Maandelijks archief: april 2016

Zatte Liesbeth wil Luc, en waarom politiek ten langen laatste altijd over seks gaat

allooIk heb het filmpje een dozijn keer bekeken, en het lijdt geen twijfel: ladderzat was ze, Liesbeth Homans (N-VA), toen ze verleden vrijdag in de show van de Vlaamse Televisiesterren een award moest uitreiken. Eén groot gebrabbel was het, waarbij ze presentator van dienst Luk Alloo net niet vroeg om in de coulissen van bil te gaan.

Nu wil ik vergevingsgezind zijn: iedereen heeft al eens een zwak moment. Zelf raak ik nooit, jamais een druppel aan als ik een publiek optreden moet geven, maar Liesbeth had er misschien een zware dag op zitten, en je met een lege maag vol gieten is om problemen vragen.

Het seksueel signaal naar Luc Alloo verdient evenwel nadere analyse. De drank moet hier een barrière hebben opgeheven waardoor Homans dingen zei die ze normaal alleen maar denkt en voor zich houdt. Meteen ook zagen we een keerzijde van de ‘harde kant’ die ze zo graag toont: deze vrouw snakt naar warmte en erotiek, die ze blijkbaar in het privé-leven niet of onvoldoende ervaart. Dokter Freud gaat verder: wat doen mensen die seksueel niet aan hun trekken komen, zowat iedereen dus?

Ze kunnen berusten en verschralen (de modale burger), vluchten in een hobby (idem), zich kapot werken (de workaholic), sublimeren en creatief worden (de kunstenaar), met geweld toeëigenen wat ze ontberen (de delinquent) of…, jawel, maatschappelijke macht verwerven waarmee ze heimelijk hopen om mannetjes of vrouwtjes te imponeren.

Dat is althans de illusie. In de praktijk is een politicus/a teveel gebonden door privacy en door persbelangstelling om zomaar met iedereen van bil te gaan. Het schandaal dreigt altijd, ook voor politici is het ingewikkeld, vandaar dus die alcoholwalm.

Geitenneuker, jongenshoertje…

Afbeeldingsresultaat voor Erdogan fuck goatToch moeten we die primaire drijfveer niet onderschatten, en ik spreek nu zowel over mannen als vrouwen: ten langen laatste gaat het over seks. Toen ik een paar maanden terug de asielpolitiek van Angela Merkel (waarvoor ze, dat staat nu al vast, de Nobelprijs gaat krijgen), herleidde tot de nymfomane fantasie van een Oostduitse domineesdochter, onder de porno-achtige titel ‘Angela en haar 800.000 Syriërs’, was dat niet netjes maar ook niet ver ernaast. Merkel heeft voor één keer politiek met haar kut bedreven. Het kwam haar zwaar te staan.

Nogmaals: we zijn allemaal wandelende libido’s met een ego dat wikt, weegt, strategisch vooruitdenkt, uitstelt, censureert, sublimeert. Kunstenaars, sportlui, intellectuelen etc. die hoog op de maatschappelijke ladder staan, hebben meer kans om aan hun trekken te komen dan Jan of Mie Modaal. Maar politici zijn nog een ras apart: zij worden door ons verkozen én betaald om beleid te voeren in het algemeen belang, ONS geluk te realiseren, terwijl het uiteindelijk even goed bij hen de eigen onderbuik is die telt.

De afkeer van onder meer de filosoof Friedrich Nietzsche voor politici is compleet begrijpelijk en rationeel: niemand gaat in de politiek uit edelmoedigheid. Het is vooral een obsessionele zoektocht naar status, macht en bevrediging. Het volk is nooit meer dan een voorwendsel en een hefboom tot die macht.

Hoe gaan wij daar, als kiezer in een zogenaamde democratie, mee om? Aha, probleem. Zogezegd ligt de macht bij het volk en bepalen wij welke heer of dame zich mag uitleven in het Freudiaans universum. Ze doen het omdat wij het toestaan, spreidstand alom.

Wat doen we nog,- en nu komt het stekelige van dit verhaal,- ? Vreemde dictators voor lul uitmaken, om onze frustratie als beta-dier in eigen land lucht te geven.

Of is het u niet opgevallen dat de Turkse president Erdogan, die we zo verachten omwille van zijn despotisch gehalte, steevast seksueel beledigd wordt: een ‘geitenneuker’ (Duitse satire), een niet bijster goed pijpend ‘jongenshoertje’ (Hans Teeuwen), en zelfs de opgepakte Turks-Nederlandse columniste Ebru Umar besloot haar tweet met de tot Erdogan gerichte woorden: ‘Go and fuck yourself’. Begin er maar eens aan.

Anders gezegd: de obscene humor, gericht aan de heer Erdogan, is voor een flink deel gericht aan ons eigen verkozen politici die boven alle verdenking zijn verheven. Eigenlijk zijn zij de geitenneukers, maar het is natuurlijk veel makkelijker om een Turkse lul in de verf te zetten met iconoclaste humor.

Dat doet niets af aan de rechtmatige argwaan tegenover de Turkse dictator en onze nobele vastbeslotenheid om de vrijemeningsuiting alhier te handhaven. Alleen: Erdogan toont de onverbloemde realiteit van het politieke dier, brutaal, egoïstisch, meedogenloos, de ‘Wille zur Macht’, terwijl het er bij ons net iets wolliger aan toe gaat. Maar toch. Leve het politiek alcoholisme, leve de verspreking, leve Luc Alloo. Het leven zoals het is. Ja, u hebt goed gekozen.

Beethoven in Vorst: wie durft deze dans aan?

Terwijl de surrealistische discussie maar blijft aanslepen of de moslims in Molenbeek nu dansten op 22 maart (Jan Jambon moet echt beter op zijn woorden letten: moslims dansen hoegenaamd nooit, de koran verbiedt het zelfs), en of hun aantal ‘significant’ was, is de internationale danswereld helemaal niet geneigd om zich in Brussel te vertonen, en nog minder in Vorst.
Op 20 mei was een groots balletevenement voorzien, waarin de dansers van het door Maurice Béjarts opgerichte gezelschap uit Lausanne en het ballet van Tokio samen op de muziek van Beethovens negende symfonie zouden huppelen. Maar de Japanse artiesten hebben afgezegd, omwille van het veiligheidsrisico. Geen negende dus, althans niet in balletvorm. Het gezelschap heeft, via het testament van Béjart, zelfs een monopolie op die choreografie, wat een B-plan met andere artiesten uitsluit.
De vraag blijft waarom Japanners, toch niet bekend als doetjes, meesters in de gevechtskunst en in de tweede wereldoorlog zelfs enthousiaste beoefenaars van het kamikaze-vliegen, niet naar Brussel durven komen terwijl de hotelprijzen crashen.

Het antwoord op die vraag ligt, gek genoeg, in de context van de 9de symfonie van Beethoven zelf. Doorgaans wordt het werk opgevat als een tamelijk melige vredesboodschap, zeker omwille van de koorfinale ‘Ode an die Freude’ waarin ‘alle Menschen Brüder’ worden. Tot overmaat van ramp heeft de Europese Unie zich die klassieke meezinger toegeëigend en er de officiële Europese hymne van gemaakt, met de welbekende, enigszins gezwollen tekst van Friedrich Schiller als refrein.
Maar wie het werk echt kent, weet dat dit een benauwelijke recuperatie is, en een versmalling van wat zich in die symfonie echt afspeelt. Het gaat namelijk om een conflict tussen de vredeswens die we allemaal hebben, en de verontwaardiging die ook des mensen is. Straffer nog: dit gaat ook over oorlogsmuziek en strijdbaarheid.
Beethoven was een humanist en politiek revolutionair, maar een pacifist? Hm. Veeleer is zijn zacht, lieflijk register een aanloop naar het opzwepende en, horresco referens, het gewelddadige statement. De omvang van het orkest alleen al, waarmee dit vroegromantisch werk wordt uitgevoerd, noopt ons tot een Sturm-und-Drang lezing, met de opstandige mens als middelpunt. Opstand tegen de verknechting en de verstikkende middelmatigheid, maar zich ook bewust van de donkere, Dionysische kant in de eigen ziel.

Deze Nietzscheaanse lezing maakt de 9de van Beethoven tot iets helemaal anders dan het klef ‘allemaal samen/tous ensemble’-geblaat van de schapenkudde die afgelopen zondag door Brussel trok. Deze muziek klinkt zoet van boven maar bitter en bokkig van onder. De harde mokerslagen van de pauken en het geschetter in het scherzo, dat ik hier laat horen, zijn niet mis te verstaan: het zijn trappen onder onze luie, politiek-correcte kont. Dit zijn muzikale duivelsverzen.
Terwijl de Koran muziek en dans afwijst als decadent en duivels, heeft onze Europese cultuur, vanuit de wortels van de Griekse tragedie, muziek en dans geperfectioneerd tot grammatica van een ritueel gevecht tussen licht en duisternis. Onder het motto ‘si vis pacet, para bellum’ herinnert Ludwig de Verschrikkelijke ons eraan dat de prehistorische oorsprong van de muziek nu eenmaal niet alleen in de slaapliedjes ligt, maar ook in de oorlogstamtam.
Misschien had het Japanse ballet het dan toch wel goed begrepen: dit uitvoeren in Vorst is een provocatie. En vermits er in Japan niet één moslim te bekennen valt, is het ook niet hun strijd. Maar de onze wel. Molto vivace. Welke cultuurmaker bij ons durft de antithese uitspreken?

De affaire Böhmermann: hoe TV-satire de vinger op de wonde legt

Onlangs werd ik door een oude vriend in de ban geslagen omwille van een filosofisch-satirisch verhaal, op het colloquium van Politieke Discussies geserveerd, dat de afstamming van de mens situeert bij de copulatie tussen een chimpansee en het oervarken. ‘Slecht nieuws voor joden en moslims’, voegde ik er badinerend aan toe. Van de moslims mocht ik geen reactie noteren, maar de man in kwestie, R.B., vriend van Israël, ontstak na een week bedenktijd in een furieuze woede en sloeg me in de facebookban, samen met al wie nog mee durfde lachen.

Zo weet men wat vrienden waard zijn. Het is op zo’n moment ook dat men beseft dat humor regelrecht staat tegenover machtsdenken, mentale bevoogding en zijn zachtere variant, de ‘political correctness’. Het serieuze van de humor is zijn polariserende dimensie. Charlie Hebdo is niet smaakvol en hoeft dat ook niet te zijn. Het moet vooral uitdagen en de gekooide vogel van de vrijdenkerij uitlaten.

De echte inzet

BohmermannIn Duitsland is het nu hommeles, omdat de postmoderne satirist Jan Böhmermann met de Turkse president Recep Tayyip Erdogan de draak stak en op de openbare zender ZDF, quasi-droog als een nieuwslezer, een ‘gedicht’ voordroeg waarin hij hem onder meer een geitenneuker noemde. Hij reageerde daarmee op een eerder, softer geval van politieke ongepastheid, toen de publieke omroep het spotliedje “Erdowie, Erdowo, Erdogan” lanceerde. Ik zie het de VRT nog niet doen. Toen al voelde de Turkse leider zich zwaar beledigd en eiste excuses. Waarna Böhmermann zei: wacht, ik zal eens tonen wat een belediging bij ons echt is. Met de geitenneukerspoëzie als resultaat. De Turkse regering eist vervolging wegens ‘belediging van een buitenlands staatshoofd’. Maar in Turkije zelf spreekt men van ‘een misdaad tegen de menselijkheid’, jawel. Noteer ook dat de Duitse Turken razend zijn en dat Böhmermann momenteel is ondergedoken. De vrijemeningsuiting heeft zijn prijs, ook in het democratische Europa.

Nu zou ik, als dierenliefhebber, zelf niet zo zwaar tillen aan de kwalificatie van geitenneuker. Bovendien, als Erdogan zich aan geiten vergrijpt, zou ik dat veeleer dierenmishandeling vinden. Ik denk ook niet dat het de Turkse president daarom te toen is. Heel de kwestie speelt zich af op de achtergrond van de aanslepende deal tussen Turkije en de EU over het (door Turkije zelf meesterlijk uitgebuite) vluchtelingenprobleem. Door Angela Merkel in de tang te nemen (in Duitsland is het beledigen van een buitenlands staatshoofd verboden, maar alleen de regering kan toelating geven tot vervolging), verzwakt hij haar positie nog verder. Hij zal, behalve een zak geld, ook visumvrij reizen van Turken naar de EU in de wacht slepen, én, vooral: nieuwe onderhandelingen afdwingen rond het toetreden van Turkije tot de EU, als eerste islamitisch staat. Het eindspel is begonnen.

Dat brengt ons tot de echte inzet van heel dit verhaal: de natte droom van Recep Tayyip Erdogan om een nieuwe groot-Ottomaanse hegemonie te vestigen zoals ze dat in de 14de en 15de eeuw voor mekaar brachten, met Istanbul als glorieus middelpunt en machtscentrum.

Dubbele veroveringsstrategie

Er zijn vandaag minstens twee manieren om Europa, gedestabiliseerd door het aflopende EU-verhaal, helemaal uit te putten: de terreurstrategie van IS, en de kolonisatiestrategie van Turkije/Erdogan. Ze hebben een aantal punten gemeen. Beiden beschikken over een groot contingent allochtone ingezetenen in West-Europa, die een culturele verknochtheid aan het ‘moederland’ uitstralen waar wij alleen maar jaloers op kunnen zijn. Dat en niets anders is de reden waarom de zogenaamde integratie mislukt is: de schotelantennes zijn altijd naar het Zuiden gericht geweest, de allochtone subculturen zijn hechter dan ooit.

Het andere gemeenschappelijke punt, daarmee verwant, is de islam: een expansieve religie gekoppeld aan een totalitair wereldbeeld, intolerant tegenover andersdenkenden én zelfs tegenover de multicultuur die haar omarmde. Zowel IS als Erdogan gebruiken de soennitische islam om hun macht lokaal én globaal te consolideren en uit te breiden.

Het verschilpunt is de stijl en de wapenkeuze: de ene gaat voor het manifest geweld, de guerilla-oorlog van een vijand die overal en nergens is, terwijl de Turkse variant gaat voor retoriek, diplomatieke blufpoker, chantage, intimidatie. Zeg maar de maatpakversie van terreur. In het kalifaat is er gewoon geen pers, in het Ottomaanse Rijk wordt ze aan banden gelegd,- het verschil is subtiel.

Maar voor Europa vormen ze de pest en de cholera. We hebben ondertussen al ten gronde kennis gemaakt met de IS-strategie,- de manier echter hoe Turkije de EU in de catchgreep houdt via de vluchtelingenkwestie is ook een fraai staaltje van psychologische oorlogsvoering. En Erdogan weet als geen ander onze democratische achillespees uit te buiten. In het verleden mocht hij overal in Europa ongestoord verkiezingsmeetings organiseren, vandaag wordt de kop geëist van een hekeldichter die hem durft aan te pakken. De Duitse publieke opinie is verdeeld rond de zaak Böhmermann, dat op zich is al een enorm succes voor Erdogan: verdeel-en-heers, de Turkse president kent de machiavellistische recepten.

De pest of de cholera? Erdogan of IS? Misschien hoeven we zelfs helemaal niet te kiezen. Geostrategisch piekert men zich suf over de welwillendheid waarmee Turkije de osmose vanuit het door IS gecontroleerd gebied gedoogt. Doen ze het gewoon om ons te jennen, of is er echt een duivelspact in de maak tussen de kalifaatmythe en de Ottomaanse droom, met de Koran als ultiem cement?

Met de affaire Böhmermann wordt de laatste optie weer een stukje waarschijnlijker, en het is de verdienste van de olijke presentator dat zulks heel even oplicht. Vlaamse letterkundigen en die goeie brave VRT weten nu waar de lamp brandt. Een prima gelegenheid om niet alleen de begeerte te behouden maar ook eens echt uit hun ivoren toren te komen. Of ze ook het lef zullen hebben om de satire als kunstvorm én kritisch medium heruit te vinden, dat is nog een andere vraag. Ook al is de belediging van een buitenlands staatshoofd bij ons niet eens strafbaar, er bestaat wel zoiets als goede smaak en wellevendheid. Of noemen we het gewoon zelfcensuur.