Wanneer “ondemocratisch” een geuzentitel wordt: Hollande scheidt het kaf van het koren

Er zijn zo van die dagelijks gebruikte woorden waarvan je in de verste verte niet snapt welke betekenis ze nog hebben. We noemen ze stoplappen, onnozele clichés die dienen om de gaten in een conversatie te vullen. Maar sinds Georges Orwell weten we ook dat de macht zich bedient van die clichés, gecombineerd met semantische verwarring en omkering van betekenissen.

Het meest autoritaire naoorlogse regime in Europa, een trouwe vazalstaat van de Sovet-Unie zonder vrije pers en met een nazi-achtig repressie-apparaat, noemde zich zonder complexen de Deutsche Demokratische Republik. What ’s in a name. Meteen zijn we bij de stoplap aller stoplappen, want àlles is vandaag gewoonweg democratisch, behalve datgene wat ondemocratisch is. Probleem: het zijn altijd diegenen die de lakens uitdelen, die hier voor scheidsrechter (willen) spelen. Twee voorbeelden.

Een paar dagen geleden moet de Franse president François Hollande zich op France-Inter hebben laten ontvallen dat landen waar ‘extreemrechtse’ partijen aan de macht zijn uit de EU moeten geweerd worden. Hij doelt daarmee op Hongarije en Polen, maar eigenlijk is het een radeloze poging om in eigen land het Front National van Marine Le Pen, piekend in de peilingen, te diaboliseren als een bedreiging voor de democratie.

Cordon sanitaire

Is de term ‘extreemrechts’ op zich een spookterm, het is ook compleet onwaar. Marine Le Pen wil de democratie helemaal niet afschaffen, ze is tegen open grenzen, tegen de islamisering, en voor een sterke Franse nationale soevereiniteit. Maar vooral: ze spreekt met een ‘links’ sociaal programma de klasse van arbeiders en werklozen aan, het traditionele kiespubliek van de socialisten. Tja, zo’n partij kan je alleen nog via de semantiek bestrijden: ontneem hen gewoon het label ‘democratisch’, probleem opgelost. Denkt Koning François in zijn paleis aan de Champs Elysées.

Het roept uiteraard herinneringen op aan het cordon sanitaire bij ons, een uitvinding van het Belgische politieke establishment om na de zgn. Zwarte Zondag van 1991 het Vlaams Blok uit te roepen tot een ‘ondemocratische partij’. Men kan veel zeggen over dat VB, maar er is helemaal niks ondemocratisch aan, het heeft nooit de ambitie geuit om onze rechtstaat en zijn instellingen te ontmantelen. Bovendien toetert Filip Dewinter nu rond dat de N-VA het aloude 70-puntenplan aan het uitvoeren is, weliswaar in watten verpakt. Hij heeft een punt.   Niettemin horen we premier Michel nog altijd peroreren over de ‘democratische partijen’, zich wellicht heel goed bewust dat hij daarmee een soort consensusdemocratie creëert als dam tegen het open debat. Anders gezegd: dit is pure Orwell.

Dat machtspolitici in dit spel volharden, zou je nog kunnen begrijpen. Dat intellectuelen er nog altijd in meegaan, is verontrustender. In Nederland is de jonge rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema de kersverse lieveling van de media en het politieke establishment omdat hij opnieuw het idee lanceert om bepaalde partijen en politieke bewegingen buiten de wet te stellen. Denkt hij aan het moslimfundamentalisme en zij die de sharia willen invoeren? Neen, vooral de PVV van Wilders is een ‘kritisch te volgen’ partij omdat ze de Koran wil verbieden. Leg me de logica uit.

Het populisme als spelbreker 

Dé klassieke historische casus in dit debat is uiteraard de verkiezing van de NSDAP begin de jaren ’30 in Duitsland, waarna Hitler de Rijksdag ontbond. Rijpkema verwijst tot in de treure naar dit voorbeeld om een partijverbod vandaag te verdedigen, waarbij hij vooral zijn pijlen richt op de rechterzijde. Dat is een ontstellend zwaktebod van een intellectueel die blijkbaar zelf de moed van de overtuiging heeft opgegeven, om hem in te ruilen voor een uitsluitingslogica. Als hij Wilders wil bestrijden, dan graag met politieke argumenten, niet met vermomde censuurpraat waar men in Den Haag gretig op inpikt.

Het mag om die redenen niet verbazen dat mensen genoeg hebben van het Orwelliaanse ‘democratie’-concept, aan de politieke én aan de intellectuele kant. Dus komen figuren als Wilders en Donald Trump boven water, die gewoon zeggen waar het op staat en de democratie terug tegensprakelijk maken. Nooit een boeiender verkiezingskamp meegemaakt dan de huidige in de VS. Donald Trump is ondertussen afgekeurd door Miss België 2007 Annelien Coorevits (“Hij zag me nog niet staan!”),- en is door het establishment als ‘populist’ geklasseerd, waarom verbaast me dat niet. Maar ook zijn enige echte tegenstrever, Bernie Sanders, is een partijloze outsider die uit het niets opduikt en de deur uit zijn hengsels licht.

De ironie is immers dat, hoe hardnekkiger de zelfverklaarde democraten zich wentelen in hun grote gelijk en hun speelruimte inperken, hoe sterker het appèl wordt van dit zogenaamde populisme. Hollande creëert Le Pen, dat is de wet van de dialectiek, zoals de Clintons Trump groot maken. Ondanks intellectuele buitenwippers à la Bastiaan Rijpkema.

Een grootse revisie van het systeem dringt zich op, en laat voor mijn part populistisch-rechts die rol van spelbreker maar spelen. Waar is links trouwens in dit verhaal. Dat Donald Trump Brussel als een hellegat betitelt, is ten slotte, gezien het voortschrijdend betonrot, bijna een uiting van gematigdheid. Dit land heeft een nieuwe anti-establishment-partij dringend nodig. Laat de machthebbers maar eens goed zweten, moge het nieuwe motto zijn. ‘Ondemocratisch’ wordt dan bijna een geuzentitel.

Advertenties

2 Reacties op “Wanneer “ondemocratisch” een geuzentitel wordt: Hollande scheidt het kaf van het koren

  1. Allemaal juist, behalve dan miss Annelien, die zich obligaat beklaagt over dé vleeskeuring maar er wel aan deelnam.

  2. En dan moet je de reactie van ¨PS kopstiuk Martine Aubry die ten strijde trekt tegen Hollande eens lezen. Die vindt hem ook al ondemocratisch en te “rechts”. We zijn effectief nog niet aan de nieuwe patatjes met onze linkse democraten.