Maandelijks archief: maart 2017

22 maart, een jaar later: de slachtoffers staan in de kou, de grote sponsors van de terreur blijven uit het vizier

metro2

De terreuraanslagen in Zaventem/Maalbeek zijn straks een jaar oud. Het gerechtelijk onderzoek verloopt traag, zoals altijd in België. De voortvluchtige hoofddader, Oussama Atar, het “brein” achter de aanslag, loopt nog altijd vrolijk rond en bezocht vorige zomer zelfs zijn familie in Brussel, zo weet de alwetende staatsveiligheid. En de beveiliging op onze nationale luchthaven is volgens insiders nog altijd zo lek als een zeef.
Ondertussen keren de Syriëstrijders terug en boomt de sympathie voor IS onder allochtone tieners, zo rapporteren de middelbare scholen: we zijn nog niet aan ons nieuw patatjes, zegt een bekend Vlaams spreekwoord.
Een ander verhaal is de schandalige traagheid waarmee de slachtoffers van 22/3 worden vergoed. Het Slachtofferfonds van de overheid treedt namelijk pas in werking… als de verzekeringsmaatschappij het dossier rond heeft en uitbetaalt. Maar dat gebeurt met mondjesmaat: na het trauma van 22 maart volgt de Kafkaiaanse terreur en de financiële kaalpluk van de mensen die de pech hadden op dat moment op de luchthaven of in dat metrostation te zijn. Hoe nalatig kan een systeem zijn.

De expert komt langs

slachtofferIn theorie is het nochtans simpel. Een verzekering neem je om, zoals het woord het zegt, je te verzekeren tegen zware financiële dobbers ingevolge een tegenslag. Het kan dan gaan om fysieke, materiële of psychische schade. De filosofie van het systeem is, dat elke klant/verzekerde bijdraagt in een grote pot van waaruit schade kan vergoed worden.
Daar horen veel kleine lettertjes bij, die we niet allemaal lezen, en die pas boven water komen als er ook echt moet uitbetaald worden. Verzekeringsmaatschappijen zijn namelijk bedrijven die winst moeten maken, en dan is het van belang om zo veel mogelijk polissen te verkopen en zo min/zo traag mogelijk uit te betalen.
Maatschappijen zoals AXA (maar die natuurlijk niet alleen) hebben daar een handje van weg: je moet netjes op tijd je jaarlijkse factuur betalen, doch ho maar als er moet uitgekeerd worden. Een cruciale rol speelt de gerechtelijke expert die,- dat fenomeen is gekend,- dikwijls zakelijke banden heeft met de verzekeringsmaatschappij, en vrijwel altijd probeert de schadeclaim te minimaliseren. Vooral slachtoffers van zware verkeersongevallen kunnen ervan meespreken: een trage administratieve mallemolen, een expert die intimiderende vragen stelt en uiteindelijk een verslag indient waarin iemand met maar één been werkbekwaam wordt verklaard. Komaan zeg, niet flauw doen, mijnheer.
Het is een criminele praktijk waar de overheid maar geen paal en perk aan stelt. Ook voor de slachtoffers van de terreuraanslagen van 22 maart 2016 is het devies: dure ziekenhuisfacturen voorschieten en bang afwachten. Amlin, de verzekeraar van de luchthaven, is hier de voornaamste speler. Ook deze maatschappij staat bekend als een slechte betaler die zijn verantwoordelijkheid met alle middelen probeert te ontlopen.

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) erkent het probleem: “Bijna een jaar na de aanslagen is minder dan vijftien procent van de geraamde schade vergoed. En van slechts achttien procent van de mensen die een dossier konden indienen, is het dossier al volledig behandeld. De verzekeraars laten deze mensen in de kou staan.” (HLN, 8/3/17).
De Block noemt geen namen van maatschappijen, ik heb er in deze column al twee genoemd, laat de dagvaardingen maar komen. Misschien gaat het nu wat vooruit, omdat een paar slachtoffers hun verhaal mochten doen in de media. Maar dat verandert ten gronde niets. Als boterhammen eten op de trappen van de kerk een gasboete oplevert, zou de overheid beter ook eens werk maken van malafide verzekeringsmaatschappijen en partijdige experts. Verzekeringen zouden moeten gedwongen worden om snel uit te betalen, op straf van nietigheid van hun licentie. Eventueel kan het bestaande Slachtofferfonds, met een minimum aan bureaucratie en lokaal verankerd via de OCMW’s, de ziekenhuisfacturen voorschieten en verhalen op de verzekeraars.
Kortom: de overheid mag een tandje bij steken.

De Grote Moskee van Brussel

Saudi2Een nog boeiender doordenker levert de vraag op naar de echte verantwoordelijkheid achter de 22/3-aanslagen. Daar kunnen de verzekeringsmaatschappijen zich dan misschien mee bezig houden, na het uitbetalen van hun cliënten: afgezien van de opsporing van de daders, wie kan en moet er nu financieel opdraaien voor al dal leed?
Dezelfde dag nog, 22 maart 2016, eiste Islamitische Staat de aanslag op via een persmededeling die stelde dat “bij de gratie van Allah en zijn goedheid, een geheime cel van soldaten van het kalifaat zich naar België heeft begeven, de kruisvaarder die niet ophoudt de islam en de moslims te bekampen”. Wel kijk, dat is duidelijke taal. Bij het in snel tempo inkrimpende kalifaat zal misschien niet veel meer te rapen zijn, maar des te meer bij zijn hoofdsponsor, Saoedi-Arabië.
Onderzoeksjournalisten en financiële experts zoals Andrew Tabler van het Washington Institute for Near East Policy, hebben al lang uitgevlooid dat het geld om Islamitische Staat op te starten via Koeweit voornamelijk uit Qatar en Saoedi-Arabië kwam. Het kan voor een gehaaide advocaat à la Sven Mary niet moeilijk zijn om via die geldstromen de Saoedi’s verantwoordelijk te stellen voor de aanslag van 22 maart. Doen die gangsteradvocaten ook eens iets maatschappelijk nuttigs.

Leuk om weten daarbij is, dat de Amerikaanse Senaat in 2016 al een wet heeft goedgekeurd die aansprakelijkheidsstelling van een buitenlandse staat voor terrorisme mogelijk maakt (“Justice Against Sponsors of Terrorism Act”). In die zin kunnen Amerikaanse staatsburgers de Saoedische koning Salman bin Abdul-Aziz Al Saud (geschat privévermogen alleen al: 20 miljard dollar) voor de rechter dagen wegens verantwoordelijk voor de aanslagen van 9/11. In de praktijk is dat dode letter gebleven en Obama wou er niet van weten. Maar niets belet ons om daar ook een wettelijk kader voor te scheppen, inclusief de eventuele naasting van Saoedische bezittingen op ons grondgebied bij een veroordeling. Andermaal: de overheid mag een tandje bijsteken, ondanks de voortreffelijke banden tussen het Belgische en het Saoedische vorstenhuis.

Brussels, a view from the skyDat brengt ons weer bij de Grote Moskee van Brussel en de Saoedische sponsoring van het Europese salafisme. Het opzeggen van de 99-jarige erfpacht van de Grote Moskee, broeihaard van Jihad-retoriek, kan al een goed begin zijn, en een kei van een statement. Ooit was het een museale plek in het Jubelpark, maak er opnieuw een museum van, voor mijn part gewijd aan Arabische kunst en dan liefst van vóór de periode dat zinnelijke taferelen in die cultuur taboe werden.
Die wapenleveringen kunnen we dan wel op onze buik schrijven, en die Saoedische investeringen in de Antwerpse haven ook, maar met een land dat slachtpartijen op onze mensen en op onze eigen bodem financiert, doe je toch geen zaken?
Het terrorisme is één probleem, maar de empathie jegens de slachtoffers, de efficiëntie waarmee we het puin ruimen, en het ethisch fatsoen waarmee we schurkenstaten durven benoemen, is een tweede uitdaging. Heeft het Belgische raderwerk überhaupt nog tandjes om bij te steken? Ik vrees ervoor.

Advertenties

Welkom in het cordon, Jonathan

afspraak

Geert Wilders won gisteren de Nederlandse verkiezingen (plus 5 zetels), maar zal niet in een regering komen. Dat hebben de andere partijen al weken voorheen gezamenlijk beslist, de huidige premier Mark Rutte voorop (“Het zal niet gebeuren!”), die zichzelf tot winnaar kroont met een verlies van acht zetels. Moet kunnen. Het punt is namelijk dat Wilders in de categorie “populisme” wordt ondergebracht, en populisten zijn lieden die teren op het (onder)buikgevoel van de samenleving, met loze kreten de aandacht trekken en met onwerkbare voorstellen de publieke opinie verder op hol brengen.
De realiteit is enigszins anders. Het fenomeen Wilders is het gevolg van een decennialange ontkenningspolitiek, waarbij fundamentele vragen rond migratie, islamisering en identiteitsverlies werden terzijde geschoven in het voordeel van een zelfstrelend cosmopolitisme bij de linksliberale upperclass: de toekomst is aan de wereldburger die de globe afreist, mensen ontmoet, andere culturen de hand reikt, zijn horizon verbreedt.
Dat toeristisch globalisme is tamelijk wereldvreemd gebleken: het zijn de lagere sociale klassen van minderopgeleiden, die geen aardbol op en af reizen om vriendelijk knikkende mensen tegen te komen, die de multiculturele utopie aan de lijve ondervinden, in de vorm van overlast, criminaliteit, geweld, vervreemding en aftakeling van het sociale weefsel.
Zij halen nu hun gram door op de PVV te stemmen, maar hun stem is bij voorbaat als waardeloos gedeclasseerd. Exact hetzelfde wat het Vlaams Blok/Belang overkwam, dat op zijn hoogtepunt 25% van de Vlamingen kon bekoren, maar quantité negligable bleef, dankzij het cordon sanitaire, in 1991 opgezet door de groenlinkse ideoloog Jos Geysels.

Mestkevers

wildersHet is een interessante vraag voor politicologen: waarom tendeert het politieke establishment naar de ontkenning en de verbloeming van de realiteit, in plaats van naar de controverse? Het heeft zeker met persoonlijkheden te maken: uitdagers zijn, hoe kan het anders, caractériels die de politieke markt openbreken en met veel lawaai het gezapige gekabbel der ideeën op zijn kop zetten.

Fundamenteler echter, is de hang naar het status-quo en de inkapseling in de macht van bepaalde partijen de reden waarom zogenaamde “populisten” als spelbrekers geïsoleerd worden. In de VS met het tweepartijenstelsel lukte dat niet, in Nederland en België kan er altijd wel een coalitie van verliezers op de been gebracht worden. Tandenknarsend ondergaan de foutstemmers dan de banbliksems van de media en de intellectuele bovenlaag (Prof. Em. Etienne Vermeersch in 2004, daags na de zgn. Zwarte Zondag, tot de VB-stemmers: “Ge moest beschaamd zijn!”).

Precies dit democratisch deficit creëert een nog grotere verzuring en een nog grotere haat jegens het politiek establishment. Het is vanuit die optiek dat VUB-politicoloog Jonathan Holslag, een van Vlaanderens betere analisten en opiniemakers, besloot in te gaan op de uitnodiging van VB-voorzitter Tom Van Grieken om voor diens boek het voorwoord te schrijven. Dat is niet evident voor een VUB-professor, docerend aan de universiteit waar politieke correctheid bijna heilig is, en logeklanten van socialistisch tot liberaal waken over de juiste leer die Vlaanderen moet doordringen. Ik zeg wel: moét. Scientia vincere tenebras, de wetenschap overwint de duisternis, en spuit meteen ook alle mestkevers (dixit Karel de Gucht) plat die in de Vlaamse klei nog rondwriemelen.

In dat voorwoord, jammer genoeg ontsierd door een paar taalkemels (“Er zijn de laatste jaren meer Europeanen omgekomen door Russische agressie (…) als door het geweld van IS.”) erkent Holslag het recht en zelfs de noodzaak van een Vlaamse identiteitsbeleving. We hebben recht op eigenheid, moeten cultureel op onze strepen staan, we mogen eisen stellen aan nieuwkomers, maar dan moeten we ook willen loskomen van de kleinburgerlijke gezapigheid die van onze cultuur een karikatuur maakt. De (post)moderniteit omarmen dus, loskomen van de 19de eeuwse schoorsteengarnituren die de Vlaamse beweging nog altijd (ont)sieren.
Anderzijds pleit hij ook voor een eigen industriële relance in een anti-globalistisch perspectief: in plaats van de zoveelste Ikea-opening te vieren, eens zelf onze meubelnijverheid herwaarderen en promoten. Lokale industrie voor eigen werkgelegenheid en welvaart, wat ook weer ons patriottisme ten goede komt.
Van dat woord patriottisme, dat Holslag graag bezigt, gruw ik eerlijk gezegd een beetje. Als er nu één woord is, dat kleinburgerlijke benepenheid uitdrukt, dan is het wel dat. Maar voor de rest snijdt zijn analyse hout. De VB-voorzitter en de VUB-professor kunnen het duidelijk goed met elkaar vinden (Holslag in DM: “Ik voel sympathie voor zijn strijdlust”), en dat zal progressief-links Vlaanderen niet zijn ontgaan.

Zuivering

HemerrechtsIn het VRT-praatprogramma De Afspraak (13/3) mocht schrijfster Kristien Hemmerechts al de aftrap geven van een diffamatiecampagne: Jonathan Holslag heeft duidelijk een scheve schaats gereden. “Als je het mij had gevraagd, ik had gezegd: doe het niet”, fulmineerde ze knorrig.
Maar Jonathan heeft het aan niemand gevraagd, dat is het hem net. Reken maar dat in een volgende fase, ondanks de wetenschappelijke reputatie van de professor, en ook al dekte hij zich tijdens dat interview wel tien keer in (“Ik ben niét voor het VB”), men hem rekenschap zal vragen over deze misstap.
Dat Holslag zich onverbloemd tegen het cordon uitspreekt en voor een grensoverschrijdende dialoog, ook met mensen van de “foute” partij, is voor de intellectuele en culturele elite in Vlaanderen absoluut not done. Ze hebben zich namelijk zelf in een cordon vastgemetseld, maar dan een positieve schutkring tegen alle politiek-incorrecte wolven in het bos. Hoor je niet bij die club, dan kom je ook niet meer in de reguliere media en ben je voorwerp van een zuiveringsactie, tot en met regelrechte broodroof.

Zelf was ik tussen 2008 en 2014 als speechschrijver van twee VB-voorzitters, Bruno Valkeniers en Gerolf Annemans, nauw betrokken bij het reilen en zeilen van deze partij. Het was een boeiende tijd, waarin ik ook sterk pleitte voor een sloping van dat ondemocratische cordon en voor een open debatcultuur mét het Vlaams Belang. Het was de periode dat de VRT nog in een officiële interne nota journalisten op het hart drukte dat “het VB niet mocht behandeld worden als een andere partij”. Een nota die, bij mijn weten, nooit is herroepen.
Tijdens en na deze doortocht bleken tal van deuren te zijn dicht gegaan op professioneel én privévlak. Het is een prijs die men betaalt en die men ook moet aanvaarden: wat men verliest aan netwerken, wint men aan onafhankelijkheid, wie weinig vrienden heeft hoeft ook niet veel vriendendiensten te bewijzen.
Voor een universiteitsprofessor zou dat echter wel eens kunnen tegenvallen. Ik vermoed dat Jonathan Holslag, in zijn breed out-of-the-box-gebaar, niet beseft hoe fanatiek en ongenadig het intellectuele en culturele ons-kent-ons-clubje afrekent met wat zij als overlopers zien. Ondertussen is er effectief op de webstek van De Morgen al een opiniestuk gepubliceerd, waarin acht VUB-docenten hun collega kapittelen om zijn misstap (sic).
Ik hoop oprecht voor hem dat de Hemmerechts-hysterie tanend is, maar op de brede N-VA-sympathie moet Holslag ook al niet meer rekenen omwille van die genuanceerde kijk op de aartsrivaal. Het blijft een hachelijke onderneming, zich in Vlaanderen als onafhankelijke intellectueel opstellen. Hopelijk krijgen we morgen of overmorgen geen mea culpa uit bittere noodzaak. Sterkte, Jonathan.

Hier spreekt men Nederlands: waarom taal zo belangrijk is, en al de rest volgt

school
Ziezo, Vlaams onderwijsminister Hilde Crevits heeft haar duit in het zakje gedaan in de verrechtsing, en gesteld dat allochtone vaders en moeders een tandje mogen bijsteken inzake betrokkenheid bij het schoolgebeuren. Crevits zegt dat niet zomaar: ze weet dat de meeste leerkrachten en schooldirecties al decennialang worstelen met de vraag hoe je kinderen kansen kan geven en kan integreren, als de ouders niet eens een nota in het rapport lezen, brieven ongeopend in de vuilbak keilen, en nooit opdagen op oudercontacten. Dat dit vooral een pijnpunt is bij families met een allochtone achtergrond, waar thuis nauwelijks of geen Nederlands gesproken wordt en de schotelantennes steevast naar Turkije of Marokko zijn gericht, is al evenzeer een vaststelling die niemand op het terrein betwist.
Niettemin levert de uitspraak van de West-Vlaamse no-nonsensepolitica een storm van protesten op uit de links-progressieve hoek: ze zou de allochtonen nodeloos stigmatiseren, de ouders doen wél moeite, het gaat om kansarmoede en niet om onwil of desinteresse, enz.
Dat argument van de kansarmoede heeft alvast zijn ondeugdelijkheid bewezen: hoe meer pampering, hoe meer de groep in kwestie zich opsluit in het slachtofferdenken, hoe minder er sprake is van echte integratie of emancipatie. Ik denk dat de wrevel daarover meespeelde in de oprisping van Hilde Crevits: komaan zeg, ouders, doe nu ook eens wat, grijp kansen en gun die aan je kinderen door te participeren.
De kern van de zaak gaat echter over een cultuurkloof die politiek nog steeds nauwelijks bespreekbaar is: ten gronde wil een flink deel van de allochtone gemeenschap zich niet onderdompelen in de taal van het nieuwe thuisland, en nog minder in de cultuur die daaronder zit. Dat recht op een eigen taal en cultuur wordt hen ook gegarandeerd via Europese minderheidsverdragen (waarop ook Franstaligen in Vlaanderen zich beroepen om geen Nederlands te hoeven spreken) en via het algemeen mensenrechtenverhaal waar onder meer het anti-discriminatiecentrum UNIA de mosterd haalt.
Effectief: een overheid mag burgers niet discrimineren op basis van taal, cultuur, religie, afkomst, etcetera. De perverse uitwerking van die beschermingsfilosofie is echter dat ze gewoon tot gettovorming leidt, en dus tot ongelijkheid. Is het een mensenrecht om zijn eigen taal te spreken, zich met gelijkgezinden te verenigen en een huiscultuur erop na te houden? Welja. Is het een mensenrecht om niet deel te nemen aan de samenleving, zijn kinderen met een sociale handicap op te zadelen en hun ontwikkeling te hypothekeren? Tja. Is het een mensenrecht om dat isolement te koppelen aan een fundamentalistische religie die haat predikt en terreur gedoogt,- over generaties heen, van oud naar jong? Ik dacht het niet. Maar met dit laatste steken we natuurlijk de politiek-correcte Rubicon over. Tijd om er een van onze briljantste intellectuelen bij te halen.

Elsschot herlezen 
ElsschotHeel de Crevits-rel kan beslecht worden met de simpele schoorsteenspreuk: Hier spreekt men Nederlands. Een gedeelde omgangstaal en een vorm van leidcultuur zijn gewoon essentieel om mensen te verbinden, daar is geen weg naast. Een zelfbewuste cultuur die niet oplegt maar inspireert, verleidt, smaak geeft. De utopie van de linkerzijde om de ideale samenleving als een vrolijk Babylon te zien, een kleurig amalgaam van culturen en cultuurtjes die allemaal op hun vierkante meter zichzelf wezen te zijn, werkt in de realiteit voor geen meter.
Op een bepaald punt is tolerantie gewoon immoreel. We hebben veel te lang geduld dat allochtone gemeenschappen überhaupt bestonden en als hermetische eilanden voortwoekerden, met het dubbelzinnige mensenrechtencharter als alibi. Vandaag spreekt 60% van de Antwerpse allochtonen geen Nederlands thuis. Het legt een enorme hypotheek op de ontwikkeling van de kinderen: ze leven in een permanente breukzone, geraken nooit ingebed en gedragen zich op de duur zelf als tweederangsburgers met alle sociale gevolgen vandien.
Dat taalgegeven is altijd weggestopt onder een dikke laag politiek-correct kosmopolitisme. Gisteren, 6 maart nog in het VRT-praatprogramma De Afspraak’: ene Thomas Smith, stand-upcomedian van Britse afkomst, en zich vlot bewegend in het Vlantwerps, had Engelstalige ouders (die dus wél Nederlands spraken) waarmee hij thuis ook in de taal van Shakespeare converseerde. Voor hem was er geen probleem, het zou allemaal niet zo nauw steken, je kan thuis Arabisch spreken of eender wat, en dan op school toch een soort Nederlands. Smith kijkt op die manier bewust weg van de segregatie die zich onder onze ogen afspeelt, en die tot blijvende frustraties leidt bij leerkrachten die zich enorm inzetten om kinderen van allochtone afkomst op het goede spoor te zetten.
Mondigheid als motor van emancipatie en burgerwording: het zo verguisde taal- en cultuurflamingantisme is terug van weg geweest. Vlamingen zijn veel te weinig fier op de taal die hen bindt, hoe zouden anderstaligen en migranten er enthousiast mee kunnen omgaan. Hoe erbarmelijk is het niveau van bepaalde journalisten die nauwelijks nog foutloos kunnen schrijven, laat staan dat ze nuances zouden kunnen aanbrengen in een tekst. Wij mishandelen het Nederlands, niet alleen via het dialect en de tussentalen, maar ook in het parlement, op televisiedebatten, in toespraken van BV’s die klinken als kleutertaal. En nu blijkt dat Marokkaanse schoolkinderen in Nederland zich vlotter uitdrukken in de taal van Bredero dan sommige van onze Vlaamse excellenties, Ben Weyts om er geen te noemen.
Het was onze grootste Vlaamse auteur, de vrijzinnig-linkse flamingant Alfons de Ridder alias Willem Elsschot, in zijn dubbelleven ook broodschrijver en copywriter van reclameteksten, die erop hamerde dat schrijvers en intellectuelen niet alleen literatuur moeten produceren, maar vooral ook de taal moeten bewaken, cultiveren en permanent opwerken, als levende materie die het dagelijkse leven dooradert. Het is gewoon eten en drinken, iets waar een hele samenleving mee verder kan. Iets dat verbindt en verrijkt. Iets dat doet praten, doet lezen, en zelf evolueert in de stroom van het leven.
Andermaal: hier spreekt men Nederlands. We mankeren een Elsschotiaans moment in het debat dat Hilde Crevits (her)opende. Het gaat ultiem niet om “betrokkenheid” of om sociale drempels, maar om de verbindende kracht van een leidcultuur die via het spreken en schrijven gemeengoed wordt en blijft. Het gelijk stemmen van violen, waarna de polyfonie pas mogelijk wordt.
De softe visie op ‘inburgering’, als een snelcursus waar men in het Vlaams de weg leert vragen en eventueel weet hoe je karbonaden maakt, is absoluut ontoereikend om de allochtonen van de tweede en derde generatie met de autochtonen in één universum samen te brengen. Een doorgedreven inhaalbeweging via kwaliteitsvol Nederlands, thuis en op school, is de enige weg naar een echt gelijke-kansen-verhaal bij kinderen van drie tot twaalf. Helemaal goedschiks zal dat niet gaan, koppel misschien een degelijke basiskennis van het Nederlands bij allochtone ouders aan toekenning van het kindergeld, zoals dat in Denemarken gebeurt. Ontmoedig de huwelijksmigratie, bouw het systeem van de dubbele nationaliteit af. Maak duidelijk dat diversiteit niet hetzelfde is als gettovorming.
Maar vooral ook: laten wij, Vlamingen, zelf eens wat meer onze taal koesteren. De grap van de Afrikaan die Nederlands leerde en daarmee in Tielt niet verder kon, is jammer genoeg echt.
Foto: vierde klas van de Sint-Karelschool in Sint-Jans-Molenbeek.