de barbarij van de Vlaamse media aan, wat soms tamelijk groteske zinnen oplevert met een kwakkelige grammaticale ondergrond, zoals:
‘U krijgt nog één etmaal om nu onmiddellijk, exclusief en elitair allen tegen de stroom in te zwemmen als volgroeide Alaskaanse zalm, om alle noodwendige aanpassingen te maken ten goede van de Belgische bevolking of meester-beeldhouwer Jan De Cock, permanent labeurend voor The Brussels Art_Institute, uw welgekend kunstenaarsatelier dat dienst doet als model voor een meta-schoolmuseum van de toekomst.’

“Faliekante prijsdalingen”

Het is voorwaar geen loos dreigement: Jan De Cock heeft klacht ingediend tegen de VRT, Mediahuis, De Persgroep en Roularta Media Groep wegens culturele wansmaak, en eist een schadevergoeding én een onmiddellijke rechtzetting, mede in naam van al zijn collega-kunstenaars.
Nu kan men De Cock zelf moeilijk een miskend kunstenaar noemen (media uit alle hogervernoemde groepen pikten zijn actie trouwens gretig op). Hij stelt ten toon in binnen- en buitenland en krijgt goede kritieken. Wat bezielt zo iemand dan om te gaan janken dat onze kerktorenpers zich niet voldoende cultuur-minded opstelt?
De aap komt ergens in het midden van zijn epistel uit de mouw: hij stoort zich aan “de gênante marktmanipulatie door kitsch voorrang op kunst te geven, met faliekante prijsdalingen als gevolg voor echte schoonheid”. Anders gezegd: de commerciële inspiratie die hij de Vlaamse kranten verwijt, is hem ook niet vreemd, want het gaat om marktwaarde en de prijs die hij voor zijn schilderijen kan krijgen. Terechte bekommernis, maar waarom dit verpakken als een nobele kruisvaart voor meer cultuur in de media? Soyons sérieux: dit is gewoon een stunt met alle kenmerken van een goeie reclamecampagne.

Meer ten gronde nog. Cultuur is voor mij per definitie iets marginaal, middelpuntvliedend, en een ritueel van de uitzondering. Cultuur die zich vereenzelvigt met mediocriteit en mainstream, is ten dode opgeschreven. In die zin zijn de massamedia, als emanatie van de mediocriteit (een krant moet nu eenmaal verkopen en zoekt de grootste gemene deler) helemaal geen cultuurdragers en moet men ze herleiden tot wat ze zijn: gazettenpraat waar men de volgende dag zijn aardappelen op schilt.
Ook ik heb weleens, in een vlaag van puberaal actionisme, publiek een krant verbrand, maar achteraf bekeken moet men toegeven: wat zou een filosoof nog waard zijn, als zijn moment-de-gloire in De Standaard zou aanbreken, met een lovend interview en schone foto? Niets dus, men wordt herleid tot culturele ‘kitsj’, of gewoonweg vulsel tussen twee advertenties.
Intrinsiek lijkt het me dan eerder onrustwekkend als de media je teveel volgen of als je elke twee weken op TV komt: het betekent dat je behapbaar, aaibaar, gestroomlijnd en, nu ja, marktconform wordt. Willen we dat, wij, rebellen, beeldenstormers, outlaws?

Ten slotte lijkt dit een achterhoedegevecht in het papieren universum, dat sowieso tot een vorig millennium behoort. Want Jan De Cock heeft blijkbaar ook iets tegen de anarchie van de digitale media: ook daar kopieert iedereen zo maar van iedereen, dreigt een implosie van het auteursrecht, en kan iedereen zich kunstenaar of schrijver of journalist noemen,- waar gaan we naartoe.
Zo zakt het Grote Cultuurmanifest van Jan De Cock helemaal ineen tot zijn reële dimensie: dat van een knorrige grossier in moderne kunst. Talent is één ding, kritisch bewustzijn en zelfkennis een tweede.
Kan het één zonder het ander? Jan De Cock geeft zelf het antwoord.

Het duet van de verleiding: elke dag wordt ons geleerd dat een ‘neen’ niet simpelweg een ‘neen’ is.

Een van de redenen waarom ik zelden inga op een uitnodiging voor een gesprek in de radiostudio, is het risico om verleid te worden door de presentatrice. Ik durf te zeggen: verleid, niet aangerand, want ook als ik aanvankelijk weinig enthousiasme betoon, toch kan puntje bij paaltje komen als de dame het goed aanpakt. Dus: neen dank u, voor mij geen interviews.
Aanleiding voor deze reflectie is uiteraard het geval van de Gentse Urgent.fm-presentator die tijdens zijn live-radioshow (ik veronderstel toch niet op antenne, met alle luisteraars als getuige?) een vrouw zou verkracht hebben waarmee hij al bevriend was en ook intieme facebook-conversaties had gehad.
Tot grote consternatie van de vrouwenbeweging sprak de rechter (bijgezeten door twee vrouwelijke rechters) de man nu vrij, omdat het over een ‘opbouw van seksuele spanningen’ ging, en de man op een bepaald moment gewoon ‘bepaalde signalen verkeerd had begrepen’. En zo zijn we weer bij de eindeloze discussie over seks, verleiding en vrije wil. Zeker als het over twee volwassen mensen gaat die al een periode van ‘verkenning’ achter de rug hebben.
‘Een neen is een neen!’ roept de vrouwenbeweging in koor. Was dat maar waar, wat zou de wereld heerlijk simpel zijn. We leven namelijk in een cultuur die assertiviteit, doortastendheid, maar dus ook een vorm van sluwheid en communicatieve strategie sterk waardeert. Men spreekt dan zelfs over ‘emotionele intelligentie’ als vermogen om snel te achterhalen waar de klepel hangt.
Toen wij, lang geleden, als kandidaat-bouwers Batibouw bezochten, hadden we op voorhand beslist: niets kopen, niets tekenen, alleen kijken. Dat lukte ook, tot aan de patio die ons van de uitgang scheidt. Daar stond een vertegenwoordiger encyclopedieën te verkopen (‘In een huis moet toch een schone boekenkast staan? En in een boekenkast toch een waardevolle encyclopedie?), en geloof het of niet: wij gingen met een ondertekende bestelbon naar huis.
Achteraf waren we beschaamd en kwaad, maar tevergeefs: die Grote Winkler Prins staat nog steeds in mijn boekenkast, als een frappant bewijs van de menselijke doortraptheid versus onnozelheid.
Mijn vrouwelijke lezers zullen het schandalig vinden dat ik dit met een ‘aanranding’ durf te vergelijken, en toch. Worden we niet heel de tijd overspoeld met verleidingsboodschappen, politieke, commerciële, van allerlei aard, waarbij de boodschapper heel goed weet dat zelfs een steen zich laat uithollen als de druppels maar lang genoeg vallen?
Op die manier ontstaat inderdaad een mainstream-filosofie dat een ‘neen’ betrekkelijk is en mits wat friemelwerk tot een ja kan omgebogen worden. Is dit geweld? Uiteraard. De verwevenheid tussen kapitalisme, reclame, communicatiewetenschap en dagelijkse omgangsethiek plaatst iedereen in een status van verleider of verleide, ‘verkoper’ of ‘koper’, bedrieger of bedrogene. De seksualiteit is dan de plek waar dit duet wordt gezongen, telkens opnieuw. De aria ‘La ci darem la mano’ uit Mozarts Don Giovanni, is een absoluut icoon van onderhandeling, waarin de verleider, Don Juan, het boerenmeisje Zerlina ‘een encyclopedie verkoopt’, zonder recht op bedenktijd.
Wat is een negatie nog waard in zo’n supercommunicatief universum van het ambigue taalspel? Niets dus. De afwijzing geldt alleen als absoluut in het logisch universum. Jammer genoeg is seks niet logisch maar biologisch, en gaat het dus over ‘signalen’ en de mate van ontvankelijkheid daarvoor. De rechtspraak struikelt er eindeloos over. De Vrouwenraad ook.
Ergo: wie de supermarkt binnen gaat, stelt zich bloot aan verleiding, en moet achteraf niet komen klagen. Idem voor alle plekken, en ze zijn talloos, ook radiostudio’s, waar de Don Juans (m/v) en de Zerlina’s (m/v) elkaar rendez-vous geven. Eigenlijk heel de moderniteit dus. De verleiding is overal, de seksuele metataal ook. Iemand zin om ze af te schaffen?

‘Spotlight’ en pedofilie: over gemakkelijke verontwaardiging 25 jaar na de feiten

spotlight

Deze dagen gaat Spotlight bij ons in première, een Amerikaanse film, gebaseerd op het onderzoek van de krant The Boston Globe, die in 2002 een grootschalig kindermisbruikschandaal binnen de Katholieke Kerk aan het licht bracht.

De film brengt toestanden naar boven die wij hier ook kennen en waar wij ook nog volop mee aan het afrekenen zijn. In 2010 ontplofte er alhier een bom toen Roger Vangheluwe, bisschop van Brugge, schuldig bleek aan jarenlang misbruik van een minderjarige neef.

Bij dit alles passen twee kanttekeningen die ik als ongemakkelijke bedenkingen toevoeg bij de publieke verontwaardiging die nu algemeen is.

’t Is de tijdgeest, mijn kind.

Ten eerste is de vraag over het algemene stilzwijgen tamelijk makkelijk te beantwoorden: iedereen vond het normaal. Nu ja, normaal. In de jaren ’70 werden er grapjes gemaakt over paters met losse handjes. Het was, laten we zeggen, een publiek geheim met enig amusementsgehalte. Dat pleit kindermisbruik niet vrij. Het enige probleem is dat we feiten en zeden van toen aan onze maatstaven van vandaag meten.

In een opiniestuk dat verscheen op 9 december 1979 in De Morgen, liet ene Etienne Vermeersch zich bijzonder tolerant uit over pedofilie. Met name zag hij er geen graten in dat een volwassene zich liet masturberen door een kind, en dit omwille van het genot dat dit oplevert. De pedofiel moest met begrip bejegend worden als iemand met speciale seksuele voorkeuren, niet als een crimineel of een geesteszieke.

We hebben het hier dus wel degelijk over dé Etienne Vermeersch, professor moraalfilosofie en onverbeterlijk opiniemaker die iedereen de les wil lezen. Vandaag is hij een van de meest ongenadige criticasters van de kerkelijke pedofielen. Het woord ‘castratie’ is al gevallen. Het kan dus verkeren.

Maar voor we Vermeersch hiervoor aan de schandpaal spijkeren, dient toegegeven: hij had de tijdsgeest mee, namelijk de vrijheid-blijheid-ideologie van de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Toen kon je ook in de seksshops vlak over de Nederlandse grens porno kopen waarin volwassenen het met kinderen deden, alsof het niks was. Nu is dat ondenkbaar. De professor surft op de tijdsgeest als geen ander. Gisteren én vandaag. Daarom ook neemt hij nu standpunten in die haast van het VB zouden kunnen komen, de partij die hij jarenlang verbanvloekte toen het cordon sanitaire nog stevig rechtop stond.

De eenzame klokkenluider

Dus ja: verontwaardiging met terugwerkende kracht is gemakkelijk en is een van de meest genante aspecten van politieke correctheid.

Dat brengt me tot de tweede bedenking: hoe goed die film “Spotlight” ook gemaakt is, en hoe voortreffelijk de boodschap, voor ons is ze triviaal. De Dutroux-affaire in 1996 was het definitieve kantelpunt waarin de hedonistische norm (‘alles kan, als je er maar plezier aan hebt’) moest wijken voor een nieuwe moraal, die veel meer op het slachtoffer focust (in de oude moraal nog het lustobject, dat verondersteld werd te delen in het plezier), maar ook een nieuwe golf van puritanisme opleverde. Vandaag is iedereen tegen pedofilie en kan de minste schijn tegen je, hoe loos ook, je huwelijk en carrière breken. De welbekende heksenjachtlogica.

De vraag is dus, waar we de echte helden van de ‘onderzoeksjournalistiek’ moeten situeren. In het tijdperk achteraf, of op het moment zelf? Voor mij is het duidelijk: datgene wat tegen de tijdstroom ingaat, zich dus op het moment zelf manifesteert als kritiek, daar zit de echte intellectuele moed.

Het onderzoek van The Boston Globe omtrent de pedofiele priester John Geoghan en de daarbij opgezette doofpotoperaties gaat over exact dezelfde tijd waarin Etienne Vermeersch zijn ode aan de pedofilie neerschreef, de jaren ’70 dus. De krant bracht het schandaal aan het licht in 2002, maar dat is nog altijd 25 jaar na de feiten. Was er toen niemand die aan de alarmbel trok? Ja, vermoedelijk wel, maar wat is er daarmee gebeurd? Hebben ze die man omgekocht? Gechanteerd? Gek verklaard als paranoïde complotdenker?

Opnieuw komen we uit bij de filosoof Friedrich Nietzsche en zijn ‘Unzeitgemässe Betrachtungen’: de kunst is, om bij de tijd te zijn, net door de tijdsgeest te negeren. Ook vandaag gebeuren er dingen die niemand ziet, omdat ze ‘normaal’ zijn en als hedendaags worden beschouwd. Als je de enige bent die iets niet normaal vindt, ben je zelf abnormaal, punt uit. Kijk uit naar de enkeling/klokkenluider die daar doorheen durft breken. De onverbeterlijke priester-activist Rik Devillé is er zo eentje. Een beetje gek moet je daarvoor echt wel zijn. Chapeau.

Vogels versus drones: wat als de luchtoorlog eindigt in een (k)luchtig naspel?

Nu je in de Aldi een drone kan kopen voor 99 euro, staat het wel vast: dit wordt hét hebbeding van 2016. En ook hier zal de drang om te kijken de overhand krijgen op dat oubollig gelul over privacy. Het veralgemeend voyeurisme van de sociale media krijgt eindelijk een concreet verlengstuk in de universele hobby-spionage via de onbemande helikopter met ingebouwde camera. Natuurlijk wilt u weten welke standjes de buren op zondagmorgen bedrijven, neen, zeg niet dat het niet waar is. Nieuwsgierigheid en exhibitionisme zijn de nieuwe kernattitudes waar een nieuwe verbruikerstechnologie zich op richt.
Jammer genoeg beginnen ook criminelen en terroristen dat voordeel te ontdekken, en wordt de drone een prachtige afstand-gestuurde passe-partout om het terrein te verkennen, handtassen te stelen, bommetjes te droppen, kerncentrales onklaar te maken, en zo meer.

Posthumane wereld

Maar nu komt het ding dus echt aanzetten als massaproduct. Het centrum van de actie verplaatst zich dan naar het luchtruim dat, afgezien van de luchtvaart en de ruimtevaart, al sinds het Krijt beheerst wordt door de Aves, ofte de klasse der vogels, zoals u weet, ontstaan uit de dinosauriërs.
Deze biologische verwijzing is niet onbelangrijk. De Nederlandse politie is namelijk roofvogels aan het africhten, meer bepaald arenden, om malafide drones aan te vallen en onschadelijk te maken. Echte beesten dus, tegen elektronica en ijzer. Deze luchtoorlog zal escaleren, want uiteraard zullen de criminelen en terroristen dat wapen passend beantwoorden, hetzij met nog agressievere roofvogels, eventueel gemuteerde exemplaren, of met drones die elke superarend de baas kunnen.

Derde bedrijf, en nu wordt het pas vermakelijk: ook eenden, ganzen, meeuwen, mussen, vinken en nachtuilen zullen zich in het debat mengen. Het is namelijk niet uitgesloten dat bestaande vogelsoorten, naast vliegende insecten zoals libellen, én intelligente vliegtuigjes allerhande, samen een bio-technotoop vormen,- een wereld op zich die uit dat menselijk gekrioel ontsnapt om met nieuwe regels een vrijstaat te vormen van vogelvrijen. Terwijl de menselijke cultuur verder verdort en finaal uitsterft. Wat er eerst uitziet als een Armaggedon en een menselijke totaaloorlog in de lucht, wordt onverwacht beslecht in de creatie van een vrolijke nieuwe, posthumane wereld vol gezoem en gefladder. Probleem opgelost.

Dat nieuwe tussenrijk tussen hemel en aarde kwam al op de proppen in de satire van Aristophanes, genaamd “De Vogels”, opgevoerd in 414 voor Christus. Aristophanes wijst er fijntjes op dat de menselijke beschaving (in zijn geval de Atheense) van boven uit bekeken hoogst futiel is, en dat de projectielen die wij de lucht in schieten ooit wel eens hun doel helemaal zouden kunnen missen en gaan vervogelen. Een onwaarschijnlijke grap die alleen de Grieken konden bedenken.
Na de uitvinding van de muurplug (zie gisteren) als hoogtepunt, gaat het snel bergaf met onze technologische beschaving. Door arenden in te zetten tegen drones, komt het komisch karakter van deze afgang onweerstaanbaar naar boven.