Trump als moderne Caligula: jammer dat de grappigste president zo’n vervelende neveneffecten heeft

Met Trump konden wij, liefhebbers van aangebrande humor, aanvankelijk nog lachen, en de gebreide kutmutsen wekten zelfs mijn sympathie op voor de door weldenkend links verbanvloekte Donald, tegelijk seksist, racist en fascist. Zo lang Trump erop los tweette, de ene leugen-om-bestwil na de andere verkondigde, en ondertussen zijn beleid door zijn eigen partij gekortwiekt zag, wat hem dan weer geen barst leek te kunnen schelen, vond ik hem echt vermakelijk en zelfs een zegen voor de politieke diversiteit.

CaligulaMaar zo’n gekke VS-president heeft wereldwijd natuurlijk ook wel macht en invloed. En dan moet ik denken aan Gaius Caesar Augustus Germanicus, bijgenaamd Caligula, Romeins keizer uit het begin van onze tijdrekening en ook begonnen als “anti-establishment”-figuur die graag het volk achter zich had, via het bekende brood en spelen, én een viscerale afkeer van alles wat naar democratie rook.

Gaandeweg ontpopte hij zich tot een absolute tiran met megalomane trekjes, niet gehinderd door enig militair-strategisch inzicht, en met een voorliefde voor groteske bedenksels waarmee hij alleszins steeds weer de show stal. Zo liet hij zijn troepen mosselen verzamelen aan de Vlaamse kust (!), als bewijs van een succesvolle veldtocht aan de Noordzee. En natuurlijk kent iedereen de befaamde (maar door biografen wellicht gefantaseerde) legende van de keizer die zijn paard tot consul benoemde. Een metafoor voor zijn afkeer van de senaat waarmee hij doorlopend in de clinch lag.

De laatste jaren van zijn bewind werden gekenmerkt door despotische willekeur van een zelfs voor die tijd ongekende wreedheid, -vergeet keizer Nero,-: arrestaties, folteringen, terechtstellingen van politieke tegenstanders, waarbij Caligula een nieuwigheid ontdekte om het volk aan zijn kant te houden: de Jodenhaat, die model zou staan voor de latere vervolging van de Christenen. Zo’n interne publieke vijand, dat staat nu eenmaal goed voor een volksmenner die zich probleemloos van alternatieve waarheden bedient. Het lijdt geen twijfel: Caligula was de Trump van zijn tijd.

Nog meer terreur in Europa

Trump_Netanyahu_FoxNewsMinstens twee actuele heersers hebben de waanzin van Donald Trump goed naar waarde weten te schatten. De eerste heet Benjamin Netanyahu, premier van Israël. Al tijdens de verkiezingscampagne liet Trump weten geen moeite te hebben met de (door de VN als illegaal beschouwde) Joodse nederzettingen. Kort na zijn verkiezingszege benoemde hij een uitgesproken voorstander tot ambassadeur in Israël. David Friedman doneerde zelfs geld voor Beit El, waar fanatieke kolonisten op religieuze gronden elke Palestijnse claim op ‘hun’ land verwerpen. Een andere donateur is Trumps Joodse schoonzoon Jared Kushner, door de president benoemd tot zijn speciale gezant in het Midden-Oosten.

De installatie van Donald Trump is een ramp voor het Israëlisch-Palestijnse vredesproces, maar een zegen voor de zionistisch geïnspireerde expansieplannen van de Israëlische rechterzijde, die op termijn een totale annexatie van oostelijk Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook beoogt.

Dat is voor Europa alleen maar slecht nieuws: de van elke toekomst beroofde Palestijnen zullen zich gefrustreerd in de armen storten van het moslimterrorisme (waar ze zich tot hier toe min of meer van distantieerden), en een nieuwe generatie Jihadisten naar onze kontreien sturen, via IS als tussenstation, of iets anders. Het zal Trump een zorg zijn, hij zal mosselschelpen verzamelen en nog eens een kwinkslag over het hellegat Brussel-België ten beste geven.

Nog meer asielzoekers voor de deur

zenuwgasDe tweede potentaat die alleen maar blij wordt van de gekke Donald en diens groteske amoraliteit, heet Bashar al-Assad, president van Syrië, of wat daarvan over schiet. Met Rusland als ruggensteun is Assad een nooit geziene massaslachting begonnen jegens zijn eigen volk dat in opstand kwam. Na zes jaar burgeroorlog zijn meer dan zes miljoen Syriërs op de vlucht. Vijf miljoen in de buurlanden, en ondertussen meer dan één miljoen in Europa. Meer nog dan voor IS, zijn ze gaan lopen voor hun eigen president, het is een waarheid die we maar beter onder ogen zien. Vreselijke beelden bereiken ons nu, na een tweevoudig bombardement met gifgas op het stadje Khan Shaykhun, in de provincie Idlib. Louter burgerslachtoffers. Een tweede maal werden zelfs een ziekenhuis en twee spoedzorgcentra onder vuur genomen.

Specialisten vermoeden, aan de hand van de symptomen, dat het om zenuwgas (Sarin) gaat, een goedje met een verschrikkelijke uitwerking dat in hoofdzaak de burgerbevolking treft, vooral veel kinderen ook. Uiteraard ontkent Assad alles staalhard, zoals we van hem gewoon zijn, hierin gevolgd door een aantal nuttige idioten ten onzent die weerom beweren dat “het allemaal in scène is gezet door de rebellen”.

Wat er ook van zijn, de Syriërs die gebleven zijn, en het nog kunnen, zullen meer dan ooit de oversteek naar Europa willen wagen, hoe zou u zelf zijn. Andermaal: Donald Trump, die Assad niet langer beschouwt als een probleem maar als een deel van de oplossing (Endlösung), zal mosselschelpen rapen. Wij zullen nog meer overspoeld worden met radeloze mensen. Meer terreur, meer asielzoekers, dank u, Donald.

In tegenstelling tot hun Amerikaanse beschermheer, zijn Netanyahu en Assad allerminst gaga. Het zijn sluwe, gewetensloze opportunisten die de gril van de geschiedenis, genaamd Donald Trump, als een godsgeschenk zien en zullen weten te exploiteren.

Het Caligulagehalte van Donald Trump zal zich vooral doen gevoelen buiten de grenzen van Amerika. Zij hebben er ten minste nog voor gekozen, wij niet. Jammer dat de grappigste VS-president ooit, zo’n vervelende neveneffecten heeft. Toch een doordenker voor de rechtse Trump-fans in Europa.

22 maart, een jaar later: de slachtoffers staan in de kou, de grote sponsors van de terreur blijven uit het vizier

metro2

De terreuraanslagen in Zaventem/Maalbeek zijn straks een jaar oud. Het gerechtelijk onderzoek verloopt traag, zoals altijd in België. De voortvluchtige hoofddader, Oussama Atar, het “brein” achter de aanslag, loopt nog altijd vrolijk rond en bezocht vorige zomer zelfs zijn familie in Brussel, zo weet de alwetende staatsveiligheid. En de beveiliging op onze nationale luchthaven is volgens insiders nog altijd zo lek als een zeef.
Ondertussen keren de Syriëstrijders terug en boomt de sympathie voor IS onder allochtone tieners, zo rapporteren de middelbare scholen: we zijn nog niet aan ons nieuw patatjes, zegt een bekend Vlaams spreekwoord.
Een ander verhaal is de schandalige traagheid waarmee de slachtoffers van 22/3 worden vergoed. Het Slachtofferfonds van de overheid treedt namelijk pas in werking… als de verzekeringsmaatschappij het dossier rond heeft en uitbetaalt. Maar dat gebeurt met mondjesmaat: na het trauma van 22 maart volgt de Kafkaiaanse terreur en de financiële kaalpluk van de mensen die de pech hadden op dat moment op de luchthaven of in dat metrostation te zijn. Hoe nalatig kan een systeem zijn.

De expert komt langs

slachtofferIn theorie is het nochtans simpel. Een verzekering neem je om, zoals het woord het zegt, je te verzekeren tegen zware financiële dobbers ingevolge een tegenslag. Het kan dan gaan om fysieke, materiële of psychische schade. De filosofie van het systeem is, dat elke klant/verzekerde bijdraagt in een grote pot van waaruit schade kan vergoed worden.
Daar horen veel kleine lettertjes bij, die we niet allemaal lezen, en die pas boven water komen als er ook echt moet uitbetaald worden. Verzekeringsmaatschappijen zijn namelijk bedrijven die winst moeten maken, en dan is het van belang om zo veel mogelijk polissen te verkopen en zo min/zo traag mogelijk uit te betalen.
Maatschappijen zoals AXA (maar die natuurlijk niet alleen) hebben daar een handje van weg: je moet netjes op tijd je jaarlijkse factuur betalen, doch ho maar als er moet uitgekeerd worden. Een cruciale rol speelt de gerechtelijke expert die,- dat fenomeen is gekend,- dikwijls zakelijke banden heeft met de verzekeringsmaatschappij, en vrijwel altijd probeert de schadeclaim te minimaliseren. Vooral slachtoffers van zware verkeersongevallen kunnen ervan meespreken: een trage administratieve mallemolen, een expert die intimiderende vragen stelt en uiteindelijk een verslag indient waarin iemand met maar één been werkbekwaam wordt verklaard. Komaan zeg, niet flauw doen, mijnheer.
Het is een criminele praktijk waar de overheid maar geen paal en perk aan stelt. Ook voor de slachtoffers van de terreuraanslagen van 22 maart 2016 is het devies: dure ziekenhuisfacturen voorschieten en bang afwachten. Amlin, de verzekeraar van de luchthaven, is hier de voornaamste speler. Ook deze maatschappij staat bekend als een slechte betaler die zijn verantwoordelijkheid met alle middelen probeert te ontlopen.

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) erkent het probleem: “Bijna een jaar na de aanslagen is minder dan vijftien procent van de geraamde schade vergoed. En van slechts achttien procent van de mensen die een dossier konden indienen, is het dossier al volledig behandeld. De verzekeraars laten deze mensen in de kou staan.” (HLN, 8/3/17).
De Block noemt geen namen van maatschappijen, ik heb er in deze column al twee genoemd, laat de dagvaardingen maar komen. Misschien gaat het nu wat vooruit, omdat een paar slachtoffers hun verhaal mochten doen in de media. Maar dat verandert ten gronde niets. Als boterhammen eten op de trappen van de kerk een gasboete oplevert, zou de overheid beter ook eens werk maken van malafide verzekeringsmaatschappijen en partijdige experts. Verzekeringen zouden moeten gedwongen worden om snel uit te betalen, op straf van nietigheid van hun licentie. Eventueel kan het bestaande Slachtofferfonds, met een minimum aan bureaucratie en lokaal verankerd via de OCMW’s, de ziekenhuisfacturen voorschieten en verhalen op de verzekeraars.
Kortom: de overheid mag een tandje bij steken.

De Grote Moskee van Brussel

Saudi2Een nog boeiender doordenker levert de vraag op naar de echte verantwoordelijkheid achter de 22/3-aanslagen. Daar kunnen de verzekeringsmaatschappijen zich dan misschien mee bezig houden, na het uitbetalen van hun cliënten: afgezien van de opsporing van de daders, wie kan en moet er nu financieel opdraaien voor al dal leed?
Dezelfde dag nog, 22 maart 2016, eiste Islamitische Staat de aanslag op via een persmededeling die stelde dat “bij de gratie van Allah en zijn goedheid, een geheime cel van soldaten van het kalifaat zich naar België heeft begeven, de kruisvaarder die niet ophoudt de islam en de moslims te bekampen”. Wel kijk, dat is duidelijke taal. Bij het in snel tempo inkrimpende kalifaat zal misschien niet veel meer te rapen zijn, maar des te meer bij zijn hoofdsponsor, Saoedi-Arabië.
Onderzoeksjournalisten en financiële experts zoals Andrew Tabler van het Washington Institute for Near East Policy, hebben al lang uitgevlooid dat het geld om Islamitische Staat op te starten via Koeweit voornamelijk uit Qatar en Saoedi-Arabië kwam. Het kan voor een gehaaide advocaat à la Sven Mary niet moeilijk zijn om via die geldstromen de Saoedi’s verantwoordelijk te stellen voor de aanslag van 22 maart. Doen die gangsteradvocaten ook eens iets maatschappelijk nuttigs.

Leuk om weten daarbij is, dat de Amerikaanse Senaat in 2016 al een wet heeft goedgekeurd die aansprakelijkheidsstelling van een buitenlandse staat voor terrorisme mogelijk maakt (“Justice Against Sponsors of Terrorism Act”). In die zin kunnen Amerikaanse staatsburgers de Saoedische koning Salman bin Abdul-Aziz Al Saud (geschat privévermogen alleen al: 20 miljard dollar) voor de rechter dagen wegens verantwoordelijk voor de aanslagen van 9/11. In de praktijk is dat dode letter gebleven en Obama wou er niet van weten. Maar niets belet ons om daar ook een wettelijk kader voor te scheppen, inclusief de eventuele naasting van Saoedische bezittingen op ons grondgebied bij een veroordeling. Andermaal: de overheid mag een tandje bijsteken, ondanks de voortreffelijke banden tussen het Belgische en het Saoedische vorstenhuis.

Brussels, a view from the skyDat brengt ons weer bij de Grote Moskee van Brussel en de Saoedische sponsoring van het Europese salafisme. Het opzeggen van de 99-jarige erfpacht van de Grote Moskee, broeihaard van Jihad-retoriek, kan al een goed begin zijn, en een kei van een statement. Ooit was het een museale plek in het Jubelpark, maak er opnieuw een museum van, voor mijn part gewijd aan Arabische kunst en dan liefst van vóór de periode dat zinnelijke taferelen in die cultuur taboe werden.
Die wapenleveringen kunnen we dan wel op onze buik schrijven, en die Saoedische investeringen in de Antwerpse haven ook, maar met een land dat slachtpartijen op onze mensen en op onze eigen bodem financiert, doe je toch geen zaken?
Het terrorisme is één probleem, maar de empathie jegens de slachtoffers, de efficiëntie waarmee we het puin ruimen, en het ethisch fatsoen waarmee we schurkenstaten durven benoemen, is een tweede uitdaging. Heeft het Belgische raderwerk überhaupt nog tandjes om bij te steken? Ik vrees ervoor.

Welkom in het cordon, Jonathan

afspraak

Geert Wilders won gisteren de Nederlandse verkiezingen (plus 5 zetels), maar zal niet in een regering komen. Dat hebben de andere partijen al weken voorheen gezamenlijk beslist, de huidige premier Mark Rutte voorop (“Het zal niet gebeuren!”), die zichzelf tot winnaar kroont met een verlies van acht zetels. Moet kunnen. Het punt is namelijk dat Wilders in de categorie “populisme” wordt ondergebracht, en populisten zijn lieden die teren op het (onder)buikgevoel van de samenleving, met loze kreten de aandacht trekken en met onwerkbare voorstellen de publieke opinie verder op hol brengen.
De realiteit is enigszins anders. Het fenomeen Wilders is het gevolg van een decennialange ontkenningspolitiek, waarbij fundamentele vragen rond migratie, islamisering en identiteitsverlies werden terzijde geschoven in het voordeel van een zelfstrelend cosmopolitisme bij de linksliberale upperclass: de toekomst is aan de wereldburger die de globe afreist, mensen ontmoet, andere culturen de hand reikt, zijn horizon verbreedt.
Dat toeristisch globalisme is tamelijk wereldvreemd gebleken: het zijn de lagere sociale klassen van minderopgeleiden, die geen aardbol op en af reizen om vriendelijk knikkende mensen tegen te komen, die de multiculturele utopie aan de lijve ondervinden, in de vorm van overlast, criminaliteit, geweld, vervreemding en aftakeling van het sociale weefsel.
Zij halen nu hun gram door op de PVV te stemmen, maar hun stem is bij voorbaat als waardeloos gedeclasseerd. Exact hetzelfde wat het Vlaams Blok/Belang overkwam, dat op zijn hoogtepunt 25% van de Vlamingen kon bekoren, maar quantité negligable bleef, dankzij het cordon sanitaire, in 1991 opgezet door de groenlinkse ideoloog Jos Geysels.

Mestkevers

wildersHet is een interessante vraag voor politicologen: waarom tendeert het politieke establishment naar de ontkenning en de verbloeming van de realiteit, in plaats van naar de controverse? Het heeft zeker met persoonlijkheden te maken: uitdagers zijn, hoe kan het anders, caractériels die de politieke markt openbreken en met veel lawaai het gezapige gekabbel der ideeën op zijn kop zetten.

Fundamenteler echter, is de hang naar het status-quo en de inkapseling in de macht van bepaalde partijen de reden waarom zogenaamde “populisten” als spelbrekers geïsoleerd worden. In de VS met het tweepartijenstelsel lukte dat niet, in Nederland en België kan er altijd wel een coalitie van verliezers op de been gebracht worden. Tandenknarsend ondergaan de foutstemmers dan de banbliksems van de media en de intellectuele bovenlaag (Prof. Em. Etienne Vermeersch in 2004, daags na de zgn. Zwarte Zondag, tot de VB-stemmers: “Ge moest beschaamd zijn!”).

Precies dit democratisch deficit creëert een nog grotere verzuring en een nog grotere haat jegens het politiek establishment. Het is vanuit die optiek dat VUB-politicoloog Jonathan Holslag, een van Vlaanderens betere analisten en opiniemakers, besloot in te gaan op de uitnodiging van VB-voorzitter Tom Van Grieken om voor diens boek het voorwoord te schrijven. Dat is niet evident voor een VUB-professor, docerend aan de universiteit waar politieke correctheid bijna heilig is, en logeklanten van socialistisch tot liberaal waken over de juiste leer die Vlaanderen moet doordringen. Ik zeg wel: moét. Scientia vincere tenebras, de wetenschap overwint de duisternis, en spuit meteen ook alle mestkevers (dixit Karel de Gucht) plat die in de Vlaamse klei nog rondwriemelen.

In dat voorwoord, jammer genoeg ontsierd door een paar taalkemels (“Er zijn de laatste jaren meer Europeanen omgekomen door Russische agressie (…) als door het geweld van IS.”) erkent Holslag het recht en zelfs de noodzaak van een Vlaamse identiteitsbeleving. We hebben recht op eigenheid, moeten cultureel op onze strepen staan, we mogen eisen stellen aan nieuwkomers, maar dan moeten we ook willen loskomen van de kleinburgerlijke gezapigheid die van onze cultuur een karikatuur maakt. De (post)moderniteit omarmen dus, loskomen van de 19de eeuwse schoorsteengarnituren die de Vlaamse beweging nog altijd (ont)sieren.
Anderzijds pleit hij ook voor een eigen industriële relance in een anti-globalistisch perspectief: in plaats van de zoveelste Ikea-opening te vieren, eens zelf onze meubelnijverheid herwaarderen en promoten. Lokale industrie voor eigen werkgelegenheid en welvaart, wat ook weer ons patriottisme ten goede komt.
Van dat woord patriottisme, dat Holslag graag bezigt, gruw ik eerlijk gezegd een beetje. Als er nu één woord is, dat kleinburgerlijke benepenheid uitdrukt, dan is het wel dat. Maar voor de rest snijdt zijn analyse hout. De VB-voorzitter en de VUB-professor kunnen het duidelijk goed met elkaar vinden (Holslag in DM: “Ik voel sympathie voor zijn strijdlust”), en dat zal progressief-links Vlaanderen niet zijn ontgaan.

Zuivering

HemerrechtsIn het VRT-praatprogramma De Afspraak (13/3) mocht schrijfster Kristien Hemmerechts al de aftrap geven van een diffamatiecampagne: Jonathan Holslag heeft duidelijk een scheve schaats gereden. “Als je het mij had gevraagd, ik had gezegd: doe het niet”, fulmineerde ze knorrig.
Maar Jonathan heeft het aan niemand gevraagd, dat is het hem net. Reken maar dat in een volgende fase, ondanks de wetenschappelijke reputatie van de professor, en ook al dekte hij zich tijdens dat interview wel tien keer in (“Ik ben niét voor het VB”), men hem rekenschap zal vragen over deze misstap.
Dat Holslag zich onverbloemd tegen het cordon uitspreekt en voor een grensoverschrijdende dialoog, ook met mensen van de “foute” partij, is voor de intellectuele en culturele elite in Vlaanderen absoluut not done. Ze hebben zich namelijk zelf in een cordon vastgemetseld, maar dan een positieve schutkring tegen alle politiek-incorrecte wolven in het bos. Hoor je niet bij die club, dan kom je ook niet meer in de reguliere media en ben je voorwerp van een zuiveringsactie, tot en met regelrechte broodroof.

Zelf was ik tussen 2008 en 2014 als speechschrijver van twee VB-voorzitters, Bruno Valkeniers en Gerolf Annemans, nauw betrokken bij het reilen en zeilen van deze partij. Het was een boeiende tijd, waarin ik ook sterk pleitte voor een sloping van dat ondemocratische cordon en voor een open debatcultuur mét het Vlaams Belang. Het was de periode dat de VRT nog in een officiële interne nota journalisten op het hart drukte dat “het VB niet mocht behandeld worden als een andere partij”. Een nota die, bij mijn weten, nooit is herroepen.
Tijdens en na deze doortocht bleken tal van deuren te zijn dicht gegaan op professioneel én privévlak. Het is een prijs die men betaalt en die men ook moet aanvaarden: wat men verliest aan netwerken, wint men aan onafhankelijkheid, wie weinig vrienden heeft hoeft ook niet veel vriendendiensten te bewijzen.
Voor een universiteitsprofessor zou dat echter wel eens kunnen tegenvallen. Ik vermoed dat Jonathan Holslag, in zijn breed out-of-the-box-gebaar, niet beseft hoe fanatiek en ongenadig het intellectuele en culturele ons-kent-ons-clubje afrekent met wat zij als overlopers zien. Ondertussen is er effectief op de webstek van De Morgen al een opiniestuk gepubliceerd, waarin acht VUB-docenten hun collega kapittelen om zijn misstap (sic).
Ik hoop oprecht voor hem dat de Hemmerechts-hysterie tanend is, maar op de brede N-VA-sympathie moet Holslag ook al niet meer rekenen omwille van die genuanceerde kijk op de aartsrivaal. Het blijft een hachelijke onderneming, zich in Vlaanderen als onafhankelijke intellectueel opstellen. Hopelijk krijgen we morgen of overmorgen geen mea culpa uit bittere noodzaak. Sterkte, Jonathan.

Hier spreekt men Nederlands: waarom taal zo belangrijk is, en al de rest volgt

school
Ziezo, Vlaams onderwijsminister Hilde Crevits heeft haar duit in het zakje gedaan in de verrechtsing, en gesteld dat allochtone vaders en moeders een tandje mogen bijsteken inzake betrokkenheid bij het schoolgebeuren. Crevits zegt dat niet zomaar: ze weet dat de meeste leerkrachten en schooldirecties al decennialang worstelen met de vraag hoe je kinderen kansen kan geven en kan integreren, als de ouders niet eens een nota in het rapport lezen, brieven ongeopend in de vuilbak keilen, en nooit opdagen op oudercontacten. Dat dit vooral een pijnpunt is bij families met een allochtone achtergrond, waar thuis nauwelijks of geen Nederlands gesproken wordt en de schotelantennes steevast naar Turkije of Marokko zijn gericht, is al evenzeer een vaststelling die niemand op het terrein betwist.
Niettemin levert de uitspraak van de West-Vlaamse no-nonsensepolitica een storm van protesten op uit de links-progressieve hoek: ze zou de allochtonen nodeloos stigmatiseren, de ouders doen wél moeite, het gaat om kansarmoede en niet om onwil of desinteresse, enz.
Dat argument van de kansarmoede heeft alvast zijn ondeugdelijkheid bewezen: hoe meer pampering, hoe meer de groep in kwestie zich opsluit in het slachtofferdenken, hoe minder er sprake is van echte integratie of emancipatie. Ik denk dat de wrevel daarover meespeelde in de oprisping van Hilde Crevits: komaan zeg, ouders, doe nu ook eens wat, grijp kansen en gun die aan je kinderen door te participeren.
De kern van de zaak gaat echter over een cultuurkloof die politiek nog steeds nauwelijks bespreekbaar is: ten gronde wil een flink deel van de allochtone gemeenschap zich niet onderdompelen in de taal van het nieuwe thuisland, en nog minder in de cultuur die daaronder zit. Dat recht op een eigen taal en cultuur wordt hen ook gegarandeerd via Europese minderheidsverdragen (waarop ook Franstaligen in Vlaanderen zich beroepen om geen Nederlands te hoeven spreken) en via het algemeen mensenrechtenverhaal waar onder meer het anti-discriminatiecentrum UNIA de mosterd haalt.
Effectief: een overheid mag burgers niet discrimineren op basis van taal, cultuur, religie, afkomst, etcetera. De perverse uitwerking van die beschermingsfilosofie is echter dat ze gewoon tot gettovorming leidt, en dus tot ongelijkheid. Is het een mensenrecht om zijn eigen taal te spreken, zich met gelijkgezinden te verenigen en een huiscultuur erop na te houden? Welja. Is het een mensenrecht om niet deel te nemen aan de samenleving, zijn kinderen met een sociale handicap op te zadelen en hun ontwikkeling te hypothekeren? Tja. Is het een mensenrecht om dat isolement te koppelen aan een fundamentalistische religie die haat predikt en terreur gedoogt,- over generaties heen, van oud naar jong? Ik dacht het niet. Maar met dit laatste steken we natuurlijk de politiek-correcte Rubicon over. Tijd om er een van onze briljantste intellectuelen bij te halen.

Elsschot herlezen 
ElsschotHeel de Crevits-rel kan beslecht worden met de simpele schoorsteenspreuk: Hier spreekt men Nederlands. Een gedeelde omgangstaal en een vorm van leidcultuur zijn gewoon essentieel om mensen te verbinden, daar is geen weg naast. Een zelfbewuste cultuur die niet oplegt maar inspireert, verleidt, smaak geeft. De utopie van de linkerzijde om de ideale samenleving als een vrolijk Babylon te zien, een kleurig amalgaam van culturen en cultuurtjes die allemaal op hun vierkante meter zichzelf wezen te zijn, werkt in de realiteit voor geen meter.
Op een bepaald punt is tolerantie gewoon immoreel. We hebben veel te lang geduld dat allochtone gemeenschappen überhaupt bestonden en als hermetische eilanden voortwoekerden, met het dubbelzinnige mensenrechtencharter als alibi. Vandaag spreekt 60% van de Antwerpse allochtonen geen Nederlands thuis. Het legt een enorme hypotheek op de ontwikkeling van de kinderen: ze leven in een permanente breukzone, geraken nooit ingebed en gedragen zich op de duur zelf als tweederangsburgers met alle sociale gevolgen vandien.
Dat taalgegeven is altijd weggestopt onder een dikke laag politiek-correct kosmopolitisme. Gisteren, 6 maart nog in het VRT-praatprogramma De Afspraak’: ene Thomas Smith, stand-upcomedian van Britse afkomst, en zich vlot bewegend in het Vlantwerps, had Engelstalige ouders (die dus wél Nederlands spraken) waarmee hij thuis ook in de taal van Shakespeare converseerde. Voor hem was er geen probleem, het zou allemaal niet zo nauw steken, je kan thuis Arabisch spreken of eender wat, en dan op school toch een soort Nederlands. Smith kijkt op die manier bewust weg van de segregatie die zich onder onze ogen afspeelt, en die tot blijvende frustraties leidt bij leerkrachten die zich enorm inzetten om kinderen van allochtone afkomst op het goede spoor te zetten.
Mondigheid als motor van emancipatie en burgerwording: het zo verguisde taal- en cultuurflamingantisme is terug van weg geweest. Vlamingen zijn veel te weinig fier op de taal die hen bindt, hoe zouden anderstaligen en migranten er enthousiast mee kunnen omgaan. Hoe erbarmelijk is het niveau van bepaalde journalisten die nauwelijks nog foutloos kunnen schrijven, laat staan dat ze nuances zouden kunnen aanbrengen in een tekst. Wij mishandelen het Nederlands, niet alleen via het dialect en de tussentalen, maar ook in het parlement, op televisiedebatten, in toespraken van BV’s die klinken als kleutertaal. En nu blijkt dat Marokkaanse schoolkinderen in Nederland zich vlotter uitdrukken in de taal van Bredero dan sommige van onze Vlaamse excellenties, Ben Weyts om er geen te noemen.
Het was onze grootste Vlaamse auteur, de vrijzinnig-linkse flamingant Alfons de Ridder alias Willem Elsschot, in zijn dubbelleven ook broodschrijver en copywriter van reclameteksten, die erop hamerde dat schrijvers en intellectuelen niet alleen literatuur moeten produceren, maar vooral ook de taal moeten bewaken, cultiveren en permanent opwerken, als levende materie die het dagelijkse leven dooradert. Het is gewoon eten en drinken, iets waar een hele samenleving mee verder kan. Iets dat verbindt en verrijkt. Iets dat doet praten, doet lezen, en zelf evolueert in de stroom van het leven.
Andermaal: hier spreekt men Nederlands. We mankeren een Elsschotiaans moment in het debat dat Hilde Crevits (her)opende. Het gaat ultiem niet om “betrokkenheid” of om sociale drempels, maar om de verbindende kracht van een leidcultuur die via het spreken en schrijven gemeengoed wordt en blijft. Het gelijk stemmen van violen, waarna de polyfonie pas mogelijk wordt.
De softe visie op ‘inburgering’, als een snelcursus waar men in het Vlaams de weg leert vragen en eventueel weet hoe je karbonaden maakt, is absoluut ontoereikend om de allochtonen van de tweede en derde generatie met de autochtonen in één universum samen te brengen. Een doorgedreven inhaalbeweging via kwaliteitsvol Nederlands, thuis en op school, is de enige weg naar een echt gelijke-kansen-verhaal bij kinderen van drie tot twaalf. Helemaal goedschiks zal dat niet gaan, koppel misschien een degelijke basiskennis van het Nederlands bij allochtone ouders aan toekenning van het kindergeld, zoals dat in Denemarken gebeurt. Ontmoedig de huwelijksmigratie, bouw het systeem van de dubbele nationaliteit af. Maak duidelijk dat diversiteit niet hetzelfde is als gettovorming.
Maar vooral ook: laten wij, Vlamingen, zelf eens wat meer onze taal koesteren. De grap van de Afrikaan die Nederlands leerde en daarmee in Tielt niet verder kon, is jammer genoeg echt.
Foto: vierde klas van de Sint-Karelschool in Sint-Jans-Molenbeek.

“Graaicultuur”: waarom hebzucht ingebakken zit in onze samenleving

graaien

De Gentse olievlek van politieke belangenvermenging en graaizucht verspreidt zich nu over heel Vlaanderen. Plots hebben we ontdekt wat al decennia de normale gang van zaken was: politici die mandaten cumuleren en bijschnabbelen. De premier zelf alludeerde gisteren al op een regimecrisis tijdens zijn toespraak in de kamer. Alle politici rollen nu over elkaar heen in de ijver om aan de postenpakkerij een einde te maken en hun boeken open en bloot te leggen, met het woord “transparantie” als absolute stoplap.
We hebben die schoonmaakoperaties nog meegemaakt. De meest roemrijke was deze na de Dutroux-affaire in 1996, toen de term nieuwe politieke cultuur werd uitgevonden, een spook dat al vóór de millenniumwende verdween om alleen nog sporadisch als afkorting (NPC) op te duiken, samen met de brave mijnheer Paul Marchal, vader van een van de vermoorde kinderen en stichter van een eveneens al lang weer opgedoekte veranderingspartij.

Een man met een plan

stad_antwerpen_-_koen_kennis-1_12Het was een vermakelijk zicht om de huidige partij van de verandering, de N-VA, de laatste twee weken te zien evolueren tot de status van Kop van Jut, met de onder striemende verwijten zwijgende Kamervoorzitter Siegfried Bracke als dieptepunt.

Dat zijn ze bij de N-VA niet gewoon: het initiatief kwijtspelen en de actualiteit ondergaan in een sfeer van schandalitis. Van consultant Siegfried Bracke ging het naar Koen Kennis, Antwerps schepen van financiën en in Vlaanderen gekend als de “mandatenkampioen” (42, waarvan 18 bezoldigd). We leren dat ook deze partij de knepen van het machtsspel en de persoonlijke verrijking kent: de Belgische ziekte treft zonder onderscheid de on-Belgische veranderingspartij,- een dodelijke perceptie.
Maar vandaag komt eindelijk het wit konijn te voorschijn, in de persoon van… diezelfde Koen Kennis. In De Standaard onthult hij hoe ze al maanden in het grootste geheim bezig zijn met een opkuisoperatie. “N-VA wil intercommunales vervangen door één bedrijf” bloklettert de krant op haar frontpagina. Waarom we dat voorheen niet mochten weten? Daarom: “Ik had nog langer achter de schermen kunnen werken én verder een consensus nastreven. Maar door de commotie van de afgelopen dagen, hebben we als N-VA ervoor gekozen ons veranderingsproject op tafel te leggen.” aldus de Antwerpse schepen, die zich meteen ook afficheert als professionele veranderingsmanager.
U begrijpt met mij: dit is peptalk van het frappantste soort, een product van nachtelijk crisisberaad waarin werd gekozen voor de vlucht vooruit. Is Koen een postenpakker? Maar neen, dat was maar schijn. In werkelijkheid is hij een bescheiden én visionaire change manager (sic) die achter de schermen gaat voor het grotere plaatje waar u en ik geen zicht op hebben.
Het jargon is er dan ook naar: van Publi-T naar Publigas, over Elia, Publipart, Intermixt en Inter-Regies, en zo naar PMV en Fluvius, waarin de oude structuren “kunnen ingekanteld en vervolgens afgeschaft worden”. Een interview om bij te duizelen en terzijde te leggen.
Ja, deze man mogen we vertrouwen in bange dagen, want het klinkt goed al begrijpen we er weer geen snars van. Hij is bovendien onbaatzuchtig, zelfs offervaardig, want van de elf intercommunale mandaten levert hij er maar eventjes zeven in: net niet tot de bedelstaf bekeert Koen zich, en dat helemaal toevallig na de Bracke-deconfiture. Ik heb het interview nu drie keer herlezen, en ben helemaal overtuigd: dit is lesmateriaal voor de cursus crisiscommunicatie, afdeling mistspuiterij en window-dressing.

Ergerlijk is vooral dat ook hier de ‘kwaliteitskrant’ De Standaard de nieuwe N-VA-ballon klakkeloos ten hemel laat stijgen, zonder voorbehoud of spoor van tekstkritiek. Nu al wordt het fundament gelegd voor de volgende Nieuwe Politieke Cultuur die precies hetzelfde zal doen, maar net iets anders. Tijd om de zaken wat filosofischer te bekijken.
Want hoe graag we Balthazar, Termont, Bracke, Kennis en alle andere kleine potentaten zien spartelen,- diep in ons binnenste weten we dat hun jacht naar rijkdom en status ingebakken zit in ons systeem.

Het model Zuckerberg

zuckerbergAch, uiteindelijk is die zogenaamde graaicultuur maar een uitvloeisel van wat ons van jongs af aan is ingeprent: je moet vooruit komen in het leven, anders wacht de goot. Vertrouw niet te veel op de anderen, maak je eigen rekening. Ik heb in mijn jonge tijd vanwege de oudere generatie zelden of nooit iets anders te horen gekregen. Op de verdwaalde ouwe hippie na die geschiedenis gaf en voor zot werd aanzien door zijn collega’s. En ik kom dan nog uit een tijd waarin de naam Marx luidop mocht uitgesproken worden en studenten op straat gingen tegen de installatie van kernraketten.
Vandaag wordt de jeugd, meer dan ooit, geleerd om te knokken en zich middels ellebogenwerk van een comfortabel plaatsje te voorzien in een wereld die van economische crisis naar crisis hinkt. Mark Zuckerberg, de man die met Facebook op 26-jarige leeftijd multimiljardair werd, is het nieuwe rolmodel, naast absolute nitwits zoals PSY, de Zuid-Koreaanse rapper die in 2012 acht miljoen dollar verdiende met één belachelijk Youtube-filmpje (Gangnam Style). Neen, dat is geen graaicultuur, dat is gewoon snugger inspelen op de markt. Maar het is ook de triomf van het postmoderne materialisme en de gedachte dat rijkdom een doel op zich is. De grootste moeite heb ik om mijn 13-jarige post-millennium kid te doen inzien dat geld maar een middel is om welzijn mogelijk te maken.

Politici,- een paar witte raven niet te na gesproken,- staan niet boven dat materialistisch mantra, hoe zouden ze. Waarbij men moet bedenken dat het gescharrel van Kennis en co nog maar peanuts is, vergeleken met de graaicultuur bij managers en topkaders in bedrijven. Ook hen is thuis geleerd dat het bedrag op de rekening en de daaraan verbonden statussymbolen (huis, auto, vakanties…) de kern van hun existentie en sociaal functioneren uitmaken. Wij kennen nauwelijks iets anders dan de strategie van het egoïsme. Onze samenleving is gegrondvest op het winstprincipe, met de moraal als bijhuis waar alles in een fatsoenskleedje wordt gestoken, en de criminaliteit als overtreffende trap van die doctrine.
De nadruk die er door de betrapte cumulards op wordt gelegd dat “er niets illegaals is gebeurd” versterkt nog het idee dat men in de grijze zone thuis is en dat men de grens goed in ’t oog houdt. Het komt er vooral op aan om net niet over de schreef te gaan, dankzij een leger van boekhouders, fiscalisten en advocaten die “de weg kennen” en lieden als Siegfried Bracke leren dat je dus best een vennootschap opzet om minder belastingen te betalen.

Zucht, sorry mensen, het zit dus veel dieper dan de intercommunales en de postjes. Hoe gaan wij, hebzuchtigen, de generatie van morgen duidelijk maken dat iemand die 30000 euro per maand binnenrijft, niet per se gelukkiger is dan wie er 3000 verdient,- integendeel zelfs?
Ik hoor de PvdA graag bezig, ik bewonder hen zelfs om hun consequentie, maar hun maatschappijmodel heeft bij ons nog nooit de kiesdrempel gehaald, waarbij Noord-Korea steevast als doembeeld naar boven komt. En horresco referens: zouden Mertens en Hedebouw, eens aan de macht, het establishment en zijn privileges verzaken, of worden ze de nieuwe nomenklatura? Vrijheid gaat in onze maatschappij niet alleen om vrijemeningsuiting maar (vooral) ook om voor de eigen beurs te gaan, een devies dat geldt van socialisten tot diepblauwe liberalen, en alles daartussen. Het is geen toeval dat rode vakbondsleider Rudi De Leeuw (ABVV) ook een vennootschapje bezit met hetzelfde edele doel als Siegfried Bracke.
Dit gaat dus over mentaliteit en cultuur, en waarom sommige gedegouteerde jonge mensen zich afkeren en verdwalen. Het probleem zit daar en nergens anders: buiten geld en status is er niks dat deze maatschappij nog schraagt. Je zou voor minder radicaliseren.

De bal ligt terug in het kamp van de onderwijzers, leraars, pedagogen,- en jawel, bij voorkeur de gekke hippie die meer doet dan les geven volgens het boekje. Graaizucht naar kennis en kritisch inzicht, ook wel nieuwsgierigheid genoemd: how about that, change managers?

Boudewijn en de Grote Moskee: hoe de Belgische monarchie een bruggenhoofd voor het salafisme vestigde

feisal

Het is opvallend hoe de laatste dagen alarmerende berichten te beluisteren vallen over een oud zeer, namelijk het moslimextremisme in België en zijn soennitische variant, het zgn. salafisme. Vooral het recente OCAD-rapport windt er geen doekjes om: de extremistische islam is bij ons in opmars, en Saudi-Arabië wordt expliciet genoemd als hoofdsponsor van dit gebeuren. Eigenlijk weten we dat al jaren, bepaald snel op de bal speelt de Staatsveiligheid niet. Maar om een of andere reden,- wellicht omdat de politiek-correcte ontkenningslogica sinds de aanslagen van vorig jaar totaal verbleekt is,- heeft elke politicus en opiniemaker nu het salafisme ontdekt.

De reguliere media gaan mee in die aha-erlebnis: aandoenlijk hoe je nu zelfs in De Morgen kan lezen dat “België een slappe oorlog tegen het salafisme voert”, terwijl deze krant eigenlijk altijd het licht van de zon heeft ontkend en vooraan liep in de stelling dat de islam een verrijking is voor de multiculturele verscheidenheid van dit land.

grotemoskeeAls centrum van de salafistische missionering wordt de Grote Moskee van Brussel genoemd. Ook dat is geen nieuws, het is sinds jaar en dag een publiek geheim dat van hieruit de haatpredikers worden opgeleid. Dat de Belgische Staatsveiligheid dat nu pas met zoveel woorden uitbrengt, is lachwekkend, temeer daar een partij als het Vlaams Belang al decennia op die nagel klopt, zonder gehoor. Maar tegelijk verzuimt men het grotere plaatje in beeld te brengen: de rol van het Belgische vorstenhuis én de politiek-economische constellatie daar rond.

Daarvoor moeten we de historiek van de overdracht van dat moskeegebouw nader bekijken. In oorsprong fungeerde het bouwsel als Oosters Paviljoen voor de Wereldtentoonstelling van 1897. Daarna werd het onderdeel van het museumcomplex in het Jubelpark en leidde het gebouw een tamelijk sluimerend bestaan. Maar in 1967 schonk Koning Boudewijn het Oosters Paviljoen aan Saudi-Arabië. Het gebouw zou worden heringericht als een moskee en cultureel centrum voor de islamitische gemeenschap in België. In 1969 sloten Marokko, Saudi-Arabië en de Belgische Regie der Gebouwen een overeenkomst waardoor het “Islamitisch Cultureel Centrum” het gebouw voor 99 jaar in erfpacht kreeg.

Van meet af aan was het de bedoeling om vanuit deze moskee de islam in België te verbreiden én de banden tussen ons land en Saudi-Arabië te bestendigen. Maar vanwaar die vrijgevigheid van onze vorst zaliger ten aanzien van een vreemde mogendheid met een cultuur die totaal de onze niet is?

Menselijke driften

lambeaux

Jef Lambeaux: “De menselijke driften”, detail (1889)

De sympathie van Boudewijn voor de Saudi’s berustte op twee gronden: een politieke en een religieuze. Enerzijds was er de affiniteit tussen twee koningshuizen. Dat ancien régime-fenomeen speelt vandaag nog altijd: monarchen houden elkaar graag in het zadel en bedrijven zelfs, als het even kan, parallelle diplomatie als staatshoofden, over de regeringen heen. Over de vriendschap tussen koning Boudewijn en de toenmalige koning Faisal bin Abdul Aziz al-Saud hing een zweem van anti-democratische samenzweerderigheid en het gedeelde besef dat koningen door de goddelijke almacht zelf zijn gezonden om recht en orde te doen heersen. Noem het een vorm van monotheïstische zielsverwantschap.

 

Dat brengt ons op de tweede pijler: Boudewijn was een absolute pilarenbijter en katholieke fundamentalist, die op een of andere manier in de islam, en vooral de strenge variant ervan, een religieuze bondgenoot vond tegen het oprukkende seculiere denken en wat hij als zedenverwildering beschouwde.

Het jaar 1967, moment waarop de Saudi’s het Brusselse moskeegebouw cadeau kregen, is uiteraard niet onbelangrijk: we zitten dan in volle aanloop naar mei ’68, de dolle mina’s, Hugo Claus, de open-en-blootcultuur etcetera. En stond er in een bijgebouw van dat Oosters Paviljoen toch wel niet het aanstootgevende naakttafereel ‘De menselijke driften’ van Jef Lambeaux? Het scheelde geen haar of de door Boudewijn als atheïstisch en pornografisch verbanvloekte beeldengroep werd gesloopt, ten einde zijn Arabische vrienden niet te bruuskeren. Nog steeds is het paviljoen met de beeldengroep veilig afgesloten, als een stil symbool van de omerta en politiek-correcte verkramptheid die dit land in zijn greep houdt.

Business as usual

filipsaudi1967 is echter ook het jaar –en nu hebben we het over economie en harde centen- dat koning Faisal op bezoek was in België om een flinke lading wapens te bestellen bij FN Herstal, toen nog een dochter van de Generale Maatschappij van België, waarvan de koninklijke familie aandelen bezat.

Zonder twijfel was het Brusselse moskeegebouw deels een relatiegeschenk aan een goede klant. Tot op vandaag is de export naar Saudi-Arabië goed voor een paar miljard euro’s per jaar, en dat is de reden waarom deze door de sharia beheerste dictatuur, waar een vrije pers onbestaande is, holebi’s de galg riskeren en overspelige vrouwen gestenigd worden, door ons land gepamperd wordt. Denk ook aan de geplande Saudische investering in de Antwerpse haven, en hoe vooral de N-VA zich in alle mogelijke bochten wringt om de mensenrechten er buiten te houden. Het Latijnse spreekwoord indachtig “Pecunia non olet” (geld stinkt niet).

Dat de Saudi’s gaandeweg die Grote Brusselse Moskee als een bruggenhoofd hebben uitgebouwd om het salafisme in België te verbreiden, en op langere termijn alhier gewoon de sharia in te voeren, heeft te maken met de slabakkende oliemarkt en een nieuwe imperialistische strategie naar Europa toe: de verbreiding van de islam is maar de voorbode van een politieke Arabisering en economische naasting. Terreur is daartoe de onmisbare incentive. Vergeet niet dat haast alle daders van de aanslag op de Twin Towers in 2001 uit Saudi-Arabië afkomstig waren: de sponsoring van salafisme en terrorisme komen uit één en dezelfde pot.

Feit blijft dat de Belgische monarchie met actieve medewerking van het politiek establishment een enorm Trojaans paard heeft geïntroduceerd, aangedreven door een amalgaam van motieven, gaande van de religieuze obsessie van een monarch tot platte petrodollars. Op die manier is de Grote Brusselse Moskee een symbool van Belgische lankmoedigheid en rotte compromissencultuur. De erfenis van Boudewijn blijft hangen over deze kwestie, en is uitgedijd tot een kanker die dit land compleet leeg eet.

Het probleem bij de wortel aanpakken, is dus heel het Belgisch regime in vraag stellen. Hier staan minstens drie zaken tegelijk ter discussie: de banden met Saudi-Arabië, het statuut van de islam in België, en de positie van het Belgische koningshuis.

De discussie over het al dan niet openstellen voor wandelaars van de koninklijke tuin in Laken is in dat opzicht volstrekt futiel. De monarchie moet gewoon worden afgeschaft, de Saudi’s moeten worden wandelen gestuurd, en, last but not least, elke religieuze groepering die zich niet kan vinden in onze democratische spelregels, moet worden verboden. Het moskeeënnetwerk dient te worden afgebouwd, religie mag een hobby blijven maar vooral geen instituut of een staatszaak.

We kunnen al beginnen met die “Menselijke driften” van Jef Lambeaux (terug) een ereplaats te geven in dat Paviljoen. Boudewijn I draait zich om in zijn graf, en toont zo waar het woord “revolutie” origineel op slaat.

Politiek toerisme naar Syrië-bis: zou Filip Dewinter ook het foltercomplex van Saydnaya mogen bezoeken?

Google Earth-zicht op het Saydnaya-complex, mét massagraven

 
Het was al bekend via publicatie van het zgn. Caesar-archief, genoemd naar een voormalige beul die uit de biecht klapte, dat Assad er nabij Damascus een foltercentrum op nahield waarin duizenden mannen en vrouwen werden gefolterd, uitgehongerd, verkracht en willekeurig geëxecuteerd. Het ging hier niet om IS-militanten maar om (vermeende) politieke tegenstanders van het regime. Zopas gaf Amnesty International een nieuw rapport vrij, genaamd Human Slaughterhouse: in de beruchte gevangenis van Saydnaya, een voormalig Grieks-orthodox klooster (!), werden tussen 2011 en 2015 duizenden gevangenen opgehangen. Sommigen nog kinderen of tieners, waarvan door het geringe gewicht de nek niet brak en die soms een half uur lang aan de galg spartelden en gorgelden tot de doodstrijd ten einde liep. Soms gingen militairen eraan trekken om die nek te breken, met wisselend succes en onder enorm geschreeuw. Allemaal getuigenissen, alles nauwgezet beschreven, inclusief een hallucinante 3D-reconstructie. Ook hier ging het in hoofdzaak om burgers die een foute politieke gezindte werden toegeschreven. Alles wijst er bovendien op dat het martel- en executiecomplex tot op vandaag in gebruik is.
Al van voor de revolutie in 2011 was de naam Saydnaya een begrip. Sinds de staatsgreep in 1970, uitgevoerd door de vader van Bashar al-Assad, is Syrië een militaire dictatuur die geen enkele dissidentie duldt. De familie Assad heeft een spoor van dood en verderf achter zich gelaten waarbij de afwezigheid van enig respect voor een mensenleven het leidende criterium is. En dat laatste uitte zich tijdens de huidige burgeroorlog onder andere in de niets- en niemand ontziende barrel bombs die boven woonwijken werden gegooid en die talloze slachtoffers maakten, waaronder veel vrouwen en kinderen.
Hier en daar wordt gemompeld dat het kiezen is tussen de pest en de cholera, de minste van twee kwalen: IS of Assad. Edoch, voor objectieve analisten begint te dagen dat IS groot is geworden dankzij Assad. Via de groei van die organisatie kon hij alle politieke dissidenten als “terroristen” catalogeren en zijn strijd internationaal verpakken als strijd tegen terreur. Met als baseline: “als ik er niet meer ben, dreigt de chaos”. Het Westen liep met open ogen in de val, en verroerde geen vin toen Rusland Assad te hulp kwam.
Een groot deel van het actuele vluchtelingenprobleem valt dus op het conto van Bashar al-Assad te schrijven. Het Westen heeft een cruciale fout gemaakt door zich zo op IS te richten en de grootste en gevaarlijkste speler op het Syrische slachtveld te negeren. Waarbij de voormalige VS-president Obama zich onnoemelijk zwak toonde. De Syriërs hebben gelijk: was Assad in het begin van de opstand al van het toneel verdwenen, dan was er ook geen kalifaat geweest. De grootmachten hebben er anders over beslist.

“Alternatieve feiten”
Voor Poetin is dit uiteraard geostrategie op topniveau. Hij kijkt monkelend toe hoe Europa economisch en politiek kreunt onder een ongeziene vluchtelingenstroom, met de Turkse president Erdogan als sluiswachter. Niettemin lopen er in Europa, en vooral in Vlaanderen, een aantal creaturen rond die blijven applaudisseren voor de Syrische dictator. In hun naïeve denkwereld gelden de praatjes van Assad als alternatieve waarheid: ja, deze man is de ultieme dam tegen het wereldwijde moslimfundamentalisme. Kunnen we hier van populisme spreken, of gewoon van domheid? Ik opteer voor het laatste: zelfs louter politiek-demagogisch is deze zolenlikkerij genant en maakt ze geen indruk tegenover de overstelpende bewijzen omtrent massaslachting die door Amnesty International worden aangedragen.
Syrië is de laatste plek waar je wil zijn, zoveel is zeker. Geen enkele rechtse Europese politicus liet zich in de voorbije jaren nog maar in de buurt van Assad zien. Wilders, Nigel Farage, Le Pen,… deze laatste bewees wel enige lippendienst aan de dictator, maar hoedde er zich voor om ermee op de foto te gaan staan: met Assad gaan konkelfoezen in een penetrante lijkengeur van massa-executies, non merci.
Niet zo Filip Dewinter en zijn acolieten Jan Penris en Anke Van Dermeersch. Ook nu weer heeft een delegatie wasknijpers van het Vlaams Belang op kosten van het regime zijn opwachting bij de Syrische dictator mogen maken, om “aan feitenonderzoek te doen”, want die Amnesty International-rapporten zijn natuurlijk maar leugens, verspreid door linkse rakkers die heimelijk sympathiseren met de moslimterroristen.
Het heeft iets zielig. Welk feitenonderzoek? Is er iets dat we nog moeten weten, behalve de stereotype propagandapraat? Dewinter is politiek al lang uitgespeeld en acteert maar wat, troost zoekend in de schaduw van Wilders en C°, en zich nu optrekkend aan het succes van Donald Trump. Zou Bashar al-Assad weten dat Filip Dewinter bij ons een marginale brulboei is en dat de VRT-camera’s erbij waren om te bewijzen dat VB-voorzitter Tom Van Grieken een broekje is zonder gezag? Ja dus, ik voel een lichte gêne bij deze dictator die zich bijna excuseerde voor de tête-à-tête met de toekomstige niet-burgemeester van Antwerpen die alleen nog voor eigen rekening rijdt.
Tenenkrullend onderga je dit soort ondraaglijke lichtheid, met grote trots doorgetweet via ‎@FDW_VB (“President Bashar Al Assad ontmoet in Damascus. Lang gesprek van één uur. Moedig en indrukwekkend man.”) Zou Dewinter het nog steeds operationele foltercentrum van Saydnaya mogen bezoeken? De massagraven inspecteren? Ik vermoed van niet. Heeft hij ernaar gevraagd? Jawel, en de president deed het af als verzinsels, simpel toch. Een Syrisch president zonder de minste legitimiteit en een Vlaams politicus die door niemand nog ernstig wordt genomen: in vele opzichten is dit een grappig-pijnlijk spiegelspel van de dubbele leugen.
Ik begrijp niet waarom een stuk donkerbruin Vlaanderen zich, tegen beter weten in, aan deze alternative truth blijft vastklampen. Het is toch niet omdat links onvoldoende de gevaren van de islamisering onderkent, dat de andere zijde op de koffie moet gaan bij een beul in maatpak? (Extreem)rechts maakt een kapitale fout door zich te verbranden aan de man die ooit nog wel een proces wegens oorlogsmisdaden en genocide te wachten staat. Moreel is het onverdedigbaar, maar zelfs strategisch geeft het geen pas. Bashar Al Assad zal onze problemen niet oplossen, integendeel. Het beste wat hij voor deze wereld én voor Europa kan doen, is opkrassen. Maar dat zal dankzij Vladimir Poetin wel niet snel gebeuren. Of waarom we ons in de toekomst zeker nog mogen verheugen in méér VB-toerisme naar het land dat door de internationale pers wordt omschreven als ‘The worst place on earth’. Smaken verschillen. Prettige reis nog.