Een ‘bevrijdingsconcert’ voor Palmyra: Stalin had het niet beter gekund

Terwijl het leger van Assad de historische stad Aleppo verder plat bombardeert, burgers, vrouwen en kinderen incluis, werd gisteren in de heroverde stad Palmyra een makaber stukje oorlogspropaganda ten beste gegeven.
Trouwe bondgenoot Rusland –zonder wie Assad al lang van het toneel zou verdwenen zijn- organiseerde een concert tussen de ruïnes, waarin muziek van Bach en Prokofjev weerklonk. De boodschap was niet mis te verstaan: Poetin en Assad zijn de behoeders van de beschaving in deze door barbarij geteisterde regio.

De realiteit is ietwat verschillend van de georchestreerde mythe: terwijl IS vrijwel ongemoeid wordt gelaten, zijn het vooral de opstandelingen tegen Assad die het moeten ontgelden. Een groot deel van de actuele vluchtelingenstroom die Europa overspoelt, hebben we daaraan te danken: meer Syriërs zijn op de vlucht voor Assad/Poetin dan voor Islamitische Staat.
President Assad heeft dus twee bondgenoten: een militaire, Rusland dus, en een objectieve schaduwbondgenoot, IS, die ervoor zorgt dat de oorspronkelijke burgeropstand tegen zijn regime verdrinkt in de totale chaos van rebellen, IS, en Jihadistische splintergroepen allerhande.

Het Palmyra-concert is in dat opzicht van een ongeëvenaard cynisme. Twee met Poetin persoonlijk bevriende kunstenaars (dirigent Valerie Gergiev en cellist Sergej Roldugin, wiens naam ook opduikt in de Panama Papers) mochten de honneurs waarnemen.
De Russen hebben ervaring met propagandakunst. Heel de eerste helft van de 20ste eeuw, onder dictator Stalin, werd kunst uitsluitend toegelaten als een apologetisch medium voor het regime. Alleen hielenklakkende artiesten konden in dit klimaat overleven, de rest zat in de Goelags. Dit maar om te zeggen dat de vriendschap tussen Poetin en Assad diep zit en niet alleen om olie gaat.
Ironisch genoeg –maar ook dat flair moet je de Russen nageven: hun speciaal gevoel voor humor – was de op Palmyra gespeelde componist  Sergei Prokofjev een gijzelaar van het Stalin-regime. Zijn vrouw werd in 1948 tot 20 jaar dwangarbeid veroordeeld. Prokofjev heeft, sinds hij vrijwillig uit Amerika naar Rusland terugkeerde, nooit iets anders gedaan dan de grillen van Stalin ondergaan, voor wie hij –absoluut dieptepunt- een soort verjaardagscantate componeerde. Helemaal in de Palmyrastijl.

Een manifestatie op zijn Stalins dus, strak geregisseerd, in Moskou uitgezonden met tussenin gemonteerde beelden van militaire parades. De ‘bevrijding’ van Palmyra brengt ons geen stap dichter bij de oplossing van de Syrische knoop, integendeel. Het idee om met muzikale klassiekers een mistgordijn te creëren, alsof de twee dictators zich inzetten voor het cultureel werelderfgoed én meteen voor heel de menselijke beschaving, is zo grotesk, dat ze de IS-barbarij zelf parafraseren, maar dan in spiegelbeeld.
Nie mè mai, zoals ze in Antwerpen zeggen.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.