Duur, grotesk, onfunctioneel: Santiago Calatrava, meester-oplichter

calatrava

Santiago Calatrava

Architectuur is, van zodra het woord bestond, altijd een problematische discipline geweest. Het bevat het Griekse ‘tekton’, wat timmerman en bij uitbreiding vakman betekent. In essentie gaat het dus om de mens, een dak boven zijn hoofd, en de kunst om dat dak niet te laten invallen.

Maar de sociale ongelijkheid, al aanwezig in de eerste landbouwgemeenschappen, creëerde elites die hun macht en status wilden vereeuwigd zien in prestigieuze bouwwerken. En zo ontstond het eigenlijke architectenberoep: de bouwmeester in dienst van de machthebber. De Europese renaissance werd hét gloriemoment van het politieke grote gebaar.

Met de behuizing van de gewone man hielden renaissance-architecten zich dan ook niet bezig, wel met kerken, basilieken, paleizen voor oude en nieuwe rijken, weelderige villa’s, en andere luxeproducten. Ze kenden natuurlijk wel hun vak, waardoor we ons nog steeds kunnen vergapen aan grootse, soms protserige artefacten in Venetië en Firenze. “Firmitas” (stevigheid), “Utilitas” (bruikbaarheid) en “Venustas” (schoonheid, harmonie) waren de drie grote criteria in de renaissance-architectuur, al vastgelegd door de klassiek-Romeinse bouwmeester Vitruvius.

Maar met die Utilitas liep het fout. De bouw van het paleis van Versailles, waarvoor ijdeltuit Louis XIV zelf architect speelde, geassisteerd door een paar bouwmeesters, toont hoe een gebouw puur decor kan worden. Het complex bevat niet één toilet, terwijl de kakstoel al wel in de renaissancepaleizen bestond. De hovelingen deden dus hun gevoeg in de tuin en gebruikten liters parfum om de geurtjes te verdringen. Een veeg teken.

Van Le Corbusier tot City Marketing

De Franse Revolutie onthoofdde wel de monarch, maar maakte jammer genoeg geen korte metten met het principe van publieke prestige-architectuur. Integendeel, de burgerlijke politieke macht had nog meer behoefte aan representatie en uiterlijkheid. Daarvoor werden onderwijsinstituten gecreëerd die respectabele, technisch onderlegde bouwmeesters afleverden. En daar liep het een tweede keer mis. In het Ik-tijdperk van de moderniteit verscheen de architect-kunstenaar, die alle aandacht naar zich toezoog, waarbij functionaliteit en duurzaamheid bijkomstig werden. Dat leidde soms tot hilarische toestanden.

Le Corbusier, de peetvader van de modernistische architectuur, leverde in zijn gekende blokjesstijl huizen af waar het binnen regende. Watblieft? U gaat toch niet klagen zeker, als zo’n genie uw plannen heeft gesigneerd?

Het nieuwe Antwerpse gerechtsgebouw aan het Zuid (officieel het ‘Vlinderpaleis’, maar alom gekend als de Frietzakken), getekend Richard Rogers, was begroot op 76,8 miljoen euro, maar kostte uiteindelijk 280 miljoen euro gekost. Klein detail: de poorten vielen te smal uit, de gevangeniswagens konden niet eens binnen rijden, naast 1001 andere absurditeiten. Oeps. Maar Antwerpen had wel zijn nieuw landmark.

En zo komen we bij de hedendaagse publieke architectuur. De grootheidswaanzin van overheden op elk niveau doet elk gevoel voor proportie verliezen. De meest dwaze city-marketing-projecten (‘Hoe zet ik mijn gemeente/stad/regio op de wereldkaart?’) eindigen in fantaisistische prestigeconstructen, die door een ster-architect met veel gebakken lucht worden afgeleverd. Peperdure, opdringerige, en amper functionele artefacten die verrijzen als een mateloze architectuur van het uitroepteken, zonder aandacht voor de omgeving of bekommernis om functionaliteit.

Er dweilen zo’n tien van die flamboyante meester-oplichters (want dat zijn ze) de planeet af. De Spaanse architect Santiago Calatrava is de bekendste, met een lange lijst van dure blunders in zijn spoor. Bruggen waar je niet kan op lopen (Bilbao), stations die niet kunnen geventileerd worden (New York), theaters met zitplaatsen zonder zicht op het podium (Valencia).
Standaard zijn steeds weer de budgettaire ontsporingen, met als nasleep eindeloze juridische procedures die de bouwheer nog meer op kosten jagen. Zijn geboortestad Valencia, waar hij kunstwerk na kunstwerk mocht neerpoten, zit met een verzameling onwerkbare, na een paar jaar reeds aftakelende gedrochten en een schuldenput van 700 miljoen euro.

‘Stegiosaurus

En zopas werd het ondergrondse ‘Oculus’-treinstation van Ground Zero in New York afgeleverd. Zeven jaar later dan voorzien en dubbel zo duur als begroot, namelijk 4 miljard dollar. Alles ruikt naar de architect/kunstenaar, tot de deurklinken toe moesten Calatrava gesigneerd zijn.

Echter, vandaag, op dag 1, blijkt dat dit gebouw, door New Yorkers zelf omschreven als ‘een kitsjerige stegiosaurus’ (terwijl het eigenlijk de vleugels van een duif moest voorstellen), niet zal doen wat het moet doen, namelijk reizigers comfortabel en veilig opvangen, met zijn veel te smalle trappen, kleine perrons en spiegelgladde vloeren waarop mensen bij regenweer verongelukken. Calatrava pareert de kritiek: dit gebouw zal geschiedenis maken. En of.

Deze grande folie van ’s werelds meest gevierde architect vraagt –en dat is het cynische, speciaal op deze plek- om een tabula rasa, beginnen vanaf zero. Weg met die ongein, je zou bijna hopen dat hier nog eens een dwaas een pakje met inhoud achterlaat, liefst dan toch op een lege zondagmorgen.

Een simpele waakvlam ware soberder én krachtiger geweest, ter nagedachtenis van de slachtoffers van 11 september 2001. Voor de rest vraagt zo’n treinstation om duurzame, zinnige, doordachte architectuur op mensenmaat. De Bauhaus-architecten, door Hitler verdreven en naar Amerika uitgeweken, waren daar wél mee bezig. Wat is er met hun erfenis gebeurd?

Advertenties

3 Reacties op “Duur, grotesk, onfunctioneel: Santiago Calatrava, meester-oplichter

  1. lucdevincke

    En toch….het Centraal Station van Antwerpen , een bouwwerk dat ik van adembenemende schoonheid blijf vinden…

    • Inclusief een compleet waanzinnige verbouwing van 1,6 miljard euro en een congestie van openbaar vervoer in het stadscentrum. (Openbaar streekvervoer, waarvan het personeel, de buschauffeurs en buschauffeusses, er een sadistisch genoegen in schept hun gemonopoliseerde klanten aan de terminus in weer en wind te laten verkommeren tot luttele seconden voor het vertrek. Die praktijken behoren eveneens tot het rijkgevulde arsenaal van klachten aan de ombudsdienst, maar dat is markiezelijke commentaar op een ander recent onderwerp van JS.)
      Elke verkeersdeskundige met een greintje economische realiteitszin had twintig jaar geleden het station van Berchem aangewezen als toekomstig verkeersknooppunt voor Antwerpen, met een permanente vijfminutenpendeldienst op en af naar het geklasseerd monument Antwerpen-Centraal. Kostprijs? Minstens tienmaal minder dan de krankzinnige spoorwegondertunneling, die nu letterlijk in-de-weg ligt van iedere gesuggereerde oplossing voor het fileprobleem op de Antwerpse ring.
      Om het gemeenschappelijk vervoer van de 19de eeuw achter ons te laten en over te stappen naar de individuele verplaatsing van de 21ste eeuw, zullen we uiteindelijk niet anders kunnen dan opteren voor een kunstwerk van het lange wappertype, waar architecten à la Santiago Calatrava zo in uitblinken. Met hangbrugpijlers die anderhalf keer hoger reiken dan de kathedraal, op een boogscheut ervandaan. Deze plannen van adembenemende schoonheid bestaan al. Nu nog de zot vinden die het allemaal wil betalen. Voor de tweede keer dan …

  2. Jan Braeken

    Volledig akkoord. Prima opiniestuk.