The sky is the limit: de modernistische woontoren is passé, behalve in Antwerpen

woontorens

Moet Antwerpen een torenstad worden? Vanuit smeuïge Fornuisverhalen proberen politici hun gehavend blazoen nu op te poetsen via utopisch geronk rond gedurfde stadsvernieuwing waarbij het gegniffel om een Cola Zero ronduit onnozel lijkt. Het marsorder klinkt nu dat Antwerpen dringend nood heeft aan hoogte, een verticale dimensie, een triomfantelijke parade van torengebouwen. Het feit dat de huidige stadsbouwmeester Christian Rapp, die samen met zijn vrouw het Duitse architectenbureau Rapp+Rapp runt, een liefhebber is van hoogbouw, is daar wellicht niet vreemd aan. De 21ste eeuw wordt de eeuw van de stad, zo zingen alle urbanisten én sociologen in koor, en daar hoort geen kneuterigheid bij. Komaan jongens, we moeten groot durven zien, de hoogte in, de skyline moet honderd kilometer ver te zien zijn. De absolute bakermat der wolkenkrabbers, New York en, recenter, Singapore en Dubai, zijn de grote voorbeelden.
Daar horen een paar bedenkingen bij. De New Yorkse hoogbouw is er niét gekomen om mensen te huisvesten maar om kantoorruimte te creëren. Dat geldt voor de monumentale Empire State Building, ingehuldigd in 1931, én voor Manhattan en de Twin Towers (in 2001 even opgeschrikt door een uit de koers geraakte Boeing, nu weer helemaal glorieus de skyline dominerend). Idem voor Singapore en Dubai: luxueuze commerciële en administratieve ruimtes, op het gelijkvloers grote shoppingcentra. In New York wonen weinig mensen in tower buildings. Het is ten eerste onbetaalbaar, en ten tweede is het wonen veel leuker in de lager bebouwde wijken zoals Brooklyn, Bronx en Meatpacking.

Plan voisin

“Plan voisin” (1923)
Het idee om mensen op te stouwen in woontorens van honderd en meer meter hoog, is Europees van origine, en kwam meer bepaald uit de koker van de Franse architect-urbanist Charles-Édouard Jeanneret, beter bekend als Le Corbusier. Vroeg in de jaren ’20 van vorige eeuw ontwikkelde hij het idee om op de Parijse rechter-Seine-oever een serie goedkope, functionele woontorens in strenge vierkante stratenrasters neer te planten, bestemd tot huisvesting van de lagere sociale klasses.
Voor die Cartesiaanse natte droom, bekend als het Plan Voisin, moest natuurlijk wel een flink deel van de oude binnenstad tegen de vlakte gaan. Gelukkig werd het knotsgekke plan nooit uitgevoerd, maar het idee verspreidde zich wel wereldwijd als een virus binnen de megalomane orde der stedelijke bouwheren, meer bepaald ook tot in… Antwerpen waar het plan in dezelfde jaren ’20 de inspiratie vormde voor de hoogbouw op de linkeroever.

Vanop de tekentafel ziet het er altijd wat “menselijker” uit dan het is
Vandaag geldt die linkeroeverarchitectuur als schoolvoorbeeld van dom modernisme, gedrochten die vanop de tekentafel en in de 3D-simulaties er best leuk uit zien (let op de steevast aanwezige spelende kinderen en shoppende vrouwen die uit de grafische tool box worden geplukt), maar die in werkelijkheid onleefbare legobouwsels vol tochtgaten opleveren. De beruchte bidonvilles aan de stadsrand zijn er de macabere nakomelingen van: desolate wijken zonder veel groen, en meestal vlakbij grote verkeersaders, ringwegen en stadsautostrades. Ideale voedingsbodems voor jeugdcriminaliteit, bendevorming, drug dealen etc.

Dat geldt ook voor de Antwerpse Slachthuiswijk waar de stad nu een hoogbouw-woonproject plant, uitbesteed aan het ondertussen beruchte Land Invest. Het moet vooral veel appartementen per vierkante meter opleveren, zo’n 4000 bewoners dicht op elkaar. Ook aan de Kattendijkdok (foto bovenaan dit artikel) gaat de stad resoluut voor hoogbouw, met dezelfde promotor. We zien hier niet de hand van een geïnspireerd architect, wel van een huisjesmelker die uit is op rendement.

Femke De Cnodder, bazin van Café Commercial: “Waarom komen die politiekers eens niet hier een pint drinken, in plaats van te gaan schranzen in het poepsjieke Fornuis?”

In VRT-Terzake kwamen een paar bewoners uit die Slachthuiswijk aan het woord. Ze reageren tamelijk gelaten en cynisch op dat hoogstedelijk geronk rond de nieuwe woontorens. Een cafébazin constateert laconiek dat ze die burgemeester en zijn gevolg nooit in haar etablissement ziet.
Het bewonerscomité “Den Dam” zag zich in 2015 al gepasseerd door het stadsbestuur dat besloot om met hun adviezen geen rekening te houden in de projectdefinitie. Vandaag zien ze met lede ogen hoe de Fornuiskring, N-Va-ers evengoed als sossen, helemaal de megalomane piste van de bouwpromotor volgt, die vooral zal resulteren in het verdwijnen van groene ruimte. Mensen die in appartementsblokken leven moeten daar namelijk ook wel eens uit, maar de beschikbare open ruimte is helemaal niet in verhouding met de geplande woonoppervlakte. Dat geeft dus spanningen, overlast, en op het einde verloedering. Ach, het is toch maar vlakbij het Sportpaleis en de superdrukke ring, daar gaan geen mensen wonen met kapitaal. Die gaan de lofts betrekken aan het Eilandje en op het hippe Zuid.

Contact met de begane grond: het kan anders
Is Antwerpen een torenstad-in-spe? Behalve de gothische Onze-Lieve-Vrouwetoren en de Boerentoren, opgericht in hetzelfde jaar als de Empire State Building en zetel van de KBC, ken ik geen Antwerpse spitsen die als stedelijke bakens mogen gelden. Er is de oerlelijke politietoren (1960) aan de Oudaan, ontworpen door Le Corbusier-adept Renaat Braem, er is het vreselijke glazen onding naast het operagebouw, en er zijn de troosteloze flatgebouwen op de linkeroever en aan de luchtbal. Mijn vermoeden: de Antwerpenaar heeft er nu al de buik van vol en wil geen neomodernistische hokken voor legbatterijkippen die als appartementen verkocht worden.
Het verticaal optasten van mensen en gezinnen tot honderd meter hoog of meer, is het schoolvoorbeeld van luie architectuur, aangedreven door politici die met een sociale onderlaag eigenlijk geen weg weten. De brand in de Londense Grenfell Tower, een woontoren met 120 appartementen waar 90 bewoners omkwamen, was een typisch geval van Corbusiaanse ratio. Goedkope (en brandbare) materialen, rationele hokjesarchitectuur, monotone aanblik. Nu staat het zwartgeblakerde gebouw er als de zwijgende getuige van een (hopelijk) voorbij tijdperk.

Stedelijke eco-wijk (H. Vanderstadt)
De architectengeneratie na Koolhaas en C° komt er dan ook van terug: genoeg hemelbestormend beton, terug naar wonen op mensenmaat, niet spilzuchtig met ruimte maar bestudeerd genereus, ecologisch, gericht op levenskwaliteit en met de natuur verbonden. Dat laatste is iets essentieels: wonen, ook in de stad, zonder bodemgevoel is mensonwaardig.

De Vlaams-Brabantse stedenbouwkundige/architect Hugo Vanderstadt (jawel) is zo iemand van de nieuwe generatie die het gehad heeft met hoogbouw: het zet de naburige gebouwen in de schaduw, er is geen groene recreatiemogelijkheid, het vergroot de behoefte aan grootschalige transportfaciliteiten, en vooral: de onpersoonlijke, verticale stad moedigt een asociale manier van leven aan. Contact met de begane grond is een noodzaak om nog enigszins voeling te houden met de stad waarin je eigenlijk leeft.”
Stadsdorpen dus, in plaats van woontorens.
Nu de discussie volop woedt over de krappe behuizing van legbatterijkippen, moet een bouwmeester misschien eens terug de leefbaarheid en het comfort van mensen centraal stellen, in plaats van de skyline en het stedelijke prestige. Patrick Janssens heeft hier een enorme kans laten liggen, zoveel is zeker, want die Slachthuissite ligt er al tien jaar te verkommeren. In feite was de bestemming tot markthal, kunstencentrum of onderwijscampus allicht beter geweest, gezien de ligging, maar daar valt nu eenmaal voor een bouwpromotor niet zoveel geld mee te verdienen. “Contact met de begane grond”: je kan het letterlijk en symbolisch lezen. Een oefening in horizontaal denken, down-to-earth: dat raad ik de bestuurders van de prachtige Sinjorenstad dringend aan.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Advertenties

9 Reacties op “The sky is the limit: de modernistische woontoren is passé, behalve in Antwerpen

  1. Jan Kniesoor

    Een verademing om dit te lezen… Rest nog het punt van de demografische druk waar men niet aan ontsnapt (= de vraag). Beton is een product van lokale bodem, wat zo zijn gevolgen heeft voor de ontwerp- en bouwsector (= het aanbod). Daar knelt m.i. toch het schoentje! Er is dus nood aan mogelijk nog een transitieplan, nl. eentje voor duurzaam wonen in de stad… Er bestaat tenslotte ook nog zo iets als houten hoogbouw (met een eerder beperkt aantal woonlagen). Een voorbeeldje van bij onze noorderburen in Amsterdam-Noord : http://patch22.nl/.

  2. Jan Kniesoor

    Wanneer de architect de kans ziet zelf zijn ontwerp te ontwikkelen, levert dat betere gebouwen op…
    https://www.nrc.nl/nieuws/2016/05/18/een-stapel-houten-dozen-1620652-a1350732

  3. Jan Kniesoor

    Nog een 6-tal regels om een stad aantrekkelijk te maken :
    1. niet te chaotisch, niet te geordend
    2. met een zichtbare kijk op het leven dat er zich afspeelt
    3. compact
    4. met goede oriëntatie, maar ook nog ietwat verborgen (zoals met steegjes vroeger het geval was)
    5. voor de schaalgrootte is de ideale hoogte 5 verdiepingen
    6. maak er iets eigen van (door gebruik van bepaalde vormen of materialen)https://www.youtube.com/watch?v=Hy4QjmKzF1c

  4. Even recapituleren:
    – Groen en Links zijn voorstanders van open grenzen, of in elk geval voor het opnemen van grotere aantallen vluchtelingen en andersoortige migranten.
    – Groen en Links zijn voorstanders van meer open ruimte in de steden en van meer groen voor de kinderen.
    – Groen en links zijn tegenstanders van teveel hoogbouw en van te hoge gebouwen.
    – Groen en links horen niet in de politiek, veeleer in de psychiatrie, of anders in een basisschool waar nog elementaire logica wordt gegeven.

    • Jan Kniesoor

      Pas op, je hebt een punt. Non-beleid inzake duurzaam wonen in de stad kan oorzaak zijn van psychische nood (een gevolg van de moderne manier van leven)!

  5. Bouwen met stro?

  6. Kan allemaal zijn, maar er is toch behoefte aan goedkope huisvesting ? En er zijn de projecties van sterk stijgende bevolkingsaantallen. We zullen dus voor laagbouw opteren, en dan de overschot elders huisvesten : dus de rest van Vlaanderen verkavelen en de laatste bossen rooien. En als je onvoldoende woongelegenheden in de stad creëert, worden de huizen voor gewone inkomens nog duurder dan ze nu al zijn. En mensen die in de stad wonen moeten niet van buiten de stad komen aanrijden, en dus Co 2 uitstoten en in de file staan. Die kunnen met de tram of te voet. Ik heb het gehad met dat vrijblijvend gefilosofeer, zonder de minste pragmatische reflex, wars van elk realisme en vooral zonder cijfers en feiten. Kritiek om de kritiek dus, en met een fornuisluchtje. En ja, kapitaalkrachtigen wonen in Antwerpen beter dan gewone werkmensen. Dat is overal ter wereld zo. Of is Sanctorum dan toch een crypto communist ? En hij schijnt zich net zomin als de actiecomités te realiseren dat een stulpje huren in de Bronx of Manhattan een paar jaarsalarissen kost. Immoweb brengt raad Johan.

  7. Wat een waarde(n)loze reactie. De kern van de zaak raakt u overigens zelf aan: de sterk stijgende bevolkingsaantallen. Er zijn grenzen aan (stedelijke) uitbreiding en die zijn reeds lang geleden bereikt maar worden genegeerd. Alleen politiek ingrijpen kan deze ongebreidelde en op termijn nefaste groei afremmen en stoppen. Ter vergelijking: het bevolkingsaantal van Amsterdam is sinds 1900 gestegen met 65% en iedereen (ook de beleidsmakers) zijn het erover eens dat Amsterdam vol is. Het bevolkingsaantal van Antwerpen is sinds 1900 toegenomen met 91%. In de biologie heet ongeremde groei «kanker». Dat gaat ten koste van leefbaarheid en levenskwaliteit. Maar ja, wie maalt daar nog om hé, mijnheer Becu? Reeds nobelprijswinnaar Konrad Lorenz wist het: “Die maßlose Vermehrung des Menschen ist Ursache für die meisten Todsünden”.