Hier spreekt men Nederlands: waarom taal zo belangrijk is, en al de rest volgt

school
Ziezo, Vlaams onderwijsminister Hilde Crevits heeft haar duit in het zakje gedaan in de verrechtsing, en gesteld dat allochtone vaders en moeders een tandje mogen bijsteken inzake betrokkenheid bij het schoolgebeuren. Crevits zegt dat niet zomaar: ze weet dat de meeste leerkrachten en schooldirecties al decennialang worstelen met de vraag hoe je kinderen kansen kan geven en kan integreren, als de ouders niet eens een nota in het rapport lezen, brieven ongeopend in de vuilbak keilen, en nooit opdagen op oudercontacten. Dat dit vooral een pijnpunt is bij families met een allochtone achtergrond, waar thuis nauwelijks of geen Nederlands gesproken wordt en de schotelantennes steevast naar Turkije of Marokko zijn gericht, is al evenzeer een vaststelling die niemand op het terrein betwist.
Niettemin levert de uitspraak van de West-Vlaamse no-nonsensepolitica een storm van protesten op uit de links-progressieve hoek: ze zou de allochtonen nodeloos stigmatiseren, de ouders doen wél moeite, het gaat om kansarmoede en niet om onwil of desinteresse, enz.
Dat argument van de kansarmoede heeft alvast zijn ondeugdelijkheid bewezen: hoe meer pampering, hoe meer de groep in kwestie zich opsluit in het slachtofferdenken, hoe minder er sprake is van echte integratie of emancipatie. Ik denk dat de wrevel daarover meespeelde in de oprisping van Hilde Crevits: komaan zeg, ouders, doe nu ook eens wat, grijp kansen en gun die aan je kinderen door te participeren.
De kern van de zaak gaat echter over een cultuurkloof die politiek nog steeds nauwelijks bespreekbaar is: ten gronde wil een flink deel van de allochtone gemeenschap zich niet onderdompelen in de taal van het nieuwe thuisland, en nog minder in de cultuur die daaronder zit. Dat recht op een eigen taal en cultuur wordt hen ook gegarandeerd via Europese minderheidsverdragen (waarop ook Franstaligen in Vlaanderen zich beroepen om geen Nederlands te hoeven spreken) en via het algemeen mensenrechtenverhaal waar onder meer het anti-discriminatiecentrum UNIA de mosterd haalt.
Effectief: een overheid mag burgers niet discrimineren op basis van taal, cultuur, religie, afkomst, etcetera. De perverse uitwerking van die beschermingsfilosofie is echter dat ze gewoon tot gettovorming leidt, en dus tot ongelijkheid. Is het een mensenrecht om zijn eigen taal te spreken, zich met gelijkgezinden te verenigen en een huiscultuur erop na te houden? Welja. Is het een mensenrecht om niet deel te nemen aan de samenleving, zijn kinderen met een sociale handicap op te zadelen en hun ontwikkeling te hypothekeren? Tja. Is het een mensenrecht om dat isolement te koppelen aan een fundamentalistische religie die haat predikt en terreur gedoogt,- over generaties heen, van oud naar jong? Ik dacht het niet. Maar met dit laatste steken we natuurlijk de politiek-correcte Rubicon over. Tijd om er een van onze briljantste intellectuelen bij te halen.

Elsschot herlezen 
ElsschotHeel de Crevits-rel kan beslecht worden met de simpele schoorsteenspreuk: Hier spreekt men Nederlands. Een gedeelde omgangstaal en een vorm van leidcultuur zijn gewoon essentieel om mensen te verbinden, daar is geen weg naast. Een zelfbewuste cultuur die niet oplegt maar inspireert, verleidt, smaak geeft. De utopie van de linkerzijde om de ideale samenleving als een vrolijk Babylon te zien, een kleurig amalgaam van culturen en cultuurtjes die allemaal op hun vierkante meter zichzelf wezen te zijn, werkt in de realiteit voor geen meter.
Op een bepaald punt is tolerantie gewoon immoreel. We hebben veel te lang geduld dat allochtone gemeenschappen überhaupt bestonden en als hermetische eilanden voortwoekerden, met het dubbelzinnige mensenrechtencharter als alibi. Vandaag spreekt 60% van de Antwerpse allochtonen geen Nederlands thuis. Het legt een enorme hypotheek op de ontwikkeling van de kinderen: ze leven in een permanente breukzone, geraken nooit ingebed en gedragen zich op de duur zelf als tweederangsburgers met alle sociale gevolgen vandien.
Dat taalgegeven is altijd weggestopt onder een dikke laag politiek-correct kosmopolitisme. Gisteren, 6 maart nog in het VRT-praatprogramma De Afspraak’: ene Thomas Smith, stand-upcomedian van Britse afkomst, en zich vlot bewegend in het Vlantwerps, had Engelstalige ouders (die dus wél Nederlands spraken) waarmee hij thuis ook in de taal van Shakespeare converseerde. Voor hem was er geen probleem, het zou allemaal niet zo nauw steken, je kan thuis Arabisch spreken of eender wat, en dan op school toch een soort Nederlands. Smith kijkt op die manier bewust weg van de segregatie die zich onder onze ogen afspeelt, en die tot blijvende frustraties leidt bij leerkrachten die zich enorm inzetten om kinderen van allochtone afkomst op het goede spoor te zetten.
Mondigheid als motor van emancipatie en burgerwording: het zo verguisde taal- en cultuurflamingantisme is terug van weg geweest. Vlamingen zijn veel te weinig fier op de taal die hen bindt, hoe zouden anderstaligen en migranten er enthousiast mee kunnen omgaan. Hoe erbarmelijk is het niveau van bepaalde journalisten die nauwelijks nog foutloos kunnen schrijven, laat staan dat ze nuances zouden kunnen aanbrengen in een tekst. Wij mishandelen het Nederlands, niet alleen via het dialect en de tussentalen, maar ook in het parlement, op televisiedebatten, in toespraken van BV’s die klinken als kleutertaal. En nu blijkt dat Marokkaanse schoolkinderen in Nederland zich vlotter uitdrukken in de taal van Bredero dan sommige van onze Vlaamse excellenties, Ben Weyts om er geen te noemen.
Het was onze grootste Vlaamse auteur, de vrijzinnig-linkse flamingant Alfons de Ridder alias Willem Elsschot, in zijn dubbelleven ook broodschrijver en copywriter van reclameteksten, die erop hamerde dat schrijvers en intellectuelen niet alleen literatuur moeten produceren, maar vooral ook de taal moeten bewaken, cultiveren en permanent opwerken, als levende materie die het dagelijkse leven dooradert. Het is gewoon eten en drinken, iets waar een hele samenleving mee verder kan. Iets dat verbindt en verrijkt. Iets dat doet praten, doet lezen, en zelf evolueert in de stroom van het leven.
Andermaal: hier spreekt men Nederlands. We mankeren een Elsschotiaans moment in het debat dat Hilde Crevits (her)opende. Het gaat ultiem niet om “betrokkenheid” of om sociale drempels, maar om de verbindende kracht van een leidcultuur die via het spreken en schrijven gemeengoed wordt en blijft. Het gelijk stemmen van violen, waarna de polyfonie pas mogelijk wordt.
De softe visie op ‘inburgering’, als een snelcursus waar men in het Vlaams de weg leert vragen en eventueel weet hoe je karbonaden maakt, is absoluut ontoereikend om de allochtonen van de tweede en derde generatie met de autochtonen in één universum samen te brengen. Een doorgedreven inhaalbeweging via kwaliteitsvol Nederlands, thuis en op school, is de enige weg naar een echt gelijke-kansen-verhaal bij kinderen van drie tot twaalf. Helemaal goedschiks zal dat niet gaan, koppel misschien een degelijke basiskennis van het Nederlands bij allochtone ouders aan toekenning van het kindergeld, zoals dat in Denemarken gebeurt. Ontmoedig de huwelijksmigratie, bouw het systeem van de dubbele nationaliteit af. Maak duidelijk dat diversiteit niet hetzelfde is als gettovorming.
Maar vooral ook: laten wij, Vlamingen, zelf eens wat meer onze taal koesteren. De grap van de Afrikaan die Nederlands leerde en daarmee in Tielt niet verder kon, is jammer genoeg echt.
Foto: vierde klas van de Sint-Karelschool in Sint-Jans-Molenbeek.
Advertisements

17 Reacties op “Hier spreekt men Nederlands: waarom taal zo belangrijk is, en al de rest volgt

  1. siegfried verbeke

    Het recht om dom te blijven
    Meneer Sanctorum, mevrouw Crevits en alle opvoedingsmissionarissen, waar maken jullie je druk over? In iedere maatschappij zijn er mensen (zowel autochtonen als allochtonen) die liever dom blijven. Aan de andere kant zijn er families waar opvoeding en opleiding met de moedermelk wordt doorgegeven en die daarvan dan ook de vruchten plukken.
    Met welk bemoeiziek recht wilt u de eerste kategorie dwingen anders te zijn dan ze geaard zijn. Zij spijbelen liever en hebben meer interesse voor voetbal, smartphones en games. Zij zijn later hopelijk geschikt voor allerlei soorten handenarbeid, en dat werk moet toch ook gedaan worden. Niet iedereen kan filosoof zijn. Wees tolerant en laat hen dus hun eenvoudige geluk.
    P.S. Ik wacht er nog altijd op dat U op basis van correcte Korancitaten kan aantonen, dat de Islam “een fundamentalistische religie is die haat predikt en terreur gedoogt”, zoals u nu weer opnieuw doet. Als u dat niet kunt, wees dan tenminste zo sportief uw ongelijk toe te geven. Schenk klare wijn.
    Siegfried Verbeke, Antwerpen

    • Mijns inziens, Verbeke, uw wereld- en Koranvreemde vraag ten aanzien van Sanctorum in acht genomen, behoort u zelf tot de idioten die u in ‘hun eenvoudige geluk’ wilt laten. Een roze muts zou u zeker niet misstaan.

      • siegfried verbeke

        Ik verwacht geen antwoord van ‘inzieners’ zoals u, maar van Johan Sanctorum, Van Rooy of mensen.met een minimale intelligentie.

  2. Johan Verleye

    Op basis van correcte Korancitaten aantonen, dat de Islam “een fundamentalistische religie is die haat predikt en terreur gedoogt”, dat lijkt mij eerlijk gezegd niet zo moeilijk. Vandaar misschien dat dhr. Sanctorum het maar meteen achterwege liet wegens te vanzelfsprekend.
    En die zinnen uit de reactie vond ik wel jammer: “Zij zijn later hopelijk geschikt voor allerlei soorten handenarbeid, en dat werk moet toch ook gedaan worden. Niet iedereen kan filosoof zijn. Wees tolerant en laat hen dus hun eenvoudige geluk.”
    Wat een minachting spreekt uit die woorden! Wat een hybris ook.

    • siegfried verbeke

      Op internet kan iedereen gratis “Islam. A Short History”, (Karen Armstrong) A Modern Library Chronicle Book, The Modern Library, New York, lezen. Als men tenminste echt geïnteresseerd is om ‘inzicht’ in de islam te krijgen. Meer kan ik niet zeggen. Als het trouwens zo iets vanzelfsprekend is, dan moet het toch een fluitje van een cent zijn om dat (bij wijze van spreken) tussen de soep en de petatten te doen.
      U hebt het verder totaal mis m.b.t. mijn veronderstelde minachting of hybris. Ik heb mijn hele leven als handarbeider (drukker) mijn kost verdiend. Iedereen die mij kent, weet dat hybris mij totaal vreemd is. Integendeel.

  3. Franky Standaert

    Het is inderdaad een feit dat taal essentieel is maar de mensen met een migratieachtergrond in Duitsland en Frankrijk waar er toch ook problemen zijn praten wel de taal . Ik weet het antwoord er niet op maar het is weinig waarschijnlijk dat die politiek correct zal zijn . Ook vind ik dialect een immaterieel erfgoed die we moeten koesteren . Overal doen ze moeite om dit in stand te houden , kijk naar Finland of het Noorden van Frankrijk , dit is een verrijking .

  4. De Graeve Freddy

    Mr. Sanctorum,
    Uw opmerkingen zijn terecht, maar U zegt het juist een groot deel van de moslims in ons land spreekt geen Nederlands en begrijpt het ook niet.
    Als men mij zou vragen, in het Arabisch, om deel te nemen aan het schoolgebeuren, zou ik het ook in de vuilbak werpen, want ik zou geen idee hebben waarover het gaat.
    De fout ligt duidelijk bij de gezagsdragers van het 50 jaar geleden tot nu, die inderdaad de nieuwkomers gepamperd hebben.
    Het zal dus alles behalve gemakkelijk zijn om het roer om te draaien.
    We mogen ons niet vergissen; de meeste ouders en hun kinderen, door hun dubbele nationaliteit en de ghetoliving, zullen nooit het Nederlands als hun eerste taal aannemen, want we (de Westerse beschaving) is tegen de moslim!
    Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn dat de scholen brieven naar ouders sturen in hun taal EN het Nederlands met een tekst die uitlegt waarom het zo noodzakelijk is dat ouders een tandje bijsteken. Als ze dan niet naar school komen omdat ze de taal v/d school niet begrijpen, zijn ze toch ingelicht dat hun kinderen en hun hele gemeenschap zullen blijven verstoten worden uit de Vlaamse maatschappij.
    Misschien zullen er toch een paar ouders tussenzitten die willen dat hun kinderen een beter leven hebben dan zij, en zullen ze misschien toch hun best doen om naar school te komen of minstens aan buren vragen, die wel naar school zijn gegaan, waarover het ging. Dit alles voor zover de vaders hun vrouwen toelaten om naar buiten te komen en tussen niet moslims te zitten.
    Maar we moeten ook naar de andere klant kijken waar, schijnbaar een heleboel allochtonen geen Nederlandse lessen kunnen krijgen door gebrek aan lesgevers… Natuurlijk zal deze groep kleiner zijn dan diegenen die geen Nederlands willen leren, maar toch…
    België is veel te gul geweest en nog steeds met het uitdelen van geschenken zonder dat daar tegenover een prestatie staat.

  5. P. Eggermont

    We hebben in Vlaanderen zoveel culturele diversiteit, de uitdaging is toch telkens weer hoe men die productief maakt zodat van een cultuurkloof geen sprake meer is! Een kwestie van stemmen?
    Hier spreekt men flamenco… Wist je dat in het mediterrane land Turkije jaarlijks het Antalya Gitar Festivali plaatsvindt en er met de flamenco (Spaanse volksmuziek met o.m. Arabische roots) de wind uit Latijns-Amerika waait?
    ‘La cultura flamenca’… Te weten is dat in ± 800 n. Chr. ene Ziryâb in Córdoba het eerste conservatorium ter wereld stichtte? Ziryâb (زرياب), wat zwarte vogel (of merel) zou betekenen, heette eigenlijk Abu Hassan Ali ben Nafi (أبو الحسن علي ابن نافع), in 789 geboren in een Koerdisch dorp van Mosul en in 857 gestorven in Cordoba, die een zanger was, oud-speler, componist, dichter en leraar, en die leefde en werkte in Irak, nadien in Noord-Afrika en tenslotte gedurende meer dan 30 jaar in Andalusië (islamitische periode in de middeleeuwen). Hij introduceerde er de Perzische luit die later evolueerde tot Spaanse gitaar. (zie Wikipedia)
    Victor Monge (Serranito) hier in levende lijve, een gitarist en flamenco componist, technisch een virtuoos (niet meer van de jongste, nog begonnen als autodidact), omschreven als een legende in de geschiedenis van de Spaanse muziek!

  6. P. Eggermont

    We kunnen beter afstappen van “zij-leren” en in de plaats daarvan kiezen voor “wij-leren”! Een positieve attitude tot leren van andermans cultuur, zal hogere inzet genereren voor leren van Nederlands (d.i. benutten van transfer bij leren). Attitudes zijn veelal het resultaat van een socialisatieproces dat wordt beïnvloed door de leeromgeving en door iemands karakter. Naast externe stimuli is sociale steun vandoen!

    Wat minder zelfgenoegzaamheid en eens een voorbeeld nemen aan Daniel de Morley? Deze Engelse filosoof ging in de XII-de eeuw de antieke wijsheid in het Arabische Spanje studeren. In die tijd werd het onderwijs van de Arabieren aan de menigte te Toledo verstrekt en men kon er in die stad de lessen van de geleerdste wijsgeren ter wereld bijwonen!

  7. Marc Schoeters

    (1) Reactie op P. Eggermont. Het feit dat de Turkse Erdoganoverheid de flamenco promoot en dat er in Europa ook veel optredens plaatsvinden van Marokkaanse flamencogroepen is helaas geen uiting van “multiculturaliteit” of “kosmopolitische diversiteit”. Flamenco wordt door de Turkse en Marokkaaanse overheid beschouwd als een monoculturele verwijzing naar al-Andalus – het Moorse Spanje dat door de Reconquista verloren is gegaan en zo snel mogelijk opnieuw veroverd moet worden. Het subsidiëren van allerlei flamencogroepen past dan ook perfect in de huidige agenda van Europese islamisering. (2) Reactie op Siegfried Verbeeck. De slechtst denkbare bron om de islam te leren kennen zijn de boeken van Karen Armstrong. Ofwel is deze gewezen katholieke non werkelijk te dom voor woorden, ofwel volgt ze een perfide agenda om via zalvende fake-feiten het Westen klaar te stomen voor het mohammedanisme. Wat belet u om eens een degelijk boek over de islam te lezen: Wim van Rooij, Machteld Zee, Ayaan Hirsi Ali, Hafid Bouazza…? Keus te over. Een goede koranvertaling helpt ook al. (3) Reactie op Johan Sanctorum. Ik ben al dertig jaar leerkracht Nederlands aan anderstaligen. En ik zeg u – de integratie is mislukt. Totaal. En het gaat van kwaad naar erger. De laatste jaren zat bijna de helft van mijn vrouwelijke cursisten zwanger in de klas. Na enkele maanden haken ze af – met slechts een zeer rudimentaire kennis van het Nederlands. Alle studies wijzen uit dat het taalniveau van de moeder cruciaal is voor een kind om op school en dus ook maatschappelijk te slagen. De achterstand wordt zo generatie na generatie bestendigd. In grote steden als Antwerpen is het zelfs niet meer nodig om Nederlands te kennen. Men kan er met Turks of Arabisch van wieg tot graf wonen en winkelen. Werken – zeker wat betreft de goede jobs – is een ander paar mouwen. Maar dat wordt “opgelost” met een zwart circuit en uitkeringen. Voeg daarbij de lokroep van het Erdogaans nationaal-islamisme en het Saoedisch wahabisme – en je krijgt een explosieve cocktail. Echt – ik weet uit eerste hand waarover ik spreek. Het is totaal om zeep. Nederlands leren is een gepasseerd station. Voor integratie van grote groepen allochtonen is het hopeloos te laat. We leven in een gebalkaniseerde maatschappij van parallelle bevolkingsgroepen. Mijn collega’s sturen hun kroost naar methodescholen of andere witte goede scholen. Daar kamperen ze desnoods twee weken voor. De kinderen van mijn Nederlandsonkundige ex-cursisten gaan naar zwarte scholen. Het klinkt hard – en ik huiver ervoor – maar een lang en gewelddadig conflict in West-Europese landen zit er aan te komen. Een soort Libanese burgeroorlog op grote schaal. Onvermijdelijk. Het spijt me om die harde cassandravoorspelling te doen – maar ik kan niet anders. Ik ben niet Karen Armstrong.

  8. Marc Schoeters

    Johan Sanctorum wijst ook heel terecht op de functie van taal als brede cultuurdrager. Wie de huidige cursussen Nederlands aan een nader onderzoek onderwerpt, stelt vast dat de taal daarin bijna uitsluitend als een instrumenteel-utilitair middel wordt beschouwd. Het is een soort Nederlands dat louter wordt “gebruikt” om boodschappen te doen, een woning te huren, zich minimaal uit de slag te trekken op de werkvloer, of om zakelijk met allerlei openbare diensten te communiceren. Taal als scheppende bron van cultuur, poëzie, diepgaande gesprekken – kortom alles wat het leven kleurrijk en aantrekkelijk maakt? Nooit van gehoord! Zo’n cursus Nederlands is slechts een veredelde taalreisgids van Berlitz. “Wat heb je nodig om…?” De cursisten krijgen geen enkel inzicht in of smaak voor de schoonheid van de taal – noch voor de rijkdom noch voor de muzikaliteit ervan. En zo verwerven ze ook geen respect voor de taal en de cultuur van het land waarin ze wonen. In de koran staat letterlijk dat Allah het Arabisch gebruikt om zijn boodschap te brengen – omdat Arabisch de meest volmaakte taal op aarde is. Dat racistische oordeel staat echt in de koran hoor – Siegfried Verbeke! En het Nederlands? Een brabbeltaaltje dat enkel dient om geld te verdienen of een uitkering te vangen. “Ik kom voor een nieuw paspoort” – staat in de cursus. “Alles van waarde is weerloos” of “de chimpanzee doet niet meer mee” – staat er niet in. En hoe zouden de cursisten respect moeten krijgen voor het Nederlands – als vele van mijn collega’s dat zelf ook niet hebben. “O, ik vind Arabisch of Italiaans of Spaans ook veel mooier!” U kent zo’n uitspraak wel van een “multiculturele intellectueel” die nooit een dichtbundel in de eigen taal leest. Want oikofobie deugt! Zelfs de nieuwe voorzitter van de Taalunie wuift zijn eigen taal weg. Juiste spelling is voor deze babyboomende cultuurbarbaar overbodig. En onlangs verklaarde hij nog dat “hun hebben” voor hem perfect aanvaardbaar is. Dus waarvoor zouden mijn cursisten zich nog uitsloven? Ik ben bijna “einde loopbaan”. En ik voel me als een oude aap die het zinkende schip verlaat. Nee – deze chimpan”z”ee doet niet meer mee…

  9. Zeer goed gezegd Marc.