“Kinderen van de collaboratie”: het wordt toch tijd dat ze volwassen worden

R2017_A0000_12035227.jpg

De Canvas-reeks “Kinderen van de collaboratie”, waarin nazaten aan het woord komen van lieden die in de Tweede Wereldoorlog met de Duitsers meededen, loopt naar zijn einde. Zelf zoon van een oostfrontstrijder, heb ik haar met meer dan gewone interesse gevolgd, maar de hamvraag wat die jonge mannen in ’s hemelsnaam bezielde om ergens in Rusland voor een vreemde mogendheid te gaan vechten en in de modder te creperen, bleef onderbelicht. De zogenaamde kinderen van de collaboratie weten het ook niet, de vaders zijn weinig spraakzaam, de kinderen scheppen hun eigen legendes of blijven steken in anekdotes. Daarom deze korte toelichting vanuit mijn eigen familiegeschiedenis.

Van patriottisme naar incivisme

Afbeeldingsresultaat voor IJzertorenEr loopt een rechte lijn van de Frontbeweging en het activisme in de Eerste Wereldoorlog naar de collaboratie in de Tweede Wereldoorlog. Die lijn is compleet onderbelicht in het programma en is ook een deel van het antwoord op de vraag “Waarom deden ze het?”.

De kruistocht tegen het “goddeloze bolsjevisme” was zeker een emotioneel motief in diepgelovige katholieke kringen, en anderzijds was er beslist een authentiek fascistische grondstroom in een bepaald deel van de collaboratie, het streven naar een nieuwe orde gebaseerd op autoriteit en etnische zuiverheid. Nu klinkt dat bizar, toen was het de dominante tijdsgeest. Daarnaast natuurlijk het puberale testosteron,de uitstraling van het “schoon uniform” en de fascinatie bij jeugdige zielen voor een gedisciplineerd (en toen overal in Europa winnend) Duits leger, ondersteund door opzwepende marsmuziek.

Niettemin is de transitie binnen het flamingantisme, zoals die zich afwikkelt in het interbellum, een kerngegeven om de collaboratie te begrijpen. En die transitie is er een van Belgisch-Vlaams patriottisme naar ronduit inciviek Vlaams-nationalisme. Mijn grootvader was lid van de Frontbeweging die het Franstalige taalbeleid van het Belgisch leger aanklaagde. De beweging was niet anti-Belgisch of Duitsgezind (sommige activisten, zoals de illustere dichter Paul Van Ostaijen, waren dat wél), maar werd niettemin vanaf 1917 verboden en ging dan ondergronds. De staat zelf herschiep een burgerrechtenbeweging tot staatsvijandige guerilla.

Het is in die sfeer van clandestien verzet dat het idee rijpte dat Vlamingen in deze staat niets te zoeken hebben, tenzij als tweederangsburgers, dienstboden en kanonnenvlees, tout en français. De pathetische mobilisatie-oproep van Albert I in 1914 (“Vlamingen, gedenkt de Slag der Gulden Sporen”)  en de belofte dat er na de oorlog werk zou gemaakt worden van gelijkberechtiging, o.m. via de vernederlandsing van de Gentse universiteit, bleek loze retoriek en zelfs een tamelijk cynische vorm van misleiding. Na de oorlog werd er, in de euforie van de overwinning, zelfs een echte heksenjacht ingezet op leden van de Frontbeweging en flaminganten tout court, wat in sociale uitsluiting en beroepsverbod resulteerde. Met als gevolg: een groeiende haat tegen de Belgische staat en zijn instituties. De outlaws klitten samen in cafés voor gelijkgezinden (de “Vlaamse Huizen”), fanfares, verenigingen, solidariteitsfondsen.

De outlaws en de revanche

SSHet is in die isolationistische sfeer dat de generatie van de 20-er jaren, waartoe mijn vader behoort, opgroeide. Ex-frontbewegers, dikwijls oorlogsinvaliden, die een gezin stichtten, de eindjes aan mekaar probeerden te knopen als klussers en kleine zelfstandigen wegens het beroepsverbod, en de incivieke fakkel aan hun kinderen doorgaven. In 1919 richtten enkele oudstrijders de Frontpartij op, waaruit in 1933 het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) zou ontstaan. De IJzertoren in Diksmuide werd hét rituele middelpunt van het snel radicaliserende flamingantisme. Het motto werd van langsom duidelijk: het pad naar Vlaamse onafhankelijkheid zou verlopen via Duitsland en zijn nieuwe regime.

De jeugdafdeling van het VNV, het Algemeen Vlaams Nationaal Jeugdverbond (AVNJ), werd de kweekvijver voor jonge collaborateurs-in-de-dop, en mijn vader was enthousiast lid. Het was dé gelegenheid om uit dat benepen polderdorp Gistel weg te geraken. Er werden reizen naar Duitsland georganiseerd en verbroederingskampen met de Hitlerjeugd ingericht. In november 1942 meldde mijn vader zich als 17-jarige vrijwilliger voor het oostfront en kwam na een opleiding in de Waffen SS terecht. Hij overleefde het en kwam er na de oorlog van af met vijf jaar gevangenis waarvan hij er drie uitzat.

Een familiegeschiedenis dus, die ergens in de loopgraven van de IJzer ontstond en na de Tweede Wereldoorlog verder rolde via de repressie, nieuwe vormen van sociaal isolement, en heel aparte lezingen van de oorlog door mannen die na de gevangenis een weg zochten door het leven, toch meestal vanuit het eigen grote gelijk en weeral een revanchistische attitude. Die ook op de kinderen werd overgedragen, via een ijzeren gezinsdiscipline.

Het belang van de catharsis

Afbeeldingsresultaat voor VNJEn zo komen we bij het onderwerp van de VRT-serie. Jawel, ook ik heb als broekje in het VNJ rondgelopen en ijverig getrommeld in de muziekkapel. Wat een zekere Wim Claeys, nu cabaretier, over dat VNJ vertelt is onjuist en vermoedelijk een poging om zich witter dan wit te wassen. Ik heb nooit hakenkruisen in de kerstboom zien hangen en we zongen geen liederen uit het nazi-repertoire. Het was gewoon het biotoop van kinderen van ex-collaborateurs die vooral hun ideeën van thuis meebrachten. De leiding hield zich in deze tamelijk op de vlakte. Op mijn 14de jaar hield ik het voor bekeken, ik had ondertussen een vertaling van Nietzsche’s Zarathustra te pakken gekregen en had eindelijk echt zicht op het grote verhaal.

Iedereen rekent natuurlijk op zijn/haar manier met het familieverleden af. Maar lieden die tot op vandaag foeteren over de schande van de naoorlogse repressie begrijp ik niet. De excessen van die repressie zijn volstrekt onvergelijkbaar met de misdaden van het nazi-regime. Ook al ben ik zelf ooit van het atheneum te Deurne gevlogen wegens zoon-zijn-van (de vader van de prefect was Arthur Vanderpoorten, een notoir weerstander), we moeten niet flauw doen: de collaborateurs vochten met goede bedoelingen voor een foute zaak, en geen enkele oud-SS’er moet mij komen vertellen dat de uitroeiing van joden en zigeuners buiten zijn gezichtsveld gebeurde.

Er zijn een paar geïnterviewden die dat met zoveel woorden zeggen, de meerderheid echter wentelt zich in de nostalgische familie-ideologie, met zelfs enkele revisionistische  accenten. Zoals ene Ledy Broeckx, die in haar sappig Antwerps telkenmale haar afkeer van de Belgische staat beklemtoont, “omwille van wat die haar familie heeft aangedaan”, maar daarna ook vertelt hoe geweldig haar nonkels zich amuseerden in het interneringskamp voor collaborateurs. Komaan zeg, het is wel tijd dat de kinderen van de collaboratie volwassen worden.

De catharsis is heel beperkt gebleven bij de generatie van de betrokkenen zelf, het is aan de nazaten om afstand te nemen en alles in perspectief te plaatsen. De Canvas-serie heeft zeker haar verdienste, maar ze verzinkt in de anekdotiek die de historische lijnen, het grote verhaal, doet ondersneeuwen. Voor de rest is dit een afgesloten hoofdstuk. Mijn vader is als krasse negentiger een van de laatste overlevenden uit dat tijdperk, de kinderen hebben dat verleden aanvaard én verwerkt én achter zich gelaten.

Is er een gelijkenis tussen de toenmalige oostfrontstrijders en de huidige Syriëgangers? Het ligt ongemakkelijk, maar: ja dus. Het testosteron, het zich laten meeslepen, de aantrekkingskracht van het absolutisme, het geloof in een goede zaak waarvoor men wil sterven, de nederlaag, het revanchisme, het is allemaal zo herkenbaar. De geschiedenis herhaalt zich, dat is onrustwekkend, maar des te meer biedt ze gelegenheid om er lessen uit te trekken. Geschiedenis is met voorsprong het belangrijkste vak in het lager en middelbaar onderwijs. Wie denkt dat ze voorbij is, zou ons wel eens kunnen terug katapulteren naar de prehistorie.

 

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Advertenties

7 Reacties op ““Kinderen van de collaboratie”: het wordt toch tijd dat ze volwassen worden

  1. “‘… Sedert die ellendeslag aan de Ijzer nam een deel van de Vlamingen de hun aangedane tenachterstelling in alle facetten van de samenleving niet langer en stortte zich in het activisme. ‘Activisme’ is de benaming van de minderheidsstroming in de Vlaamse Beweging, die tijdens de eerste wereldoorlog wenste gebruikt te maken van de bezettingsconjunctuur om tot de verwezenlijking van bepaalde Vlaamse doelstellingen te komen…”, schrijft Jeroen Brouwers in zijn ” Vlaamse leeuwen”, 1994, waarvan het hoofdstuk “Een cursus Vlaanderen” beslist een aanrader is.

  2. Mooie samenvatting. Toch 2 bemerkingen :
    1. Het was vanuit moreel standpunt perfect legitiem om het vreselijke regime van Stalin te gaan bestrijden. Daar moest je geen katholiek voor zijn, gewoon mens. Het gedweep met communisme en het wegkijken van de gruwelijke misdaden ervan van een hele generatie intellectuelen, journalisten, academici is minstens even noodzakelijk als de erkenning van de fouten van de collaboratie. Alleen gebeurt het niet. Hallo Peter Mertens, PVDA ?
    2. Het grote verschil met Is strijders en oostfronters is de informatie. Nu weet je via de social media alles. Kandidaat IS.ers zien hoe journalisten onthoofd worden en lijken door de straten gesleurd worden, en toch gaan ze. De snotneus oostfronter wist niks. En hij ging vechten in een regulier leger, tegen een regulier leger. Dat is moreel van een heel andere orde dan aanslagen plegen op onschuldigen en mensen standrechtelijk executeren.

    • sodhoisdjvsoijvosdijvosdij

      Samenvatting Hans Becu: de ideologische opponenten van extreem-rechts waren/zijn minstens even slecht. Nogmaals de perfecte illustratie van hoe het hele milieu overgedetermineerd wordt door de dwangneurose tot apologie. Men kan de behoefte om toch in extremis erkend te worden als minder verkeerd dan de andere kanten niet loslaten. Zo zal de rechtse Vlaams-nationalist altijd zijn dus en dus altijd behandeld worden, als een lepraleider die allerlei vieze 20e-eeuwse ressentimenten met zich meezeult en wiens terechte waarschuwingen over de Islam niet serieus genomen worden omdat ze in de eerste plaats functioneren als profylactisch schibbolet, een rateltje om aan te komen dat een jukebox met enkel slechte oude platen zich in het debat mengt.

      • Ik heb het enkel over de oostfronters. Niet over de beul van Breendonk en consorten. Ik vind duidelijk niet dat intellectuele collaboratie/apologie met Stalin of Mao even erg is als actieve collaboratie deportatie in de Hitler tijd. Maar ik stoor we wel enorm aan de selectieve verontwaardiging, en het feit links erin geslaagd is om die intellectuele collaboratievolledig te negeren. Erger nog, zij die er zich aan bezondigden hangen nog,altijd ongegeneerd de moraalridder uit. En het herhaalt zich met de Islam, en het is dezelfde ideologische groep.

      • sodhoisdjvsoijvosdijvosdij

        Laat ik het anders zeggen: hoe denkt een groep mensen vergiffenis te kunnen krijgen indien ze tijdens de erkenning van hun fouten toch nog altijd de neiging blijven te vertonen om te betogen dat de ander nog erger was/is, zelfs als dat an sich waar zou zijn?

        Blijft natuurlijk ook de ironie dat de oostfrontapologie en de aanlendende rechtse zaken zich vervolmaakt hebben in een oude stalinistische retorische tactiek: https://en.wikipedia.org/wiki/And_you_are_lynching_Negroes

  3. Augustus van Heden

    Ik kwam, ik zag en … dronk één Cola Zero.

  4. Snos,o dinges
    Ik zal het ook eens anders zeggen. Peter Mertens, PVDA, militeert bij leven en welzijn als slippendrager van Ludo Martens zaliger in Amada. . Martens was een regelrechte stalinist. In 2008 organiseert stalinist Peter een congresje, hij schrijft een boekje, en wast zichzelf met unanieme stilzwijgende instemming van ons hele intellectuele establishment wit tot volbloed democraat. Vlaamsnationalistische politici die decennia na de oorlog geboren zijn moeten zich nog altijd verantwoorden voor de misstappen van hun grootouders. Maar ja, linkse criminelen, die bedoelden het toch goed, zo luidt de verdediging. Over die selectieve verontwaardiging gaat het, en over niks anders.