Als het van Jan afhangt, mag Filip op twee oren slapen: tot zover de kracht van verandering

peumans

Het leger en het koningshuis, dat moeten we nog federaal doen, in Belgisch verband, aldus Jan Peumans, voorzitter van het Vlaams parlement in een DS-interview naar aanleiding van, u raadt het, 11 juli. Elf wat? Ach ja, die Guldensporenslag waar naar goeie traditie ook Vlamingen tegenover elkaar stonden, Brabanders tegenover Westfluten bijvoorbeeld. Of waarom dit ook het feest van de Vlaamse kneuterigheid zou kunnen zijn, dat we nog het best lichtvoetig kunnen houden met pensenkermissen en Johan Verminnen.

Maar goed, de keuze van Jan Peumans dus, voor vorst, leger en (Belgisch) vaderland. Het leger, tja, men zou zich kunnen afvragen wat het woord “landsverdediging” nog inhoudt, gezien de conflicten van deze eeuw steeds minder rond grenzen draaien en steeds meer rond migratie, verdringing en het daarbij behorende geweld van cultuurpopulaties, groepen, enkelingen, tot en met uiteraard de losgeslagen éénmansoorlogen van al dan niet religieuze psychopaten. Misschien is een Europese task force dan nuttiger, tenzij we kiezen voor een burgermacht die gedecentraliseerd en daarom juist efficiënt kan tussenkomen als de nood aan de man is. Hebben wij Vlamingen, uitvinders van de belforten, goede expertise in. Ja, daarover kan gediscussieerd worden. Maar een republikeinse partij –volgens de statuten dan toch-, die ervoor pleit om België samen te houden met de monarchie als bindmiddel, daar kijken we op 11 juli wel even van op.

Façadedemocratie

Natuurlijk hebben mensen als Bart Maddens al lang de rekening van de N-VA gemaakt, die gaat voor Belgische macht liever dan Vlaamse onmacht. Maar dat DS-interview bevat een paar rare accenten die toch weer ontluisterend zijn voor volbloedrepublikeinen als ondergetekende.
De vermaledijde dissidenten Vuye en Wouters krijgen er uiteraard van langs, maar onderhuids heeft Peumans zich ook neergelegd bij het centenflamingantisme (sic) van de partij die al lang gekozen heeft voor het beheer van la Belgique à papa, zoals wij het klassieke Belgische establishment pleegden te noemen, met zijn vertakkingen naar de haute finance, de invloedrijke cercles, de politieke coulissen waar écht aan staatsbeheer wordt gedaan. In deze façadedemocratie is het parlementaire spel voor de kleine jongens.
Peumans is wat dat betreft de juiste man op de juiste plaats: het speeltuingehalte van het Vlaamse Parlement is berucht (sommigen spreken van “veredelde gemeenteraad”), en niemand ziet in de welmenende minister-president Geert Bourgeois, compleet omringd door de hem passende middelmatigheid, ook maar iets van een staatsman. Het blijft een troostfunctie, een protocollair ambt, een uitvloeisel van particratische rekensommen en de noodzaak om elke partijman of vrouw een waardig onderkomen te gunnen.

Vele vrienden ter linkerzijde begrijpen niet wat ik in Vlaams-nationalistische kringen verloren heb, waar het conservatieve discours, schatplichtig aan een katholieke opvoeding, en het economisch-rechtse VOKA-verhaal hardnekkig de boventoon blijven voeren. Soms uit zich dit in een gemakzuchtig superioriteitsdenken (“wat we zelf doen, doen we beter”) dat met enig Walenbashen gepaard gaat, soms toont het zich ook als genant underdogdiscours ofte het welbekende kaakslagflamingantisme (de ééntalig-francofone voorzitter van de Belgische voetbalbond!). Beide geven blijk van politieke onvolwassenheid die weinig hoop laten voor een gemeenschapsgedragen eis tot autonomie. Autonomie waartoe? Om een schim van het oude België te reanimeren tot meer van hetzelfde, geregeerd in een tussentaaltje dat De Kampioenen, de TV-soap die sinds zowat 1302 elke zomer terugkeert, als standaardtaal naar voor schuiven?
De cultuurflaminganten zijn eraan voor hun moeite, aldus Jan Peumans, en hij berust. Dat die goedmoedige Vlaams parlementsvoorzitter vervolgens onbekommerd gaat voor de Belgische monarchie, betekent zonder meer dat zijn partij geen republikeins project heeft, die naam waardig. Daarom gebruik ik voor mezelf het woord flamingant al lang niet meer. Ik verkies het etiket Vlaams-republikein, omdat de ontwikkeling van een Vlaamse natie in een “ander” Europa voor mij gelijk moet gaan met een cultureel réveil, maar ook met een update van het sociaal en ecologisch bewustzijn. In mensentaal: een Vlaamse republiek moet voor zijn mensen zorgen en de zwakkeren niet op straat dumpen. Zonder sociaal programma overleeft geen enkele republikeins project. Daaraan gekoppeld moet er een identiteitsverhaal uit de verf komen dat misschien eerder de Franse Revolutie dan de Vlaamse Guldensporenoverwinning als startpunt heeft: de moderniteit omarmen, een rigoureuze scheiding van kerk en staat, gelijkheid van man en vrouw,- een aantal ijkpunten die de seculiere civil society zonder schroom en onverkort als uitgangspunt moet nemen.

Deze 21ste eeuwse samenleving in een Vlaamse vorm gieten, en voorwerp maken van een echte constitutioneel debat (géén “handvest” van een regio, juridisch ondergeschikt aan de Belgische grondwet), daar situeert zich de republikeinse uitdaging. Het voornemen om in een min of meer uitgekleed Belgisch karkas het status-quo te handhaven en daar ook de monarchie een plaats in te geven, is een ontstellend zwaktebod. De Vlaamse beweging verwijst graag naar Catalonië, maar inzake republikeins bewustzijn is Catalonië lichtjaren vooruit. Het stamt dan ook uit de rebellie tegen Franco, tegen de oerconservatieve clerus en tegen het autoritair-vertikale denksysteem van Madrid dat tot in de stierengevechten weerspiegeld wordt. In Catalonië is er wél plaats voor een progressief-sociale denkpiste, gedragen door de socioculturele netwerken en het “middenveld”, als motor van het streven naar autonomie.
Uitgerekend op 11 juli valt er met een dreun weer een diepgevroren Vlaams lijk uit de kast. Koning Filip mag op twee oren slapen, en met hem alle krachten voor wie échte verandering helemaal niet hoeft.
Perfecte opmaat naar het defilé van 21 juli.
Advertenties

6 Reacties op “Als het van Jan afhangt, mag Filip op twee oren slapen: tot zover de kracht van verandering

  1. Gil Jeurissen

    Keer op keer ontgoocheld in N-VA. Met zulke vrienden heeft Vlaanderen geen vijand nodig. Alles om deel uit te blijven maken van Belgisch bestuur??

  2. Marc Schoeters

    Het moet in deze tijden niet gemakkelijk wezen om Vlaams-republikein of cultuurflamingant te zijn. Eenzaam vooral. En dat zeg ik echt zonder leedvermaak. Er is in dit land nauwelijks een draagvlak voor een moderne en bevrijdende Vlaamse identiteit. De 11-juliherdenking op het Antwerpse Conscienceplein was weer van een tenenkrommende fascistoïde oubolligheid. Volwassen mannen in kniebroeken die met vendels zwaaien en met tranen in de ogen luisteren naar de begintonen van “Also sprach Zaratustra” – faut le faire anno 2017. En met de politici die zich Vlaams noemen is het nog poverder gesteld. Vis noch vlees. Kruideniers die eender wat uitkramen – als het maar omzwachteld gebeurt en netjes binnen de tricolore lijntjes. Vaak dekt de naam van deze dorpspolitici al heel hun vederlichte lading. Neem Geert Bourgeois. Met zo’n familienaam heb je geen scheldnaam meer nodig. Of Peumans. Iedereen weet wat “peu” in het Frans betekent. Maar wie weet dat onze Grote Leider Bart nog twee andere doopnamen heeft: Albert Liliane. Het lijkt wel een beknopte geschiedenis van het Belgische vorstenhuis. De burgemeester van Antwerpen is trouwens afkomstig uit Mortsel. Ook een “stad” blijkbaar – met een gehucht dat Oude God heet. Daar hoeft verder geen plaatje bij. Soms krijgt B(AL)DW een intellectuele oprisping. In Vlaanderen wordt zoiets gemakkelijk verward met een idee. Zo is zijn laatste “idee” om migranten “te verspreiden over het platteland”. Mij schieten dan onmiddellijk beelden te binnen van uitgestrekte patattenvelden en mest rondspuitende strontkarren. Is Oude God ook platteland? Eigenlijk is heel Vlaanderen platteland. Plat land. Plat platter platst. Flatland – met maximum twee dimensies. Vat mijn woorden niet op als oikofobie. Ik ben een trotse Sinjoor. En de Antwerpenaren stonden in 1302 op het Groeningeveld inderdaad tegenover de Vlamingen. Als huurlingen welteverstaan – want zo zijn we. Koopmansgeest heet dat in de Sinjorenstad. Geen toeval dus dat de partij van het centenflamingantisme hier de plak zwaait. Veel sterkte in elk geval aan alle Vlaamse republikeinen, linkse islamcritici, kosmopolitische multiculhaters – en alle andere politieke daklozen!

  3. Mister 007

    A pessimist sees a dark tunnel.
    An optimist sees light at the end of the tunnel.
    A realist sees a freight train.
    The train operator sees 3 idiots standing on the tracks.

  4. Hans Becu

    Als ik reacties uit mijn privékring en in de pers over alles wat “Vlaemsch” is hoor en lees,dan heb ik niet de indruk dat het veel zin heeft om onszelf nog eens extra in de voet te schieten. Het is zo al erg genoeg.Zeker dat stom masochisme al la Schoeters kan me gestolen worden. Het enige wat me in deze nog interesseert is een coherente communicatiestrategie om va Vlaemsch Vlaams te maken, en Vlamingen af te helpen van de Belgische ziekte : een totaal gebrek aan zelfrespect en fierheid. ‘

  5. En bovenal, een gebrek aan zelfkritiek.

    • Hans Becu

      Fend
      Europa is ziek van de zelfkritiek. Alles loopt hier fout, en elders doen ze alles beter. Vlamingen zijn Europees kampioen zelfkritiek. Wij willen de Vlaamse republiek, zo roept men dan, maar eigenlijk zijn we en stel malloten. Net zoals de Belgen, die in het buitenland bevraagd over de communautaire problematiek steevast zullen stotteren dat we eigenlijk een onnozel kultland zijn.
      En nooit op de gedachte’ komen dat we in tegenstelling tot talloze andere landen een dergelijke situatie altijd vreedzaam onder controle gehouden hebben. In Joegoslavië kunnen ze dat duidelijk veel beter.