Una giornata particolare: vijf goede redenen om niét naar het 21-juli-défilé te gaan

Jambon

Het was een opmerkelijke uitnodiging die de Brusselse korpschef Guido Van Wymersch via de pers aan de bevolking meegaf om het aanstaande 21-juli-défilé bij te wonen: “Thuisblijven en op televisie volgen, staat gelijk aan toegeven aan ISIS. En dat mogen we nooit doen.”

Tja. Ik was helemaal niet van plan om dit kijkstuk op televisie te volgen, en nog minder om me morgen in levende lijve in Brussel te vertonen, ik voel me niet aangesproken. Maar het blijft wel hangen: als burger opgevorderd worden voor een parade ‘omdat we anders de vijand in de kaart spelen’. Voorwaar een enorme daad van vaderlandsliefde die ons in de huidige context wordt gevraagd. Na het afschrikkingseffect van het terrorisme waardoor mensen thuis blijven, is er nu de dwang om op straat te komen en als het ware een menselijk schild te vormen tegen de onzichtbare vijand. Het is niet helemaal hetzelfde, maar het doet er wel aan denken: in modelstaten als Noord-Korea heb je ook niet te kiezen of je al dan niet een militaire parade bijwoont.

Voor Guido Van Wymersch, die ooit een blaam kreeg omdat hij zijn eigen evaluatie had opgesmukt in de aanloop naar zijn benoeming, is het zijn laatste défilé alvorens hij van een welverdiende rust gaat genieten, en verlaten straten zouden echt wel een afscheid in mineur betekenen. Dit wordt Una giornata particolare, dus komen, mensen, komen!

Het Belvue-museum, metafoor van de versplintering

De plooibare Torck-kruk van Expo 58. Via deze Brusselse politieklucht komen we echter wel snel tot de kern van de zaak: sinds 22 maart 2016, de dag van de aanslagen in Zaventem en Brussel/Maalbeek, heeft België ook de schijn van een natie verloren. Het clichématige etiket failed state is niet helemaal correct: door het ontbreken van een collectieve identiteit is er nooit een state geweest, hooguit een construct dat nooit uit de steigers is geraakt en naadloos overging naar de status van ruïne, daarbij voortdurend op zoek naar een affiche die de leegte verbergt.

Het koningshuis beijvert zich ook vandaag nog om deze affiche in te kleuren. Via het vehikel van de Koning Boudewijnstichting worden filantropische projecten opgezet en artistieke manifestaties georganiseerd die België positief in de kijker moeten zetten als land van de diversiteit, verdraagzaamheid en ook een zekere Bourgondische ‘laissez-faire’-levensfilosofie. Het Belvue (heb j’em?)-museum, niet toevallig gelegen naast het Koninklijk Paleis in Brussel, was zo’n permanente België-van-de-oudheid-tot-heden-tentoonstelling, historisch kwakkel maar onberispelijk tricolore en ook wel aandoenlijk-stoffig. Om het geheel te moderniseren werd die tentoonstelling nu in een nieuw kleedje gestoken en werd de chronologie opgeheven, ten voordele van een postmoderne kijkdoos. Een passe-vite, een kroketmachine, een bokaal met (valse) diamanten, de koersbroek van Eddy Merckx, uitgestald als curiosa: de nieuwe curator herleidde België tot wat het is, namelijk een toevallig samenraapsel van objecten, toestanden, personen. Dat is een enorme vooruitgang: cultuurmakers beseffen nu wat de modale bewoners van dit koninkrijk al lang weten, namelijk dat ze in een ingebeeld land wonen.

De koninklijke familie had de hint overigens begrepen: Filip en Mathilde kunnen zich niet vinden in deze visie op de versplintering, en zullen niet aanwezig zijn op de opening. Een kwaliteitslabel dat kan tellen.

De curatoren geloven er dus zelf niet meer in en gingen resoluut voor een niet-samenhang, een opzettelijke bric-a-brac. Deze postmoderne visie is nieuw. Vroeger heette het dat België hét land van het surrealisme was, met een voorliefde voor dubbele bodems, knotsgekke compromissen en plezante chaos. Maar na Maalbeek/Zaventem is die identificatie compleet ongeloofwaardig en zelfs immoreel geworden. Het feit dat wij proportioneel het hoogst aantal Syriëstrijders van Europa kennen, heeft onder meer te maken met de tomeloze verheerlijking van de multicultuur uit de vorige eeuw, de cultus van de smeltkroes, en het negationisme omtrent sluimerende tegenstellingen. Alles was kleurrijk, divers, Belgisch. Molenbeek is het paradoxale resultaat van deze mythologie: een explosieve monocultuur,- en het woord ‘explosief’ mag letterlijk genomen worden. De dag dat België uiteenspatte, fysiek en reëel, heeft een naam: 22 maart 2016.

Zo wordt het nieuwe Belvue-museum als het ware een brokstukkenmagazijn dat je zou kunnen aantreffen na een ontploffing, maar dan enigszins afgestoft en ontdaan van menselijke resten. Het toont wat België echt is: iets tussen een nostalgische collectie van prullaria en een post-catastrofale inventaris.

De parade van 21 juli zal ook dit jaar nog helemaal in de sfeer van de nostalgische collectie baden, een show van soldaatjes en speelgoedtankjes, terwijl het publiek zelf weet dat de staat de veiligheid van zijn burgers niet meer kan garanderen. Alleen al uit lijfsbehoud blijven we er uren vandaan, in het besef dat heel de patriottistische ideologie een leugen was en dat we nu zelfs moeten rekening houden met een quasi-bezetting door Turkse Belgen,- ook een erfenis van de multiculturele zeepbel, terwijl achter elke hoek een asielzoeker met een hakbijl kan tevoorschijn komen. Hallucinant maar reëel.

De hilarische opvordering vanwege korpschef Van Wymersch zegt iets over de radeloosheid van een leeg institutioneel kader zonder publieke draagkracht. Een regimecrisis is onafwendbaar, misschien is dat nog een geluk bij een ongeluk. We zijn niet alleen, ook Frankrijk en wellicht zelfs Duitsland gaan een regimecrisis tegemoet: landen die zich zullen moeten heruitvinden doorheen en na het terreurtijdperk, maar zij hebben het grote voordeel van ergens op een culturele erfenis te kunnen terugvallen die meer is dan een postmoderne bricolage in een zijgebouwtje van het koninklijk paleis.

Veel redenen dus om op dat 21 juli défilé afwezig te blijven: te goed zomerweer, de Tour, teveel lawaai daar in Brussel, een acuut gebrek aan natiegevoel, geen zin om als een kreeft belle vue in stukken te eindigen voor het vaderland. ‘Er zal méér politie en leger rond de parade patrouilleren, dan erin meelopen’, liet Van Wymersch ons nog trots weten. Tja, een feest met groteske veiligheidsmaatregelen wijst er misschien op dat er niets te feesten valt. Dacht ik zo.

Advertenties

4 Reacties op “Una giornata particolare: vijf goede redenen om niét naar het 21-juli-défilé te gaan

  1. lucdevincke

    Een Gueuze Belle Vue museum zou met dit zomerse weer toch veel dorstigen moeten lokken? Nu ja, Anderlecht en Vandenstock delen net zo goed in de malaise van het Franskiljons-Brusselse Belgique à papa. Of ging het hier niet over? Oh…sorry dan!

  2. Marc Schoeters

    De Koning der Belgen betreurde in Zijn 21-julitoespraak de Brexit. Hij heeft geen andere keuze – als hoogwaardig lid van de Bilderberg-elite. Maar de Vorst waarschuwde ook tegen de “valse profeten” die het land willen verscheuren en groepen in de samenleving tegen elkaar opzetten. Zo’n ongelukkig gekozen woorden hakken er wel als een bijl op een trein in. Wie zou de Koninklijke Hoogheid kunnen bedoelen? Leest Hij soms stiekem de smadelijke blog van J. Sanctorum – overduidelijk een “valse profeet”. En wie zijn dan de “echte” profeten? O neen! Toch niet… de Profeet!?

  3. Gil jeurissen

    Heerlijk stuk. Wou dat ik het zo goed kon verwoorden!

  4. Naar wat zit de opperbevelhebber van de strijdkrachten, samen met de chef van de generale staf en de minister van defensie te koekeloeren? De koning, met Excalibur trots in de hand, op het eerste gezicht zelfs in een tamelijk opgewonden toestand. Of de straaljagers naast het zwart-en-gele wel degelijk ook het rode uitlaatgas produceren? Het zou namelijk niet de eerste keer zijn dat een incident van die orde het luchtdefilé ontsiert, tot grote woede van de zuidelijke helft van de bevolking. Hopelijk moeten ze geen andere beproeving met oneindige waardigheid doorstaan en zich over geen andere exits zorgen maken.
    Edoch niet getreurd op een vrije dag als vandaag, waar het grootste nieuws eruit bestaat dat het nieuwe kunstwerk van het heropende metrostation Maalbeek een absurde spelfout bevat. Frederico in plaats van Federico Garcia Lorca. Tja. Het was geen flauwe poging om auteursrechten te vermijden, want het dichtwerk van de bekendste Spaanse poëet behoort al jaren tot het publieke domein. De mogelijke spelfouten bij namen van nobele onbekenden als Janina Panasewicz, Raghavendran Ganesan en Jennifer Scintu-Waetzmann, om die drie maar te noemen, zijn ontelbaar. Wanneer de aangekondigde gedenkplaat ooit wordt gemaakt voor de slachtoffers, kan de Brusselse dienst Monumenten en Landschappen zich beter beperken tot het simpel vermelden van het aantal in eenvoudige Franse cijfers, Nederlandse cijfers, Duitse cijfers, Spaanse cijfers, Engelse cijfers, Arabische cijfers, Russische cijfers en Chinese cijfers.
    Filip en Mathilde zijn met hun kroost het stripmuseum in Brussel gaan bezoeken, onder de valse pretentie van een doorsnee gezin te spelen. Het leverde in hun geval toch een prachtig kiekje op voor het familiealbum, met de Belgische troonopvolger pal in het midden.
    http://s4.nieuwsbladcdn.be/Assets/Images_Upload/2016/07/19/3c9cc1b0-4dd4-11e6-bb81-e4d0fa9d1794_web_translate_-12.8126_-9.1183__scale_0.2296876_0.2296876__.jpg?maxheight=513&maxwidth=767&scale=both