Wat ons het Spaghettimonster leert

Misschien moeten we, weg van het hokjesdenken en de stereotypen, de wereld minder ideologisch en meer ‘vloeibaar’ zien…

flyingspaghettimonstervinci

Op deze eerste septemberdag wil ik de schoolgaande jeugd voor één gevaar vooral waarschuwen: voor de leerkracht, en meer bepaald het leerboek dat hij/zij hanteert, waarin onze veranderlijke wereld wordt bevroren tot een museum van veralgemeningen, definities, begrippen, in de filosofie ook wel universaliën genoemd.  We zijn vanuit de taal zo gewoon om de wereld in te delen in vaste categorieën, dat we niet beseffen hoeveel we daarmee verliezen. In de antieke filosofie, tot en met Wittgenstein en de moderne logica, bleef het dan ook een onbeslechte strijdvraag: kunnen we een appel en een peer samenvoegen tot het begrip ‘fruit’, en bestaat dat begrip, los van de afzonderlijke appelen en peren? Plato geloofde vast dat er echt fruit aan de bomen hing, Aristoteles hield het bij de afzonderlijke vruchten, de particularia, die zelf ook weer willekeurige vormen zijn waarin we de wereld willen zien. Plato was de man van de vastigheid en het unitarisme, Aristoteles zag vooral het wisselende en het meervoud,- iets wat Herakleitos veel vroeger voor hem al had verwoord: panta-rhei (“alles vloeit”).

Het is natuurlijk handig om afzonderlijke dingen te groeperen, teneinde doorheen de bomen het bos te zien. In ons denken is de neiging tot universaliseren dan ook heel hardnekkig aanwezig. Het zou een van dé kenmerken zijn van menselijke intelligentie.

Maar tegelijk doet dat abstractievermogen ons ook wegkijken van de werkelijkheid. We spreken zomaar over dé appel, hét fruit, de pc, dé auto, dé consument, dé pedofiel, maar ook dé middenstand, hét onderwijs, hét terrorisme, dé politiek, dé wetenschap, dé godsdienst. We plakken etiketten, maken categorieën en categorietjes dat het een lieve lust is. Heel ons taalsysteem is erop gericht: men kan niet voor elk individueel object een naam verzinnen, dus gaan we vereenvoudigen en de verschillen weggommen.

Van Mozart tot Fabre

Eeuwenlang heeft dat systeem goed gewerkt, tot en met de Verlichting en de moderniteit. Maar vandaag zitten we in het slop, gevangen als we zijn in onze eigen categorieën. Lees de sociale media en besef: het gros van de mensheid, van links tot rechts, stopt alles in vakjes, denkt in door de media voorgekauwde schablonen en gemeenplaatsen, generaliseert er maar op los. Van Nice tot Oostende is er de terreur van de boerkini en de zegen van de bikini, een Afghaanse moslima is beklagenswaardig en Goedele Liekens een geëmancipeerde vrouw, en alle asielzoekers terroristen-in-spe. Allemaal juist, maar wat hebben we aan deze platitudes?Laat ons eens focussen op de verschillen in plaats van op de gemeenschappelijke kenmerken. En wat blijkt? Niets is zo verschillend van een moslim als een andere moslim, als men echt voorbij het stereotype gaat kijken dat –het weze duidelijk- die mensen zelf als groep omarmen, dolgedraaid als ze zijn door hun ideologische brainwashers. Het etiket dekt de lading niet. Er bestaan met andere woorden geen moslims, zoals er ook geen christenen bestaan, of Vlaams-nationalisten, of alcoholisten.

Ik heb dat inzicht verworven toen ik met mijn tweede levenspartner huwde, en haar in het begin ‘mijn tweede vrouw’ noemde, waardoor ze nr 2 werd na nr 1 in de categorie “echtgenotes van”. Tot ik besefte dat je partners niet kunt vergelijken en dat het woord ‘vrouw’ in de twee contexten iets helemaal anders betekent. Pas toen begreep ik dat je naar het enkelvoud moet gaan, de eigennaam en niet de verzamelnaam. De taal heeft maar één woord voor vele dingen, maar die dingen trekken zich daar niks van aan. Niets komt terug en alles is anders: wie daarmee niet om kan, staat veel teleurstelling en misverstand te wachten.

De tweede keer dat ik dat besefte, was toen ik een opvoering bijwoonde van een ‘opera’ van Jan Fabre, genaamd Tragedy of a Friendship”. Heel de tijd dacht ik: “dit is toch geen opera?” – En inderdaad: wie Mozart, Wagner of Verdi in het achterhoofd had, begreep er niets van. Het had noch met de 18de eeuwse, noch met de 19de eeuwse kunstvorm wat te maken, maar eerder met de Youtube-creativiteit van de eerste de beste copypaster. Niets mis mee. Ook Mozart, Wagner en Verdi deden totaal verschillende dingen die weliswaar onder de noemer ‘opera’ ten tonele werden gevoerd.

Idem dito voor alles wat cultuur, kunst en wetenschap aangaat: niets is hetzelfde en alles gebeurt maar één keer. Sommige kunstencyclopedieën beginnen nog altijd met de rotsschilderingen van Lascaux, om dan via Michelangelo en Van Gogh bij Tuymans te belanden. Onzin natuurlijk: het zijn vier totaal verschillende verschijnselen van menselijke activiteit met zeer verschillende drijfveren en output, die voor het gemak, maar zeer verwarrend, allemaal het etiket ‘kunst’ hebben gekregen.

Een verzameling dode vlinders

Ik zou zo nog eindeloos veel voorbeelden kunnen opnoemen: we zijn geleerd, gedresseerd om abstracties te maken die dan op de particuliere dingen worden geprent als een brandmerk,- de fatale Platonische erfenis. En zo komt het bijvoorbeeld dat in alle actuele debatten de gemeenplaatsen, verzamelwoorden en containerbegrippen verheersen. De naam dus, niet het ding op zich.

In het actuele debat over godsdienstvrijheid gaat men er bijvoorbeeld zomaar van uit dat men alle godsdiensten over één kam kan scheren, maar is dat wel zo? Kan men een wet bedenken op maat van het Christendom, de Islam, het Boeddhisme, de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster? Bestaat religie als algemeen verschijnsel? Of is het een vlag voor heel verschillende ladingen? Bestaat dé wetenschap? Bestaat dé mens? Of is ook dat het ultieme containerbegrip voor acht miljard individuen die biologisch wel onderling verwant zijn (met het varken trouwens ook), maar voor de rest elk een eigen universum uitmaken? Ja dus: de wijsgeer-in-de-ton Diogenes voelde het al aankomen toen hij met een lantaarn de straten afschuimde op zoek naar dé mens.

En zo kom ik weer uit bij het niet-indoctrinerende onderwijs dat ons moet verlossen van de Platonische waan. Misschien moeten we nu de tegenbeweging maken, en ons opnieuw afvragen of we niet een hele hoop abstracties hebben gecreëerd die ons waarnemingsvermogen helemaal hebben vervormd. Terug vanuit het particuliere gaan denken dus, het enkelvoud, de dingen uit hun verband durven halen. Ik wil dus weten wat de moslima X op tijdstip Y in een boerkini doet, of niet doet, zonder dat ik er de Kruisvaarten en heel de Koran moet bijsleuren. Vergeet Rudi Vranckx, Sam Van Rooy en andere interpreten. De geschiedenis leert ons hier niets, integendeel, ze is een dwaalspoor in een wereld die constant verandert en functioneert als een fluïdum.

Het failliet van het eenheidsdenken, de afgang van het eeuwenoude idee dat je verschijnselen, individuen en objecten in min of meer vaste containers kunt opslaan en van daaruit de wereld bekijken, is voor elke macht een enorm probleem. Maar voor het observerende, kritische en agerende individu betekent het winst. Ik zou graag hebben dat deze postmoderne visie van de beweeglijkheid en de verandering wat meer in de geesten leefde van diegenen die zich opwerpen als opiniemakers, spelers in het publiek debat, leerkrachten, intellectuelen.

Stop met de oogkleppen, de clichés en de containers. Partijen zijn de facto ten dode opgeschreven, het zijn vleesgeworden stereotypes. Idem dito voor vakbonden, kerken, denktanks, facebookgroepen, socio-culturele koepels van gelijkgezinden. Maar ook wetenschappers zullen de enorme paradigmaverandering moeten accepteren: wat ons het Spaghettimonster leert, is, dat het bevriezen van de realiteit, als een verzameling dode vlinders, een belachelijke onderneming is.

Met dank aan de kwantummechanica: als je ‘het’ ziet, is het al weer weg.

Advertenties

5 Reacties op “Wat ons het Spaghettimonster leert

  1. Prachtig geschreven en misschien nog belangrijker: hier kan ik me heel goed in vinden!

  2. Marc Schoeters

    Deze beschouwing is een schoolvoorbeeld van hoe filosofie kan verglijden tot sofisme en zelfs wereldvreemdheid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden miljoenen mensen in concentratiekampen vermoord louter en alleen omdat ze Joods, homo, zigeuner of Getuige van Jehovah waren. Aan deze massamoord namen vele duizenden mensen rechtstreeks of onrechtstreeks deel: SS-leden, kampbewakers, nazikopstukken, treinmachinisten, bedrijfsleiders etc. Als ik het goed begrijp mag je die mensen niet onder de ene noemer van nazi of fascist brengen. Nee – blijkbaar hebben rond 1940 door een mirakel van synchroniciteit duizenden unieke individuen de allerindividueelste inval gekregen om Joden etc. te vermoorden. Je kan en mag absoluut niet zeggen – het nazisme heeft door haar rassenleer en auoritarisme miljoenen mensen vermoord. Want “het” nazisme bestaat niet – dat is een “veralgemening”. Er waren alleen unieke individuen als Adolf, Hermann, Rudolf, Fritz en Klein Pereke. Je kan en mag dus ook geen veralgemenende analyse en kritiek maken van het nazisme. En er iets tegen ondernemen is al helemaal uit den boze. Winston Churchill had vooraleer een Duitse stad of fabriek te laten bombarderen eerst een uitgebreide studie moeten laten maken van elk individu dat zich daar bevond. En het is niet omdat twee mensen een nazi-lidkaart hebben en “Sieg Heil!” roepen dat je die twee unieke individuen generaliserend nazi mag noemen. Dat zou blijkbaar filosofisch dom en bovendien mensonterend zijn. Ziezo – we weten wat ons te doen staat als vandaag of morgen een uniek individu na moskeebezoek en luidop roepend “Allahu Akbar” weer een paar tientallen ongelovige kaffers naar de hel zendt. We kunnen en mogen dan geen verband leggen met de islam – want “de” islam bestaat niet. Het gaat altijd om een uniek individu. Een volledig autonoom denkende en handelende “verwarde man”. Probleem opgelost. LOL

    • Jan Peeters

      Je bezondigt je er zelf aan: Joden, homo’s, zigeuners, gehandicapten zijn ook containerbegrippen die misschien meer kwaad als goed doen. Stel je eens voor dat de term Joden niet bestond? Dat men geen woord had om deze verzonnen verzameling van mensen te benoemen? Hoe zou de geschiedenis er dan hebben uitgezien?

  3. P. Eggermont

    “Alles is zoals het is, is niet zoals het is, is zowel zoals het is zoals het niet is, en noch zoals het is, noch zoals het niet is.”
    Dit is een vierledige paradox, die wordt gebruikt in boeddhistische meditatie om te komen tot de stilte van de ‘onuitdrukbaarheid’, tevens ook een illustratie van de rationaliteit die vervat zit in religie, hier het boeddhisme. (De logica is als volgt : de eerste (deel)zin spreekt het beginsel van identiteit uit en de vierde (deel)zin loochent sterk het beginsel van het uitgesloten derde (p of niet p), de tweede (deel)zin drukt uit dat geen enkel predicaat volledig eenduidig op een subject van toepassing is en de derde (deel)zin drukt uit dat alle predicaten verscheidene betekenissen hebben.)

  4. Marc Schoeters

    Aan Jan Peeters. Je hebt natuurlijk gelijk: “Joden”, “homo’s”, “gehandicapten” zijn inderdaad containerbegrippen die mensen reduceren en abstraheren – en hen beroven van hun individuele eigenheid. Maar ik vernoem die containerbegrippen precies omdat het nazibewind ze als zodanig gebruikte om mensen te vermoorden. Aan vele containerbegrippen kleeft een groot probleem. Wie of wat is een “homo”? Iemand die een homoseksuele handeling stelt? Altijd of occasioneel? Kan men een homo “zijn”? Bij de Oude Grieken bestond het begrip niet eens. Het begrip “Jood” is nog problematischer. Vele filosofen – zoals Marx en Sartre – hebben er zich in lijvige geschriften het hoofd over gebroken. Maar het “Jodenvraagstuk” is nooit opgelost. Zo zegt de Israëlische grondwet dat alle Joden ter wereld staatsburger kunnen worden. Maar wie is Joods? Is iemand met alleen een Joodse vader Joods? Zijn de zwarte Ethiopiërs die zich als Joden beschouwen Joods? Ben ik Joods als ik me met veel studie en inspanning tot het Joodse geloof bekeer? Niemand kent het ondubbelzinnige antwoord. Het is daarentegen veel duidelijker wie antisemitisch ( = anti-Joods) is dan wie Joods is. Een kenmerk van de antisemiet is bijvoorbeeld dat hij het antisemitisme ontkent (“Palestijnen zijn ook semieten dus ik ben niet antisemitisch”). Op dat moment wordt het verwerpen van een containerbegrip (“antisemitisme of Joden bestaan niet”) zelf een sluw en (s)links wapen om mensen te reduceren, te negeren en uiteindelijk te annihileren. Ik sta daarom op het standpunt van de Deense koning die tijdens de nazibezetting zelf ook een Jodenster opspelde…