R.I.P. Mark Grammens: een maatje te groot voor de Vlaamse “kwaliteitspers”

Grammens

Bij deze een blijk van hulde aan Mark Grammens (1933-2017), niet enkel omdat hij gisteren overleed, want een jaar geleden gaf ik mijn mening al over de man in “De ongemakkelijke waarheden van Mark Grammens”. De reguliere Vlaamse media verkeken zich constant op dit verschijnsel en konden hem maar niet in een vakje opbergen,- allicht daardoor raakte deze scherpe pen nooit aan een deftige job in krant of weekblad, op een korte passage bij Knack na. Waar superbelgicist Marc Reynebeau hem snel buitenwerkte. 

Samizdat-literatuur
In die zin vond ik het in flamingante kringen veelgeprezen éénmanstijdschrift Journaal symptomatisch: een met een ouderwetse tijpmachine volgeschreven opinieweekblaadje, samen met moeder de vrouw thuis in elkaar gestoken, aan de keukentafel verzendklaar gemaakt en op de post gedaan. Men moet dit resultaat van onverdroten huisvlijt niet teveel romantiseren: in Vlaanderen eindigt eigenzinnig journalistiek talent in de Samizdat-literatuur. Een Don Quichotesk geluid van iemand die weet dat de benepen Vlaamse kleinburgerlijkheid alles verstikt wat boven het maaiveld komt, en die toch niet wil zwijgen.
De jaloezie van de middelmaat, die De Standaard, de Morgen en Knack domineert, uit zich op een heel specifieke manier, door alles wat niet aan hun normen beantwoordt te laten sudderen tot het uitsterft. Men hoeft in onze vrije samenleving helemaal niemand te muilkorven: isoleren en doodzwijgen volstaat. Een maatje te groot voor de zogenaamde kwaliteitspers, opgesloten in het formaat van het éénmanstijdschrift. Tot zover de tragikomische plot van het fenomeen Mark Grammens.

Op die manier werkt de cultuur van de vrijemeningsuiting perfect: het conformisme controleert de grote media, de non-conformisten mogen zich bezig houden met marginale sluikblaadjes tot ze uit eenzaamheid zichzelf gaan overroepen en over hun eigen hyperbolen struikelen. Want dat was natuurlijk ook het lot van Grammens: talent dat verzuurt en beschimmelt omdat het niet echt kan/mag ontbolsteren. Natuurlijk was zijn visie op het “Belgische staatsterrorisme” (waarbij vergeleken IS volgens hem een onschuldig verschijnsel was) totaal over de top. En allicht was zijn geloof in de Vlaamse revolutie die elk moment kon losbarsten, een hopeloos romantische utopie. En ja, zich eindeloos uitroepen tot “slachtoffer van de repressie” (er sneuvelden wat ramen bij het gezin Grammens in 1945),- zelf zoon van een in de bak gevlogen Oostfronter zijnde vind ik het als revanchistisch ressentiment een ongezonde inspiratiebron. Zijn compaan Hugo Claus kon er, wat dat betreft, beter mee om.

Gevaarlijk leven

Buiten dat alles blijft Grammens een icoon van waarachtige vrijdenkerij. Ik was al fan van in de tijd dat hij het radicaal-gauchistische weekblad De Nieuwe uitgaf, met zijn progressieve spelling en alle c-woorden met een k. Maar spittante analyses, heerlijk om lezen. Hij was intellectueel radicaal onafhankelijk (zette de vakjesdenkers daardoor steeds weer op het verkeerde been) en politiek absoluut onrecupereerbaar (had geen goed woord over voor de N-VA, haatte De Wever en minachtte carrièristen als P. De Roover),- ook dat heeft zijn eenzaamheid bevorderd en zijn inkt een bittere smaak gegeven. Geen politieke vrienden, een vreemde eend in het culturele landschap, en door de media grotendeels genegeerd. In zo’n situatie kan je alleen nog als blogger een journalistieke status uitbouwen, maar het internet was aan de gezworen papierrebel Grammens niet besteed, jammer misschien.

Laat ons eerlijk wezen: Mark Grammens was niet zozeer een repressieslachoffer, dan wel een slachtoffer van de Vlaamse Biedermeiercultuur die laveert tussen kleinrechtse kruideniersmentaliteit en kaviaarlinkse braafheid. Alles wat daar niet aan beantwoordt wordt fijngemalen,- het onderscheidt ons cultuurlandschap dramatisch van bijvoorbeeld de Nederlandse en de Franse waar er wel zoiets als een intellectuele elite bestaat, die naam waardig. Journaal blijft nazinderen als een heroïsche vuist aan de godverdomse helaasheid van de Lamme Goedzak, meer nog dan aan de zogenaamde Belgische bezetter.

Onwillekeurig verbind ik de dood van deze moegestreden rebel met de dood van de Franse filosofe Anne Dufourmantelle enkele dagen eerder, toen ze twee kinderen uit de zee wou redden en zelf verdronk. Dufourmantelle keerde zich in haar geschriften (“Eloge du risque” , 2011 en “Puissance de la douceur”, 2013) tegen de veiligheidsobsessie van deze tijd en pleitte voor het Nietzscheaanse “gefährlich leben”, de bereidheid om voluit te gaan en risico’s te nemen, buiten alle strategische rekensommen om. Wie bang is voor de dood, leeft niet en kan ook niet liefhebben. Weinige denkers hebben zo de daad bij het woord gevoegd.
“Radicaal” dus: dringend tijd om dat woord te hermunten. Dank u, Anne; tot Journaals, gij grammige Grammens. En dank u toch ook, Els, Marks levensgezellin, want ook zo’n halve gek tot het einde kunnen volgen en blijven postzegels plakken vind ik best wel radicaal.
Advertenties

6 Reacties op “R.I.P. Mark Grammens: een maatje te groot voor de Vlaamse “kwaliteitspers”

  1. Hans Becu

    Deze bijdrage van JS heeft een hoog Vlaamsebewegergehalte : kritisch denken ontspoort in een soort van mateloze zelfkastijding, en politiek realisme wordt weggezet als principeloosheid. Verder is de Vlaamse Beweging nooit geraakt, ook Grammens niet. Ze halen net zoals Vuye en Wouters enkel de pers als ze Dewever tegen zijn kar rijden. Op het vlak van de promotie van de Vlaamse Autonomiegedachte bij een ruim publiek hebben ze bitter weinig bereikt, alvast veel minder dan Dewever met een paar rondjes “de slimste mens”. De Adler en de postzegel, inderdaad.

  2. siegfried verbeke

    Mark Grammens was de eerste die de wetgeving, die de ontkenning van de gaskamers strafbaar maakte, afschoot en mij verdedigde in zijn maandblad Journaal. Pas later volgden Gie van den Berghe, Prof. Koen Raes en Etienne Vermeersch. Alle andere media hadden geen probleem met deze beperking van de vrije meningsuiting. Integendeel: historicus (!) en burgemeester Bart De Wever ging onlangs zelfs zover te verklaren dat hij ervoor zou zorgen, dat ik strafrechtelijk zou vervolgd worden na de publicatie van een interview in De Morgen. En Gazet van Antwerpen juichte, toen ik destijds aan Duitsland werd uitgeleverd.
    Mark Grammens was dus op dit vlak een baanbreker en een vrijdenker.

  3. Hans Becu

    Grammens had dan slechte vrienden. Na de collaboratie, de historische blunder van de Vlaamse Beweging, zette het VB de blundertraditie verder door collaborateurs in bescherming te nemen, en later door met bezems en borstels een agressieve anti-vreemdelingen campagne te voeren. Waarbij al die stomme flaminganten niet wilden zien dat het electoraal succes van het VB niet te danken was aan haar Vlaams Nationale standpunten, maar aan haar anti-vreemdelingen discours, dat op een onzinnig platte, agressieve en boertige manier gevoerd werd. De pocket van Mohammed. Vlaamse Boeren. Erger nog, het VB bezorgde daarmee het Vlaamsnationalisme weer eens een extra opdoffer en een kwalijk imago, en verhinderde op die manier de ruimere verspreiding en acceptatie, zeker ter linkerzijde, bij de intellectuele elite en bij de CVP-kiezers, van de Vlaamse autonomie-gedachte. Die wilden zich met dat stel agressieve Vlaamse Boeren begrijpelijkerwijze niet associeren. Ik heb zelf daarom ook nooit voor het VB gestemd, maar enthousiast op nva, en ik ben zeker niet de enige. De Belgiscisten lachten zich overigens een kriek om zoveel politiek onnozelheid bij het VB. Zo onnozel dat ze zich zelfs een proces lieten aansmeren op basis van een vunzig pamfletje aan de cafetoog geproduceerd door een of andere lokale Vlaamse primitief. Professioneel communicatie- en partijwerk tot en met. Mijn complimenten.
    Dewinter is het grootste kalf uit de Vlaams-nationale geschiedenis, en zij die hem in bescherming nemen evenzeer. Grammens en Sanctorum moeten verdomme niet teveel de principeruiter uithangen. Een deel van de Vlaamsnationale beweging is en blijft een stel politieke idioten, die dan vrolijk schimpen op dat deel dat wel politiek verstand heeft, en wel een professionele partijwerking en communicatie op potenkan zetten. Zonder Adler en postzegels. Die heten Dewever en Co. En ik heb het nva hoofdkwartier helemaal niet nodig om die analyse voor mij uit te schrijven, Johan. Kan ik echt zelf wel bedenken. En richt liever eens je pijlen op de Annemansen van het VB, die al jaren perfect weten wat er gebeurt, maar omwille van de postjes en de centen , verzekerd door de electorale successen van Dewinter, hun mond niet opendeden. Zuiverheid en principes, mijn …..

    • siegfried verbeke

      Wat betreft het Vlaams Blok kan ik u ten dele bijtreden. Deze partij zit op een dood spoor, maar dat kan men hen niet aan het verstand brengen. Ik heb het tevergeefs geprobeerd. Voor de rest bent u een pedante wijsneus. Generaties ‘stomme flaminganten’ hebben er toch voor gezorgd dat wij geen Frans departement zijn geworden.
      En zeg nu zelf: wat heeft het NVA tot dusver verwezenlijkt in het belang van meer Vlaamse zelfstandigheid? Niets. Het is enkel een verdienstelijke Belgische tafelspringers-partij geworden. Geef mij dan maar mensen als Grammens, Sanctorum en Vuye, m.a.w. mensen met principes, ruggegraat, intelligentie én een goede pen.

      • De Schiltzen van de VU, en de Dewevers van de nva hebben stap voor stap vooruitgang geboekt door hun handen vuil te maken, en soms hun pollen te verbranden. Bij Grammens en Co is een op zich gezonde rechtlijnigheid ontspoord in autisme, dat verhinderd heeft bij andere groepen in de samenleving en zeker ook over de taalgrens en in het buitenland sympathie op te wekken voor de Vlaamse onafhankelijkheidsgedachte. En al de rest is praat voor de vaak : zolang er geen substantiële parlementaire meerderheid bestaat van partijen die de Vlaamse onafhankelijkheid steunen gebeurt er niks. De NVa heeft als Vlaamsnationale partij meer stemmen gehaald dan ooit, maar ze heeft geen meerderheid en moet dus compromissen. Hoeveel hebben Vuye er Grammens er gehaald ? En steeds weer wordt het “onzichtbare” belang van de regeringsdeelname van Nva onderschat, en de schat aan contacten en ervaring die dat oplevert : in de coulissen van de macht, in het middenveld, in de diplomatie en het leger, het internationale bedrijfsleven enz. is er nu Vlaamsnationale macht die internationale relaties opbouwt op het hoogste politieke echelon in Europa. Dat zie je niet onmiddellijk, dat komt ook niet in de krant, maar de effecten op termijn zijn er zeker. Die lobbying en die contacten zullen essentieel blijken mocht Vlaanderen ooit de onafhankelijkheid uitroepen. Het scheelt een slok op een borrel als je een aantal Europese BZ ministers of regeringsleiders en topindustriëlen persoonlijk kent. Principeruiters als Grammens snappen dat gewoon niet. Ze rammen op hun Adler hun Grote Gelijk bij elkaar. Maar wie leest het ?
        En net dat gebrek aan inzicht in die materie is een bewijs van de mediocriteit van een deel van de Vlaamse Beweging : het blijven slimme schoolmeesters, maar van machtsuitoefening op het hoogste niveau hebben ze geen kaas gegeten.

  4. Behoeft het betoog dat Vlaanderen geen Frans, maar in de plaats daarvan misschien een Amerikaans departement is geworden? Luister naar de radio – al of niet DAB : Engels is de tweede zo niet de eerste taal, en niet langer het Frans. Dit heeft wellicht te maken met het neerstrijken van een geallieerde bezettingsmacht eind W.O. II, de afhankelijkheid van het industriële kapitalisme, waar de V.S. altijd een voortrekkersrol heeft willen spelen, en de terughoudendheid tegenover het communisme, wat daar het spiegelbeeld van is.

    Voor de val van de Berlijnse Muur zat men tussen twee vuren : enerzijds het Amerikaanse en anderzijds het Sovjetimperialisme. Nationalistische leiders, die zich in de kijker werkten met een politiek gevecht dat op straat plaatsvond en die tegenhanger waren van het ene, dan wel het andere imperialisme, heeft men feitelijk geöstraciseerd (d.i. voor bepaalde tijd uitsluiten van politieke leiders, die men liever niet wil of te machtig vindt, zoals ten tijde van de Atheense democratie). Dit speelde in de kaart van het opkomende gauchisme, maar achteraf beschouwd pleit dit geenszins voor de weerbaarheid ervan. Ook heeft het neoliberalisme (zie de voorbije verkiezingen in Frankrijk) daar uiteindelijk de vruchten van geplukt, want het spreekwoord zegt : “Wanneer twee honden vechten voor een been, loopt de derde ermee heen!”

    Links en rechts verhouden zich als these en antithese, waarvan de synthese enkel nog op zich laat wachten! In de globale context van vandaag – met de toestroom van verscheidene etniciteiten – is meer patriottisme en een betrouwbaar en breed gedragen nationalisme als maatschappelijk bindmiddel pure noodzaak. Maar op het terrein (zowel landelijk als stedelijk) moet men de blik op verleden, heden én toekomst gericht houden (cf. de Koloniën van Weldadigheid ten tijde van de Nederlandse koning Willem I) en ruimte scheppen voor initiatieven, die sociaal en conviviaal zijn (voor meer inspiratie : http://www.pudel.uni-bremen.de/), waar ook desgewenst desperado’s op adem kunnen komen, maar die finaal in meer zelfwerkzaamheid onder de bevolking resulteren! Geen bureaucratie en regelneverij, maar strijd voor het dagelijkse brood in overeenstemming met de ecologie (kleinschalige bedrijfjes met organische leefstijl) en met veel toewijding aan de belangen van een mogelijks meer uit de kluiten gewassen autonoom Vlaanderen, het meest nobele doel van allemaal!