Maandelijks archief: mei 2016

Verdun, 2016: Merkel en Hollande lopen twee wereldoorlogen achter.

VerdunEen ronduit potsierlijke evocatie van de oorlog, waarbij twee hippie-legers doorheen het militair kerkhof van Verdun op elkaar af stormden, voor dood neervielen en Magere Hein victorie lieten kraaien. François Hollande en Angela Merkel als een saai koppel op jaren dat elkaar een bijna-doodskus geeft. En natuurlijk de eeuwige vlam en de onvermijdelijke toespraken waarin de Frans-Duitse verbroedering als hét cement van de Europese eenheid wordt aangeprezen.
Hoe ver kan een leidende politicus/a van de realiteit afstaan? Want de tijden veranderen, en het is weinig waarschijnlijk dat Frankrijk en Duitsland elkaar in de komende vijfhonderd jaar nog de oorlog zullen verklaren. Daar ligt het probleem niet. De tegenstellingen zijn verschillend, de linies liggen vandaag anders, of beter, ze liggen helemaal nergens, toch niet zoals in een klassieke oorlog waar twee legers elkaar beloeren. We zijn anno 2016 namelijk in een situatie terecht gekomen waar de vijand, in naam van Allah, op elk moment en overal kan toeslaan. Dat is geen paranoïde boutade, het is gewoon de realiteit. Heel ons leven staat in toenemende mate in het teken van een nieuw soort geweld en een onzichtbare vijand die we, laten we eerlijk zijn, voor een flink stuk zelf gecreëerd hebben.
Maar in Verdun leek het gisteren alsof de tijd was blijven stilstaan en 11 september 2001 nooit had plaatsgevonden, noch wat er uit voortkwam. Merkel en Hollande deden alsof de EU ons van een nieuwe Duits-Franse oorlog moet redden, terwijl er vandaag helemaal iets anders gaande is. Deze usurpatie is een belediging voor de gesneuvelden van toen, én een affront voor de slachtoffers van vandaag, diegenen die wereldwijd de salafistische terreur ondergingen, waaronder ik ook de mannen, vrouwen en kinderen reken die in de Middellandse Zee het leven lieten.
Europa faalt, economisch, politiek en cultureel, maar de EU-politici hebben er nu eenmaal hun politieke carrière mee verbonden en schelden op hun eigen dissidente burgers die rekenschap vragen. Het politiek-correcte ontkenningsgedrag van Merkel en Hollande stelt de critici van de Europese Unie zowat gelijk met de oorlogsstokers van 1914. Dat is ronduit leugenachtig. Het EU-project is nooit iets anders geweest dan een bezegeling van de Frans-Duitse hegemonie, met de rest als garnituur en Engeland als eeuwige outsider, nu op de rand van het exit.
Dwangmatig eenheidsdenken, onvoorstelbare regelneverij, tot en met de toegestane krommingsgraad van bananen (terwijl ondertussen de Frans-Duitse autolobby de uitstootnormen naar zijn hand zette), en een democratisch deficit om EU tegen te zeggen, hebben de doorsnee burger van deze alliantie afgekeerd. Niet uit oorlogszucht of imperialistische motieven, maar gewoon uit vrijheidsdrang en een autonomistische reflex. Dat rechts nu in opmars is, heeft niets van doen met het 20ste-eeuwse fascisme (ook die projectie is een vrome leugen), maar alles met de ontmaskering van de EU-doctrine, gecombineerd met het falende antwoord op de dreigende islamisering van Europa én de mismeestering van de asielcrisis. Ik zou liever hebben dat links daar ook een zinnige en bruikbare theorie over ontwikkelt, maar dat gebeurt vooralsnog niet. Links loopt de EU-oekazen achterna én bereidt ons voor op het sharia-tijdperk. Het Europa van het humanisme en de Verlichting is op sterven na dood, en de begraafplaats van Verdun was in die zin alvast een treffende uitvaartlocatie.
De knieval voor de Turkse dictator Erdogan was een keerpunt, waarin de publieke opinie, ook en vooral de Duitse, besefte dat de Europese leiders niet één maar twee wereldoorlogen achter lopen. De eerste wereldoorlog was een afrekening tussen de Europese grootmachten. De tweede wereldoorlog was een rechtstreeks gevolg van de Vrede van Versailles. De derde wereldoorlog, als we hem zo moeten noemen, is het gevolg van de desastreuze bemoeienissen in Afghanistan en Irak, die heel de regio hebben gedestabiliseerd, én van de opkomende Jihad die een groot deel van onze eigen allochtone populatie op sleeptouw nam. De instroom van nieuwe asielzoekers die zich bewust niét willen aanpassen en dus hun eigen cultuurnormen voorop stellen (ik spreek dan nog niet van de IS-cohorte die zich onder hen mengt), was de beslissende druppel. Andermaal: Europa faalt over de ganse lijn.
De Pruisische Kanzlerin Angela Merkel en haar zwakke confrère François Hollande hebben in Verdun aangetoond hoe funest een slecht begrepen, theatraal pacifisme is. Dit soort dansen op een kerkhof heeft een naam: lijkenpikkerij. Met het laatste stukje democratie dat hem/haar nog rest, zal de Europese burger deze Vanity Fair naar huis sturen. Of jawel, naar het kerkhof.
Advertenties

R.I.P. België: een onverkoopbaar product haal je gewoon uit de rekken.

België

De door de regering Michel bestelde imagocampagne ‘Positive Belgium’, waar alleen een paar reclamebureaus beter van worden, laat zich voortdurend door de realiteit inhalen. De slogan keert zich boemeranggewijs tegen zichzelf: België is positief zoals iemand positief test op Aids. Een vogel voor de kat. No harm intended, HIV-patiënten.

Want jawel, de rode schlemiel die de domme flik (of hoe kwalificeer je anders een politiecommissaris die onbeschermd en alleen een groep opgehitste betogers achterna holt, als was het een kinderspelletje) een donder op zijn kop gaf,- dàt beeld ging de wereld rond. België heeft de status van rommelkrediet en geraakt daar niet meer vanaf. Het zij zo.

‘Imago’ is een raar begrip. Het is een marketingterm uit de bedrijfswereld. Maar elke marketeer snapt dat een goed imago voor een in se slecht product waardeloos is. Want het gaat echt niet goed met dit land, het lijkt versleten en uitbestuurd, wie er ook aan de macht is, vraag het maar aan de N-VA.

Doet internationale reputatie ertoe? Natuurlijk wel. De term failed state slaat op de ineenstorting van een politiek-bestuurskundig systeem, maar ook op de internationale paria-status waardoor een land economisch geïsoleerd raakt en investeerders er met en grote boog omheen gaan. Een paar weken geleden nog kreeg België een uitermate slecht begrotingsrapport van Europa. De begroting vertoont een tekort van 3%, maar voor het eerst in jaren gaat ook het primair saldo – de graadmeter voor de gezondheid van de begroting – weer in het rood. Alleen Italië en Griekenland laten slechtere groeicijfers optekenen. Hoezo, herstelbeleid?

Transgender

Maar terug naar de marketinglogica. Het is bizar dat uitgerekend een liberaal geïnspireerde regering zich vastklampt aan dat imago-gegeven, want in de bedrijfswereld wordt ook snel het product zelf in vraag gesteld en niet alleen het etiket.

Na de ramp in 1987 met de Herald of Free Enterprise, de ferryboot die in een paar seconden tijd net buiten de haven van Zeebrugge zonk en 193 slachtoffers naliet, veranderde de rederij van naam, werden de schepen herdoopt, maar ondergingen ze ook grondige transformaties (zo werd het Roll-on/Roll-off autolaadsysteem grondig herzien). OK, de aandeelhouders blijven dezelfde, maar de naamsverandering is toch meer dan een face-lift of ‘nieuwe wijn in oude zakken’.

Een sterker voorbeeld is de overgang van Luc naar Lucia. Iemand die slecht zit in zijn/haar lichaam en van geslacht verandert. Hier hebben we echt te maken met een identitaire omslag, een reïncarnatie die volgt uit een biologische ingreep. Zou België de transgender-logica kunnen volgen en zichzelf heruitvinden als Neder-Gallië, Bourgondië, of, moderner, Eurofocus,- een verandering die het sluitstuk is van een systemische omslag? Misschien, maar de realiteit van de taalgrens die een cultuurgrens is, lijkt onoverkomelijk. Meer en meer aspecten van de failed state hebben net te maken met de ingebakken Noord-Zuid-tegenstelling. De ironie is dat net de vakbonden, de laatste grote verdedigers van het Belgische eenheidsdenken, de communautaire scheuring vandaag het sterkst ondervinden, zie o.m. de cipierstakingen en de spooracties.

Blijft dan de ultieme optie: de splitsing. Entiteiten die niet meer werken, deel je op in kleinere gehelen. Defusering heet dat in de economie. Maar ook staatkundig zijn er interessante precedenten. Tsjechië en Slowakije gingen vreedzaam elk hun weg in 1993, in de nasleep van de val van de Muur. Al in 395 bleek het grote Romeinse Rijk onbestuurbaar geworden en splitste het zich in een Westelijke en een Oostelijke helft. Het Westen ging vrij snel ten onder, het Oosten, beter bekend als Byzantium, floreerde nog gedurende een millennium. Wat niet werkt, verdwijnt, zoals in de natuur. Of met de woorden van de Internationale: “Sterft, gij oude vormen en gedachten”.

De PvdA leidt de dans

HedebouwTerug naar de merkenstrategie. Als België niet wil eindigen als Aldi-product van deze planeet, moet het transformeren in iets anders. Maar dan ook totaal anders. Boeken toe en tabula rasa.

Staatkundig kan dit organisch proces zich alleen voltrekken via een complete boedelscheiding. Het ‘merk’ houdt op te bestaan, maar ook dat wat erachter zit. Het idee van de failed state moet gedepolitiseerd worden tot een rationeel begrip. Het boek ‘De ordelijke opdeling van België’ (2010) van VB-er Gerolf Annemans was op zich geen slechte oefening, maar het is vergeven van politieke premissen en oud-nationalistisch ressentiment. Terwijl we ons beter zouden toeleggen op het veranderingsdenken van de transgender, de biologische wetmatigheden en, jawel, de nuchtere bedrijfslogica: een onverkoopbaar product haal je gewoon uit de rekken.

Zo wordt, wat nooit aansloeg via een politiek-separatistisch discours, de evidentie zelve vanuit evolutionair-zakelijk standpunt. Laat de no-nonsense heersen, nonsens hebben we nu al genoeg gehad. De existentiële crisis van de Belgische constructie (want dat is het: België is nooit een natie geweest maar een artefact) kan alleen maar ten goede eindigen via de geboorte van twee nieuwelingen. Zie het als een zwangerschap, niet alleen een doodsreutel.

Het principe van Badinter (‘De bestaande binnengrens wordt staatsgrens’ ), waar Etienne Vermeersch zo aan hecht, is dan vanuit puur praktisch standpunt te verkiezen, naast uiteraard de bestaande cultureel-taalkundige kloof. Dat heeft niks met xenofobie of communautaire scherpslijperij te maken,- het is pure ratio en gezond verstand. Veel van wat zich vandaag afspeelt in het Belgische denkkader, ook en vooral bij de leidende politieke klasse, heeft te maken met scheidingsnostalgie en angst voor verandering.

Hetgeen vandaag in Wallonië gebeurt, is dan ook historisch: wat geen enkele Vlaamse partij voor mekaar kreeg, en wat verdronk in eindeloze staatshervormingsonderhandelingen (het woord alleen al), wordt nu door de marginale PTB/PvdA gerealiseerd, namelijk de euthanasie voor de Belgische staat, dankzij het opvoeren van de interregionale spanning. Binnen vijf jaar is Wallonië autonoom, met Raoul Hedebouw als president, want o ironie: de radicaal-linkse partij die helemaal niks heeft met separatisme blijkt vandaag de drijvende kracht achter de splitsing.

Vlaanderen ondergaat dan eens te meer de historische logica en zal ook eieren voor zijn geld moeten kiezen. Hopelijk met meer ambitie dan het triest-zure centrumrechts conservatisme dat de N-VA ten toon spreidt.

Ja, ik eis het woord ‘verandering’ terug op, in naam van de biologie, het leven en de dynamische handelsgeest die het humanistisch Europa heeft getekend. Wat zijn houdbaarheidsdatum heeft overschreden geef je zelfs niet meer aan je hond, dus weg ermee.

Oeps, nu waren we nog het Belgisch koningshuis vergeten, een van de laatste belanghebbenden bij het rekken van de doodstrijd van dit land. Wel, daarvoor zou het Plopsa-scenario uitkomst kunnen brengen: Brussel als Europees pretpark (‘Bruparck’), daar past altijd wel een paleis in. Bij elke geboorte hoort een nageboorte, ook dat is elementaire biologie.

 

De ‘dialoogschool’ van Lieven Boeve: op naar een anti-heidense coalitie?

Gebedshuis Berlijn

In een boekje uit 2008, getiteld ‘De islam in Europa: dialoog of clash?’, ondertussen al lang bij De Slegte verzeild, publiceerde ik een essay waarin een samengaan tussen Christendom en Islam (voor de beleefdheid beide met hoofdletter) werd onderzocht.
Een soort joint-venture dus, die de afmetingen kon aannemen van een heuse fusie. Uiteindelijk geloven beide in één zelfde god en schepper, die ze verschillend benoemen. Over de rol van Jezus en Mohammed is er onenigheid, maar laat dat een zaak zijn voor een theologische commissie die er nog eeuwen kan over palaveren.
Het punt is anderzijds dat beide één grote vijand gemeen hebben: het atheïsme, en zijn maatschappelijke afleiding: de seculiere samenleving die geloof wil terugdringen tot de status van privé-zaak, een hobby die in woonkamer of garage thuis hoort, maar niet in het openbare leven, laat staan op school.
Ik ben altijd een radicale voorstander geweest van de seculiere samenleving naar Frans model. De vrijheid van godsdienst blijft voor mij de vrijheid van sigaretten roken en een liter whisky per dag drinken. Doe het als je het niet laten kan, maar verveel er anderen niet mee en hou kinderen uit de buurt.
Meer filosofisch en Freudiaans zag en zie ik het monotheïsme als een opgedrongen vorm van mentale armoede, die ambiguïteit en veelzinnigheid verwerpt. Alles wordt herleid tot één oorzaak, één principe, dé grote formule: tot op vandaag is de wetenschap door dat misverstand aangetast. Uiteindelijk fundeert de politieke macht zich eveneens, dikwijls onbewust, op dat religieuze dogma dat de schepper zich zou laten vertegenwoordigen door een of meer wereldlijke potentaten. Poetin én Erdogan lijden in hoge mate aan dit complex, maar ook op lagere echelons is een kleine zelfvergoddelijking veelal merkbaar.

Oecumene

Maar goed, we zijn acht jaar later, en nu blijkt het katholieke onderwijsnet in Vlaanderen een heuse ‘move’ te maken in de richting van de moslimgemeenschap. In naam van de ‘dialoogschool’ zou er plaats moeten gemaakt worden voor islamlessen in het katholiek onderwijs. Let wel: niét voor zedenleer of een algemeen vak waarin de Europese waarden van de Verlichting en het humanisme worden uitgediept. Neen, het gaat werkelijk om een poging om een strategische coalitie op te zetten tegen het oprukkende heidendom. Een alliantie die mogelijks in de toekomst tot dé dominerende Europese religie zou kunnen uitgroeien, een fusie onder de naam Christlam, of neutraler, Abrahamisme, genoemd naar de oudste en grootste profeet, ik zeg maar wat. Misschien is er dan zelfs een plaatsje voor de Joodse religie, dan is de club compleet.
In de theologie spreekt men van een oecumene, een poging om de verschillende kerkgemeenschappen terug in elkaar te puzzelen,- dit helemaal in overeenstemming met het monotheïstische fundament. Het is toch te gek dat meerdere religieën, die elk in die ene almacht geloven, elkaar wederzijds vervloeken en in de ban slaan?

Maar laten we even de economische metafoor rond maken, want het gaat natuurlijk over machtsverhoudingen. Bij een fusie tussen twee bedrijven gaan twee eenheden op in een nieuwe eenheid die beide vorige incorporeert. Is de ene evenwel veel groter dan de andere, in aantal aandelen of bedrijfswaarde, dan gaat het in de praktijk veeleer om een overname.
Toegepast op het Christendom en de Islam: welk ‘bedrijf’ beschikt over de meeste aandelen, de sterkste impact, het grootste handelsfonds?
We moeten daar verder geen tekeningetje bij maken: het voorstel van het Katholieke onderwijsnet moet gezien worden als een zwaktebod en een bereidheid om zich quasi te laten opslorpen door een veel sterkere, expansievere concurrent. We spreken dan finaal over de dhimmitude: het gedogen van Christenen in de moslimcultuur mits een aantal beperkingen.
Nogmaals: als dit religieus superconcern ooit vorm krijgt, zullen de niet-gelovigen zich in hun garage of achterkeuken mogen uitleven. Misschien schoot de fantasie van Michel Houellebecq (‘Soumission’) nog te kort, en moet een letterkundige van hier eens dat groot-Abrahamitisch fusiescenario uit de doeken doen. Op zijn Vlaams, het equivalent van onze hutsepot, maar dan vermoedelijk zonder varkenspoten. De dialoog zal het uitwijzen.

Een ‘bevrijdingsconcert’ voor Palmyra: Stalin had het niet beter gekund

Terwijl het leger van Assad de historische stad Aleppo verder plat bombardeert, burgers, vrouwen en kinderen incluis, werd gisteren in de heroverde stad Palmyra een makaber stukje oorlogspropaganda ten beste gegeven.
Trouwe bondgenoot Rusland –zonder wie Assad al lang van het toneel zou verdwenen zijn- organiseerde een concert tussen de ruïnes, waarin muziek van Bach en Prokofjev weerklonk. De boodschap was niet mis te verstaan: Poetin en Assad zijn de behoeders van de beschaving in deze door barbarij geteisterde regio.

De realiteit is ietwat verschillend van de georchestreerde mythe: terwijl IS vrijwel ongemoeid wordt gelaten, zijn het vooral de opstandelingen tegen Assad die het moeten ontgelden. Een groot deel van de actuele vluchtelingenstroom die Europa overspoelt, hebben we daaraan te danken: meer Syriërs zijn op de vlucht voor Assad/Poetin dan voor Islamitische Staat.
President Assad heeft dus twee bondgenoten: een militaire, Rusland dus, en een objectieve schaduwbondgenoot, IS, die ervoor zorgt dat de oorspronkelijke burgeropstand tegen zijn regime verdrinkt in de totale chaos van rebellen, IS, en Jihadistische splintergroepen allerhande.

Het Palmyra-concert is in dat opzicht van een ongeëvenaard cynisme. Twee met Poetin persoonlijk bevriende kunstenaars (dirigent Valerie Gergiev en cellist Sergej Roldugin, wiens naam ook opduikt in de Panama Papers) mochten de honneurs waarnemen.
De Russen hebben ervaring met propagandakunst. Heel de eerste helft van de 20ste eeuw, onder dictator Stalin, werd kunst uitsluitend toegelaten als een apologetisch medium voor het regime. Alleen hielenklakkende artiesten konden in dit klimaat overleven, de rest zat in de Goelags. Dit maar om te zeggen dat de vriendschap tussen Poetin en Assad diep zit en niet alleen om olie gaat.
Ironisch genoeg –maar ook dat flair moet je de Russen nageven: hun speciaal gevoel voor humor – was de op Palmyra gespeelde componist  Sergei Prokofjev een gijzelaar van het Stalin-regime. Zijn vrouw werd in 1948 tot 20 jaar dwangarbeid veroordeeld. Prokofjev heeft, sinds hij vrijwillig uit Amerika naar Rusland terugkeerde, nooit iets anders gedaan dan de grillen van Stalin ondergaan, voor wie hij –absoluut dieptepunt- een soort verjaardagscantate componeerde. Helemaal in de Palmyrastijl.

Een manifestatie op zijn Stalins dus, strak geregisseerd, in Moskou uitgezonden met tussenin gemonteerde beelden van militaire parades. De ‘bevrijding’ van Palmyra brengt ons geen stap dichter bij de oplossing van de Syrische knoop, integendeel. Het idee om met muzikale klassiekers een mistgordijn te creëren, alsof de twee dictators zich inzetten voor het cultureel werelderfgoed én meteen voor heel de menselijke beschaving, is zo grotesk, dat ze de IS-barbarij zelf parafraseren, maar dan in spiegelbeeld.
Nie mè mai, zoals ze in Antwerpen zeggen.