Maandelijks archief: juli 2016

Machiavelli herlezen: we zullen terugvechten, maar wel op ónze manier.

schaakmat.jpg

‘Vanaf nu is het oorlog’, roepen verbolgen politici zoals François Hollande en Bart De Wever uit. Ze hebben ons genoeg gekoejonneerd, we gaan die van IS eens een poepje laten ruiken!

Deze stoere taal doet me denken aan een voorval uit mijn lagere schooltijd.

Een klasgenoot in het derde studiejaar, niet bepaald de slimste, legde regelmatig de banden van mijn fiets plat. Hij kon amper lezen, maar in het geniep dat ventiel losdraaien, daar was hij meesterlijk in. Op een zeker ogenblik dacht ik: ‘nu is het oorlog!’, en ik sneed gewoon zijn beide banden over. Poets wederom poets, buitengewoon voldaan was ik omwille van deze geslaagde campagne, maar twee dagen later was mijn fiets gewoon weg en ik heb hem nooit meer teruggezien. Geen twijfel wie me dat had gelapt, maar de politie noch de schooldirectie was geïnteresseerd (het betrof een gekleurde jongeman). De oorlog was meteen gedaan en ik kon te voet naar school. Een jaar later kreeg ik een nieuwe fiets, op de groei gekocht, die ik jaren aan een stuk enkel op de buis zittend kon berijden, wat me tot op vandaag opstoten van priapisme bezorgt.

Conclusie: strategisch foutje gemaakt, een goeie les. Ook al heb je vijanden, niets zo dom als op hun terrein komen en hun regels overnemen.

Het genie van Machiavelli

En dat is precies wat het huidige tamtamgeroffel ter attentie van IS en het terrorisme doen. De Wever en C° zouden eens “Dell’arte della guerra” (1520) van Niccolò Machiavelli moeten lezen. Daarin schetst hij de verhouding tussen het militaire en de politiek, waaruit een globale strategie wordt gedestilleerd. Regel nummer één: verklaar zo min mogelijk openlijk de oorlog, diversifieer uw middelen, kies uw terrein, en laat de vijand ondertussen de illusie dat hij wint.

We hebben inderdaad met een vijand te maken, zonder twijfel. Maar het is een monster met vele koppen. Terrorisme gaat, zoals ik al zei, over een geopolitieke chaos na een foute invasie, religieus fanatisme, doorgeslagen koranlectuur, Molenbeek en een broeierig sociaal revanchisme in de Europese grootsteden, maar ook over een groeiend zootje psychopaten en uiteindelijk zelfs banale criminelen die meegaan in de überhype van de ‘Heilige Oorlog’.

Die laatste term wordt nu overgenomen door De Wever en C° zelf, de ideologen van de Grote Clash die zich als kruisvaarders aanstellen en zo hun grootste troef uit handen geven: het vernunft en de sluwheid van de Europese Arte della Guerra of de net-niet-oorlog. De kunst van de conflictbeheersing. Dat gaat ook over semantiek en retoriek: ook al voer je een strijd op leven en dood, je zegt het niet openlijk, je blijft aan politiek doen en strooit de tegenstander zand in de ogen, hoe doorgeslagen en barbaars hij zich ook voordoet.

In dat opzicht is Angela Merkel veel uitgekookter dan alle scherpslijpers samen. De Duitsers hebben dan ook twee wereldoorlogen verloren (die ze zelf begonnen) en hebben hun les geleerd. Wat voor een misrekening de open-deur-politiek (“Wir schaffen das”) ook was, en hoezeer ze ook met de kont op de blaren zit, Angela is wel veel te slim om IS openlijk de oorlog te verklaren: dat zou helemaal passen in hun logica van de ‘Totaler Krieg’ (een term die Joseph Goebbels in 1943 lanceerde, waarmee hij eigenlijk het lot van het Derde Rijk bezegelde).

In de plaats daarvan slaat en zalft ze, houdt verschillende kookpotjes warm, zoekt bondgenoten, analyseert, overlegt, wendt zelfs zwakte voor, laat ondertussen de politie en de staatsveiligheid haar werk doen, en wacht tot de vijand in zijn overmoed een fatale fout maakt of zichzelf voorbij rent. Dat heeft zelfs weinig met ‘vrouwelijke politiek’ te maken: ze heeft gewoon begrepen dat oorlog en krijgskunst twee grondig verschillende zaken zijn.

Godsoordeel

Zo lang me echter het gevoel bekruipt dat ze daar in Fallujah en omstreken Machiavelli beter gelezen hebben dan wij, maak ik me echt ongerust. Misschien is hun barbarij maar façade. Wij zitten voor een flink deel opgescheept met niet zo bijster intelligente, empathisch onderontwikkelde bewindslui die de feiten achterna lopen en er strategisch echt niet uit geraken, ook al wordt er wel eens met veel machtsvertoon een ‘cel’ ontmanteld. Het is vreugde om een dooie mus.

De woorden oorlog (‘oer-log’) en guerra zijn trouwens fatalistisch en religieus van oorsprong, ze houden etymologisch verband met het godsoordeel: niet de slimste of de sterkste zal winnen, wel diegene die god aan zijn kant heeft. Het is de domper op alle strategie of list, en plaatst de menselijke ratio ondergeschikt aan de lotsbestemming.

Angst, ongeduld en zelfoverschatting zijn de slechtste raadgevers. Opzwepende oorlogsverklaringen horen thuis in de prehistorie, de wereld van de supportersclubs en rivaliserende motobendes. Plus est en vous, mesdames et messieurs. We moeten de attitude vinden van de leerkracht die, met de ogen op de rug, precies weet in welke hoek de proppenschieters zitten, en wacht tot er eentje op het verkeerde moment met zijn katapult mikt.

Verwar dit vooral niet met vredesduifpacifisme: er is wel degelijk een fundamenteel conflict aan de gang, maar door het naar de dimensies van een schaakspel te reduceren –hoe bizar dat ook klinkt na een aanslag met 85 doden-, wordt het blinde geweld benoembaar, opdeelbaar en uiteindelijk misschien gelokaliseerd, ingedamd, via spelvariant nr X schaakmat gezet. Of hebt u ooit een schaakspeler gezien die rechtstond en zijn tegenstander de oorlog verklaarde. Het is de stilste die wint.

Het renaissance-genie van Machiavelli doet de metafysica verdampen, herleidt de oorlog tot een spel, waarin niet persé de sterkste wint, maar wel diegene die de spelregels bepaalt. Laten we hét motto van de Arte della Guerra, overigens spiegel van de Ars Amatoria of liefdeskunst, tot het onze maken: we zullen terugvechten, maar wel op onze manier. Misschien valt er ook nog iets te leren van de Oosterse gevechtssport,- ook het schaakspel komt overigens uit het Indische en Chinese cultuuruniversum.

De filosoof Hans Achterhuis (“De Kunst van het Vreedzaam Vechten”, 2015) heeft er, net in verband met de terreur, een gelijkaardige kijk op. Een leraar die voor een klas staat met de helft allochtone moslims, levert een dagelijkse strijd die vele malen subtieler is en rationeel onderbouwd dan de groteske Kruisvaart die Bart De Wever propageert. Humor, geduld, nuance, verleiding, uitdaging, soms ook doortastendheid, kenmerken deze ‘geciviliseerde speelvelden’ die in feite op Niccolò Machiavelli geïnspireerd zijn. We zullen als simultaanschakers op tien, twintig velden tegelijk moeten leren spelen, in plaats van gewoon de tafeltjes omver te gooien.

Of waarom de wiskundigen, die vinden dat het compleet versofte onderwijs de kracht van de ratio moet herontdekken, wellicht gelijk hebben.

Doet de N-VA een Erdoganneke?

DeRoover

Uitzonderingswetten die de vrijemeningsuiting beknotten, dat is wel het laatste wat we nodig hebben.

De komkommertijd blijft een gelegenheid voor politieke strategen om ballonnetjes op te laten die meer media-aandacht krijgen dan ze eigenlijk verdienen. Nu er bijna dagelijks IS-geïnspireerde terreuraanslagen (hier geen vakantie) te betreuren vallen, kon het niet anders of er moest ook van buiten het Vlaams Belang, met name de N-VA als centrumrechtse partij, een gespierde uitspraak komen die aan de volkswoede tegemoet komt. Jammer genoeg werd het geen migratiestop of een herziening van het asielbeleid, gezien de N-VA zelf de asielminister levert. Neen, de N-VA wil meteen de vrijemeningsuiting aan banden leggen –dus ook de uwe en de mijne-, en liet daartoe kamerlid Peter de Roover vanuit zijn Italiaans vakantieverblijf een pleidooi schrijven die op zijn blog verscheen.

Want ja: het begint bij woorden, die tot daden leiden, en dus moeten die woorden worden gecensureerd. Waarbij uiteraard de gedachten achter die woorden niet verdwijnen, en de IS-communicatie platleggen is al helemaal een utopie.

 ‘Collaborateurs’

Het is al bij al een raar ratjetoe, dat epistel van De Roover. Eerst stelt hij een soort derde wereldoorlog vast met IS als gemeenschappelijke vijand, vervolgens het feit dat die vijand overal en nergens is, en daarna komt het beladen woord ‘collaboratie’, die logisch moet gevolgd worden door een repressiegolf. Hij verwijst daarbij expliciet naar de Vlaamse Beweging die na de 2de wereldoorlog door zo’n repressie werd getroffen. Dat zullen ze aan de Vlaamse rechterzijde graag horen: nakomelingen van collaborateurs die ineens met moslimfundamentalisten op één hoop worden gegooid.

“Elke vijand telt bondgenoten in het binnenland”, klinkt het, en die mogen geëlimineerd worden. Bizar genoeg beroept de auteur zich vervolgens op… de Turkse president Recep Erdogan en zijn zuiveringsoperaties, die ook afrekent met de ‘collaborateurs’ van de Gülenbeweging.

Vervolgens gaat het over radicalisering en het feit dat de gedachten vrij zijn. Ja, maar niet in tijden van oorlog, waarschuwt het N-VA-kamerlid, want dan moet je een tandje bijsteken en dient ook de vrijheid van het woord beperkt: à la guerre comme à la guerre. Als argument wordt dan… nazi-propagandaminister Joseph Goebbels aangehaald,- als ik me goed herinner geen ‘collaborateur’ of lid van de ondergrondse, maar de man die gewapenderhand het woord van de macht uitdroeg.

Via de ‘Radikalenerlass’ in het Duitsland van de jaren ’70, toen de Baader-Meinhoffgroep terreur zaaide, gaat het dan naar het Vlaams Blok en het cordon sanitaire, ook een goede zaak volgens Peter De Roover, terwijl iedereen, ook bij links, het er langzamerhand over eens is dat de democratie zich hier van haar slechtste en ongeloofwaardigste kant heeft laten zien.

Daarna komt de Turkse kwestie nog eens aan bod, en de vraag of Erdoganaanhangers alhier tegenstanders wel openlijk mogen intimideren. Hoezo, dan toch geen zuivering? Op wie moeten we nu het etiket ‘collaborateur’ plakken? Maak er eens een gedacht van, Peter.

Einde van het vertoog, en een conclusie die helemaal eensluidend is met het begin: Collaborateurs met vijanden die onze vrijheid en veiligheid belagen, moeten worden bestreden, ook als ze zich beperken tot woorden.”

Patriot Act

Het probleem van dit logisch inconsistent en slordig geschreven vakantiewerk is vooreerst dat het wel inspeelt op de publieke angst voor een ‘verborgen vijand’, en ook de vrees dat terreurpropaganda nieuwe terreur veroorzaakt, maar het verwart een mening met een aansporing tot geweld. En zelfs dat laatste is voor discussie vatbaar. Overal lees ik op de sociale media dat de IS-barbaren zelf van het dak moeten gegooid worden of gevierendeeld. Of dat pedofielen verdienen om gecastreerd te worden. Ooit schreef ik op mijn blog dat TV-kok Piet Huysentruyt, die voor de camera met een sardonische grijns kreeften levend de poten uittrekt en ze vervolgens roostert, die behandeling zelf eens zou moeten ondergaan. Mag ik binnenkort de politie aan mijn deur verwachten?

Overigens is dreigen met geweld sowieso strafbaar, evenals aanzetten tot haat (we hebben zelfs een Centrum dat zich daarmee bezig houdt), en het is simpel om ook ‘aanzetten tot terreurdaden’ in het strafwetboek op te nemen, zoals dat in Frankrijk al het geval is. Maar waarom dan een debat over het grondwettelijk recht op vrijemeningsuiting beginnen? Ik heb de indruk dat het de N-VA, behalve om goedkope media-aandacht in de komkommertijd, om iets anders te doen is, en de onbehaaglijke verwijzing naar Erdogan versus de ‘collaborateurs’ wijst in die richting: het op de helling zetten van een aantal vrijheidsprincipes en het overwegen van censuurmaatregelen waarmee men alle kanten uitkan. Uitzonderingswetten dus, zoals de Patriot Act van George W. Bush (Bart De Wever heeft zelf al het idee geopperd om er een Belgische versie van te maken), die het terrorisme toch niet tegenhouden, maar wel onze eigen bewegingsvrijheid belemmeren, evenals het recht op politieke kritiek, humor, satire, eventueel in een ‘beledigende’ vorm.

Zou het ballonnetje van De Roover bijvoorbeeld de Charlie-toets doorstaan? Ik vermoed van niet. Europese moslims zijn al lang vragende partij om de Mohammed-karikaturen te verbieden omdat ze hun godsdienst beledigen. Zij vragen in wezen wat Peter de Roover voorstelt: een inkrimping van het free speech-principe om het politieke en ideologische status-quo niet in gevaar te brengen.

Dat leidt uiteindelijk tot een Erdoganisering van ons bestel, waarbij de machthebbers à volonté een mouw kunnen passen aan de persvrijheid, facebookpagina’s en blogs kunnen afsluiten, of journalisten op non-actief zetten.

‘Radicale afwijzing van de samenleving’

Tenslotte nog een vraag die ik richt aan Peter De Roover: In hoeverre vindt u zelf dat het met onze samenleving de goede kant uitgaat? Wat als ik nu eens niét akkoord ben met het reilen en zeilen van heel onze dolgedraaide prestatie- en consumentenmaatschappij, waar elke norm inzake levenskwaliteit ondergeschikt is aan het boekhoudersdenken? Wat als ik die radicaal afwijs, niet met bommen uiteraard maar wel met de kracht van het woord? Wat als ik de globalisering aan de kaak stel, de verplatting van de cultuur inclusief de Pokemonverdwazing, de manier hoe de media steeds weer meegaan in de domheid? De intrinsieke corruptie van het politieke bestel dat de verkeerde mensen aantrekt, namelijk zij die voor macht, status en materieel gewin gaan? De versodemietering van het leefmilieu en het dogma van de economische groei? Valt deze “radicale afwijzing van onze samenleving” ook onder uw nieuwe censuurwet-in-spe?

Men kan finaal iedereen ‘collaborateur’ noemen waar men het niet mee eens is, zoals elke Erdogan-tegenstander, van Koerd tot Gülenist, per definitie een ‘terrorist’ is.

De strijd tegen de eigenlijke terreur vergt intelligentie, zin voor nuance (jawel) en differentiatie. Elke terrorist heeft zijn eigen verhaal,- het gaat van echte doorgeslagen fanatici, over meelopers, tot psychotische gevallen,- en het zal moed, vernuft en verbeelding vergen om die puzzel in elkaar te passen waarna een strategie kan uitgetekend worden. Misschien is het zelfs in die zin beter om de vijand wél voluit het woord te geven, want dan kunnen we het tenminste bestuderen en eventueel een tegendiscours ontwikkelen dat aanslaat.

“We moeten het debat durven voeren”, schrijft Peter De Roover. Helemaal mee eens. Het vrije woord maximaal beschermen lijkt me dan al een goed begin. Anders gaan we gewoon mee in de logica van het nieuwe fascisme, dat door IS wordt uitgedragen maar ook in Ankara wortel heeft geschoten.

 

 

Anti-terreur, anders bekeken: is er nood aan meer prettig-gestoorden?

Was Mohamed Bouhlel, de man die met een witte vrachtwagen te Nice 85 mensen opzettelijk te pletter reed, een authentieke moslimterrorist, een psychopaat bij wie de knoppen doorsloegen, of een crimineel?

Uit de achtergrondinformatie blijkt steeds meer dat hij het alle drie was: ja hij was zoals dat heet ‘geradicaliseerd’, en ja, hij was een mentaal labiele eenzaat, en ja, hij heeft een voorgeschiedenis van geweldpleging, maar ook drugsverkoop en wapenhandel. Dat is een moeilijk punt voor de kruisvaarders onder ons, die liever zouden hebben dat Mohamed Bouhlel enkel en alleen handelde uit geloofsijver. Helaas: de man wàs echt een Narcistische zielenpoot én een crimineel.

Twee weken geleden stelde ik al in een artikel omtrent Nice (dat door de Doorbraak-redactie als politiek te incorrect werd bevonden en dus afgewezen) dat we met de containerterm ‘terrorisme’ nauwelijks nog wat opschieten. Het zegt alles en niets. Terrorisme gaat over terreur en terreur over angst, maar waarvoor hebben we allemaal geen angst? Een man die ons in de trein met een bijl te lijf gaat, zeker. Maar evengoed de bankovervaller, de belastingcontroleur, de pastoor die ons pietje betastte, de dokter die ons komt melden dat we kanker hebben. Angst is universeel en, ach, misschien kunnen we zelfs niet zonder, als kuddedieren die adrenaline kweken om vervolgens massaal weg te stuiven.

jihadEen nieuw element in de angst komt echter net voort uit de fusie van twee traditionele, oeroude schrikdemonen, de gek en de boosdoener, die door een derde worden getriggerd, namelijk de (religieuze) fanaticus. Dat brengt de terreur op een nieuw niveau waar alle koffiedikkijkers zich constant aan mispakken. In deze spiraal blijken Jihadisten een criminele achtergrond te hebben (denk aan Salah Abdeslam), bekeren gefrustreerde mislukkelingen zich tot de islam, en delen criminelen en psychopaten dezelfde kalashnikovs. In de vorige eeuw hadden we nog aparte opvangcentra zoals psychiatrische inrichtingen en gevangenissen,- nu worden ze allemaal moslim en kan de terreur echt beginnen. Verkijk u echter niet op die religieuze maïzena: meer en meer blijkt de lone wolf, de gestoorde eenzaat, hét model van de terrorist die zomaar in het wilde weg een spoor van vernieling achterlaat.

Hell’s Angels

Tot zover de vaststelling. De vraag is waarom het nog zolang geduurd heeft, en waarom onze Westerse samenleving lang immuun bleek voor dit soort psychotische gewelduitbarstingen. Ook daarop weet ik een antwoord: wij hebben artiesten, kunst, musea, performances. Ik weet heel zeker dat Jan Fabre en Arne Quinze, om maar die twee te noemen, intrinsiek dezelfde driehoek bewonen van de psychopaat, de crimineel en de (quasi-)profeet. In wezen zouden we ze mislukte terroristen kunnen noemen. Mislukt, nu ja…. Ze hebben de fatale driehoek omgevormd, zeg maar binnenste buiten gekeerd, tot een hoogst handzame driehoek waarin de marginale/gekwelde artiest (ex-psychopaat), de materialistische charlatan (ex-crimineel), en de historische missionaris (ex-jihadist) broederlijk samenwerken aan een glorieus artefact waarin de getransformeerde kunstenaar samen met zijn oeuvre schittert. Dat is een enorm pluspunt aan onze maatschappij: het vermogen, zij het gedeeltelijk, om marginaliteit op te werken tot ‘creativiteit’, waardoor een mate van wereldvreemdheid kan, mag, zelfs gewenst is.

kunstenaarU voelt het aankomen: als hedendaagse kunstenaars bijgeschaafde terroristen zijn, waarom dan niet proberen van de Mohamed Bouhlel’s artiesten te maken en hen zo een bezigheidstherapie te verschaffen die beantwoordt aan al hun Narcistische nood om een onuitwisbaar merkteken achter te laten? Als we terreur ten gronde analyseren moeten we toegeven dat maatschappelijk geweld in een vrije samenleving als de onze enkel binnen redelijke grenzen kan gehouden worden indien Wim Delvoye varkens mag tatoueren en Jan Fabre katten van de trap mag gooien,- wat uiteraard ook onze woede opwekt,- en beiden dat voor Grote Kunst mogen verkopen. Geef toe: een redelijk compromis.

Wie nog twijfelt aan mijn visie, raad ik aan om de cultroman ‘Ik Jan Cremer’ (1964) te lezen, het toendertijd als schandalig bevonden relaas van een gemotoriseerde losbol/seksmaniak/junk/klodderschilder (“Ik sodemieter verf op een doek, ik druip, spat, sla, schop, ik vecht met verf en soms win ik.”). Het is een perfect voorbeeld van embryonale terreur die, mits een juiste sociale begeleiding, een artistiek en/of literair pad toegewezen krijgt waardoor de maatschappij van veel erger gespaard blijft.

Jaja, wir schaffen das. De met bijlen hakkende Syriërs en Afghanen, de asielzoekende bommenleggers,- natuurlijk hebben ze hier niets te zoeken. Angela Merkel zal de geschiedenis ingaan als de politica die onveiligheid Europees een nieuwe dimensie heeft gegeven, waardoor de panikerende burger probleemloos een totalitaire staat zou verkiezen boven de complete anarchie.

Tegelijk denk ik echter dat wij de negatieve energie die ons omringt, maatschappelijk moeten neutraliseren en opwerken. Vertederd kijk ik nu naar Fabre, Delvoye en al hun imitators die om ter gekst op televisie hun grensverleggende creaties komen toelichten. Maar met heimwee denk ik ook terug aan Scientology, Hare Krishna, al die sektetjes die tot de religieuze folklore behoorden en geen vlieg kwaad deden. Zelfs de Hell’s Angels en de Outlaws, waar zijn ze gebleven, die vluchtheuvels voor agressieve marginalen? Waarom zijn de voetbalsupportersclubs vandaag gerestyled tot brave hobbyclubs? Dit moet terugkomen, dat zachte fanatisme van de lichtjes geschifte meerderheid, het Afrit-9-gehalte van het Vrije Westen. Het heeft iets homeopathisch: de terreur verminderen door het (sociaal-aanvaardbare) geweld wat op te trekken.

Hier ligt een grote taak weggelegd voor de nieuwe socio-agogiek en wetenschap van de vrijetijdsbesteding, de humane wetenschap in het algemeen. Elk zijn geloof, elk zijn kerk, elk zijn theorie, passie, manie, tic. Uitlaatkleppen dus, gewoon het verhaal van de stoom en de ketel.

Una giornata particolare: vijf goede redenen om niét naar het 21-juli-défilé te gaan

Jambon

Het was een opmerkelijke uitnodiging die de Brusselse korpschef Guido Van Wymersch via de pers aan de bevolking meegaf om het aanstaande 21-juli-défilé bij te wonen: “Thuisblijven en op televisie volgen, staat gelijk aan toegeven aan ISIS. En dat mogen we nooit doen.”

Tja. Ik was helemaal niet van plan om dit kijkstuk op televisie te volgen, en nog minder om me morgen in levende lijve in Brussel te vertonen, ik voel me niet aangesproken. Maar het blijft wel hangen: als burger opgevorderd worden voor een parade ‘omdat we anders de vijand in de kaart spelen’. Voorwaar een enorme daad van vaderlandsliefde die ons in de huidige context wordt gevraagd. Na het afschrikkingseffect van het terrorisme waardoor mensen thuis blijven, is er nu de dwang om op straat te komen en als het ware een menselijk schild te vormen tegen de onzichtbare vijand. Het is niet helemaal hetzelfde, maar het doet er wel aan denken: in modelstaten als Noord-Korea heb je ook niet te kiezen of je al dan niet een militaire parade bijwoont.

Voor Guido Van Wymersch, die ooit een blaam kreeg omdat hij zijn eigen evaluatie had opgesmukt in de aanloop naar zijn benoeming, is het zijn laatste défilé alvorens hij van een welverdiende rust gaat genieten, en verlaten straten zouden echt wel een afscheid in mineur betekenen. Dit wordt Una giornata particolare, dus komen, mensen, komen!

Het Belvue-museum, metafoor van de versplintering

De plooibare Torck-kruk van Expo 58. Via deze Brusselse politieklucht komen we echter wel snel tot de kern van de zaak: sinds 22 maart 2016, de dag van de aanslagen in Zaventem en Brussel/Maalbeek, heeft België ook de schijn van een natie verloren. Het clichématige etiket failed state is niet helemaal correct: door het ontbreken van een collectieve identiteit is er nooit een state geweest, hooguit een construct dat nooit uit de steigers is geraakt en naadloos overging naar de status van ruïne, daarbij voortdurend op zoek naar een affiche die de leegte verbergt.

Het koningshuis beijvert zich ook vandaag nog om deze affiche in te kleuren. Via het vehikel van de Koning Boudewijnstichting worden filantropische projecten opgezet en artistieke manifestaties georganiseerd die België positief in de kijker moeten zetten als land van de diversiteit, verdraagzaamheid en ook een zekere Bourgondische ‘laissez-faire’-levensfilosofie. Het Belvue (heb j’em?)-museum, niet toevallig gelegen naast het Koninklijk Paleis in Brussel, was zo’n permanente België-van-de-oudheid-tot-heden-tentoonstelling, historisch kwakkel maar onberispelijk tricolore en ook wel aandoenlijk-stoffig. Om het geheel te moderniseren werd die tentoonstelling nu in een nieuw kleedje gestoken en werd de chronologie opgeheven, ten voordele van een postmoderne kijkdoos. Een passe-vite, een kroketmachine, een bokaal met (valse) diamanten, de koersbroek van Eddy Merckx, uitgestald als curiosa: de nieuwe curator herleidde België tot wat het is, namelijk een toevallig samenraapsel van objecten, toestanden, personen. Dat is een enorme vooruitgang: cultuurmakers beseffen nu wat de modale bewoners van dit koninkrijk al lang weten, namelijk dat ze in een ingebeeld land wonen.

De koninklijke familie had de hint overigens begrepen: Filip en Mathilde kunnen zich niet vinden in deze visie op de versplintering, en zullen niet aanwezig zijn op de opening. Een kwaliteitslabel dat kan tellen.

De curatoren geloven er dus zelf niet meer in en gingen resoluut voor een niet-samenhang, een opzettelijke bric-a-brac. Deze postmoderne visie is nieuw. Vroeger heette het dat België hét land van het surrealisme was, met een voorliefde voor dubbele bodems, knotsgekke compromissen en plezante chaos. Maar na Maalbeek/Zaventem is die identificatie compleet ongeloofwaardig en zelfs immoreel geworden. Het feit dat wij proportioneel het hoogst aantal Syriëstrijders van Europa kennen, heeft onder meer te maken met de tomeloze verheerlijking van de multicultuur uit de vorige eeuw, de cultus van de smeltkroes, en het negationisme omtrent sluimerende tegenstellingen. Alles was kleurrijk, divers, Belgisch. Molenbeek is het paradoxale resultaat van deze mythologie: een explosieve monocultuur,- en het woord ‘explosief’ mag letterlijk genomen worden. De dag dat België uiteenspatte, fysiek en reëel, heeft een naam: 22 maart 2016.

Zo wordt het nieuwe Belvue-museum als het ware een brokstukkenmagazijn dat je zou kunnen aantreffen na een ontploffing, maar dan enigszins afgestoft en ontdaan van menselijke resten. Het toont wat België echt is: iets tussen een nostalgische collectie van prullaria en een post-catastrofale inventaris.

De parade van 21 juli zal ook dit jaar nog helemaal in de sfeer van de nostalgische collectie baden, een show van soldaatjes en speelgoedtankjes, terwijl het publiek zelf weet dat de staat de veiligheid van zijn burgers niet meer kan garanderen. Alleen al uit lijfsbehoud blijven we er uren vandaan, in het besef dat heel de patriottistische ideologie een leugen was en dat we nu zelfs moeten rekening houden met een quasi-bezetting door Turkse Belgen,- ook een erfenis van de multiculturele zeepbel, terwijl achter elke hoek een asielzoeker met een hakbijl kan tevoorschijn komen. Hallucinant maar reëel.

De hilarische opvordering vanwege korpschef Van Wymersch zegt iets over de radeloosheid van een leeg institutioneel kader zonder publieke draagkracht. Een regimecrisis is onafwendbaar, misschien is dat nog een geluk bij een ongeluk. We zijn niet alleen, ook Frankrijk en wellicht zelfs Duitsland gaan een regimecrisis tegemoet: landen die zich zullen moeten heruitvinden doorheen en na het terreurtijdperk, maar zij hebben het grote voordeel van ergens op een culturele erfenis te kunnen terugvallen die meer is dan een postmoderne bricolage in een zijgebouwtje van het koninklijk paleis.

Veel redenen dus om op dat 21 juli défilé afwezig te blijven: te goed zomerweer, de Tour, teveel lawaai daar in Brussel, een acuut gebrek aan natiegevoel, geen zin om als een kreeft belle vue in stukken te eindigen voor het vaderland. ‘Er zal méér politie en leger rond de parade patrouilleren, dan erin meelopen’, liet Van Wymersch ons nog trots weten. Tja, een feest met groteske veiligheidsmaatregelen wijst er misschien op dat er niets te feesten valt. Dacht ik zo.

Nice, 14/7: waarom wij de waanzin moeten be-grijpen, om niet zelf gek te worden

wittevrachtwagen

Voor het bloedbad gisteren in de riante badplaats Nice staat de teller momenteel op 84 slachtoffers. Hoewel er op het moment van dit schrijven nog niets is opgeëist door IS of om het even wie, kwam president François Hollande al manhaftig voor de camera verklaren dat ‘het terrorisme ongenadig zal bestreden worden’.
Dat is een mooi voornemen, maar van de chauffeur in de fatale witte vrachtwagen is momenteel enkel geweten dat het een Franse trucker is met Tunesische roots, een verleden van kruimeldief heeft en vader van drie kinderen is. Wel wat weinig als aanknopingspunt voor een tactische breinstorm over ‘hét terrorisme’. Het zegt iets over het troebel mengsel van amateurisme en hysterie dat zich verspreidt, ook bij figuren die aan het roer van de natie staan. Uiteraard gaat het ook om oorlogsretoriek van een president wiens populariteit op een absoluut dieptepunt staat, maar toch: de war on terror (de term is van George W. Bush, de man die samen met Tony Blair het alibi voor de inval in Irak verzon) lijkt ook in Europa meer en meer een alles-en-niets-verhaal, een vaag exorcisme dat niet meer op de feiten teruggaat maar op het algemeen aanvaard beeld van de feiten. Een onrustwekkende evolutie.

Halbstarken

Naarmate het IS-territorium inkrimpt nemen de aanslagen in Europa en de VS toe, dat werd ons voorspeld. Maar tegelijk voltrekt zich een ander fenomeen: de toenemende ‘zelfsturing’ van de terreur. Zelfs al eist Islamitische Staat nadien de aanslag op, het blijkt meer en meer dat de wereldwijde geweldacties geen ordewoord uit Ar-Raqqah meer nodig hebben: het virus plant zich vanzelf voort. De vraag is, bij wie en waarom.
Dat viraal aspect is veel te weinig aan de orde. We zien wel brokstukken in het ronde vliegen, en gaan een paar dagen later meestal toch weer over tot de orde van de dag, maar het kruipt onder de leden en beïnvloedt ons denken. En om die psychische terreur is het écht te doen. Het gaat dan niet over de bom zelf, maar over de schokgolf en de natrillingen, het nieuws, het gerucht, en zijn effecten. Publieke angst is zo’n effect. Ze kan leiden tot een mentale tunnel waarbij iedereen nog maar over één ding spreekt en aan één ding denkt. Een groot deel van de rationaliteit –nodig om het probleem echt onder ogen te zien- wordt opgeofferd aan een regie om de angst beheersbaar te houden. Bijvoorbeeld door op elke hoek van de straat een para te zetten. Dat lost niets op, maar het geeft een ‘veiligheidsgevoel’, en dat vinden vele politici al een hele vooruitgang.

Veel interessanter nog is een ander effect van terreur: het werkt als een lokroep bij alle mogelijke lieden met een lage psychische immuniteit om eraan deel te nemen, ‘erbij te horen’. De bekering tot de fundamentalistische islam en de zogenaamde radicalisering zijn in dat opzicht maar middelen om agressie te kunnen veruiterlijken via een ingebeelde ‘rechtvaardige oorlog’. Er is IS, het krimpende kalifaat, maar de jihad wordt vermoedelijk ook meer en meer een vluchtheuvel voor alle mogelijke frustraties en mentale of sociale disfuncties, tot en met regelrechte psychoses.
En ja, het krioelt nu eenmaal op deze planeet van psychische wrakken en risico-patiënten. Achter de stoere strijders verschuilt zich,- en dat weten de IS-strategen verdomd goed-, een deerniswekkend hoopje sukkels, weliswaar soms goed opgeleid en helemaal niet sociaal marginaal, maar niettemin mensen met een zware hoek af.
Zonder twijfel is het voor deze Halbstarken een triomf om zomaar, alleen of met een handvol gelijkgezinden, het wereldnieuws te halen en als het ware de loop van de geschiedenis te bepalen: het geeft een enorm machtsgevoel. Terreur is onder meer ook de overcompensatie van alle minderwaardigheidscomplexen. Het is de apocalyptische triomf van de zieke mens, opdoemend uit de grijsheid, als de man in de witte vrachtwagen. Met of zonder IS-label.

Vierendelen

In die optiek is religie niet het probleem maar de hefboom, hoe bol de Koran ook staat van haat jegens niet-gelovigen. We hebben met levende waanzin te maken, niet met dode teksten. Het is opvallend hoe de jihad-boodschap vlot binnensijpelt bij labiele persoonlijkheden die in de (pseudo)religie een ‘trigger’ hebben gevonden om hun stoornis uit te leven, zie bijvoorbeeld de dader van de schietpartij in Orlando/VS. Was het nu echt uit deemoed voor Allah, uit afkeer van de westerse samenleving, uit homohaat, of was de man gewoon compleet geschift? Wat is het verschil met een doorsnee-psychopaat bij wie de stoppen doorslaan? Vroeger vermoordde je vrouw en kinderen, een halve schoolpopulatie (in de VS nog steeds), of maakte je als seriemoordenaar de buurt onveilig, nu blaas je een metrostation op of rij je met een vrachtwagen de menigte in. Waarna iedereen dadelijk weer ‘de oorlog verklaart aan het terrorisme’. Men zou echter eens moeten nagaan in hoeverre de statistieken van zgn. psychopathische misdrijven, sinds de toenemende terreurgolven van het laatste jaar, gedaald zijn. Samen met de reguliere criminaliteit, die ook de vlag van de jihad heeft ontdekt.

In die zin vind ik het woord ‘terrorisme’ als passe-partout meer en meer een miskleun, en is Hollande’s paniekuitspraak ‘Dit is een oorlogsverklaring aan de republiek’ van een vreselijke banaliteit. Het gaat om extreem geweld en Allah wordt er bij gesleurd, maar het zal toch wel nodig zijn om dieper te kijken dan dat, wil men het fenomeen doorgronden, in kaart brengen en onschadelijk maken.
Een zekere dosis empathie –hoe moeilijk dat woord ook ligt na 85 doden- is dus nodig, en als wetenschapper Stephen Hawking dat bedoelt met het woord, ben ik helemaal mee. We kunnen de man-in-de-witte-vrachtwagen wel als een monster beschouwen en hem eventueel vierendelen op zijn middeleeuws, of nog maar eens een ‘grote clash der beschavingen’ uitroepen, of anderzijds wat kaarsjes branden en stille marsen houden, maar wat schieten we daarmee op?
De echte uitdaging is daarom vermoedelijk niet de ‘strijd tegen het terrorisme’ maar het doorgronden van de terrorist, die eigenlijk als monotype niet bestaat want de halve mensheid is een potentiële terrorist, begin er maar eens aan. Het klinkt misschien soft en zielenknijperig, en het is allerminst zo bedoeld, maar we zullen uit onze eigen waan moeten durven stappen en concreet op de man en de vrouw af gaan. Laten we de dokter zijn in het gekkenhuis, niet een van de gekken. Met clichés en groteske veralgemeningen geraken we er nooit, sterker nog, doen we zelf mee aan de virale verspreiding van de waan.

De media spelen uiteraard een sleutelrol in deze dynamiek, jammer dat ze het zelf niet beseffen. Het klinkt wereldvreemd en utopisch, maar zonder media of internet zou er natuurlijk ook geen grootschalig terrorisme zijn: als niemand wist dat er in Nice iets is gebeurd, was er ook niets gebeurd. Of hoe het gerucht zichzelf waar maakt, vrij naar Jean Baudrillard (1929-2007), een filosoof waarvan ik François Hollande dringend de lectuur kan aanbevelen.

Over spuwende ministers en Vlaamse filmkens: waarom ik elk jaar weer uitkijk naar 11 juli

BourgeoisDe grap over de Guldensporenslag is, dat de Vlamingen tot 11 juli gewacht hebben om slag te leveren tegen het Franse leger, omdat ze zo een redelijke kans hadden om de pers te halen gezien de politieke komkommertijd. Tot op vandaag is die Vlaamse feestdag (zoals de Belgische trouwens), een welgekomen dag vol vermaak in een nieuwsarm jaargetijde.
Het is natuurlijk grappig dat de vleesgeworden saaie deftigheid zelve, in casu de Vlaamse Minister-President Geert Bourgeois, achtervolgd wordt door zijn eigen one-liner waarin hij de Vlamingen op de grond laat spuwen. Dat is heel onbeleefd, zo leerde ik van mijn moeder. Alleen voetballers doen het nog, om de tegenstander te imponeren als een soort oud-mannelijk territoriumsignaal. En neen, Geert bedoelde het zo niet, maar toch, het luidde letterlijk zo in dat VTM-interview naar aanleiding van 11 juli, Vlaamse feestdag: De taalgrens is een stakingsgrens geworden en de Vlamingen spuwen daarop’. Baf, je hoort het fluim zo kletteren.
Terzijde: spuwen op een taalgrens, het is al niet makkelijk, en op een stakingsgrens nog veel minder, want waar zou die eigenlijk precies liggen. De uitspraak klopt ook niet, binnen haar eigen betekenisveld: als de Vlamingen in de visie van Bourgeois al ergens zouden op spuwen, dan is het op stakingen en niet op een ‘stakingsgrens’. Maar waarom grijze Geert zich liet verleiden tot zo’n pittige beeldspraak, bewust wetende dat dit wel voor wat tumult zou zorgen in deze komkommertijd? Omdat de N-VA leeft van loze retoriek, en dit soort taalgebruik uit de kast haalt als de Vlaamse beweging even moet bediend worden, terwijl Jan Jambon en Steven Vandeput binnen tien dagen toch ook present zullen zijn op de tricolore parade. Honni soit qui mal y pense. Maar vandaag mag, wat zeg ik: moét de Vlaming spuwen, ook al komt de wind uit het Zuidwesten en zit de kans er dik in dat de fluimbal in zijn eigen gezicht uiteen pletst.

 

Alles eindigt in een worst
Vlaamse grondNeen, geef mij dan maar de zomerhit die het Vlaams Belang vandaag uitbrengt: “Dit is Vlaamse grond”, gezongen door twee blonde blommen, een mollige en een ranke, geflankeerd door een gitarist en euhm, een luchtpercussionist. Het deuntje is wat Lais-achtig, maar die meiden waren allicht niet te strikken voor een VB-single, dus was het behelpen met twee schone maar niet echt toonvast zingende Neles.
Hun gezapige rit verloopt in een 2-PK, van de IJzertoren naar het Gentse Gravensteen, doet dan even Molenbeek aan waar dievelings een sticker wordt geplakt, en eindigt ergens in de Vlaamse velden op een barbecue met varkensworsten en, jawel, zie ik het goed, twee mannen die elkaar knuffelen. Boodschap begrepen, hier geen islamgedoe. Want: dit is Vlaamse grond.
Wat klopt er niet aan dit filmpje? Van alles, het zit klungelig in elkaar, de meisjes lijken van hout, het deuntje in mineur is slaapverwekkend, de tekst grotesk. Dit moét bijna van Anton Aldi zijn, de discountdichter die ook de bindteksten van de IJzerwake verzorgt. Het toont ons een blank, proper, gezellig en idyllisch Vlaanderen dat niet bestaat, met opvallend weinig mensen, vermoedelijk omdat niemand herkenbaar in beeld wil komen op een VB-clip. Maar vooral: het vervalt in dezelfde, N-VA-achtige cultus van de middelmatigheid, vol pastoorslyriek die de Vlamingen vooral aan hun ‘grond’ wil binden omdat ze toch te dom zijn voor iets anders. Neen, de Val van Antwerpen en de brain-drain naar het Noorden is duidelijk nog niet verteerd. Spuwen aan en op de grens, met de worst in de hand door Vlaanderland: de twee flamingante partijen overtreffen mijn stoutste verwachtingen.

 

Kleine ambities
Over grond gesproken. In mijn eigen gemeente Overijse vecht ik met enkele rabauwen al jaren om een landbouwgebied/natuurgebied te vrijwaren van verstedelijking. De burgemeester, een échte Vlaming en N-VA-er die nauwe banden heeft met de immo-sector, heeft met deze Vlaamse grond andere plannen. Onze actie om de zgn. ‘trage wegen’ (oude voetwegen voor wandelaars en fietsers), die o.m. door een rijke industrieel worden afgesloten omdat ze door zijn domein gaan, weer open te krijgen, botst op een bureaucratische muur van goede Vlaamse makelij. Mijn grootste bondgenoot in deze is een…. alhier wonende Deen die niet snapt hoe je hier met de wet aan je kant toch wandelen kunt gestuurd worden.
Vlaamse grond dus, en hoe deze te versodemieteren. Straks ook nog Uplace er bovenop, ook weer dankzij de Vlaams-nationalisten die in hun eigen rochels uitglijden. De politiek, de Vlaamse nog meer dan de Belgische, huldigt kleine ambities, intellectueel en cultureel, maar ook maatschappelijk-sociaal en ecologisch. In wat voor een godverdomse Vlaamse republiek zouden we wel wakker worden met zo’n stel grijze klerken?
Het hardnekkig naar de mottenballen ruikende kerktorenflamingantisme, gecombineerd met een even hardnekkig rechtsblauw centenflamingantisme, blijft de grondtoon bepalen van de Vlaamse beweging. In Catalonië is het streven naar autonomie nog modern en ambitieus, bij ons is ze nostalgisch en kneuterig-conservatief.
“Dit is Vlaamse grond, dus bol het af” klinkt het in het refrein van de VB-clip. Wel, ik denk er sterk over na om dat te doen. En via Youtube blijft men wereldwijd perfect op de hoogte van de stand der dingen in Vlaanderland. Nog een vrolijke 11 julidag gewenst.