Maandelijks archief: januari 2018

Met alle Soedanezen…: ook Bart De Wever moet Hannah Arendt juist leren citeren.

BDW

 

In zijn ondertussen kapot besproken opiniestuk in de Morgen, “Hebben wij de morele plicht alle 37 miljoen Sudanezen op te vangen?” poneert NVA-voorzitter Bart De Wever de stelling dat ongebreidelde migratie onze sociale zekerheid bedreigt, en we dus moeten kiezen tussen gesloten grenzen en een financieel failliet sociaal model. We kunnen onze huidige levensstandaard maar op peil houden als we paal en perk stellen aan asiel en  migratie, we kunnen niet voor het OCMW van heel de wereld spelen. Tot daar een waarheid als een koe.

Maar al snel begint de auteur om zich heen te schoppen en wordt er nogal twitterachtig van leer getrokken tegen het “cynisme” van een “industrie van linkse advocaten, ngo’s en activisten” die de “de natiestaat willen uithollen”. Een complottheorie van jewelste, die de tegenstander afschildert als de baarlijke duivel én als Gutmensch, een staatsvijand, beroofd van elk normbesef, waardoor al de welvaart die we hebben opgebouwd, als sneeuw voor de zon zal wegsmelten. Waarbij ik toch moeite heb om een Gutmensch te associëren met cynisme, maar soit. Iemand moet hier een column verward hebben met een opeenstapeling van toogpraat zonder consistentie.

Eerlijk gezegd: ik kan bijna niet geloven dat Bart De Wever, die ik voor een intelligent man hield, zo’n verzameling brakke clichés en karikaturale voorstellingen van politieke opponenten, in casu de linkse Gutmensch, uit zijn duim zuigt. Zo’n bekakte ghostwriter zou ik stante pede de deur wijzen en bij Pallieterke durven aanbevelen.

Van mensenrechten naar burgerrechten

Arendt

Hannah Arendt

Door de mand valt de schrijver echter pas, waar hij voor de verleiding bezwijkt van het citaat. In zijn ijver om de natiestaat te verdedigen, als “gezonde res publica”, haalt hij zowaar filosofe Hannah Arendt boven en haar bekendste werk, “The Origins of Totalitarianism” (1951).

Daarin onderzoekt Arendt de geschiedenis van de Rechten van de Mens, zoals die aan het einde van de 18de eeuw vorm kregen. Kort gezegd, ziet ze die Mensenrechten als problematisch omdat die niet meer op God of een metafysische waarheid berusten, maar op de mens zelf, als maat van alle dingen. Dat bleek een fragiele basis, waardoor de natiestaten er hun eigen vertaling van maakten. Voor Poetin zijn mensenrechten iets anders dan voor Macron of voor Trump. Maar dat betekent ook dat de mens opnieuw afhankelijk wordt van “zijn” staat om als mens volwaardige erkend te worden. De staatloze is dan ook een rechteloze, een niet-mens, of barbaar zoals de antieke oudheid hem zag.

Het is daarin dat Hannah Arendt kiemen ontwaarde van nieuw totalitarisme,- figuren als Poetin en Erdogan zijn vandaag de beste voorbeelden. Zonder twijfel zullen ze zich allemaal humanist noemen, maar als je in hun staat niet past ben je geen mens en val je ook buiten elke “humane” behandeling. Arendt beklemtoont de noodzaak van internationale arbitrage, maar anderzijds ook om een politieke gemeenschap te organiseren die gebaseerd is op gelijkheid, mededogen en menselijke solidariteit.

Bart De Wever – of zijn spookschrijver- maakt daar iets helemaal anders van, en ziet de natiestaat essentieel als een “mechanisme dat de mensenrechten kan afdwingen”. Dat is natuurlijk niet zo. Ze kan hooguit burgerrechten toekennen, “members only”, en de rest mag beschikken. Ik neem daar niet eens een standpunt in, ik constateer gewoon dat De Wever “The Origins of Totalitarianism” vermoedelijk niet gelezen heeft –hooguit een slechte samenvatting-, en dat zo’n amateuristische lezing heel slecht staat voor een historicus die zich op het levensbeschouwelijke pad waagt.

Hannah Arendt was als Joodse gefascineerd door de holocaust en de excessen van de nazi-dictatuur. Ze ziet het nationalisme als enorm glad ijs dat bijna onvermijdelijk het spook van de xenofobie oproept. Om dezelfde reden was ze helemaal niet te spreken over de etnocentrische richting die de staat Israël is uitgegaan.

Op een zeker moment werd de Jood in Duitsland als een Fremdkörper gedefinieerd, iets volksvijandig, en op die manier ook ontmenselijkt. Dat is vandaag niet anders, ook al stoppen we niemand in gaskamers. De hamvraag blijft: wie mag binnen, wie niet? Wie krijgt burgerrechten, wie valt uit de boot, of verliest ze? De natiestaat discrimineert, en grenzen zijn gemaakt om in te sluiten én uit te sluiten. Wie uit de boot valt, moet zich daarin schikken: als een asielaanvraag geweigerd wordt kunnen de “Gutmensch-advocaten” het procedureel nog wel wat rekken, maar in principe beslist de overheid, namens het volk, autonoom. Ergo: mensenrechten zijn er vooral voor wie ze niet nodig heeft.

“Onwenselijk gedrag”

pasta

Elke staat kan autonoom burgerrechten toekennen of ontnemen

Onderhuids raakt Arendt hier ook iets anders aan: het steeds bestaande risico van ballingschap en uitgestoten worden uit de gemeenschap, waardoor men niet alleen zijn burgerrechten maar eigenlijk ook zijn mensenrechten verliest. Het ontnemen van de nationaliteit is zowel in België als de ons omringende landen een mogelijkheid die de natiestaat zich voorbehoudt. De discussie kwam o.m. naar boven omtrent de figuur van  Fouad Belkacem (die de dubbele, Belgisch-Marokkaanse nationaliteit bezit). In Frankrijk besloot het Constitutioneel Hof unaniem tot het ontnemen van de Franse nationaliteit van Ahmed Sahnouni, een in 2013 veroordeelde terrorist.

Het Europees Verdrag Inzake Nationaliteit stipuleert min of meer de omstandigheden waarin iemand zijn staatsburgerschap mag ontnomen worden. Bijvoorbeeld: in krijgsdienst gaan voor een vreemde natie, maar ook wanneer de betrokkene “de essentiële belangen van de staat bedreigt”, en, algemener nog, bij “onwenselijk gedrag”. Dat zijn natuurlijk allemaal begrippen waar veel rek op zit. Iedereen zal zich wel volmondig kunnen vinden in het ont-nationaliseren van terroristen met bloed aan hun handen, maar in Turkije is men ook van plan om Fethullah Gülen en een flink deel van zijn aanhangers de Turkse nationaliteit te ontnemen wegens staatsvijandig gedrag. Stalin creëerde een massa staatlozen, Russen die volgens hem de nationaliteit niet waardig waren. Misschien kan de Spaanse staat hetzelfde met Carles Puigdemont doen.

Ik bedoel maar: De Wever mag een mening hebben, maar filosofen citeren zonder ze gelezen te hebben doe je niet ongestraft. Hannah Arendt ziet de natiestaat niet als “het enige werkende mechanisme dat de mensenrechten kan afdwingen”, maar integendeel als een entiteit die mensenrechten eigenhandig herkneedt tot burgerrechten, die per definitie ook kunnen ontnomen worden. Ze ziet hierin zelfs de kiemen van een totalitaire staat, die de ongelijkheid organiseert en strenge normen en spelregels oplegt aan de gemeenschap. Een conservatief-autoritaire visie waar ik Bart De Wever wel voor een flink stuk in mee zie gaan.

Afgezien van de links/rechts-polariteit, blijft de N-VA een kleinburgerlijke visie belichamen op mens en samenleving, en dat blijft ook mijn grootste probleem met die partij. Geen greintje grootmoedigheid of generositeit, maar vooral het strelen van de centenvlaming in zijn fermette met SUV voor de deur en een stel camera’s. Het alsmaar hameren op Verlichting en morele waarden, maar de vrijdenkende spankracht die onze cultuur heeft voortgebracht, toch niet kunnen of willen benutten. En vooral: het minutieus nalopen van de zogenaamde grondstroom, die in Vlaanderen nu eenmaal centrumrechts is, waarbij het diaboliseren van links gewoon ruikt naar kindertuintoestanden.

Dit gezegd zijnde: het debat rond migratie en sociale zekerheid is zeker het voeren waard, het VB probeert het al dertig jaar op de agenda te zetten en heeft er al een half dozijn congressen aan gewijd. Maar nu dus dit opiniestuk, en waarom originaliteit in de politiek werkelijk geen criterium is.

Advertenties

Was will das Weib? – Waarom het iets ingewikkelder is dan de #MeToo-beweging het voorstelt

waswiildasweib

“Dertig jaar heb ik me beziggehouden met de psychologie van de vrouw, maar er is één vraag waarop ik nog geen antwoord heb gevonden: Wat wil de vrouw eigenlijk?” (Origineel:Die große Frage, die ich trotz meines dreißigjährigen Studiums der weiblichen Seele nicht zu beantworten vermag, lautet: ‘Was will das Weib eigentlich?”). Die vraag zou Sigmund Freud op het einde van zijn leven gesteld hebben aan zijn intieme vriendin, patiënte én volgelinge (toen kon dat nog allemaal tegelijk) prinses Marie Bonaparte.

Lees verder

Leuven Vlaams: 50 jaar later – Over een studentenrevolte waar links nooit vat op kreeg

mei68js

2018 is het jaar waarin de fameuze mei ’68 revolte een halve eeuw oud is, en dat zullen we geweten hebben: het wordt een jubileumjaar waarin alle mogelijke soixante-huitards herinneringen mogen ophalen uit de goede oude tijd, maar waarin we ook de voorspelbare uithalen mogen verwachten tegen die “opstoot van decadent hedonisme” en de “vrijheid-blijheid-moraal die onze waarden heeft vernietigd”.

Historisch valt de ’68-golf inderdaad te lezen als een wereldwijde oprisping van ongenoegen die de golden sixties afsloot, een contestatie tegen de heilige huisjes, de burgerlijke moraal, “het systeem”, en dit vanwege een na-oorlogse babyboomgeneratie die de universiteiten bevolkte en veel tijd had om te vergaderen en pamfletten te schrijven. Ze riepen leuzen als “verboden te verbieden” en “de verbeelding aan de macht”, maar wilden uiteindelijk vooral zelf aan de macht komen en een nieuw establishment met eigen politiek-correcte codes vormen. Een dubbelheid die hen dra het hoongelach van de rechterzijde zou opleveren, maar ook van sommige linkse denkers als Jacques Lacan.

Leuven Vlaams1Het boeiende aan dat ‘68-gebeuren is anderzijds dat het een containerbegrip blijkt voor heel diverse uitingen van ongenoegen. Een brede waaier van lokaal-nationale burgerprotesten die vooral dankzij de televisie internationale weerklank zouden krijgen en zouden versmelten tot wat de geschiedenis zou ingaan als de mei ‘68-beweging.

In de VS groeide het verzet tegen de Vietnamoorlog, met de hippie- en Flower Power-beweging als dominante tegencultuur. In Tsjecho-Slowakije kwamen burgers massaal op straat om meer democratie te eisen en het progressieve Dubček-regime te steunen, tot Russische tanks in de straten van Praag daar een einde aan maakten. Nederland hield het vooral ludiek met de Provo’s en de Kabouterbeweging die overigens nooit de gestelde lichamen zouden verontrusten.

Maar Parijs, de stad van de liefde, zou de meest iconische plek van heel het gebeuren worden: daar begon alles met het ongenoegen van mannelijke studenten die niet op de meisjeskamers mochten komen slapen. Testosteron was en bleef de drijfveer van de Parijse studentenrevolte, hoeveel ideologische saus er ook werd op gespoten door belhamels als Rudi Dutschke en Daniel Cohn-Bendit, achteraf bekeerd tot brave groene jongens en EU-bureaucraten.

Een “poreuze” taalgrens

Suenens

Kardinaal Suenens, de man die aan het unitaire België vasthield

Elke land zijn passend ‘68 dus. Edoch, Vlaanderen mag de eer opeisen, het startschot te hebben gegeven tot de grote contestatiegolf. Al in januari ’68, toen ze het in Parijs nog veel te koud vonden om op straat te komen, stond Leuven in rep en roer, waar de studenten onder de motto’s “Leuven Vlaams” en “Walen buiten” de overheveling eisten van de Franstalige UCL-faculteiten naar Wallonië.

De aanloop tot dat studentenprotest is complex, en onverbrekelijk verbonden met het hybride karakter van de Belgische staat, in se een restant van de post-Napoleontische restauratie waar een Franstalige minderheid haar voorrechten gebetonneerd had. In de jaren ’60 bleek de onhoudbaarheid van die structuur, maar zochten de francofone politieke elites ook ijverig naar lapmiddelen en zelfs nieuwe verfransingsstrategieën.

Bij het vastleggen van de taalgrens in 1962 hadden ze al bekomen dat de tweetaligheid van Leuven, een Vlaamse stad, wettelijk verzekerd was via de unitaire KUL/UCL-structuur. Maar daar bleef het niet bij. Begin de jaren ’60 al zocht de UCL, die ook een afdeling had in Brussel/Sint-Lambrechts-Woluwe, naar uitbreidingsgebied in Waals-Brabant om zo een corridor te forceren tussen Brussel en Wallonië,- een duurzame natte droom van francofoon België,- met Leuven als ankerpunt. De universitaire uitbreiding kaderde m.a.w. in een olievlekstrategie die de taalgrens opnieuw poreus zou maken (in het Frans tamponisation genoemd) en naderhand faciliteiten zou kunnen opleveren.

In 1965 wordt die uitbreiding zelfs in een wet gegoten, en een jaar later door de Belgische bisschoppen bevestigd, met de gehate kardinaal Suenens voorop. Daarna groeit het ongenoegen aan Vlaamse kant, en radicaliseert de studentengemeenschap: men beseft dat de tweetalige academische structuur van Leuven een breekijzer is voor het Franstalige politieke establishment om aan een soort gebiedsroof te doen, waarmee “Leuven Vlaams” zowaar aansluiting vindt bij de internationale anti-imperialistische credo’s.

Ondertussen had de regering Van Den Boeynants de zaak naar zich toe getrokken en zette ze de unitaire hakken in het zand, waardoor het studentenprotest verder aanzwelde tot een globale aversie van het Belgique à papa. Meteen was “Leuven Vlaams”, veel meer dan een universitaire kwestie, de voorhamer geworden die tegen een Ancien Régime aanbeukte. Dat uiteindelijk moest inbinden. De regering viel op 7 februari 1968, en na vervroegde verkiezingen werd de splitsing een feit.

Ondertussen bij de Rode Gardes

GoossensLinks heeft die radicaal-flamingante stempel op de Vlaamse variant van het ’68-gebeuren nooit verteerd. Dat blijkt o.m. uit het vijfdelige Kerstessay in DS van Paul Goossens. Vijf episodes nostalgisch gemijmer, waarin de oud-studentenleider de realiteit maar niet onder ogen wil zien. Het heet dat de Vlaamse beweging de ’68-beweging zou hebben gekaapt, gebruik makend van de kerktorenmentaliteit die in het studentenmilieu heerste.

Terwijl het net iets anders in mekaar zat: het waren de doctrinaire Marxist-Leninisten die als ontkerkelijkte collegejongens op zoek waren naar nieuwe zekerheden en bij het Rode Boekje van Mao uitkwamen, een dogmatisch ersatz-Evangelie waardoor ze wel vertrouwd waren met de Culturele Revolutie in China maar de afspraak met de Vlaams-Belgische realiteit compleet rateerden. Paul Goossens was een van hen. Als “rode” studentenleider kwam hij uit een diep-katholiek nest en volgde zelfs twee jaar een priesteropleiding vóór hij aan de KUL arriveerde,- een episode in zijn cv die hij achteraf zorgvuldig verborgen hield tot een journalist van Le Soir er toevallig op uitkwam.

Het geharrewar met de Belgische clerus konden de Rode Wachten ideologisch nog wel lezen. Maar wanneer Leuven Vlaams een nationale dimensie kreeg, die een regimecrisis dreigde te veroorzaken, haakten ze af en trokken ze zich terug in het grote gelijk van een onbegrepen voorhoede. Toen in januari ’68 de bom ontplofte, moesten agitatoren als Paul Goossens en Amada-oprichter Ludo Martens geërgerd toezien hoe Leuven was veranderd in een door leeuwenvlaggen gedomineerde stad. En hoe zelfs, horresco referens, een VMO-uniform af en toe het straatbeeld “ontsierde”.

Erger nog: het feit dat deze revolte ook lukte en effectief leidde tot een overheveling van de Franstalige UCL-faculteiten naar Wallonië, is voor Goossens en C° een duurzaam trauma gebleven, met een blijvende haat tegen de Vlaamse beweging, die hen uiteindelijk deed belanden in een neo-Belgicistisch discours, pro monarchie zelfs, uiteraard ook pro EU en zijn democratisch deficit. Finaal omarmden ze zelfs, uit slecht begrepen multiculturalisme, een religie, islam genaamd, die met alle principes van de Europese Verlichting korte metten wil maken. Hoe ver kan je afdwalen.

De Belgische restauratie

goossens2

Volgens Paul Goossens hebben de Vlamingen het in ’68 niet goed begrepen

“Leuven Vlaams” is het laatste en misschien wel grootste succes van de brede Vlaamse beweging, waarin het Belgische regime op zijn grondvesten wankelde. Daarna vindt men de staatshervormingen uit, een groteske kleine-lettertjesdans die het compromis bezegelt en waarin de Franstaligen zich meesters tonen aan de onderhandelingstafel. De Vlaams-katholieke CVP sluit met het “socialistische” Wallonië een duivelspact waaruit finaal het monsterlijk derde gewest, genaamd, Brussel, zal te voorschijn komen.

Want uiteraard sloeg ook in Vlaanderen en België de restauratie toe. Leuven werd wel Vlaams, maar de Belgische staat vond zichzelf opnieuw uit en kwam eigenlijk versterkt uit de crisis. Dat hebben we te danken aan het tactische flair van de Franstalige politici, maar ook aan de laksheid van de Vlaamse, die er niet in slagen om het Belgische feit finaal te ontmantelen, ook niet met een zogenaamd Vlaams-republikeinse partij in de regering, te weten de N-VA.

De weerwraak voor het “Walen buiten”-motto werd al vrij snel na 1968 tastbaar. De Volksunie, die zich had opgetrokken aan de Leuvense triomf, liet zich via het Egmontpact deskundig kalltstellen. Het Vlaams Blok/Belang dat daaruit ontstond, werd via een cordon sanitaire buitenspel geplaatst, ook en vooral met medewerking van het Vlaamse politieke establishment.

De sinistere architecten die in de jaren ’60 van vorige eeuw le très grand Bruxelles uittekenden dat tot aan Leuven en Waver moest reiken, zijn terug van nooit weg geweest. We zijn nu al aan de zesde staatshervorming toe, in een reeks waar niemand het einde van kent. Brussel-Halle-Vilvoorde is ondertussen gesplitst, maar Franstalige rechters zetelen nog altijd in Vlaanderen. Het Ancien Régime is sterker dan ooit, en in een terreurtijdperk is de Belgische eenheid blijkbaar belangrijker dan Vlaamse autonomie. De EU-schoonmoeder houdt verder een oogje in het zeil.

50 jaar na zijn revolutionair moment wacht studentenleider Paul Goossens rustig zijn pensioen af als columnist van De Standaard, de krant die vervelde van katholiek-Vlaams naar correct-Belgisch.  De cirkel is rond.

 

Toernee ’68: in dit jubileumjaar trekt Johan Sanctorum doorheen Vlaanderen en Nederland met een lezing rond het mei ’68 gebeuren. Voor meer info en boekingen klik hier.