De Fatwa’s en de Duivelsverzen: misschien mankeert op beide een houdbaarheidsdatum.

fatwaZopas herinnerden een aantal Iraanse media ons eraan dat er nog altijd een prijs staat op het hoofd van de Indisch-Britse schrijver Salman Rushdie, auteur van de beruchte roman ‘De Duivelsverzen’ (1988). De fatwa (een religieuze banvloek) was al in 1989 uitgesproken door ayatollah Khomeini op zijn sterfbed en ietwat in vergetelheid geraakt, na een turbulente periode waarin Rushdie echt voor zijn leven moest vrezen en zelfs een aanslag overleefde. Er gingen bommen af in boekenwinkels, uitgevers werden bedreigd, vertalers doodgestoken. Maar de laatste tijd kwam de ondergedoken Rushdie weer buiten en hadden zelfs de slimmere orthodoxe moslims toegegeven dat de doodsreutel van ayatollah Khomeini nu wel zijn tijd heeft gehad.

A.s. vrijdag echter zijn het verkiezingen in Iran, waarin de conservatieve haviken (opgehitst door de Revolutionaire Garde, de waakhond van de Iranese revolutie) op ramkoers liggen met het progressieve beleid van president Rohani die betere relaties wil met het Westen. Vandaar dus die hernieuwde fatwa, kwestie van het vuur wat op te poken. Zoals bekend kan iedereen met een beetje gezag in de islamwereld zo’n fatwa uitspreken. Waarbij de oervijanden binnen de islam, Sjiieten (in Iran dominant) en Soennieten (met als meest eminente vertegenwoordiger Saudi-Arabië) ook wel elkaar in de ban slaan.

Het feit dat Rushdie de pineut werd, is bijna een historische toevalligheid die te maken heeft met het klimaat in Iran anno 1989, en de noodzaak om een Satanfiguur te identificeren die het decadente westerse ongeloof belichaamde. Wat kon er dan beter van pas komen dan een boek dat ‘De Duivelsverzen’ heet en een soort karikatuur beschrijft van het religieuze denken an sich? Van de weeromstuit werd net daardoor het werk van Rushdie zo de hemel in gekatapulteerd door de westerse intelligentsia, dat hij ook iets onaanraakbaars kreeg, en zijn boek de status van ‘wereldliteratuur’, waarbij het martelaarschap van de vervolgde auteur uiteraard mee de bestseller creëerde. Anders gezegd: het absolute karakter van de Koran kreeg een bizar spiegelbeeld in de iconoclaste cultroman.

Cultuurestablishment

Laat duidelijk zijn: Salman Rushdie is een schitterend auteur, waarbij ik zijn ‘Midnight’s Children’ nog verkies boven de ‘The Satanic Verses’. Van mij mogen ze hem direct de Nobelprijs geven. Maar dat is misschien eerder een deel van het probleem dan een deel van de oplossing. Rushdie is namelijk een zo veelvuldig gelauwerd schrijver die alle mogelijke literaire prijzen heeft gekregen plus een verheffing in de Engelse adelstand, dat hij zelf een haast religieus icoon, een monstre sacré  is geworden van de internationale vrijdenkerij waartoe ik mezelf reken.

Anders gezegd: wij creëren even goed onze (af)goden, alleen al omdat de markt er behoefte aan heeft. De markt is onze religie en cultuur is er maar één kraam van. Binnen die cultuur is er wel behoefte aan verandering en afwisseling, maar bovenaan, in de galerij, is er geen plaats voor een ‘Umwertung aller Werte’.

En Rushdie hebben wij daar geplaatst, in het pantheon, als een atheïstische profeet. De fatwa heeft een religieuze eeuwigheidswaarde, de Duivelsverzen een literaire. Met dat dubbel ‘ad infinitum’ zitten we opgescheept. Het probleem van beide is hetzelfde: een gebrek aan houdbaarheidsdatum. En zo straalt het verwijt aan het moslimfanatisme, dat het zijn waarden niet ter discussie stelt en opdringt, eigenlijk ook een beetje af op onze Westerse culturele canon waar, excuseer de vergelijking, ook een kransje van imams de dienst uitmaken. Ook zij zijn gesteld op stabiliteit en consolidatie van waarden. Je mag kritiek geven op alles, maar het cultuurestablishment houdt van zichzelf. Dat geldt in Vlaanderen, dat geldt internationaal.

Als ik onze veel gelauwerde kunstschilder/ondernemer Luc Tuymans hoor konkelfoezen met natiebaas Fernand Huts, die beiden de internationale kunstmarkt bezingen waarin 1% superrijken mogen beslissen over wat waardevol is, dan zie ik au fond maar weinig verschil met een conclaaf van Korangeleerden die even onder elkaar uitmaken hoe de wereld er moet uitzien.

Mijn stout besluit is dit, en neem het voor wat het waard is: ook wij, zogenaamd Verlichte geesten, hebben nog altijd moeite met sterfelijkheid en eindigheid. Ook wij houden van zekerheden en vaste waarden. Ook wij creëren onze profeten met semi-goddelijke status. Ook wij kunnen ons maar moeilijk verzoenen met het idee dat, wat vandaag waar is, het morgen niet meer is. Misschien moeten we toch ook eens durven stellen dat niet alleen de Koran en de verzamelde fatwa’s, maar ook pakweg de Duivelsverzen gedateerd kunnen zijn, als momentopnames en contextgebonden tijdsdocumenten.

In die zin hebben wij het monotheïsme en het religieuze denken nog altijd niet helemaal verteerd, en leven wij mentaal nog in de middeleeuwen ondanks dat modern jasje. Enige bescheidenheid siert.

Vrij zullen we pas worden, als we niet alleen de Koran maar ook de Westerse cultuurcanon klasseren als efemere verschijnselen die nauwelijks het papier waard zijn waarop ze gedrukt worden. Fatwa’s en romans zijn vermakelijk maar moeten vooral niet te ernstig genomen worden. Idem dito voor 99% van wat er op deze planeet aan woordenkramerij omgaat.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.