Out-of-game: over zorg in de wegwerpmaatschappij

Het is een trieste realiteit: we leven alsmaar langer en de medische technologie vordert met rasse schreden (“binnenkort iedereen 150 jaar!” las ik zopas nog als krantenkop), maar we weten geen blijf met de grijze massa die op die manier gestaag groeit en een blok aan ons been vormt. O ja, er zijn de luxueuze zorghotels voor vermogenden en wie een mooie spaarpot heeft aangelegd, maar het gros vegeteert weg als een subproletariaat in onderbemande instellingen waar de bejaarden om zes uur te slapen worden gelegd en in hun eigen uitwerpselen blijven liggen, of bij ziekte dagenlang geen dokter zien.

In De Standaard van het voorbije weekend luidt een verpleegster de alarmbel: wie in een modaal rusthuis zit, mag elke vorm van levenskwaliteit vergeten. Het zijn ondergesubsidieerde sterffabrieken die het euthanasiethema op een cynische wijze terug actueel maken: ben je niet beter af met het ultieme pilletje dan met een lang gerekte doodstrijd?

Out-of-game

pokemonSinds ouderenzorg in 2004 een Vlaamse bevoegdheid werd, is de situatie duidelijk verslechterd: wat we zelf doen, doen we beter? Niet dus inzake solidariteit en sociale zorg. Onder impuls van de N-VA heeft Vlaanderen gekozen voor een rechtsliberaal recept dat de rol van de overheid afbouwt en iedereen het maar zelf moet zien te redden. Deze tea-party-inspiratie van Vlaanderen’s grootste partij weeg enorm op het perspectief van een Vlaamse staatsvorming die sociaal en ecologisch nieuwe bakens zou kunnen uitzetten: de N-VA is met die staatsvorming dan ook niet meer bezig.

Echter, de achtergrond van het zgn. vergrijzingsprobleem is niet alleen economisch maar ook cultureel en mentaliteitsgebonden. Het nieuwe egoïsme heeft onder meer te maken met een ander tijdsperspectief, een enorme focus op het digitaal geserveerde hier en nu dat geen beschouwelijke afstand meer toelaat.

En neen, ik zal niet nog eens gaan jammeren over het op de tocht staande geschiedenisonderwijs in de middelbare scholen. Maar het feit blijft natuurlijk wel dat een hoop tieners en jongeren niet weet wie Adolf Hitler was, en dat het hen ook geen bal kan schelen. De tijd is het nu, waarin alles moet gebeuren. Het verleden is voorbij en de toekomst is science-fiction.

De totale vermarkting en de hypecultuur zorgen ervoor dat alles onmiddellijk moet geconsumeerd worden en even daarna vervluchtigt. In dit postmodern universum is er nooit tijd, alleen tijd tekort. Hypes en rages als Pokemon duiken op en verdwijnen. Niet de inhoud van het spel zelf vormt het probleem (spelen doen we allemaal, wist de historicus Johan Huizinga), wel de manier hoe de hypes onze biologische klok aanporren om met korte omlopen en steile curves het leven van een ééndagsvlieg te beleven. Altijd worden ze economisch gestuurd, vanuit winstbejag, maar op een of andere manier gaan ze ‘viraal’ en worden kortstondig als cultuur geconsumeerd door de hippe, actieve intellectuele middenklasse van dit universum: wie niet meespeelt, leeft gewoon niet, en is klaar voor wat eufemistisch een ‘rusthuis’ wordt genoemd. De wegwerpmaatschappij gaat dan niet alleen over goederen en waren, maar ook mensen, zieken, minderwaardigen, inactieven.

En zo zijn we weer bij de vergrijzing en de vraag wat een collectief geheugen nog betekent, waar een oudere generatie dan voor zou staan. Niets dus. Iemand van vijftig is al out-of-game, iemand die ‘met de tijd niet mee is’, het spel niet meer begrijpt, en vanaf dan als een parasiet materieel onderhoud vereist. Een pure sociale kost.

Kort en rap, ook in cultuur

Alles wat langzaam, gerekt, afstandelijk of duurzaam evolueert, is nefast voor deze gefragmenteerde cultus van het moment. De liefde bijvoorbeeld, die een soort traagheid van het leven eist, alsof het eeuwig was. Gevoelens van herkenning, verbondenheid, dingen altijd opnieuw willen doen alsof het altijd de eerste keer was, maar ook evolueren, groeien: ook daarmee heeft de hypecultuur korte metten gemaakt. De snelle date op een roetsjbaan is het nieuwe normaal.

Idem dito voor zogenaamde quality time die ons in de reisfolder wordt aangeboden: de trip met een spotgoedkoop vliegtuig naar een trendy bestemming, eventueel om zich lazarus te zuipen, is de dominerende focus. Ook vakantie en vrije tijd zijn gewijd aan de vluchtigheid en de obsessie om vooral geen tijd te verliezen. “Onthaasting” is een belachelijk begrip geworden, ook al spenderen we uren in de file.

Kunst dan, als ultiem verzet tegen de snelheid en het ééndagsperspectief? Ach, de cultuursector ondergaat genadeloos de sociologische wet van het algemene tijdsdeficit. Ze accepteert het ook, als een gegeven, in plaats van er tegen in te gaan. Kunstenaars als Wim Delvoye, Jan Fabre en Arne Quinze kennen perfect hun plaats in het systeem: als quasi-rebellen plaatsen ze ludieke, soms groteske uitroeptekens in een tekst die bij nader inzien uit woorden bestaat zonder zinnen. Ze functioneren binnen een markt, als marktleiders, en eisen hun deel van de koek op in de algemene hypecultuur, door steeds weer te verrassen en voor kicks te zorgen, om dan weer snel te vernieuwen.

Het zijn de artiesten zelf die de pokemonisering van wat we voorheen ‘cultuur’ noemden, in gang zetten, bevreesd als ze zijn om onmodieus te worden en in het rusthuis/sterfhuis terecht te komen. De gerenommeerde klassieke pianist Stephen Hough heeft onlangs gepleit voor kortere concerten: niet twee keer een uur met een pauze, zoals gebruikelijk, maar één uur  en dan weg, op naar de volgende sensatie.

En raar maar waar, kampioenen in de goede smaak zoals Klara-presentator Fred Brouwers, treden hem in Het Nieuwsblad bij: het moet korter en rapper. “Soms zit ik op een concert en dan denk ik: dit duurt véél te lang”. Kon Fred dan vroeger een avondvullende performance wél smaken? Of kon hij toen al, als boegbeeld van cultureel Vlaanderen, na een uur een geeuw nauwelijks onderdrukken? Of… is ook Fred Brouwers door de Pokemonhype bevangen?  Hoe dan ook, hapjes en snelle snacks zullen het cultuurbuffet bevolken, met de vijf-minuten-clip als absoluut model, en het concentratievermogen van een vierjarige kleuter als referentie.

Op de cultuursector hoeven we dus niet te rekenen, als het gaat om geheugenverlies en cultus van de oppervlakkigheid. Het feit dat zo’n jonge verpleegster dan een brief schrijft naar de krant, om de wantoestanden in de ouderenzorg aan te klagen, vind ik dan weer hoopgevend, en het bewijs dat zo iemand een decadente culturo als Fred Brouwers vele malen overklast. Een hectische maatschappij die louter drijft op het vluchtige, en elke vorm van meditatie of bezonkenheid als tijdverlies wegzet, wordt ook een liefdeloze samenleving die aan haar eigen stress kapot gaat.

Misschien moet het vrijwilligerswerk wel opgewaardeerd worden, en zou een algemene stage in de zorgsector voor jongeren bevrijdend kunnen werken. Alleen al het besef dat het leven meer is dan Pokemonjacht en korte kicks: een therapie die langs twee kanten werkt, dat moet zelfs de grootste cijferneukers kunnen bekoren.

Advertenties

7 Reacties op “Out-of-game: over zorg in de wegwerpmaatschappij

  1. Het is spijtig dat deze op zich correcte analyse deels verknoeid wordt door de anti nva-obsessie van JS, die de teloorgang van ons sociaal systeem wijt aan het rechtse neoliberale beleid van. Alsof alles 2 jaar geleden begon. Man toch, die erosie is al 20 jaar bezig, en ze is structureel, vooral in de pensioenen. Ondanks permanente belastingverhogingen. JS bezondigt zich hier aan de zelfde ongenuanceerde kretologie tegen het “neoliberalisme” als de bonden en links. Een samenleving met meer dan 50% overheidsbeslag is niet neoliberaal ; dat is pure onzin. De morele vraag die gesteld moet worden is hoe aanvaardbaar het is om mensen in de fleur van hun leven tijdskrediet, ouderschapsverlof en talloze vormen van luxe sociale zekerheid te bieden, ze eindeloos lang te laten studeren, geen enkel vorm van gemeenschapsdienst op te leggen, enz, terwijl ouderen….
    Het ligt dus iets complexer. Als ik zie hoe de linkse partijen, vakbonden en de pers de mensen unisono opzwepen tegen de Turkteltaks (100€ per jaar), of de verhoging van het inschrijvingsgeld.aan de unief (300€ oer jaar, ofte 25 € per maand ofte 10 pinten in café den Brosser) dan ken je de werkelijke maatschappelijke oorzaak van het probleem. Ga daar als poltieke partij maar eens tegenaanstaan als je nog wil herverkozen worden….

    • siegfried verbeke

      Deze keer geef ik u gelijk, mits één randbemerking. De anti-NVA-obsessie komt niet zomaar uit de lucht gevallen en heeft haar gronden. Vooral het feit dat ze haar kiezers over de hele lijn bedrogen heeft. Ze doet niet wat ze heeft beloofd. De NBA is tegen de vlaamse zelfstandigheid, ze is onliberaal en de meeste boegbeelden zijn arrogant. Zie hun lichaamstaal! Natuurlijk op enkele uitzonderingen na. Ze verdient een andere naam: Pest voor Vlaanderen.

      • Er zijn altijd mensen die vergeten dat een partij nooit 100% haar beloften kan waarmaken in een coalitieregering. Dat is geen kiezersbedrog. De permanente framing daarentegen doet me denken aan de manier waarop Leterme indertijd de grond werd ingeschreven, o.m door De Standaard. Leterme was te Vlaams, en zat in een kartel met nva. Laat een pro Belgische partij het hetzelfde doen als nva nu doet, en de kritiek bedaart. I Verder heeft de nva een tactische, en geen inhoudelijke keuze gemaakt door in de Belgische constructie te stappen en het communautaire tijdelijk in het vriesvak te stoppen. De tijd zal leren of dit de goede taktiek was. En over lichaamstaal spreek ik me niet uit. Flauw argument. ik probeer te luisteren en te begrijpen wat mensen zeggen en doen. Ik vind Elio Di Rupo zeer sympathiek, beminnelijk en bedachtzaam, met een rustige aangename stem in heerlijk Frans en een mooie smile tot achter zijn oren.

  2. De Graeve Freddy

    De toekomst ziet er inderdaad niet erg rooskleurig uit voor ouderen.
    Door de snelle wetenschappelijke vooruitgang kunnen mensen ouder en ouder worden en tezelfdertijd heeft men minder en minder mensen nodig om hetzelfde werk te verzetten.
    Dit wil zeggen dat er minder en minder jongeren een job zullen vinden en dus zullen ze minder en minder bijdrage doen aan de gemeenschap voor HUN later pensioen.
    De oplossing, die men geeft om langer te werken, is naar mijn mening niet de juiste oplossing, want hoe ouder de werkende is, hoe minder jongeren aan het werk kunnen. Natuurlijk rekent men op het feit dat hoe langer de oudere moet werken, hoe vlugger hij/zij zal sterven, maar dat gaat in tegen het aanmoedigen van ouderen om met iets bezig te zijn zowel lichamelijk als geestelijk voor een langer en gelukkiger leven. Temeer: de werkomstandigheden van vandaag zijn bijlange niet meer die van pak weg 50 jaar geleden. De gezondheidscontroles, de werkomgeving en het aantal werkuren zijn helemaal anders nu dan ze in het verleden waren.
    Het enige werkbare scenario zou het beperken van de geboortes moeten zijn..dit zou voor de eerste 100 jaar vooral meer ernstige problemen op werkgelegenheid geven, maar nadien zou zich dat kunnen normaliseren.
    In plaats van het nageslacht aangroei aan te moedigen, zou men het tegengestelde moeten doen. Laten we niet vergeten dat koppels die kinderen krijgen, doen dat uit eigen wil, juist zoals men veel dingen doet uit eigen wil zonder daarvoor subsidies te krijgen.

  3. De Graeve Freddy

    De groeiende eenzaamheid van ouderen, draagt er in grote mate toe bij dat ze vergeten worden in de maatschappij. Deze eenzaamheid heeft ook heel wat te maken met de snelle wetenschappelijke vooruitgang. Vroeger wist de oudere het beter door ondervinding, vandaag kweekt de oudere een minderwaardigheidsgevoel en trekt zich meer en meer terug uit de maatschappij, want ze kunnen niet meer mee met de gesprekken, die de jongere gemeenschap voert.
    Vroeger respecteerden en keken jongeren op tegen de ouderen, nu beschouwen ze als onproductief en duur voor de gemeenschap.

  4. siegfried verbeke

    Het ziet er inderdaad naar uit dat “A brave new world”-light haar opwachting maakt. So what? De bewoners van die wereld waren op zich ook gelukkig. En kome waaraan niet te ontkomen valt. Zelfs cultuurpessimisten kunnen daar spijtig genoeg niets aan veranderen, ook niet met overigens zeer lovenswaardige columns.
    Ander punt: de toekomst van ons aangroeiend aantal oude peeën en meeën, waartoe ikzelf ook spoedig zal behoren. Ik herinner me dat ongeveer 40 jaar geleden, toen de ‘gastarbeiders’ hier aankwamen en daarna gezinshereniging kregen, er altijd werd gezegd: “Prima, laat die jongens maar komen. Die zullen ons vuile werk doen, later onze pensioenen betalen en onze oudjes in de watten leggen en ze werken goedkoop!” Daar bovenop nog een “Zilverfonds”.
    Blijken dus allemaal luchtballonnen te zijn. Het leegplunderen van onze spaarpotten (bijv. vermogenswinstbelasting) is al begonnen. De politiekers hebben het goed ‘geschafft’!

  5. P. Eggermont

    Het leven is niet anders dan een eentonig spel, waarin je zeker bent van twee prijzen: verdriet en de dood. Gelukkig het kind, dat op de dag van z’n geboorte gestorven is. Nog gelukkiger hij, die helemaal niet op de wereld gekomen is.

    Omar Khayyám
    (Perzisch dichter en astronoom uit de 11de eeuw)