‘Spotlight’ en pedofilie: over gemakkelijke verontwaardiging 25 jaar na de feiten

spotlight

Deze dagen gaat Spotlight bij ons in première, een Amerikaanse film, gebaseerd op het onderzoek van de krant The Boston Globe, die in 2002 een grootschalig kindermisbruikschandaal binnen de Katholieke Kerk aan het licht bracht.

De film brengt toestanden naar boven die wij hier ook kennen en waar wij ook nog volop mee aan het afrekenen zijn. In 2010 ontplofte er alhier een bom toen Roger Vangheluwe, bisschop van Brugge, schuldig bleek aan jarenlang misbruik van een minderjarige neef.

Bij dit alles passen twee kanttekeningen die ik als ongemakkelijke bedenkingen toevoeg bij de publieke verontwaardiging die nu algemeen is.

’t Is de tijdgeest, mijn kind.

Ten eerste is de vraag over het algemene stilzwijgen tamelijk makkelijk te beantwoorden: iedereen vond het normaal. Nu ja, normaal. In de jaren ’70 werden er grapjes gemaakt over paters met losse handjes. Het was, laten we zeggen, een publiek geheim met enig amusementsgehalte. Dat pleit kindermisbruik niet vrij. Het enige probleem is dat we feiten en zeden van toen aan onze maatstaven van vandaag meten.

In een opiniestuk dat verscheen op 9 december 1979 in De Morgen, liet ene Etienne Vermeersch zich bijzonder tolerant uit over pedofilie. Met name zag hij er geen graten in dat een volwassene zich liet masturberen door een kind, en dit omwille van het genot dat dit oplevert. De pedofiel moest met begrip bejegend worden als iemand met speciale seksuele voorkeuren, niet als een crimineel of een geesteszieke.

We hebben het hier dus wel degelijk over dé Etienne Vermeersch, professor moraalfilosofie en onverbeterlijk opiniemaker die iedereen de les wil lezen. Vandaag is hij een van de meest ongenadige criticasters van de kerkelijke pedofielen. Het woord ‘castratie’ is al gevallen. Het kan dus verkeren.

Maar voor we Vermeersch hiervoor aan de schandpaal spijkeren, dient toegegeven: hij had de tijdsgeest mee, namelijk de vrijheid-blijheid-ideologie van de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Toen kon je ook in de seksshops vlak over de Nederlandse grens porno kopen waarin volwassenen het met kinderen deden, alsof het niks was. Nu is dat ondenkbaar. De professor surft op de tijdsgeest als geen ander. Gisteren én vandaag. Daarom ook neemt hij nu standpunten in die haast van het VB zouden kunnen komen, de partij die hij jarenlang verbanvloekte toen het cordon sanitaire nog stevig rechtop stond.

De eenzame klokkenluider

Dus ja: verontwaardiging met terugwerkende kracht is gemakkelijk en is een van de meest genante aspecten van politieke correctheid.

Dat brengt me tot de tweede bedenking: hoe goed die film “Spotlight” ook gemaakt is, en hoe voortreffelijk de boodschap, voor ons is ze triviaal. De Dutroux-affaire in 1996 was het definitieve kantelpunt waarin de hedonistische norm (‘alles kan, als je er maar plezier aan hebt’) moest wijken voor een nieuwe moraal, die veel meer op het slachtoffer focust (in de oude moraal nog het lustobject, dat verondersteld werd te delen in het plezier), maar ook een nieuwe golf van puritanisme opleverde. Vandaag is iedereen tegen pedofilie en kan de minste schijn tegen je, hoe loos ook, je huwelijk en carrière breken. De welbekende heksenjachtlogica.

De vraag is dus, waar we de echte helden van de ‘onderzoeksjournalistiek’ moeten situeren. In het tijdperk achteraf, of op het moment zelf? Voor mij is het duidelijk: datgene wat tegen de tijdstroom ingaat, zich dus op het moment zelf manifesteert als kritiek, daar zit de echte intellectuele moed.

Het onderzoek van The Boston Globe omtrent de pedofiele priester John Geoghan en de daarbij opgezette doofpotoperaties gaat over exact dezelfde tijd waarin Etienne Vermeersch zijn ode aan de pedofilie neerschreef, de jaren ’70 dus. De krant bracht het schandaal aan het licht in 2002, maar dat is nog altijd 25 jaar na de feiten. Was er toen niemand die aan de alarmbel trok? Ja, vermoedelijk wel, maar wat is er daarmee gebeurd? Hebben ze die man omgekocht? Gechanteerd? Gek verklaard als paranoïde complotdenker?

Opnieuw komen we uit bij de filosoof Friedrich Nietzsche en zijn ‘Unzeitgemässe Betrachtungen’: de kunst is, om bij de tijd te zijn, net door de tijdsgeest te negeren. Ook vandaag gebeuren er dingen die niemand ziet, omdat ze ‘normaal’ zijn en als hedendaags worden beschouwd. Als je de enige bent die iets niet normaal vindt, ben je zelf abnormaal, punt uit. Kijk uit naar de enkeling/klokkenluider die daar doorheen durft breken. De onverbeterlijke priester-activist Rik Devillé is er zo eentje. Een beetje gek moet je daarvoor echt wel zijn. Chapeau.

Advertenties

3 Reacties op “‘Spotlight’ en pedofilie: over gemakkelijke verontwaardiging 25 jaar na de feiten

  1. Men kan niet genoeg benadrukken hoe walgelijk dit is.Kinderen MOET men gerust laten.Zij moeten in een warme,gemoedelijke, kindvriendelijke omgeving kunnen opgroeien!Ikzelf ben jaren als onderwijzer bezig geweest met opvoeding en heb steeds voor het belang van het kind gekozen.Nu nog waarederen mijn oud-leerlingen dit nog steeds en krijg ik veel respect van hen terug.Hier ben ik fier op

  2. lucdevincke

    De “tijdsgeest” en de “cultuur” is alles. In de Oudheid was “knapenliefde” het ideaal. Seks met een vrouw was er voor de voortplanting, de liefde voor de (mannelijke) jongeling was het summum van intellectuele voldoening. Nu heeft men het over pedofielen, pederasten en schandknapen. Homofilie (Homofobie) heeft altijd een slingerbeweging gemaakt; van nu in het Westen door de wet gedwongen aanvaarding, tot strenge vervolging al dan niet met doodstraf in andere periodes. Culturele verschillen maken dat IS homoseksuelen van torens gooit en dat in bepaalde delen van de wereld kindhuwelijken nog tot het dagelijkse leven behoren.
    “Normaal” zijn is geen objectief gegeven, geen feit. “Normaal” is wat door een maatschappij als normaal wordt gevonden binnen een geografisch- en tijdsgebonden kader. Conclusie; als je geboren wordt met een geaardheid op de verkeerde plaats op het verkeerde moment, heb je pech.

  3. Waar het abnormale tot norm verheven wordt, verdwijnt de beschaving, zo ongeveer.
    Je moet tegenwoordig al bijna beschaamd zijn, wanneer je nog altijd getrouwd bent met je eerste echtgeno(o)t(e), alleen maar kinderen hebt gemaakt binnen je huwelijk en je jezelf klaarstoomt op een huwelijksjubileum, waar kleuren en symbolen teruggrijpen naar oeroude tradities. Ondanks het bestaan van internet vraag ik mij bijvoorbeeld al heel lang af waarom zilver geassocieerd wordt met 25 en spreken, en 50 met goud en zwijgen? Wanneer het ooit zover komt, mag ik hopen dat ik het nog besef en de diepe betekenis daarvan zal begrijpen. Dat is in elk geval iets moois om naar uit te kijken… Enfin, dat vind ik toch.
    Geaardheid is een gemakkelijke vlag die mijns inziens veel te veel ladingen dekt. Geen enkele menselijke baby wordt op geen enkele plaats ter wereld geboren als een volwassene, in de betekenis van volgroeid wezen, ook en vanzelfsprekend niet op seksueel gebied. Niet voor niets spreekt men sinds mensenheugenis van opvoeding. Dat is een heel slechte vertaling van het woord educatio, dat spijtig genoeg heden ten dage beperkt blijft tot het onderricht in een schoolse omgeving, zij het een hogeschool of universiteit. Geen enkel diploma garandeert de totstandkoming van de “uomo universalis”, de mens die alles beheerst. Trouwens, bij de uitvinding van die term in de renaissance, ging het ook alleen maar om “mensen” van het mannelijk geslacht, om over verkeerde plaats en verkeerde moment en vooral… pech maar verder te zwijgen. Lesbiennes op het einde van de middeleeuwen en het begin van de renaissance zullen zeker ook al wel bestaan hebben, vooral in kloosters allicht, maar is dat gebeurd dankzij of juist ondanks de toenmalige (non-)opvoeding (van meisjes)?
    Feit blijft dat homofilie (m/v) nog altijd geen aangeboren ziekte is, in tegenstelling tot hemofilie. Waar komt dan de tegenwoordige uitbraak vandaan? Uit een gebrek aan seksuele opvoeding? In de betekenis van gebrek aan voorbeeldgedrag en niet-schoolse e-du-ca-tio, en zeker niet in gebrek aan alles-laten-zien, want dat is er integendeel al meer dan genoeg! Misschien van een te vroege seksuele ervaring? Die fameuze eerste keer die ook wettelijk gezien alsmaar vroeger toegelaten wordt, op -laat ons eerlijk zijn- eerder onrijpe seksuele leeftijd? Of steken we de schuld volledig op de permissieve samenleving, die alles-kan/alles-mag tot absolute norm verheft?