Maandelijks archief: november 2016

Kazachgate: België als maffieuze constructie en politiek wonderland

ridders-malta

De Ridders van de Orde van Malta met zetel te Rome, ook wel gekend als de Hospitaalridders, hebben de geruchten rond Armand De Decker (MR) en de zaak Chodiev die in de pers de naam Kazachgate krijgt, nu eindelijk in hun juiste baan gebracht: dit gaat over internationale corruptie op topniveau, waarin het kleine land België een sleutelrol speelt. De affaire rafelt uit in vele uiteindjes, die we hieronder proberen aan elkaar te knopen.

Zoals ondertussen bekend wordt senator De Decker ervan verdacht, in 2011 als advocaat, logelid en invloedrijk politicus zwaar voor de zogenaamde afkoopwet te hebben gelobbyd, waarmee criminelen tegen harde valuta een volle aflaat konden krijgen (de zgn. “minnelijke schikking”). Het bleek allemaal haastwerk om de Uzbeekse miljardair Patokh Chodiev, tegen wie in België een rechtszaak wegens witwassing en valsheid in geschrifte liep, uit de wind te zetten. En het lukte nog ook: in ijltempo werd de wet door het parlement gejaagd en door de koning bekrachtigd.

Waarom die voorkeursbehandeling? Dat brengt ons bij de rol van de Franse overheid, in casu toenmalig Frans president Nicolas Sarkozy, die via-via zo’n 740.000 euro aan De Decker’s advocatenkantoor overmaakte om het met die wet te laten vooruitgaan. De Fransen stonden namelijk op het punt om een grote deal te sluiten rond de verkoop van legerhelikopters aan Kazachstan, dat onder meer bescherming bedong voor Patokh Chodiev, persoonlijke vriend en arrangeur van de president.

En hier komen bovenvermelde middeleeuwse harnassen op de proppen: het was grootkanselier Jean-Pierre Mazery van de Maltezer Orde, die het eerste contact legde tussen Armand De Decker en een medewerker van de Franse president Nicolas Sarkozy. Noblesse oblige. De orde is een organisatie, een van de weinige op deze planeet, met de status van soevereine natie-zonder-territorium, diplomatiek onschendbaar en onder rechtstreekse bescherming van zijne Heiligheid de Paus, echt waar.

Een spraakmakend trio

trio_kazakh

Van links naar rechts: Patokh Chodiev, Alexander Machkevitch en Alijan Ibragimov

De rol van België als vluchtroute en service-atelier voor de sjoemelende grootzakenman Chodiev, ook prominent opduikend in de Panama Papers met zo’n 25 off-shore-witwasbedrijven, is niet te onderschatten: dit chaotische koninkrijk, met zijn ondoorzichtige besluitvorming en achterkamertjespolitiek, is de ideale draaischijf voor witteboordcriminelen om zaakjes te regelen en zich van een proper paspoort te voorzien. Het moeten niet altijd Syrische dompelaars zijn.

 

Chodiev had in 1997 namelijk de Belgische nationaliteit weten te versieren, (weer) vooral dankzij een paar MR-politici waaronder Serge Kubla, momenteel in vervolging gesteld wegens een Congolese omkoopaffaire, waar de naam van Georges Forrest opduikt, nog zo’n topsjoemelaar. Ook in dat naturalisatiedossier werd fameus geritseld en geschoven: de Uzbeek sprak geen van de drie landstalen (een voorwaarde om Belg te worden), en bovendien had de Staatsveiligheid een negatief advies gegeven in verband met diens internationale maffiaconnecties. Maar dat was dus geen punt.

In een vertrouwelijke mail uit de Sarkozy-entourage, waarop het Franstalige weekblad Le Vif/L’Express beslag kon leggen, wordt zonder gêne gewag gemaakt van een geslaagde “sensibilisering” van drie toenmalige ministers, te weten Stefaan De Clerck (justitie), Didier Reynders (financiën) en Steven Vanackere (buitenlandse zaken). Vandaag weten de drie uiteraard nergens van.

Over naar de Oeral en de heimat van Patokh Chodiev. De Aziatische republiek Kazakhstan, ontstaan uit het puin van de Sovjet-unie, wordt autoritair geleid door president Nazarbajev. Vooral dankzij de gaspijplijn tussen Rusland en het Westen ligt zijn land strategisch en is het een leuke werkplek voor mensen die graag zaken met politiek combineren. De drie nauwste vrienden-zakenlui van de president zijn als Het Trio wereldwijd een begrip: Alidjan Ibragimov, Alexander Mashkevitsj, en last but not least Patokh Chodiev.

Deze gezworen kameraden duiken op in de marge van het uiteengevallen Sovjetimperium begin de jaren ’90, waar gewiekste maffiosi heelder stukken Sovjetmeubilair verpatsen, waaronder een hoop wapens en zelfs nucleair spul. Kassa voor durvers. Overal waar het stinkt in grote deals rond olie, mineralen, gas en wapens duiken de namen van het drietal op, tot op vandaag.

De nucleaire lobby

nucleairDat brengt ons op de volgende stap in de grote ezelsbrug tussen België en de groezelige Russische achtertuin: de Tractebel-connectie. Deze door het Franse Engie (voorheen Suez), en zo onrechtstreeks door de Franse staat gecontroleerde maatschappij, met zetel in Brussel, wou persé de concessie bemachtigen op hoger vernoemde Russische gaspijplijn doorheen Kazakhstan. Dat lukte ook in 1997, dankzij zo’n 145 miljoen dollar (!) smeergeld die in de zakken van Het Trio verdween,- zo kon een Zwitserse onderzoeksrechter nagaan. Niet meegeteld de astronomische afpersingssommen die ze nadien nog wisten te bedingen om “de zaak onder controle te houden”.

De indrukwekkende staat van dienst van Patokh Chodiev, daar mocht dus wel iets tegenover staan. Tractebel, sterk verweven met de Belgische haute finance, zat compleet in de greep van het trio. En om de cirkel rond te maken: voor 100% eigendom van Engie, verwierf Tractebel ook het contract om alle Belgische kerncentrales te bouwen, jawel, die met de scheurtjes. Waarom dat beton van zo’n slechte kwaliteit is, Patokh mag het weten, maar het zou me niet verbazen dat ook hier ooit de Frans-Kaukasische connectie boven water komt, want Tractebel leerde de kunst van het kerncentrales bouwen in… Kazachstan.

Het mag na heel deze crimi-soap, waarin de Franstalige liberalen een sleutelrol vervullen met Patokh Chodiev als spin, ook niet verbazen dat federaal minister van Energie Marie Christine Marghem (MR) hemel en aarde bewoog en zelfs leugens uit de kast haalde om die kerncentrales open te houden. Terwijl onze buurlanden aandringen op sluiting van deze industriële ruïnes, spelen blijkbaar toch sterke zakelijke belangen die zich met nationale veiligheid niet inlaten, maar integendeel verweven zijn met corruptie op het hoogste niveau.

Kazachgate gaat daarom niet alleen over een sjoemelend politicus die hand-en-spandiensten verleent aan een steenrijk zakenman. Het is maar een topje van de ijsberg, die in zijn volle gewicht heel de Belgische constructie omvat, met al zijn mogelijkheden om via parallelle kanalen en besloten cenakels zaakjes rond te krijgen tot en met wetgeving à-la-tête-du-client, de rol van de oude adel en de nieuwe rijken, politici met van alles begaan behalve het algemeen belang, de banken en haute-finance-figuren genre Etienne Davignon, de economische elites, de loges én de katholieke keurorden, en zo tot bij het Belgische koningshuis. België is geen bananenrepubliek maar een frietkotmonarchie, waar werkelijk alles mogelijk is als men de weg kent doorheen het institutioneel-juridisch doolhof.

En nu blijkt de nieuwe Belg Patokh Chodiev zowaar uit dankbaarheid ook de liefdadigheidskas van prinses Léa, tante van koning Filip, met 25.000 euro gespijsd te hebben, en dat allemaal toevallig nadat de uitkoopwet van kracht werd. Een aalmoes voor zo’n filantroop. En jawel, het gebeurde met de Maltese Orde als doorgeefluik.

De Hospitaalridders, onder persoonlijke bescherming van Zijne Heiligheid de paus, waren ooit opgericht om de pelgrims op weg naar het Heilig Land te begeleiden. Nu staan ze vooral in om rijken met een grijs verleden te escorteren naar het wonderland waar alles kan, het onze. De dienende rol is gebleven, dit gaat wel degelijk om ridderlijkheid en hulpvaardigheid op hoog niveau.

Of waarin een klein land groot kan zijn. Neen, Godfried Van Bouillon is niet dood, de Bouillon Belge pruttelt en dampt als nooit te voren. Als dat geen opsteker is voor het handvol patriotten dat dit land nog telt.

Advertenties

Ik hou van Donald en Zwarte Piet, om dezelfde reden: de goegemeente wil hen weg.

Afbeeldingsresultaat voor De GuchtMijn groot genoegen over de Trump-zege, en de daarmee gepaard gaande nieuwe banvloek vanwege de burgerlijk-weldenkende elite, is nog niet weggeëbd. Inderdaad, hoe kan een filosoof die radicaal voor sociale rechtvaardigheid gaat en de mond vol heeft over empathie, sympathiseren met zo’n grofgebekte miljonair die onmiddellijk Obamacare naar de prullenmand wil? We bevinden ons hier in merkwaardig gezelschap, want ook de Marxistische socioloog Slavoj Zizek zei de voorbije maanden te hopen op een Trump-overwinning. Zijn redenering, en ik volg ze: deze maatschappij heeft een schok nodig, echte verandering moet van buitenaf komen, een outsider, een disruptieve speler alias ketter die alle regels van wellevendheid aan zijn laars lapt en het establishment verbijstert (Karel De Gucht, met 125.000 euro/jaar EU-uittredingsvergoeding: “Trump is een gevaar voor de democratie”).

Dat is bijna een definitie van terreur, en jawel: Trump maakt de goegemeente angstig, kijk maar naar de petities die nu wereldwijd circuleren tegen het fenomeen. Maar ook de linksradicale (toch naar Amerikaanse normen) rebel Bernie Sanders, die vanwege het Democratische establishment de pas werd afgesneden, heeft nu de hand uitgestoken naar de grote boeman. Sanders erkent daarmee Trump als de vijand van het status-quo en dus als bondgenoot tegen de elites die, onder humanistisch-filantrope voorwendsels, vooral hun eigen belangen veilig stellen. Trump daarentegen is de gekke clown die het systeem te vlug af is,  de absolute zondebok of Zwarte Piet die, door een gril van het kiesreglement, ineens president wordt. De wereld vergaat, de onderwereld lacht zich een bult. Echte linksen, niet dus die van Hart tegen Hard, moeten de boosaardigheid hebben om met deze duivel kersen te eten.

Pietenpact

blankepiet

Enkel nog “gewassen” Pieten toegestaan

De naam is gevallen, Zwarte Piet, de knecht van de goedheilige man: wat doen we ermee? Het Vlaams-Nederlands Huis deBuren heeft zijn verdict uitgesproken: Piet moet weg. “Aan de vooravond van de intrede van Sinterklaas in Antwerpen engageren het Gemeenschapsonderwijs, het Katholiek Onderwijs, de Gezinsbond, Vlaamse kindertelevisiezenders en -producenten, jeugdtheaters en speelgoedketen Dreamland zich in het ‘Pietenpact’ ‘voor een Sinterklaasfeest zonder raciale stereotyperingen”, lezen we in de krant. De negerpiet zal dus vervangen worden door een gekleurde-, beroete- of regenboogpiet, waarmee die brave lui eigenlijk niet beseffen dat ze een symbool van subversiviteit castreren, zeg maar: van zijn zak ontdoen.

Want ja, in een Hegeliaans perspectief is de knecht niet alleen knecht maar diegene waarvan de meester afhankelijk is, wat hem macht geeft over de meester. Erger nog: de knecht is, alleen al door zijn uiterlijk, een bedreiging, niet zozeer voor de stoute kinderen maar vooral voor de Sint zelf, de dubbelzinnige heilige die met zijn witte handschoenen kindjes op zijn schoot zet en bepotelt.

U begrijpt dat ik als kleine man vooral een degout had van Sinterklaas en veel minder van zijn knecht. De Dionysische sater, de Germaanse Loki, de harlekijn, de negerslaaf, laat maar komen: elk van deze lagen belichaamt een aspect van zotheid en rebellie. Zwarte Piet was en is de zondebok die we allen zijn, onze maat in het kwaad én de belichaming van onze onvrede. Net de neger-knecht straalt hoop en kracht uit, omdat zijn clowneske lach iets joviaals maar tegelijk demonisch heeft, als wou hij zeggen: “geef niet op, volhard in de boosheid, ooit stort dit leugenpaleis in elkaar”.

Maar nu Piet verpieterd wordt tot eunuch, lijkt het erop dat de Sint met zijn witte handschoenen alle macht krijgt, met hooguit wat softe, ontmande zeepbelpieten in zijn buurt. Anders gezegd: het anti-racistisch platform van deBuren bezondigt zich aan subtiel racisme, door de zwarte wit te willen wassen en hem als antithese van de Sint te kortwieken.

De reden waarom de weldenkende linkerzijde (om nu eens niet de afgezaagde term politiek-correct te moeten gebruiken) Zwarte Piet wil afschaffen of bijkleuren, is dus dat ze schrik van hem hebben. Hij is hun nachtmerrie, een niet-controleerbaar projectiel dat alleen via de mythe van de veelkleurige multiculturaliteit (Dreamland) in een juiste baan kan gebracht worden. Het Pietenpact is een exorcisme, een vorm van duiveluitdrijving. Wie Piet bij zijn pietje heeft, neutraliseert het kwaad, blaast de revolte af en herstelt het status-quo. Dat “progressief”-links zo laag moest vallen.

Black Donald

 

trump_zwarte-piet

En zo kunnen we probleemloos de pietenkwestie over de Amerikaanse verkiezingssaga heen schuiven: van twee één. Volgens de New York Times trad Donald Trump in 1998 al op als Zwarte Piet tijdens het Sinterklaasfeest op de Nederlandse ambassade (!). “We’re gonna paint our faces so black, it’s gonna be great, believe me folks”, zou hij bij die gelegenheid hebben gezegd. Profetisch, en nu pas snappen we, dankzij de witwasoperatie van deBuren en het Vlaamse Minderhedenforum, waarom Donald voor zwart ging.

Trump is Zwarte Piet, Hillary was Sinterklaas. Trump liep met zijn fouten te koop, Hillary veegde alles onder de mat. Trump was dom, Hillary slim. Trump gleed door de schoorsteen, Hillary kwam op een wit paard. En viel er finaal af. In feite waren ze best wel een leuk stel tijdens de campagne, de bitsigste aller tijden. Maar veel meer dan Obama, lieveling van politiek-correct links, blijkt Trump nu de neger die het Witte Huis vuil maakt en de goegemeente schandaliseert. Dat is een schok, evenals het feit dat de zogenaamde racist nogal wat stemmen bleek gekregen te hebben van zwarten, latino’s, en andere verschoppelingen der aarde: Trump bleek geloofwaardiger als profeet van de verandering dan Clinton, net omdat hij zichzelf was en niemand anders.

Dat is het grote verschil tussen black-power-activist Martin Luther King en spiritist Wouter Van Bellingen, de man met een Vlaamse naam en Afrikaanse roots die zich tot de meeste fanatieke tegenstander van Zwarte Piet heeft ontpopt. Terwijl King die wellicht net als mascotte zou geadopteerd hebben, en zijn negritude als een geuzentitel. Waarom zou Piet zich ook moeten witwassen?

Terwijl de anti-Trump-petities hun ronde doen en de jacht op Zwarte Piet is geopend, grosso modo in dezelfde kringen der weldenkendheid, kalft het draagvlak voor het systeem en zijn status-quo elke dag af. Mensen zijn het beu om via Pieten- en andere pacten bevoogd en geïndoctrineerd te worden, via constructieve en andere journalistiek, zogezegd om hun eigen bestwil. Een welgemeend fuck-you is het antwoord, en niet voor de laatste keer.

Johan Van Overtveldt, van briljant economiejournalist tot beroerd minister van financiën

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) diende vlak voor het weekend een beleidsnota in die o.m. de verlaagde vennootschapsbelasting en het Open Vld-voorstel voor het mobiliseren van spaargeld bevat. Maar opmerkelijk: over de afgesproken meerwaardebelasting (dus op de kortlopende winst die gemaakt wordt bij verkoop van beursgenoteerde aandelen) werd met geen woord meer gerept.

De reden is simpel, ook al wordt dat niet zo gecommuniceerd: Johan Van Overtveldt heeft gewoon geen zin om de beleggers en kapitaalkrachtigen te verontrusten. Hij is een adept van het meest donkerblauwe liberalisme, dat alle ruimte aan de vrije markt wil geven, met zo min mogelijk fiscale lasten voor het bedrijfsleven en een vriendelijk klimaat voor gefortuneerden, een zuinige staat die bespaart in de zorg en sociale zekerheid, dit allemaal in de veronderstelling dat de economische machine daarmee beter gaat draaien en er bijvoorbeeld jobs bij komen.

Het gat van vier miljard

overtveldt2

Het zijn de vaste recepten van econoom en Nobelprijswinnaar Milton Friedman (1912-2006), Van Overtveldt’s grote voorbeeld, waarmee elk rechts-liberaal beleid wil uitpakken, op zich zijn deze maatregelen niet verbazingwekkend. Wat wel bevreemdt, is de irrationale manier hoe de minister dat wil doordrukken: slordig, voluntaristisch, met foute prognoses, zware rekenfouten en de daarbij horende leugens, waarbij de reputatieschade op de administratie wordt afgewend.

Het vermoeden groeit dat Johan Van Overtveldt, ooit briljant criticus van de centrumlinkse regering Di Rupo, aan het roer zijn theorieën helemaal niet kan waar maken, en verzandt in dogmatisme en ontkenningsgedrag. Met dus dat fameuze gat-van-vier-miljard in de begroting, dat in september opdook nadat het er eerst maar twee gingen zijn, als meest roemrijke wapenfeit.

De vraag die vele commentatoren zich stellen, hoe zo’n economist met een rist universitaire diploma’s toch een zeer middelmatig financiënminister kan zijn, kan eigenlijk simpel beantwoordt worden met het bekende Vlaamse spreekwoord: “de beste stuurlui staan aan wal”. Het is niet omdat je goed kan schrijven en ideeën op een coherente manier kan verwoorden, dat je ook deugt als bewindsvoerder. Het zal zijn fietsvriend Geert Noels niet overkomen,- die blijft maar ijverig twitteren hoe hij het wel zou aanpakken, zonder dat ook te hoeven hard maken.

Of waarom goede critici bij hun leest moeten blijven. Meer fundamenteel wordt een goede democratie niet gekenmerkt door een deelname aan de macht van zoveel mogelijk mensen, maar door een evenwicht tussen macht en tegenmacht, these en antithese, beleid en oppositie, regime en dissidentie. Deze laatste categorie is een cultuur op zich en kan zomaar niet over het muurtje springen om in een parlementaire – of ministerzetel te ploffen.

Respect voor de dialectiek dus. Je hebt bewindvoerders, (liefst) goeie managers, doeners met een zin voor praxis, en je hebt aan de andere kant de zageventen, lastposten, luizen in de pels die met charisma en/of intellectueel flair het machtsdiscours moeten ondergraven. Dat is een talent, een natuurlijke gave die je niet zomaar overboord gooit. En vooral: het moet gedijen in zijn zelfgekozen cordon sanitaire, geef het kritische veld vooral geen macht want dan verprutsen ze het grandioos.

Disruptieve krachten

Afbeeldingsresultaat voor trumpEr bestaat dus zoiets als een geboren oppositie, of noem het oer-dissidentie. Daar behoren intellectuele dwarsliggers bij, waartoe ik mezelf reken, eeuwige malcontenten die op alle slakken zout leggen, naast fijn filerende academici zoals Bart Maddens voor wie het nooit goed is, maar ook radicale politici met een neus voor controverse. Filip Dewinter, Raoul Hedebouw, J.M. Dedecker, om maar die drie te noemen, zijn absoluut ongeschikt tot machtsdeelname maar zijn onmisbaar als storende elementen, disruptieve krachten die het systeem zelf uitdagen.

Iemand als Donald Trump vervult een niet te onderschatten rol als criticus en antipode van het systeem. Hij is een dissident die binnen de entertainmentcultuur perfect kan acteren als de nar die lachend de waarheid zegt. Maar door het Amerikaanse kiessysteem en de totale verrotting van de Republikeinse Partij, is de kans reëel dat hij VS-president wordt, wat nog een groter fiasco zou zijn dan Johan Van Overtveldt als Belgisch minister van financiën.

De intellectuele carrure van laatstgenoemde is dus onverbrekelijk verbonden met zijn positie van dissident, daarom was de laatste carrièreswitch er één te veel: een briljant analist van rechts-liberale komaf, maar een absolute miscast als beleidsmaker, want veel teveel in beslag genomen door zijn theoretische premissen en veel te weinig bekommernis om draagkracht en algemeen belang.

Het is ook de reden waarom, helemaal aan de andere zijde van het ideologisch spectrum, het systeem van de filosoof-economist Karl Marx niet werkt. Het is een visie, een visionair en inspirerend model zelfs, maar een orthodoxe Marxist als bewindvoerder, dat is een echte ramp. Zet Žižek of Piketty in een ministerstoel, en het land gaat naar de haaien.

Hetzelfde gevoel hadden we met Václav Havel, de eerste president van de Tsjechische republiek: een groot schrijver/denker en moedig dissident onder het communistische regime, maar het staatsmansschap dat hem op het einde van zijn leven in de schoot werd geworpen, was een vergiftigd geschenk. Moeten sommige intellectuelen tegen zichzelf beschermd worden?

Project X

Afbeeldingsresultaat voor Trappist WestmalleGoed zes jaar geleden, op 14 oktober 2010, nam ik ten huize van oud-advocaat Paul Doevenspeck in Oostmalle deel aan een brainstormsessie voor een nieuw weekblad waarvan Johan Van Overtveldt de hoofdredacteur zou worden.

Het heette dat hij uitgekeken was op Trends en een nieuwe journalistieke uitdaging zocht. Hoewel we niet bepaald op dezelfde ideologische lijn zaten, kon ik wel leven met een hoofdredacteur van zijn allure, een naam die bovendien ook de nodige geldschieters over de brug zou halen.

Onder de codenaam “Project X” zaten we daar met een man of acht iets uit te tekenen dat wel wat kon worden in het Vlaamse medialandschap: een stout maar intellectueel goed-onderbouwd geluid, een werkplek voor journalisten, publicisten van links tot rechts die buiten de politiek-correcte mainstream willen en durven gaan. Iets voor Vlamingen die de gaarkeuken van De Standaard, De Morgen en Knack beu zijn. De sfeer was enthousiast zoals dat hoort. De dochter van Paul had hapjes gemaakt, in een goeie verhouding besprenkeld met het vocht van de nabijgelegen Trappistenabdij.

Vroeg in de ochtend togen we naar huis met de opdracht om tegen de volgende vergadering een redactioneel concept op papier te zetten. Zes maanden gaven we ons om het project te realiseren. Maar die volgende vergadering kwam er niet: Johan Van Overtveldt gaf niet meer thuis en het project X werd geruisloos afgevoerd. Hij verzeilde terug bij Knack en drie jaar later vernamen we dat Johan een NV-A-partijkaart had gekocht,- in ruil voor het Europees lijsttrekkerschap en een ministerpost, werd erbij gefluisterd. Dat bleek achteraf haarfijn te kloppen. De N-VA was een boegbeeld rijker en Vlaanderen een goede opiniemaker armer.

Finaal krijg ik zowaar medelijden met de man die zich opwerkte tot minister van begrotingsgaten, nattevingerwerk en niet-kloppende rekenkunde. Waarbij zijn politieke tegenstanders uiteraard niet nalaten om hem te confronteren met wat hij als journalist ooit had geschreven, tot hij onlangs wanhopig de Franstalige oerkreet de wereld instuurde: “J’en ai marre”. “Ik heb er genoeg van”.

Kijk, dat vind ik al een goed teken van herwonnen zelfkennis. Misschien toch nog eens terug afspreken in Oostmalle? Het webmagazine Doorbraak timmert zeker aan de weg, maar een goed weekblad dat op scherp staat, daar mogen ze me altijd voor bellen.